PlusAchtergrond

Carrière maken in oud Amsterdam: voor notaris Jan de Vicq (1687-1752) was geen straat te ver

Vijgendam (nu de Dam) 16-18 met het Beurspoortje, met een doorkijkje naar de Beurssluis (richting Rokin). Midden in het poortje het uithangbord van de notaris. Tekening door Herman Schouten, 1796. Beeld Collectie Atlas Splitgerber / Stadsarchief Amsterdam
Vijgendam (nu de Dam) 16-18 met het Beurspoortje, met een doorkijkje naar de Beurssluis (richting Rokin). Midden in het poortje het uithangbord van de notaris. Tekening door Herman Schouten, 1796.Beeld Collectie Atlas Splitgerber / Stadsarchief Amsterdam

De Amsterdamse notariële akten bieden een fascinerend inkijkje in het dagelijks leven van arm en rijk. Maar leren ze ons ook iets over de notarispraktijken? Voor Alle Amsterdamse Akten, het jaarboek van genootschap Amstelodamum, gingen Myrthe Bleeker en Micaela Cabrita da Palma de handel en wandel na van achttiende-eeuwse notaris Jan de Vicq.

Myrthe Bleeker en Micaela Cabrita da Palma


Vroeger ging je voor elk wissewasje naar de notaris. De Amsterdamse notariële akten blijken daarom een buitengewoon rijke en diverse goudmijn voor historici. De documenten, van bevrachtingscontracten tot getuigenverslagen van overspel, bieden zeldzaam intieme inkijkjes in de pronkkamers aan de Herengracht tot diep in de sloppen van Vlooienburg.

Maar hoe zat het met de notarissen zelf? Neem Jan de Vicq jr. (1687-1752). Waar werkte hij en hoe zag zijn klantenkring er eigenlijk uit?

De overgrootvader van notaris Jan de Vicq jr. was een uit Hamburg afkomstige diamantsnijder en diens zoon en kleinzoon waren respectievelijk zilver- en goudsmid. Maar de jonge Jan begon in 1713 een notarispraktijk. Na een academische studie rechten in Leiden mocht hij ook het beroep van advocaat uitoefenen. In 1722 trouwde hij in Hoorn met de uit Oost-Indië afkomstige en vermogende Anna Nacken. Het huwelijk bleef kinderloos. Hun erfgenamen waren zijn broer Pieter en de kinderen van zijn zus Catharina.

Saillant detail is dat het bij notaris Fredrik Klinkhamer opgestelde testament is geschreven in het handschrift van De Vicq: hij heeft dus zijn eigen wilsbeschikking opgesteld. Uit dit testament van 14 juni 1752 blijkt dat zowel Jan als Anna ‘ziekelijk en zwak van lichaamen’ waren. Niet veel later overleed Jan en werd hij op 1 juli 1752 begraven in de Nieuwezijds Kapel aan het Rokin.

Drie dienstboden

Bij de start van zijn loopbaan hield hij waarschijnlijk kantoor bij zijn ouderlijk huis op de Oudezijds Voorburgwal. Na zijn huwelijk betrok hij een huis annex kantoor op het Rokin. Daar heeft De Vicq bijna dertig jaar gewerkt. Pas in september 1751 is in zijn protocol te zien dat een akte is gepasseerd op de Keizersgracht. Dit terwijl hij al in 1746 een huis aan deze gracht had gekocht. Mogelijkerwijs had De Vicq het huis verhuurd, of woonde en werkte hij op twee verschillende locaties.

In de boedelinventaris, opgesteld na het overlijden van zijn vrouw Anna, zijn zowel het huis aan het Rokin als dat op de Keizersgracht opgegeven. De verhuizingen laten goed zien hoe De Vicq carrière maakte en daardoor zijn kantoor kon verplaatsen naar nieuwere en meer vooraanstaande locaties in de stad. Deze opwaartse sociale mobiliteit blijkt ook uit de Personeele Quotisatie, een belastingheffing uit 1742, waarin staat dat De Vicq 3000 gulden per jaar verdiende – 600 gulden boven het gemiddelde notarisinkomen van die tijd.

In datzelfde belastingregister wordt ook vermeld dat in het huishouden van De Vicq drie dienstboden werkten, terwijl zijn collega-notarissen er meestal een of hooguit twee hadden. Financieel ging het De Vicq dus voor de wind. Toch is het totaal van 8597 akten tamelijk gering voor een bijna veertigjarige carrière als notaris. Het toont aan dat De Vicq ook actief was als advocaat.

Klanten van alle kanten

De Vicq was alsnog geregeld in touw als notaris. Uit onderzoek naar alle door De Vicq opgestelde testamenten blijkt dat hij voornamelijk op doordeweekse dagen werkzaam was, al kwam een drukke zaterdag ook zeker voor. Dit is ook terug te zien in zijn dagindeling, waarbij de meeste testamenten vooral in de late ochtend of aan het eind van de middag afgehandeld werden.

De werkdag hield echter niet op om vijf uur. In sommige gevallen moest in alle haast, ongeacht het tijdstip, een testament opgesteld worden omdat de testateur mogelijk snel het loodje zou leggen. De Vicq hield dus niet alleen kantoor aan huis, maar bewoog zich door Amsterdam om bij de klanten thuis zijn diensten te leveren. Hiervoor bezat hij vermoedelijk geen rijtuig, aangezien deze ontbreekt in zijn boedelinventaris.

Zelfs van buiten de stad wisten cliënten de weg naar zijn kantoor te vinden. Zoals een schipper uit het Zuid-Hollandse Langeraar die verschillende keren in Amsterdam zijn testament liet opmaken. Of de planter uit Berbice, een Nederlandse kolonie aan de noordkust van Zuid-Amerika, die tijdens zijn verblijf in Amsterdam zijn testament opstelde.

Het aantal kilometers dat De Vicq moest afleggen om bij zijn klanten te komen, en andersom, laat bovendien duidelijk zien dat hij verschillende bevolkingslagen van dienst was. Soms volstond een korte wandeltocht naar de grachtengordel, en in andere gevallen kwamen klanten vanaf Oostenburg zijn kant op. De beroepen die de ze uitoefenden, varieerden ook enorm: van bierdrager tot baljuw, en van pruikenmaker tot predikant. Daarnaast blijkt uit het aantal gezette kruisjes als handtekening in 2033 akten dat een deel van de klanten niet kon schrijven. Het feit dat veel handtekeningen geschreven waren in het Hebreeuws, of de vermelding ‘van de Hoogduitsche Joodse Natie’ kregen, toont ook dat De Vicq joodse klanten van dienst was.

Uit de akten van Jan de Vicq valt op te maken dat hij uit vrijwel iedere Amsterdamse wijk klanten ontving. Hij zocht de klanten echter ook zelf op, ongeacht de afstand, zoals de testamenten laten zien. Voor notaris Jan de Vicq was geen straat te ver.

Maarten Hell (red.) - Alle Amsterdamse Akten. Ruzie, rouw en roddels bij de notaris 1578-1915, Amstelodamum, €27,50, 208 blz.

Tien miljoen gescande pagina’s

In het Stadsarchief Amsterdam ligt het kilometerslange archief van de Amsterdamse Notarissen 1578-1915. Diep verstopt in de tienduizenden dikke boeken en bundels bevinden zich vele miljoenen akten met daarin grotendeels onbekende details over Amsterdammers en hun internationale netwerken. Mede dankzij de inzet van ruim 1200 vrijwilligers zijn er sinds 2016 bijna tien miljoen pagina’s gescand, waarmee een schat aan informatie beschikbaar is gekomen.

Alle Amsterdamse Akten. Ruzie, rouw en roddels bij de notaris, 1578-1915 is het eerste boek over de onderzoeksresultaten. Het overgrote deel van de twintig auteurs werkte mee aan het project als vrijwilliger, stagiair of medemerker van het Stadsarchief.

Lees meer op alleamsterdamseakten.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden