Sinds 2016 zijn in het gebied ruim zesduizend damherten geschoten.

PlusAchtergrond

Damherten schieten of niet? Dat blijft de vraag voor een nieuw beheerplan

Sinds 2016 zijn in het gebied ruim zesduizend damherten geschoten.Beeld Hollandse Hoogte / Goos van der Veen

Vier jaar afschot heeft het aantal damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen nauwelijks verminderd. Moet het tempo worden opgevoerd of kunnen we beter stoppen met de jacht?

Joop Mourik gaat geregeld even kijken bij de ­buren, in het nationaal park Zuid-Kennemerland. “Om bij te komen,” zegt de veldbioloog, die de Amsterdamse Waterleidingduinen op zijn duimpje kent. “Het is een wereld van verschil. In de Waterleidingduinen groeit en bloeit helemaal niets meer. De herten vreten alles kaal. Alleen bomen en struikgewas blijven staan, en de planten die giftig zijn. Er is geen lol meer aan.”

Dat de afgelopen jaren duizenden herten zijn afgeschoten, daar merkt Mourik in het veld niets van. “Helemaal niets. Het duurt te lang. Als de graasdruk jaren aanéén zo groot is, raakt een gebied langzaam maar zeker ­uit­geput. Dat zien we nu in de Waterleidingduinen. Er zijn heel veel plantensoorten verdwenen. Dat heeft effect op alles wat leeft: insecten, vogels, roofdieren. Alleen herten doen het goed.”

Twee scenario's

Dat laatste blijkt ook uit de statistieken. Sinds 2016 zijn in het gebied ruim zesduizend damherten geschoten. De populatie daalde in vier jaar afschot met ongeveer achthonderd. Volgens de laatste tellingen leven er nu ruim drieduizend exemplaren in de Waterleidingduinen, veel meer nog dan het streefcijfer van achthonderd. Als het beheer in dit tempo wordt voort­gezet, zal nog vele jaren moeten worden geschoten.

Dat is een weinig aantrekkelijk vooruitzicht. De provincie Noord-Holland moet dit jaar goedkeuring geven aan een nieuw beheerplan, dat wordt opgesteld door de zogeheten Fauna­beheereenheid Noord-Holland. Het lijkt erop dat er twee scenario’s op tafel liggen: het opvoeren van het actief beheer, zoals het afschieten van dieren in officiële stukken wordt genoemd, of het stoppen met de jacht wegens gebrek aan resultaat.

‘Weg met die beesten!’

Mourik is voorstander van de eerste optie, zegt hij aarzelend. “Ik ben geen liefhebber van de jacht, maar ik zie geen andere oplossing. Een damhert is net een geit. Ze vreten alles weg tot er niets meer over is. De afgelopen jaren is geprobeerd de schade op een geleidelijke manier te beperken, maar dat is niet gelukt. Ik denk dat het tijd is voor drastische maatregelen. Kort door de bocht: weg met die beesten!”

Het is mogelijk de jacht op de herten verder op te voeren. Vanwege de gevoeligheid van het ­onderwerp is de afgelopen jaren gekozen voor een behoedzame aanpak. De populatie krijgt ­zeven maanden per jaar rust, en gedurende het jachtseizoen wordt twee dagen per week geschoten. De Waterleidingduinen zijn een ­beschermd natuurgebied en de jacht mag geen andere soorten verstoren.

Beschermde soort

Aan de andere kant van het spectrum staat de Faunabescherming. De organisatie is met Mourik van mening dat voortmodderen op de huidige manier geen zin heeft, maar trekt een heel andere conclusie. “De jacht moet worden gestaakt,” zegt Harmen Niesen. “Dat is van meet af aan ons standpunt geweest. De ontwikkelingen in het gebied hebben ons gelijk gegeven. Het schieten van dieren heeft niets opgelost.”

Volgens Niesen is er geen andere mogelijkheid dan de jacht te staken, ook met het oog op de ­Europese regelgeving. “Het damhert is een ­beschermde soort. Het is domweg niet toegestaan om de dieren te schieten, tenzij er een dwingende reden is. De wetgever voegt daaraan toe dat de jacht dan binnen afzienbare tijd resultaat moet opleveren. Je mag geen tien of twintig jaar blijven schieten.”

Aardbeivlinder

Niesen is minder somber over de gevolgen voor de natuur van een staakt-het-vuren. “De grote kaalslag in de Waterleidingduinen heeft in de ­jaren zeventig plaatsgevonden, toen er nog geen damherten waren. Voor die tijd zaten er tientallen zeldzame vogelsoorten in het gebied, zoals de kemphaan, de tureluur en de grutto. Er was toen veel minder begroeiing. Die kaalheid komt nu weer terug.”

De dierenbeschermer wil de impact van de duizenden herten in het waterwingebied niet bagatelliseren. “Natuurlijk heeft een groep ­grazers van een dergelijk omvang impact. En ja, er lopen veel herten rond. Maar is dat een ­probleem? Er lopen ook veel Amsterdammers rond. En het is waar dat sommige soorten ­verdwijnen, maar andere zeldzame soorten ­floreren. De aardbeivlinder en koningsmantel doen het nergens beter.”

Nieuw Plan

Het beheerplan voor de damherten in de Waterleidingduinen heeft een looptijd van vijf jaar. Dit jaar wordt een nieuw plan gemaakt. Dat gebeurt door de Faunabeheereenheid Noord-Holland. Daarin zitten allerlei organisaties, variërend van grondbezitters en agrariërs tot jagers en natuur­beschermers. Het beheerplan moet de goedkeuring krijgen van het provinciebestuur, dat een ontheffing moet geven voor het afschot van de beschermde dieren. Omdat de Waterleidingduinen Amsterdams grondgebied zijn, moet ook de gemeenteraad nog zijn goedkeuring geven aan het voorstel. Tot vijf jaar geleden was Amsterdam faliekant tegen de jacht in het waterwingebied. Mede daardoor kon de populatie zich zo snel ontwikkelen: van nog geen vijfhonderd in 2005 tot bijna vierduizend in 2016.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden