PlusAchtergrond

Camera’s aan: zo achterhaalt de politie de identiteit van rellende koffiedrinkers van het Museumplein

Op 24 januari verliep de tweede keer koffiedrinken niet vreedzaam. Beeld ANP
Op 24 januari verliep de tweede keer koffiedrinken niet vreedzaam.Beeld ANP

Vanaf de tweede zondagse coronademonstratie op het Museumplein is de politie voorbereid. De camera’s lopen om geweldplegers ook later te kunnen vinden. Veel werk maar succesvol, zeggen rechercheurs.

De 36-jarige vrachtwagenchauffeur Pim de V. (36) uit Almere stond er gekleurd op toen hij tijdens de demonstratie op zondag 17 januari een karatetrap uitdeelde tegen het gezicht van een ME’er. De ‘flying kick’ was op film vastgelegd en werd wijdverspreid in de media. De V. meldde zichzelf en stond twaalf dagen later al voor de rechter.

Ook van demonstrant Danny R. (36) uit Nijkerk waren die dag beelden gemaakt. Zijn beeltenis kwam in het tv-programma Opsporing Verzocht. R. had onder meer tegen het schild van een ME’er geschopt en geprobeerd een paard te trappen. Ook R. meldde zichzelf en kwam voor de rechter.

Beide mannen werden veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen agenten.

Ploertendoder

Zondag 17 januari was de eerste keer van het ‘koffiedrinken’ op het Museumplein, een eufemisme voor een niet aangemelde demonstratie tegen de coronamaatregelen. De oproep was gedaan door de actiegroep Nederland in verzet, opgericht door voormalig marktkoopman en evenementenorganisator Michel Reijinga. Zo’n 2500 betogers en relschoppers kwamen die eerste keer bijeen. De demonstratie liep uit op een heftige confrontatie waarbij 200 tot 250 personen zich schuldig maakten aan strafbare feiten als gooien met stenen naar agenten, schoppen van ME’ers, wapenstokken afpakken, losrukken van schilden en het vernielen van ME-busjes. Sommigen hadden vechthand­schoenen, slagwapens, molotovcocktails, pepperspray en zwaar vuurwerk bij zich. Drie politiepaarden werden afgetuigd met een verboden ploertendoder. Waterkanonnen werden ingezet toen de relschoppers weigerden te vertrekken, waarna het plein werd schoongeveegd door de ME.

Reijinga deed een tweede oproep om ‘een kopje koffie’ te drinken op zondag 24 januari. Ook die dag liep de demonstratie uit de hand. De politie hield weliswaar 190 relschoppers aan maar er waren veel meer overtreders. Tijdens het ‘koffiedrinken’ op het Museumplein werden de demonstranten op beide zondagen vanuit verschillende hoeken, via bodycams en met drones gefilmd door de politie.

Veldslag

“Ik zag een veldslag op het Museumplein. Velen gingen op de vuist met politieagenten. Er werden die eerste dag 143 mensen opgepakt, maar veel meer mensen maakten zich schuldig aan wangedrag,” zegt rechercheur Ben – vanwege zijn werkzaamheden wil hij niet met zijn achternaam in de krant. Hij is een van de in totaal 65 rechercheurs die meewerkten aan het onderzoek naar het geweld op het Museumplein. Er werden filmbeelden van de eerste twee zondagen bekeken waarbij zo’n honderd onbekende mensen in beeld kwamen die zich schuldig maakten aan openlijke geweldpleging. Hun foto’s zijn verspreid onder de politiekorpsen in heel Nederland. Een deel van de beelden is daarna op politie.nl gezet.

Ben: “Het eerste doel hiervan was het identificeren, opsporen en aanhouden van deze verdachten. Daarbij willen we een signaal afgeven aan de maatschappij en daarmee zeggen: als je openlijk geweld pleegt, weten we je te vinden. Je bent niet anoniem.”

Collega-rechercheur Elke, ook geen achternaam: “Het geldt tevens als waarschuwing. De boodschap is: weet dat we de beelden hebben en weet ook dat we ze zullen verspreiden.”

Cowboyhoed

Naast eigen foto- en filmopnames bekeek de politie ook amateurbeelden op sociale media als Instagram, YouTube en Facebook en uitgezonden tv-beelden van onder meer AT5 en NOS. Ben: “Je let op alle details: kleding, kapsel, een cowboyhoed en opvallende tatoeages van een persoon. Je volgt zijn stappen aan de hand van verschillende beelden. Het plan was om de eerste groep geweldplegers van 17 januari te identificeren en vast te zetten voor de 24ste. Dit lukte niet, want het bleek een monnikenwerk te zijn.”

De identificatie verliep ook moeilijker dan aanvankelijk werd gedacht. Ben: “We kennen onze pappenheimers van bijvoorbeeld voetbalrellen, maar op het Museumplein stond een gezelschap van allerlei pluimage: van stratenmakers, loodgieters tot directeuren, van 17 tot 72 jaar. Velen waren nooit met de politie in aanraking gekomen en zo’n tachtig procent van de mensen kwamen niet uit Amsterdam. We herkenden veel mensen niet.”

De foto’s van honderd onbekende verdachten zijn intern verspreid naar alle politiekorpsen in Nederland en vervolgens met toestemming van het OM online gezet of getoond bij Opsporing Verzocht tussen 26 januari en 9 maart. Dat laatste gebeurde bij 32 verdachten.

Er zijn inmiddels 65 mensen geïdentificeerd. Ben: “Collega’s uit bijvoorbeeld Leeuwarden, Arnhem en Zwolle kwamen met de namen. Een aantal verdachten is herkend door de Amsterdamse politie.”

Ongenoegen en verontwaardiging

De politie kreeg daarnaast veel hulp van burgers, familieleden, buren of de werkgever van verdachten, en anonieme tips. Elke: “We hebben ook op onze eigen kanalen beelden gedeeld, op onder meer Twitter. Er werd heel veel gere­tweet.”

Ben: “Het maatschappelijk ongenoegen en de verontwaardiging over het gebeuren waren heel groot. De meeste verdachten zijn door burgers gemeld. We hebben de maatschappij echt nodig.”

Mensen die door hun omgeving werden herkend, kwamen zichzelf veelal melden. “Het zijn geen geharde criminelen. Velen vertoonden kuddegedrag,” zegt Ben.

Ben en Elke zijn tevreden over de vele aanhoudingen. Ben: “Soms heb je een beeld van iemand die twintig keer een steen gooit maar niet te identificeren is, terwijl je wel iemand kan pakken die één keer iets gooit. Dat is jammer, maar ruim de helft van de verdachten konden we gelukkig aanhouden.”

De meeste verdachten kregen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enkele weken. Hun beelden zijn na identificatie offline gehaald. Er staan momenteel bijna dertig verdachten op politie.nl die nog worden gezocht.

Karatetrapper De V. kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een werkstraf van 120 uur. Hij was niet uit op rellen, maar had zich laten meeslepen, zei hij tegen de rechter. Het OM is in hoger beroep gegaan.

Beelden van gewelddadige demonstranten op politie.nl, mag dat?

Het OM kan op verzoek van de politie toestemming geven beelden aan het publiek te tonen van personen die verdacht worden van een strafbaar feit. De privacybelangen worden daarbij, aldus het OM, zorgvuldig afgewogen. Eerst moeten andere opsporingsmiddelen iets opleveren, of de verspreiding van de beelden onder politiemensen in de regio. Lukt dat niet, dan is de volgende stap regionale verspreiding bij opsporingsprogramma’s, op billboards en sociale media. Daarna kan hetzelfde nationaal gebeuren.

Onrust in de samenleving

“In deze zaken had de groep er bewust voor gekozen geweld tegen politiemensen te gebruiken, terwijl daar geen enkele aanleiding voor was. Het OM heeft nadrukkelijk gekeken naar de ernst van de totale openlijk geweldpleging in combinatie met het aandeel van ieder individu,” zo laat een OM-woordvoerder weten. Dat leidde tot snelle landelijke vertoning. “In deze zaken waren geen andere opsporingsmiddelen behalve de beelden, had de interne verspreiding niets opgeleverd, was sprake van onrust in de samenleving en werd de kans op herhaling groot geacht. Uit eerdere aanhoudingen is gebleken dat de meeste verdachten van buiten Amsterdam kwamen, wat het lokaal tonen van de beelden niet zinvol maakte.”

Bij de Autoriteit Persoonsgegevens zijn nog geen klachten binnengekomen van verdachte demonstranten over de publicatie van hun foto online.

De stichting Privacy First vindt het online zetten van de foto’s van demonstranten die openlijk geweld plegen tegen agenten erg ver gaan. “Het moet worden gebruikt in extreme gevallen, want als een gezicht eenmaal op internet staat, komt dat er niet meer af. Mensen downloaden de foto’s, zodat ze blijven rondzwerven op internet,” zegt directeur en jurist Vincent Böhre van Privacy First. Deze organisatie zet zich in voor het recht op privacy.

Getuigenonderzoek

“De politie moet goed kijken of dit wel het uiterste redmiddel is. Ze zouden ook een getuigenonderzoek kunnen doen. Justitie en politie zouden dit niet op eigen houtje moeten doen. Een speciale onafhankelijke toetsingscommissie bestaande uit juristen zou zich erover moeten buigen.”

De grens om dergelijke opsporingsmiddelen te gebruiken ziet Böhre steeds vaker worden opgerekt. “Het is een hellend vlak. Tien, twintig jaar geleden was het tonen van foto’s van verdachten uitzonderlijk. Het werd gedaan bij moordzaken, ontvoeringen en verkrachtingen. De digitale schandpaal is steeds vaker een middel van opsporing geworden.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden