live

Dag 59: advocaten bespreken beschuldiging bendevorming

Willem Holleeder (60) staat sinds februari 2018 terecht voor het geven van de opdrachten voor vijf liquidaties - waardoor uiteindelijk zes doden vielen. Verslaggever Paul Vugts houdt je in dit liveblog op de hoogte van het megaproces.

Live

Bekijk nieuwe update(s).
  1. Afronding

    Op maandag 25 maart beginnen aanklagers Sabine Tammes en Lars Stempher aan hun 'repliek': hun reactie op het pleidooi. Daarvoor is ook dinsdag 26 maart ingeruimd.

  2. Janssen vraagt algehele vrijspraak

    De aanklacht over de zaak 'Agenda', over de moord op Kees Houtman, is het specifiekst. Dat komt met name door de verklaringen van kroongetuige Peter la Serpe, die de moord samen met huurmoordenaar Jesse R. pleegde.

    Het zal niet verbazen: ook voor de zaak-Houtman zien Holleeder en zijn advocaten geen bewijs op grond waarvan hij kan worden veroordeeld. Dat Dino Soerel in de zaak 'Passage' al is veroordeeld tot levenslang voor het samen met Holleeder geven van de opdracht voor die liquidatie, mag voor de rechtbank geen reden zijn Holleeder ook te veroordelen.

    In de zaak 'Perugia' over de liquidatie van Thomas van der Bijl: idem dito. De advocaten zien geen bewijs voor het geven van de opdracht door Holleeder.

    Janssen valt nog één keer in herhaling: het 'staat zéker niet vast' dat Holleeder aan de top van een criminele organisatie 'in de positie was' om moordopdrachten te geven of 'enige andere substantiële bijdrage te leveren'.

    "Alles is achter de schermen gebleven."

    Janssen 'eindigt waar hij ruim een jaar geleden begonnen was'. Hij toont weer het schema de de Amsterdamse recherche ooit maakte over de verhoudingen in de onderwereld: een wirwar van poppetjes en pijlen.

    Het hoge woord komt er uit: Janssen vraagt algehele vrijspraak.

  3. Janssen ziet 'een soortgelijke situatie' als die in de zaak 'Viool' over de liquidatie van Van Hout ook in de zaak 'Enclave' over de liquidatie van Willem Endstra en het schot in het been van zijn zakenpartner David Denneboom.

    De rechtbank heeft geen bewijs om Holleeder te kunnen veroordelen. De advocaat wijst er op dat alle vermoedelijke uitvoerders van die moord door de rechtbank zijn vrijgesproken (al loopt die zaak in hoger beroep, maar daar heeft de raadsman het niet over).

    "Niemand heeft enig bewijs kunnen aanleveren dat Holleeder ooit een woord heeft gewisseld met de vermeende uitvoerders. De mensen uit de tussenlaag tussen de opdrachtgevers en de uitvoerders van de moord die justitie ziet, zijn gearresteerd, maar allemaal alweer vrijgelaten."

    "Niemand kan volgens de advocaat iets verklaren over een rol die Holleeder zou hebben gehad bij het geven van de moordopdracht via Dino Soerel aan de tussenpersonen."

    Over de mislukte aanslag (in 2002) en de moord (in 2005) op John Mieremet is Janssen korter: daarvoor gelden exact dezelfde argumenten als hij heeft gegeven over de moorden op Endstra en Van Hout.

  4. 'Geen bewijs Holleeder als opdrachtgever

    De advocaat 'maakt de balans op', aan de hand van de tenlastelegging van Holleeder.

    In de zaak 'Viool' over de liquidatie van Cor van Hout en diens metgezel (botenhandelaar) Robert ter Haak heeft Holleeder volgens Janssen geen geld beschikbaar gesteld, of middelen of informatie verschaft aan de moordenaars.

    "Er is geen enkele getuige die u voor dergelijke feitelijke gedragingen bewijs levert. U weet gewoon niet hoe de opdracht voor de moord op Van Hout is gegeven. Er zijn geen ijkpunten waarmee u kunt vaststellen hoe dat is gegaan."

    Ook dat Holleeder de moord op Van Hout 'heeft medegepleegd', zoals justitie 'subsidiair' stelt voor het geval de rechtbank onvoldoende bewijs ziet dat Holleeder de opdracht gaf, is volgens Janssen niet bewezen.

  5. Slotbeschouwing van Janssen

    Na een laatste kopje koffie zet advocaat Sander Janssen zich aan het laatste stuk 'van de marathonsessie pleidooi'. Een slotbeschouwing.

    Janssen komt terug op de motieven die Holleeder volgens hem níet had om mensen te laten vermoorden. In de onderwereld speelde 'een veelheid van andere conflicten' die de aanleiding kunnen zijn geweest voor liquidaties.

    Steeds doemt dan volgens Janssen 'de naam van Stanley Hillis' op. "Hillis is er steeds in geslaagd op sleutelmomenten in dossiers op te duiken, maar toch niet vervolgd te worden."

    De liquidatie van Hillis in 2011 was 'een kantelpunt'. Vanaf dat moment bleek steeds duidelijk dat Hillis 'met meerdere personen in de clinch lag'.

    Janssen somt de voortdurende conflicten op waarin Hillis was verwikkeld met spelers uit het criminele milieu, die vervolgens werden geliquideerd.

    Janssen: "Alleen ten aanzien van Thomas van der Bijl is (van alle geliquideerden op Holleeders aanklacht) is geen bewijs gevonden van een brouille met Hillis, maar we weten hoe moeilijk het is achter de schermen te kijken."

  6. Schadevergoeding Van der Bijl

    De dochter van Thomas van der Bijl heeft een ton gevorderd voor de immateriële schade die ze zegt te hebben geleden.

    In de liquidatiezaak Passage was dat nog 10.000 euro. Malewicz noemt de vordering 'buitenproportioneel'.

    "Die ton is op geen enkele wijze te verantwoorden. De kinderen van Van der Bijl vragen ook vergoedingen voor hun materiële schade, waaronder medicijnen die ze moeten gebruiken maar die niet is vergoed.

    De weduwe van Van der Bijl wil 500.000 euro schadevergoeding. Die vordering is in de liquidatiezaak Passage 'niet ontvankelijk' geacht door het gerechtshof, dus niet in behandeling genomen. De vordering is volgens Malewicz ook 'te weinig onderbouwd'.

    Broer Jopie van der Bijl wil 6.800 euro vergoeding voor de begrafeniskosten en het afkopen van de grafrechten. Malewicz vindt dat bedrag te hoog.

    De rechtbank pauzeert voor een kwartier. Daarna spreekt Sander Janssen het staartje van het pleidooi uit.

  7. Schadevergoeding Houtman

    Weduwe Maria Houtman kreeg in de liquidatiezaak Passage 10.000 euro schadevergoeding voor de liquidatie van haar man Kees Houtman. De vorderingen van haar kinderen zijn om juridische redenen niet in behandeling genomen door de rechtbank.

    In Holleeders zaak hebben de weduwe en haar kinderen opnieuw vorderingen ingediend voor de immateriële schade die zij zeggen te hebben geleden, nu van elk 20.000 euro.

    Dat Maria Houtman een posttraumatische stressstoornis opliep, staat ook voor Malewicz wel vast, maar niet dat die stoornis alleen was veroorzaakt door de liquidatie van Houtman.

    Ook de liquidaties van Houtmans vrienden Thomas van der Bijl en Peter Petersen speelden mee. Malewicz vindt de hoogte van de gevraagde schadevergoedingen onvoldoende onderbouwd.

    Mario Houtman vraagt in totaal ruim 455.000 euro aan vergoeding voor de door haar geleden materiële schade, de kinderen ruim 20.000 euro. De enorme vordering van Maria Houtman is vooral gestoeld op de gedrefde toekomstige inkomsten omdat Kees Houtman niet meer kan werken.

    De leeftijd die voor hem was ingeschat als hij niet was doodgeschoten, is gezet op 81 jaar. Malewicz: "We moeten wel constateren dat de heer Houtman zich in het criminele milieu begaf (dus een groot risico liep veel jonger te sterven)."

  8. Schadevergoedingen David Denneboom

    Terug van de lunchpauze neemt advocaat Robert Malewicz het woord. Hij zal de vorderingen bespreken van 'de benadeelde partijen': de nabestaanden van geliquideerde slachtoffers en David Denneboom, die in zijn been is geraakt toen Willem Endstra werd geliquideerd.

    Malewicz merkt op dat Holleeder en zijn advocaten niet willen stellen dat de slachtoffers geen leed hebben ondervonden. Ze vinden dat Holleeder niet degene is die schadevergoeding zou moeten betalen.

    Malewicz begint met het bespreken van de vordering van zakenman David Denneboom. Die liep naast zijn zakenrelatie Endstra toen die werd geliquideerd op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid.

    Denneboom eist ruim een ton voor de kosten waarmee hij te kampen kreeg nadat hij in zijn been was geraakt. Medische kosten, vanzelfsprekend, maar hij huurde in Nederland ook persoonsbeveiliging in, voor 'ruim 20.000 euro' en beveiligde zijn woning op Ibiza voor 63.000 euro.

    Volgens Malewicz had de politie Denneboom juist laten weten dat hij géén gevaar liep na de liquidatie in 2004. Dat het nodig was in 2005 nog zijn huis op Ibiza te laten beveiligen, blijkt volgens Malewicz niet uit het dossier. "De spelregels zijn streng," voegt de raadsman nog toe.

    De 40.000 euro die Denneboom vraagt aan vergoeding voor zijn immateriële schade – hij zegt een posttraumatische stressstoornis te hebben opgelopen – is onvoldoende onderbouwd.

    Dat geldt voor de verdediging van Holleeder ook voor de 'schokschade' die de vastgoedhandelaar zegt te hebben geleden. Hij had geen 'nauwe affectieve relatie' met de vermoorde Endstra, bijvoorbeeld. Als vergoeding voor de verwonding die hij zelf op liep, is de gevraagde schadevergoeding 'absurd te noemen', zegt Malewicz.

  9. Pauze tot 13.00 uur

    De rechtbank pauzeert tot 13 uur voor de lunch.

    Daarna zal advocaat Robert Malewicz de vorderingen bespreken van 'de benadeelde partijen': de nabestaanden van vermoorde slachtoffers.

  10. 'Stanley Hillis had touwtjes in handen'

    Belangrijk getuigen wijzen Stanley Hillis aan als degene die 'de touwtjes in handen had'.

    Janssen stipt meerdere criminele getuigen aan die zeggen dat het 'niemand een moer interesseert' dat Holleeder voor lange tijd in de gevangenis lijkt te belanden.

    Een getuige zegt dat Dino Soerel eens tegen Holleeder zei dat die 'daar moest gaan zitten en moest wachten tot hij (Soerel) klaar was. Soerel was dus in de positie om Holleeder 'terecht te wijzen'.

    Ook de auteurs van het boek De Kouwe Ouwe over Stanley Hillis zetten Hillis neer als 'de capo de tutti capi' in het criminele milieu, en Holleeder als iemand die niet erg serieus werd genomen.

    Janssen: "Zelfs John Mieremet lijkt in zijn laatste telefoongesprek (met John van den Heuvel) af te wijken van het beeld dat hij van Holleeder had geschetst. Hij noemt hem in dat gesprek schijnheilig en iemand die heult met anderen."

    Janssen resumeert: "Je kunt op grond van het dossier niet stellen dat zo'n driemanschap heeft bestaan. Er is één toevallig passerende politieagent geweest die zegt dat hij Stanley Hillis en Holleeder heeft zien schreeuwen op het Stadionplein (in Amsterdam-Zuid)."

    "Dat is toch heel wat anders dan een driemanschap waarin Holleeder via Hillis en Soerel kan zorgen dat bijvoorbeeld Kees Houtman wordt doodgeschoten. Het tegenovergestelde is eerder het geval. De stem van Holleeder maakte volgens getuigen geen enkel verschil."

    Janssen bespreekt vervolgens de wet waarin in artikel 140 het vormen van een criminele organisatie. Dat is even vrij technisch.

  11. Holleeder had geen contact met 'Alkmaar'

    Met 'de groep-Alkmaar', die volgens justitie voor de groep moorden pleegde, had Holleeder volgens Janssen geen contact.

    Dat geldt ook voor de beweerde tussenpersonen via welke 'het driemanschap' die groep'Alkmaar zou hebben aangestuurd. Met bijvoorbeeld beweerd tussenpersoon Donald Groen is 'één keer in al die jaren' contact gezien: een rechercheur zegt Holleeder en Groen samen te hebben gezien in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt.

    Getuigen uit het criminele milieu, onder wie kroongetuigen Fred Ros en Peter la Serpe, spraken over de verhoudingen in het driemanschap. Ros noemde Holleeder duidelijk iemand 'die geen beslissingen nam'. Soerel of Hillis maakten volgens Ros de dienst uit.

    Soerel en Hillis gebruikten Holleeder volgens Ros om hem in de schijnwerpers te laten staan, zodat ze zelf in de luwte konden blijven. Ros vertelde dat 'Willem gewoon een clown was' volgens de anderen. Hij mocht geofferd worden als dat nodig was.

    Peter La Serpe heeft volgens Janssen 'nooit de positie bereikt in het criminele milieu waardoor hij zich had op de bovenlaag'.

    Janssen: "La Serpe heeft nooit het vertrouwen gekregen om te mogen weten hoe het echt zit, en heeft daarover dus ook geen verklaringen kunnen afleggen."

  12. 'Ali Akgün niet slechts een loopjongen'

    Na de koffiepauze zet advocaat Janssen zich aan de andere spelers die het Openbaar Ministerie ziet in de criminele organisatie die 'het driemanschap' zou hebben geleid.

    De Turks-Nederlandse crimineel Ali Akgün wordt volgens Janssen ten onrechte neergezet als een soort loopjongen van met name Dino Soerel. Hij speelde volgens Janssen een zelfstandige rol en streefde zijn eigen belangen na.

    Akgün kwam gedurende de liquidatiezaak Passage, waarin hij als moordmakelaar terecht stond, na jaren in de Extra Beveiligde Inrichting in Vught vrijgelaten en werd in Istanbul geliquideerd.

    Huurmoordenaar Jesse R. kende Holleeder nauwelijks, herhaalt Janssen.

  13. Pauze

    De rechtbank houdt een koffiepauze van een kwartier.

  14. 'Bewijs driemanschap is afwezig'

    Janssen schakelt over naar de bespreking van Willem Holleeder zelf, als onderdeel van dat beweerde 'driemanschap'.

    Holleeder is natuurlijk al 58 dagen lang 'uitgebreid besproken'. Hij beperkt zich tot die rol in dat trio. Crimineel Mink Kok vertelde hoe Holleeder 'klem werd gezet', eerst door mede-Heinekenontvoerder Cor van Hout, later door criminelen Sam Klepper en John Mieremet.

    "Over Stanley Hillis heeft Holleeder gezegd dat hij hem kent en hij komt ook geregeld in beeld. Direct contact is nooit vastgesteld, behalve op één moment op het Stadionplein waarop ik nog terug kom. Wat Soerel betreft, hebben Holleeder en Soerel allebei uitgebreid verklaard dat ze bevriend waren, maar geen zaken deden. Van gezamenlijk optrekken als driemanschap is nooit sprake geweest. Dat verhaal komt alléén van John Mieremet. Bewijs voor zo'n driemanschap is afwezig."

  15. Het verhullende taalgebruik van Holleede

    Janssen begint over het verhullende taalgebruik van Holleeder, bijvoorbeeld in afgeluisterde gesprekken.

    Hij haalt afgeluisterde gesprekken aan waaruit volgens hem blijkt dat criminelen én journalisten 'cryptisch en verhullend' spreken. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries spreekt met Holleeder af 'op die hoek' en heeft het over 'iemand die hem gebeld heeft en die Holleeder wil spreken.

    Janssen: "Niemand zal beweren dat De Vries zo praat om een moord te verhullen. Bij Holleeder wordt er wél op gepakt als hij zegt dat hij cryptisch heeft gesproken. Dan wíl je iets zien in de stukken omdát je je beeld al hebt gevormd.

  16. Soerel wist uit schijnwerpers te blijven

    Janssen gaat over naar nummer drie uit het beweerde driemanschap: Dino Soerel. Die had vooral in de top van het criminele milieu status. De lagere regionen kenden hem graag niet of slecht.

    Voor Janssen is dat een aanwijzing dat Soerel in staat is geweest uit de schijnwerpers te blijven. Soerel heeft zelf ook toegegeven dat hij met zowel Stanley Hillis als Willem Holleeder zaken heeft gedaan. (Voor de duidelijkheid: enige betrokkenheid bij moorden ontkent hij heel stellig.)

  17. 'Waarom is Hillis met rust gelaten?'

    Janssen zal de spelers in de beweerde criminele organisatie één voor één af gaan. Hij begint met 'de enigmatische figuur' Stanley Hillis. Die was al in de jaren zeventig druk doende met spectaculaire overvallen.

    Hij trad op bij de toen beroemde televisie-interviewster Sonja Barend, achter een grote bril en vermomd, omdat hij voor de zoveelste keer ontsnapt was uit de gevangenis en bang was dat de politie hem zou doodschieten. Later speelde Hillis een hoofdrol in de 'IRT-affaire' rond de ongeoorloofde opsporingsmethoden.

    Hoewel hij tijdens de parlementaire enquête naar de IRT-affaire bekend was geworden, wist Hillis daarna toch weer de luwte te zoeken en de aandacht van het grote publiek én de opsporingsdiensten los te laten, terwijl hij volop actief bleef in de onderwereld. Hij begon ook zakenlieden en criminelen af te persen.

    Janssen: "Hoe kan het dat hij al die jaren door justitie met rust is gelaten?"

    Hillis zou alle bezittingen hebben afgepakt van vastgoedhandelaren. Van crimineel Jan Femer zou hij een woning hebben afgepakt. Een vriend van de geliquideerde crimineel Jules Jie zou diens 'schuld' aan Hillis van 300.000 gulden alsnog aan Hillis hebben moeten afdragen. Hij dook een jaar onder met zijn gezin. Nog andere getuigen zeggen door Hillis te zijn afgeperst.

    Janssen: "Dat was allemaal precies in de periode waarin meneer Holleeder volgens justitie dat driemanschap vormde met Hillis, maar Holleeder komt in geen van die verhalen in beeld."

  18. Janssen: 'Mieremet belangrijkste bron'

    Rivaal John Mieremet is volgens Janssen de belangrijkste bron van het verhaal dat Holleeder, Soerel en Hillis dat moordende driemanschap vormden. Een dag voor hij werd geliquideerd, zei Mieremet nog telefonisch tegen misdaadjournalist John van den Heuvel over de net geliquideerde malafide advocaat Evert Hingst: "Hij hep mij (in 2002) moeten lokken van Dino, Stanley en Holleeder."

    Op 26 februari 2002 overleefde Mieremet een aanslag op de Keizersgracht, net nadat hij het kantoor van Hingst had verlaten.

    Janssen zegt het opmerkelijk te vinden dat criminelen extra serieus worden genomen als ze zeggen wat 'in het milieu' aan verhalen rondgaat.

    "Maar in dat milieu wordt geleuterd en gekletst over informatie die de sprekers in deze zaak uit de media hebben! Normaal wordt met een criminele getuige extra voorzichtig omgesprongen, maar hier is het andersom."

    John Mieremet is de oerbron van al die verhalen, herhaalt Janssen.

    Van vele belangrijke criminele getuigen tegen Holleeder staat vast dat ze met Mieremet hebben gesproken.

    Mieremet heeft aan verschillende criminelen verschillende verhalen over Holleeder verteld. Janssen: "Het lijkt me voor uw rechtbank erg ingewikkeld te bepalen welk verhaal u nou voor waar zou moeten aannemen."

  19. 'OM heeft driemanschap zelf verzonnen'

    Janssen zal nu uitgebreid stil staan bij de beschuldiging dat Holleeder die criminele organisatie leidde samen met Dino Soerel en Stanley Hillis: 'het driemanschap'.

    Het Openbaar Ministerie heeft 'dat driemanschap' volgens Janssen geïntroduceerd omdat in de grote liquidatiezaak Passage, waarin Dino Soerel van moorden werd beschuldigd, lang
    bijvoorbeeld een motief zou hebben om Kees Houtman en Thomas van der Bijl te laten vermoorden.

    Holleeder zou daarbij wél belang hebben gehad. Janssen: "Dus heeft het Openbaar Ministerie er voor gekozen de belangen van Holleeder te benadrukken en daar dan een driemanschap met Soerel en Hillis aan te koppelen."

    In het verleden zijn heel andere sleutelspelers in de Amsterdamse onderwereld als 'driemanschap' neergezet. Volgens Janssen presenteerde de malafide vastgoedmagnaat Willem Endstra op 20 maart 2003 in één van zijn geheime gesprekken met de Criminele Inlichtingeneenheid van de recherche het driemanschap Holleeder, Soerel en Hillis, voor wie 'iedereen siddert en beeft'.

    De in april 2006 geliquideerde Thomas van der Bijl noemde 'De Neus de baas en niet Dino of Stanley'.

    Janssen: "Van der Bijl is de enige die op die manier de gezagsverhouding binnen dat driemanschap weergeeft. Het lijkt er op zijn minst erg sterk op dat deze informatie via (zijn vriend) Kees Houtman en vastgoedhandelaar Peter Petersen plus (de beruchte crimineel) John Mieremet tot hem komt."

    Alle vier de laatstgenoemde mannen zijn inmiddels vermoord, overigens.

  20. Janssen: 'Onderwereld is véél complexer'

    Janssen herhaalt dat Willem Holleeder 'een beest is' in de media.

    Janssen: "Zeg ik dat? Nee, dat zijn de woorden van journalisten Harry Lensink en Marian Husken die dat schreven in 2006 (toen Holleeder was gearresteerd voor zijn afpersingszaak). Je zou het hier nu zo wéér kunnen invoegen. Het beeld van Holleeder in de media is hetzelfde. Onweerstaandbaar en te aantrekkelijk om het beeld van de ultieme boef te laten liggen."

    Maar een heel klein groepje journalisten probeert door te dringen tot de nuances in de onderwereld, veel media houden liever het beeld aan van één grote boef, een bloeddorstige psychopaat die aan alle touwtjes trok en liet afschieten wie hij wilde laten afschieten.

    Janssen houdt niet van het beeld van de capo de tutti capi, mét één leider bovenaan een piramide. De onderwereld is véél complexer. De 'primus inter pares' was volgens de advocaat echter nooit Willem Holleeder, maar de in 2011 in de Amsterdamse Watergraafsmeer geliquideerde Stanley Hillis.

    Uitvinden wie de grote leider is, 'is de heilige graal' van de misdaadjournalistiek, maar ook van de opsporingsdiensten, stelt Janssen. Dat weten de sleutelspelers in het criminele milieu ook. Daarom proberen ze bínnen het milieu een status te hebben 'waardoor ze niet met je fucken', terwijl búiten het milieu niet het beeld moet rijzen dat jij de grote man bent. Dan krijg je de recherche en, in toenemende mate, de belastingdienst achter je aan.

    Het beeld van Willem Holleeder was ingewikkeld. 'Heel Nederland' zag hem als de grote boef.

    "Dan kún je per definitie al niet meer de spin in het web zijn. Andere criminelen willen geen zaken met je doen, want jij staat in de felle schijnwerpers. Criminelen maken daar ook gebruik van. Hoe feller het licht van de schijnwerpers op Willem Holleeder, hoe donkerder het gebied daaromheen."

    "Natuurlijk was Holleeder geen padvinder, je moet wel enige status hebben om als topcrimineel te kunnen worden verkocht, maar de criminelen in de bovenlaag van de onderwereld maakten er gretig gebruik van dat (de kleinere crimineel) Holleeder voor de buitenwereld de grote man leek."

    Kortom: "Het criminele milieu heeft er heel veel tijd, energie en geld in gestoken om Holleeder groot te laten lijken, om zelf buiten beeld te blijven."