PlusExclusief

Coldcaseteam verraad Anne Frank is geschrokken, maar neemt geen woord terug

Anne Frank en haar vader Otto (midden), onderweg naar de trouwerij van vrienden Miep en Jan Gies, juli 1941. Beeld GRANGER / The Granger Collection
Anne Frank en haar vader Otto (midden), onderweg naar de trouwerij van vrienden Miep en Jan Gies, juli 1941.Beeld GRANGER / The Granger Collection

Het coldcaseteam onder leiding van oud-FBI-agent Vince Pankoke zegt geschrokken te zijn van de kritiek van experts op hun onderzoek naar de verrader van Anne Frank.

Hanneloes Pen

Wetenschappers en andere onderzoekers lieten deze week weinig heel van de conclusie van het team dat de Joodse notaris Arnold van den Bergh aanwijst als degene die de Duitse bezetters attendeerde op de onderduikers in het Achterhuis.

Pankoke en journalist Pieter van Twisk voeren ter verdediging aan dat niet zij, maar een anoniem briefje de notaris als verrader heeft aangewezen. Het gaat om een briefje met de naam van Van den Bergh erop dat Otto Frank na de bevrijding ontving – en op die informatie is de conclusie van hun boek deels gebaseerd.

In hun reactie op de kritiek die het tweetal donderdag op zijn site heeft gezet, schrijven ze het onjuist te vinden hun onderzoek langs een wetenschappelijke meetlat te leggen en op die grond te veroordelen. ‘We kozen niet voor een historische wetenschappelijke benadering, maar voor een opsporingsbenadering.’

Hoofdverdachte

Tijdens het onderzoek bekeek het coldcaseteam zo’n dertig scenario’s. Het onderzoek eindigde bij één ervan. Dat Van den Bergh, lid van de Joodsche Raad, de verrader is geweest kreeg van Pankoke en Van Twisk de beoordeling ‘meest waarschijnlijk’. Ze beschouwen Van den Bergh ‘als hoofdverdachte en niet als dader’.

‘We verzamelden zo veel stukjes puzzel. Wat de critici doen, is steeds één stukje nemen om op grond daarvan te concluderen dat dat onvoldoende bewijs is voor onze conclusie,’ schrijven Pankoke en Van Twisk.

Van den Bergh zou in de oorlog een lijst met onderduikadressen als ‘levensverzekering’ hebben gebruikt voor hemzelf en zijn gezin. Experts noemden het bestaan van een lijst met onderduikadressen die in het ­bezit zou zijn van de Joodsche Raad, echter zeer onwaarschijnlijk.

Het coldcaseteam beweert diverse aanwijzingen te hebben voor het bestaan van die lijst. Het verwijst onder meer naar een afdeling van de Joodsche Raad in Westerbork die bezig zou zijn geweest Joden in de onderduik te benaderen om zichzelf vrij te kopen en naar getuigenissen en verklaringen, over onder meer Jodenjager Eduard Moesbergen die met een lijst van onderduikadressen zou hebben rondgelopen.

Dwang

Een ander argument van de critici is dat Van den Bergh ondergedoken zat en dat dat hem zou vrijpleiten. Pankoke en Van Twisk bestrijden dit: ‘Vanuit forensisch oogpunt moeten we vaststellen dat zijn eventuele onderduik hem niet vrijpleit. Sterker, het is zelfs zeer goed denkbaar dat hij op zeker moment, vlak voor of tijdens zijn onderduik, onder druk is gezet en daarom gedwongen werd mee te werken. Dit was de gebruikelijke modus operandi van veel Jodenjagers; als je iets te bieden had, kon je mogelijk de dans ontspringen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden