Amsterdam Bewaar

Centrum verklaart monumentale Van Houtenpanden vogelvrij

Een van de 14 Van Houtenpanden die aanvankelijk waren geselecteerd maar toch niet op de gemeentelijke monumentenlijst komen.
Een van de 14 Van Houtenpanden die aanvankelijk waren geselecteerd maar toch niet op de gemeentelijke monumentenlijst komen. © Walther Schoonenberg

De gemeente Amsterdam weigert 14 karakteristieke Van Houtenpanden uit de jaren dertig met monumentale elementen als monument aan te wijzen. Dat kan negatieve gevolgen hebben voor andere panden op de monumentenlijst die geen topmonumenten zijn.

De Van Houtenpanden hebben volgens de bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum weinig of geen monumentale waarde. De commissie leunt hierbij zwaar op een advies van deskundige ambtenaren.

De bestuurscommissie van het stadsdeel Centrum ging deze week in meerderheid akkoord met dit advies van het dagelijks bestuur aan de gemeenteraad. De bestuurders werden gesteund door een brief van topambtenaren van de gemeentelijke dienst M- en A, voorheen Bureau Monumenten en Archeologie (BMA).

Een eerdere studie van BMA, die de grappige jaren dertigpandjes tot monumenten verklaarde, ging daarmee de prullenbak in. Het nieuwe beleid betekent een zeer scherpe breuk met het verleden.

Niet terecht
Op basis van een grondige BMA-studie tien jaar geleden werd voorgesteld de groep van 14 Van Houtenpanden op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Tegenstanders zeggen nu dat dit met de huidige inzichten niet terecht was. De positie van de Van Houtenpanden die vanwege andere architectuurhistorische overwegingen op monumentenlijsten staan, en bij voorbeeld Rijksmonument zijn, is daarmee volgens sommigen zwakker geworden.

Het besluit kan in de jurisprudentie negatieve gevolgen hebben voor andere panden op de monumentenlijst die geen topmonumenten zijn.

Het gaat bij Van Houtenpanden veelal om woonhuizen uit de jaren dertig, die vanwege de nieuwe Woningwet van 1901 opnieuw werden opgetrokken en een nieuw uiterlijk kregen om aan de regels van het bouwbesluit te voldoen. Ze zagen er vaak wat vreemd, strak en modern uit, omdat bijvoorbeeld bovenverdiepingen ineens vanwege de minimum bouwhoogte even hoog moesten zijn als die van de begane grond.

Traditionele monumentenkenners vinden met de huidige inzichten een Van Houtenpand eerder een aanfluiting dan een sieraad in de stad.

Bouwinspecteur Eelco van Houten voegde na 1915 Amsterdamse elementen aan die toen moderne gebouwen toe en liet bijvoorbeeld oude geveltoppen uit de zeventiende eeuw ook op deze pandjes herplaatsen. Daarmee heeft hij het stadbeeld willen bewaren. Het resultaat is dat de Van Houtenpanden, die strikt genomen niet erg monumentaal zijn,  een bijzonder en waardevol beeld scheppen van de bebouwing in de stad in die  tijd.

Monumentenlijst
In mei wilde de bestuurscommissie al de hakken in het zand zetten en de groep van veertien Van Houtenpanden van de gemeentelijke monumentenlijst weren. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) was het daar niet mee eens en vond het (advies-)besluit aan de gemeente onvoldoende onderbouwd.

De bestuurscommissie floot daarop het algemeen bestuur terug. Dat heeft intussen advies ingewonnen bij de dienst M- en A. Ambtenaar Ellen van Kessel van M- en A., die de adviserende brief aan de bestuurscommissie schreef, uit daarin grote twijfels over de monumentwaardigheid van deze panden, waarvan haar bureau in 2007 en 2009 meende dat het belangrijke monumenten waren.

"De meeste waarde zit in de buitengevel met oudere herplaatste onderdelen. De architectonische waarde is daarbij betrekkelijk." Ook in de rest van haar brief is Van Kessel zuinig en terughoudend met het toekennen van monumentale waarde aan deze Van Houtenpanden.

Niet aangevochten
De VVAB betreurt het besluit, maar is verre van strijdbaar. De VVAB is ook niet komen inspreken. Bureausecretaris Walther Schoonenberg laat weten dat de vereniging het hierbij laat zitten. Het advies van de bestuurscommissie aan de gemeente wordt niet verder door de VVAB aangevochten. Er komen al helemaal geen juridische stappen. "De feiten spreken voor zich," schrijft Schoonenberg in een mail. Wel stelt het VVAB-bestuur in een openbare brief aan de bestuurscommissie dat zij het jammer vindt dat geen overleg met de vereniging heeft gepleegd.

Alles wat niet echt interessant is voor de architectuurgeschiedenis, en dat is veel, kan in die visie best met orde twee beschermd worden.

Vincent van Rossem

Vincent van Rossem, de intussen naar Texel verhuisde gepensioneerde ambtenaar van BMA die in 2007 het rapport voor behoud van de Van Houtenpanden schreef, is woedend. Hij hekelt de volgens hem ondeskundige draai van BMA waardoor de Van Houtenpanden vogelvrij verklaard zijn.

"Dit besluit van de bestuurscommissie maakt een eerder besluit van de stadsdeelraad ongedaan." De stadsdeelraad was nota bene een hoger orgaan, terwijl de bestuurscommissie slechts de gemeenteraad adviseert.

De Van Houtenpanden krijgen geen monumentale bescherming meer, maar nog wel 'orde 2-bescherming', waarbij in geval van sloop de architectonische waarde onderzocht moet worden. Dat is volgens Van Rossem geen garantie dat goed met de panden wordt omgegaan. Hij vindt de brief van Van Kessel onzorgvuldig geformuleerd: niets over interieurwaarden, geen woord over historische gevels.

De conclusie is volgens Van Rossem helder: "M- en A. gaat alleen nog voor topmonumenten." Advocaten kunnen met deze jurisprudentie volgens hem de monumentale waarden van duizenden andere monumenten in twijfel trekken.

Fel verzet
Altijd heeft Van Rossem, zo zegt hij, zich fel verzet tegen dit nieuwe Amsterdamse monumentenbeleid.

Ook in zijn tijd wilde BMA (nu dus M- en A.) en de gemeentelijke top alleen voor de topmonumenten gaan. Van Rossem: "Alles wat niet echt interessant is voor de architectuurgeschiedenis, en dat is veel, kan in die visie best met orde twee beschermd worden." Dat is volgens hem de bijl aan de monumentenzorg.

En Van Rossem tegenspreken deden ze bij BMA in zijn tijd niet graag. Hij heeft de vernieuwing lang tegengehouden. "Maar als de kat van huis is...," aldus Van Rossem. Een beetje bedroefd vat hij samen dat het natuurlijk heel goed mogelijk is te kiezen voor een ander soort monumentenbeleid. "Bijna al mijn collega's willen dat. Zo zijn kunsthistorici. Allemaal fijnproevers."

Maar dan vallen er wel veel monumenten over de rand en wordt Amsterdam toch een minder monumentale stad. En dan, tenslotte, zijn semi-ongeïnteresseerde commentaar op zijn Van Rossems: "Het kan mij niet schelen hoe het muntje valt, ik woon niet meer in dat pretpark."