Bruin Kok.

Plus Ten slotte

Bruin Kok (1937-2019): ‘De palingboer is niet meer’

Bruin Kok. Beeld privéfoto

Vijftig jaar lang verkocht Bruin Kok (82) paling in de Amsterdamse cafés. Zelfs op het laatst, vanachter zijn rollator, bleef ‘Bruintje’ venten. ‘De Palingboer is niet meer.’

Vijftig jaar lang liep, nee, holde hij van kroeg naar kroeg met de paling onder zijn arm. Elk bruin café in Amsterdam kende hij, alle vaste gasten kenden hem. Zelfs in zijn laatste jaren, steeds slechter ter been en achter zijn rollator, kwam Bruin Kok (82) nog vanuit Volendam naar de Amsterdamse kroegen om vis te verkopen.

‘He goochelaar, jij lust toch wel een pondje? Ah, ik zie het al, jij kan het niet betalen!’ Het was een van de zinnen die Bruin Kok lachend tegen zijn klanten zei, ook als hij ze niet kende. “Hij praatte als een mitrailleur. Alles gooide hij eruit, tegen iedereen,” zegt Jan Smit (68), al meer dan veertig jaar een goede vriend. “Maar nooit was hij beledigend. Hij was graag gezien.”

Hart van goud

In de kroegen beamen ze dat. Een joviale man, een goede peer, een unieke vent, een begrip, hart van goud, bracht leven in de brouwerij, alleen maar grappen, nooit pissig gezien, de laatste der Mohikanen.

Ze herinneren hem vanwege zijn Volendamse klederdracht. Om ‘het kleintje’ dat hij altijd dronk, één biertje om daarna weer naar het volgende café te gaan. Nooit bleef hij lang hangen, wel nam hij altijd even de tijd voor je, zegt ook Diny Kooijman (75), barvrouw van café Dijk 120. Sinds 1970 zag ze ‘Bruintje’ voorbij komen.

In 1937 kwam Kok in Volendam ter wereld. Hij was de oudste van elf broers en zussen. Terwijl zijn ouders naar Hoorn verhuisden en daar het café ’t Volendammertje begonnen, bleef hij met twee broers achter in Volendam. Hier ging hij naar de kostschool, die hij op zijn veertiende verliet. Geld verdienen, hard werken.

Zijn eerste baan was bij een palingrokerij. Daarna werkte hij in verschillende fabrieken en als opperman bij een bouwbedrijf. Hij deed wat hem gevraagd werd en met tomeloze inzet. “Hij had zoveel energie. ADHD noemen ze dat nu,” zegt Smit. “Hij mocht altijd twee uur eerder weg, omdat hij het dubbele werk had gedaan van wat de anderen deden.”

‘s Ochtends om zes uur de bouw in, zodat hij ‘s middags rond vier uur weer naar Amsterdam kon gaan. Venten. Bijverdienen. Hij nam vaste bestellingen voor cafés mee en verkocht in elke kroeg ook wat losse paling, soms ook garnalen, haring en zalmsalades. Paling fileren deed hij ook in de kroegen.

Drie kinderen

Met zijn vrouw Griet Kes kreeg hij drie kinderen: Ben, Martin en Ruud. Zonen die af en toe meegingen naar Amsterdam om te helpen. “Als klein jongetje al,” zegt de oudste Ben Kok (53). “Echt samen de cafétjes afgaan.”

Zoon Martin ging ook mee. “Die vond het spannend in de kroegjes daar,” zegt Smit. Het werd het begin van een lange criminele tijd. En veel verdriet voor Bruin en het gezin.

Drie jaar geleden werd Martin geliquideerd nadat hij als misdaadverslaggever schreef over andere criminelen en hun activiteiten. Smit: “Het laatste jaar, als Martin ter sprake kwam, brak Bruin iedere keer weer. Het blijft toch je kind waar je van houdt.”

Bruin bleef naar de Amsterdamse kroegen komen. Hij bleef venten, nog ‘een kleintje’ nemen. Hij liep zolang mogelijk door, tot hij echt niet meer kon. Totdat de ziekte hem te veel werd.

Afgelopen woensdag overleed Bruin aan de gevolgen van kanker. ‘De Palingboer is niet meer’ staat er op zijn condoleancekaart. Amsterdam is een icoon kwijt.

De uitvaartdienst wordt zaterdag 14 september om 10.30 in de Vincentiuskerk in Volendam gehouden.

Bekijk hier de documentaire over Bruin Kok. Gemaakt door Rob van Houten:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden