Plus Achtergrond

DDA: ‘Stop op bouw datacenters schaadt economie’

Vanwege dreigende stroomtekorten wil Amsterdam voorlopig geen nieuwe datacenters. Tot verbazing van de branche. ‘De grote maatschappelijke opgaven voor de toekomst worden via datacenters gerund.’

Equinix op Science Park verhuurt ruimte aan 120.000 computerservers. In en om Amsterdam staan ruim 30 datacenters. Beeld Sabine Joosten/HH

Op het dak van het 72 meter hoge datacenter van Equinix op Science Park zijn de wolken nooit ver weg en toch sta je boven op de cloud. Het is vast niet voor het eerst dat Michiel Eielts, directeur van Equinix Benelux, dit grapje maakt. Het is waar veel Amsterdammers de datapakhuizen van kennen: als de cloud waar hun muziek en foto’s opgeslagen liggen.

Maar de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer onderstreepten vorige maand een ­ander kenmerk van datacenters: het zijn grote stroomslurpers. Datacenters verbruiken zelfs evenveel elektriciteit als de inwoners van een kleine stad. Omdat de inmiddels ruim dertig ­datacenters in en om Amsterdam een groot ­beslag leggen op de capaciteit van het stroomnetwerk en de ruimte in de stad, besloten beide gemeenten tot een tijdelijke stop, tot eind dit jaar waarschijnlijk.

Eielts, tevens voorzitter van brancheorganisatie Dutch Data Center Association (DDA), geeft een rondleiding door de twaalf verdiepingen hoge toren langs de A10 en dan wordt meteen duidelijk waarom dit nieuwe datacenter zoveel stroom verbruikt. Equinix verhuurt hier ruimte voor 120.000 computerservers en die maken een kabaal van jewelste. Eielts wijst naar een kooi zo groot als een keuken. Meteen na schooltijd beginnen hier de servers te loeien omdat ­gamers uit heel Europa een populair strategiespel hervatten. “Hier staat één com­putergame.”

Rigoureus besluit

De stop op de bouw van nieuwe datacenters heeft DDA verrast. In de Haarlemmermeer is de stroomcapaciteit simpelweg op. Amsterdam wil meer regie kunnen uitoefenen. Nu hebben de stad en ook netwerkbedrijf Alliander daarvoor nauwelijks mogelijkheden. Datacenters passen bijna altijd in het bestemmingsplan en de netwerkbedrijven zijn verplicht stroom te leveren. Wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid) wil bovendien de datacenters verplichten hun restwarmte af te geven.

De datacenters spreken van een plotseling en rigoureus besluit. We hebben een digitale economie waarin de datacenters vitale infrastructuur zijn, vindt de DDA. “Het is toch een beetje,” zegt Eielts, “alsof Rotterdam afkondigt dat het wel genoeg haven heeft.”

Botweg geen nieuwe datacenters toestaan zal de economie schade toebrengen, stelt de branche. Amsterdam is uitgegroeid tot een van de belangrijkste internetknooppunten. Dat trekt ook weer nieuwe technologiebedrijven naar de stad. “Samen met de datacenters zijn ze goed voor 20 procent van de directe buitenlandse investeringen in de Nederlandse economie. Dat moeten we niet op het spel zetten door verdere groei te belemmeren,” vindt Eielts. “Als we deze positie verliezen, gaat deze infrastructuur ergens anders heen.”

De gebrekkige capaciteit van het stroomnet is ook voor de datacenters een punt van zorg. Rond Science Park wordt nu al twee jaar gewerkt aan een nieuw verdeelstation dat beter op de ­vele datacenters berekend is. Inclusief alle vergunningen kan zo’n proces wel tien jaar in beslag nemen. “In de ICT-sector is dat een eeuwigheid.” Daar komt bij dat datacenters volgens Eielts juist energie besparen. Doordat honderdduizenden servers samenballen in grote datapakhuizen waar ze voeding en koeling ­delen, zijn ze veel efficiënter dan wanneer elk bedrijf zijn eigen data opslaat in eigen computersystemen, zoals in het verleden.

Restwarmte als verwarming

Omdat de rol van computerdata alleen maar groter wordt, zullen ook datacenters steeds ­centraler komen te staan in economie en in de samenleving. Nu al verloopt het boeken van elk ritje met een Ubertaxi via een datacenter, maar in een toekomst met zelfrijdende auto’s wordt de rol van de datapakhuizen alleen maar groter. Denk aan de zorg, zegt Eielts, waar bijvoorbeeld een MRI-scan straks via kunstmatige intelligentie beoordeeld wordt. “Veiligheid, mobiliteit, de zorg. De drie grote maatschappelijke op­gaven van de toekomst worden straks via datacenters gerund.”

Eielts benadrukt verder de kansen voor de ­verduurzaming van de stad. Restwarmte uit de datacenters kan een alternatief worden voor de verwarming met aardgas. Nu al worden op ­Science Park universiteitsgebouwen verwarmd en de mogelijkheden worden onderzocht om de restwarmte te ­gebruiken voor vijfduizend ­woningen in ­Middenmeer, een buurt in de ­Watergraafsmeer. Zover is het nog lang niet – een dure transportleiding is nodig en een installatie die de restwarmte van 30 graden eerst nog bijverhit tot zo’n 60 graden. Maar technisch is het goed mogelijk, volgens DDA. In Zweden wordt datacenterwarmte al gebruikt voor ­verwarming.

Op papier zijn de mogelijkheden groot: de warmte van alle datacenters rond de stad is ­genoeg om honderdduizenden woningen te verwarmen, zegt Eielts. Omdat datacenters zich geen storingen kunnen veroorloven, gaat het om een heel stabiele warmtebron die het hele jaar door beschikbaar is. Probleem is alleen: hoe krijg je de warmte op een bruikbare manier in de woningen? Vooral oudere datacenters geven hun warmte nu aan de lucht af. Het moderne ­datacenter op Science Park koelt zijn servers vanuit een ondergrondse put waar het water het hele jaar door 10 graden is. Met dit koelwater is het al stukken makkelijker om de warmte naar de Watergraafsmeer te brengen.

De datacenters willen hun restwarmte gratis ter beschikking stellen, zo hebben ze eerder uitgesproken. Voor Middenmeer wil Equinix ook wel vastleggen dat het voor altijd gratis blijft, zegt Eielts. “Wij leven van ict, niet van de ­verkoop van warmte. Voor ons is het afval.”

Sjoemelstroom

Of een datacenter echt een duurzame warmtebron is, blijft wel afhankelijk van de vraag of de elektriciteit duurzaam is opgewekt. Dat is een teer punt, zo bleek onlangs uit onderzoek door de onderzoeksjournalisten van ­Follow the Money (FTM).

Anno 2019 wordt de stroom in Nederland nog vooral met fossiele brandstoffen als gas en steenkool opgewekt. Als je daarvan uitgaat, blijkt restwarmte uit een datacenter zelfs contraproductief. De elektriciteit voor het datacenter en het bijverhitten in de wijk zorgt in dat geval voor meer broeikasgassen dan cv-­ketels op aardgas, blijkt uit de berekeningen van FTM.

Veel datacenters gebruiken groene stroom, maar strikt genomen gaat het om ‘sjoemelstroom’ die alleen groen mag heten omdat er goedkope certificaten van Noorse waterkrachtcentrales voor zijn gekocht. Op die manier wordt geen kilowattuur groene stroom extra opgewekt.

Ook het nieuwe datacenter van Equinix koopt met certificaten vergroende stroom, bevestigt Eielts. “Uit Nederland en het buitenland.” De ambitie om te zorgen voor extra, speciaal voor Equinix opgewekte stroom is er wel. “In de VS heeft Equinix dat ook al gedaan.” In Nederland is nu te weinig groene stroom verkrijgbaar, zegt Eielts. Zodra het mogelijk is, zegt hij, zal Equinix buitenlandse certificaten inruilen voor in Nederland opgewekte groene stroom.

In het dit jaar gesloten Klimaatakkoord is ­afgesproken dat Nederland zoveel gaat investeren in windmolens en zonnepanelen dat in 2030 70 procent van de elektriciteit komt uit groene bronnen, door de bouw van windparken op zee met name. Ook de gemeente Amsterdam kondigt aan meer eisen te gaan stellen aan de elektriciteit die datacenters gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden