Plus Interview

Conservator Amsterdam Museum: ‘Wij poetsen helemaal niets weg’

Het stof dwarrelt neer bij het Amsterdam Museum, sinds het de term Gouden Eeuw uit het vocabulaire heeft geschrapt. Ondanks alle kritiek blijft conservator Imara Limon erbij. ‘Die term staat synoniem voor één perspectief: wit, rijk en machtig.’

Imara Limon Beeld Frank Ruiter

“Nee hoor, we gaan heus niks weggooien.” Een heel klein lachje, een geruststellend woord van Imara Limon (30), conservator van het Amsterdam Museum. Alsof er een misdaad was gepleegd: een lawine van mail kreeg het museum te verwerken nadat het had aangekondigd de term Gouden Eeuw niet meer te willen hanteren voor een tijdperk dat voor velen vooral een eeuw was van honger, uit­buiting en vernedering.

Subsidievreters die ‘onze’ geschiedenis willen afpakken. Komt er dan geen einde aan? Eerst de naambordjes van onze oude zeehelden, toen de beelden en nu gaan zelfs de woorden in de ban. Om nog maar te zwijgen van Zwarte Piet.

Limon kwam in 2016 naar het Amsterdam Museum en werd een jaar later al uitgeroepen tot Museumtalent van het Jaar voor haar tentoonstelling Zwart Amsterdam over zwarte rolmodellen in de stad en het vervolg daarop: het onderzoeksprogramma New Narratives, een zoektocht naar nieuwe verhalen om de geschiedenis van Amsterdam en de Amsterdammers te begrijpen. Een zwarte vrouw, een van de weinigen in de wereld van musea, en daardoor het ideale mikpunt van de razernij die door het land trok.

Bent u geschrokken?

“Het was niet onverwacht, maar ja...”

Het emotioneert u.

“Het is overweldigend.”

In zijn negativiteit?

“Niet per se. Het maakt gewoon pijnlijk duidelijk dat we nog midden in een proces zitten met zijn allen. Het schuurt. Maar het racisme en seksisme van de reacties kunnen maar beter op tafel liggen als je het moeilijke gesprek daarover aan wilt gaan. Voor mij is, ook persoonlijk, van belang dat de discussie niet meer in de marge plaatsvindt of onzichtbaar achter de schermen tussen mensen die zich er heel erg bij betrokken voelen, maar open en bloot in al zijn ongemakkelijkheid.”

Wat zeggen de reacties over Nederland?

“Dat er in de hoofden van veel mensen weinig ruimte is voor de mogelijkheid dat andere mensen een andere beleving van de geschiedenis hebben dan zij. Toen ik leerde over de Gouden Eeuw, wist ik dat mijn voorouders uit een kolonie kwamen en tot slaaf gemaakt waren.”

Kritiek is er ook uit serieuze hoek: directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum sprak over het wegpoetsen van de geschiedenis.

“Wij poetsen helemaal niets weg. Het zijn voor ons ook geen verboden woorden. Het gaat niet over schrappen, maar over het bespreekbaar maken van het fenomeen Gouden Eeuw. We moeten er juist goed en kritisch naar kijken waarom de Gouden Eeuw een gouden eeuw wordt genoemd en ruimte maken voor andere verhalen over dat tijdperk. De meeste mensen weten niet eens dat er in die tijd veel mensen van kleur waren in Amsterdam. De term Gouden Eeuw staat synoniem voor één perspectief: wit, rijk en machtig.”

Het Rijksmuseum heeft vier jaar geleden woorden als hottentot, eskimo en neger uit de omschrijving van zijn collectie gehaald.

“Heel mooi, maar dat betekent niet dat ze nu klaar zijn.”

Het Rijksmuseum zou ook de term Gouden Eeuw moet schrappen?

“Wij hebben onze eigen keuze gemaakt. Wat andere instituten doen, moeten ze zelf weten, daar wil ik niks over zeggen. Maar als een museum toekomst wil hebben, zal het er wel voor moeten zorgen dat het aantrekkelijk wordt voor bredere groepen.”

Staan bij u de zwarte Amsterdamse jongeren nu dan in de rij?

“Dat zullen we misschien niet direct bereiken, maar het streven is er. Er is een lange traditie van verzet tegen het feit dat witte instituten niet leveren als het aankomt op representatie.”

Premier Mark Rutte, zelf historicus, vindt het allemaal onzin. Hij riep op om trots te zijn op onze Gouden Eeuw.

“Dat is dus precies wat wij niet willen: mensen voorschrijven wat ze over de geschiedenis moeten denken en hoe ze zich daarbij dienen te voelen. Iedereen heeft er gevoelens over. Als dat trots is, is dat echt helemaal oké.”

U had ook kunnen zeggen: het zijn maar twee woordjes, laat lekker staan.

“Woorden zijn nooit zomaar woorden.”

Zijn er dan werkelijk mensen die zich er pijnlijk door getroffen voelen?

“Ja, inclusief mijzelf.”

Maar nu zijn er mensen pijnlijk getroffen door het schrappen van de term.

“Daarom snap ik die emoties juist zo goed. Het raakt mensen in hun overtuiging. Het is niet zo gek als je dan even schrikt. Ik begrijp heel goed dat mensen zeggen: maar onze verhalen dan? Moeten die nu weg? Dat is dus niet zo. Er hoeft niks weg, er is ruimte voor iedereen. Maar er moet wel wat bij.”

Limon werd in 1988 geboren in Leiden uit Surinaamse ouders en groeide, met een korte onderbreking op Aruba, op in het witte Kortenhoef. Ze koos voor een studie kunstgeschiedenis in Amsterdam. Voor de verhalen achter de schilderijen waar ze mensen urenlang naar zag kijken in het museum. Voor het mysterie van de kunst. Met de jaren, zegt ze, vond ze de woorden om uitdrukking te geven aan wat er altijd al in haar achterhoofd had gezeten: dat er meer was, dat de geschiedenis die ze op school had geleerd niet per se háár geschiedenis was.

Hebt u onderzoek gedaan naar uw eigen familiegeschiedenis?

“Wat ik weet, weet ik uit de verhalen. In Suriname is afkomst een groot ding. Als je terugkijkt in de stamboom van mijn familie, zie je dat de gezinssamenstellingen altijd heel gemengd zijn geweest. Dat is in Suriname gebruikelijk, maar onomstreden is het nooit. Welk bloed zit er niet in mij? In Suriname kun je daar lang over praten.”

Ziet u in het museum dingen die ik niet zie?

“In die valkuil moeten we dus niet trappen. Mensen hebben allerlei identiteiten en die brengen ze allemaal mee naar het museum. Dat is soms heel persoonlijk.”

Wat is uw persoonlijke blik?

“We hebben hier een avond gehad waarin we mensen van buiten het museum lieten praten over het schilderij Plantage Waterland, een suiker­plantage in Suriname. Een heel mooi, lieflijk schilderij met een bootje en de Nederlandse vlag. Wat wisten we ervan? In elk geval niet dat er een opstand was, die met veel geweld is neergeslagen. Daar was nog nooit onderzoek naar gedaan.”

Misschien hebben uw voorouders er gezeten?

“Precies.”

Is dat wat u dan denkt?

“Ik denk vooral: waarom is het zo’n lieflijk beeld? Wat was daarvan het doel? Ik herken de rivier. Ik ben er vroeger geweest en heb de verhalen over het leven op de plantage en over de slavernij gehoord. In die zin is het wel een persoonlijke ervaring.”

Voor het programma New Narratives vroeg het Amsterdam Museum mensen uit de stad om een rondleiding te geven en daarbij hun eigen verhaal te vertellen. “Een van hen was de schrijfster en politiek activist Hélène Christelle Munganyende,” zegt Limon. “Ze stond in onze Gouden Eeuwzaal, met allemaal gouden wanden om haar heen. Ze begon met een emotioneel gedicht over haar voorouders, voor wie de Gouden Eeuw helemaal niet van goud was. Een poging om te aarden, om die plek ook een beetje van haar te maken. Bij mij viel toen het kwartje. Ik dacht: als je als Nederlander zulke stappen moet maken om je thuis te voelen in ons museum, moet er echt iets gebeuren.”

Bent u niet uw doel voorbijgeschoten?

“Als je iets vindt, moet je ook beslissingen durven nemen. In 2016 organiseerden wij in het Amsterdam Museum de tentoonstelling Transmission, samen met transgender mensen. We hoorden dat ze onze toiletten niet erg inclusief vonden. Dan kun je natuurlijk zeggen: interessante kritiek, héél interessante kritiek. Om het verder totaal te negeren. Maar wij hebben de genderneutrale toiletten in het museum ge­Untroduceerd.”

Waarop het hele land schamperde: Amsterdamse gekkigheid!

“Maar wij zíjn het Amsterdam Museum. Bij ons moet élke Amsterdammer zich welkom voelen. Ook de mensen trouwens die nu zo boos zijn op ons. Wij willen niemand uitsluiten. Ik zou het echt jammer vinden als mensen onze beslissingen zo interpreteren. We zijn een museum met publiek erfgoed. Dat is van iedereen en voor iedereen. Of het nu gaat om culturele afkomst, om vrouwen of om mensen uit de lhbtqi+-gemeenschappen.”

Wat is het volgende dat wijkt in het museum?

“Dat weet ik niet.”

Wie ruimte wil, zal toch ook ruimte moeten maken.

“We kijken kritisch naar wat we hebben en wat we nog niet hebben. Het aanpassen van de collectie gebeurt eigenlijk altijd. Maar soms kan het ook gewoon gaan om een ander tekstje om een object toe te lichten.”

Imara Limon
Geboren op 20 oktober 1988 in Leiden

2000-2003 Colegio Arubano, Aruba, vwo
2003-2006 Comenius College, Hilversum, vwo
2006-2013 bachelor kunstgeschiedenis, master museumstudies en onderzoeksmaster cultural analysis, UvA
2016 tentoonstelling Zwart Amsterdam
2017-heden programma New Narratives in het Amsterdam Museum
2017 Museumtalent van het Jaar

Imara Limon woont in Amsterdam met haar partner en baby

Bewoners van kleur

Het Amsterdam Museum organiseert zondag een symposium voor vakgenoten en publiek over de vraag welke verhalen over de 17de eeuw zouden moeten worden verteld en door wie.

Ook opent, als start van de Black Achievement Month in oktober, de fototentoonstelling Hollandse Meester Her-Zien, over dertien Amsterdamse bewoners van kleur die volgens onderzoek leefden in de 17de en 18de eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden