Plus Analyse

Brandend blok aan het been

Bij de afvalovens van AEB was de nood deze week zo hoog dat het stadsbestuur zelfs dacht aan faillissement. Daarvoor lijkt het te laat: de stad kan al lang niet meer zonder het afvalenergiebedrijf.

Huisvuil ligt te wachten op nascheiding in een hal van AEB op de Amerikahavenweg. Beeld Mariette Carstens/HH

Het lijkt soms wel of in de ovens van afval­energiebedrijf AEB vooral geld wordt verbrand. Sinds 2008 hebben grote en kleinere crises steeds voor tegenvallers gezorgd die in de miljoenen euro’s liepen en uiteindelijk altijd weer moesten worden opgebracht door de gemeente Amsterdam. Dat was immers de eigenaar en, sinds de verzelfstandiging in 2014, de enige aandeelhouder van AEB.

Nu het maar niet lukt de veiligheid in de twee afvalverbrandingsfabrieken in de Amsterdamse haven onder controle te krijgen, wordt een nieuwe zwarte bladzijde toegevoegd aan de geschiedenis van AEB. Deze week ging het vuur uit in vier van de zes verbrandingslijnen, 70 procent van de capaciteit. Volgens betrouwbare bronnen kunnen de kosten om alles weer op ­orde te krijgen oplopen tot 150 miljoen euro.

De gemeente wilde gisteren AEB overeind houden met een noodkrediet van 6 miljoen ­euro. Daarmee bleven de financiële problemen voor AEB levensgroot, maar het stadsbestuur wilde het bedrijf niet kopje onder laten gaan. Dat was geen uitgemaakte zaak. Het stadsbestuur is het gedoe rond de vuilverbranding zo zat dat het zelfs een gecontroleerd faillissement van AEB als optie heeft onderzocht. Dit scenario, inclusief een gedeeltelijke verkoop van ­gezonde bedrijfsonderdelen, presenteerden de wethouders Udo Kock (Deelnemingen) en Marieke van Doorninck (Duurzaamheid) ook in een besloten overleg aan de gemeenteraad.

Afval in de straten van Amsterdam. De Vereniging Afvalbedrijven slaat alarm wegens de problemen bij de Amsterdamse afvalenergiecentrale AEB. Daar werden vorige week vier van de zes verbrandingslijnen stilgelegd om veiligheidsredenen. Beeld ANP/Ramon van Flymen

Voor oppositiepartijen VVD en de Partij van de Ouderen was het een verleidelijke gedachte. “Als het echt zo erg is als in de kranten staat, zijn een faillissement of verkoop voor ons allebei opties,” zegt VVD-raadslid Marianne Poot. “Als een bedrijf al zo lang niet levensvatbaar is, dan verdwijnt het. Zo werkt de wereld.”

Wie alleen kijkt naar de afvalverbranding komt eenvoudig tot de conclusie dat faillissement een optie is. Het AEB houdt al jaren weinig over aan het verbranden van afval, juist door overcapaciteit op de markt. Dus bedrijfsafval en huisvuil uit de stad kan, met wat planning en extra kosten, elders in Nederland worden verwerkt, zegt afvalverwerker Suez.

De gevolgen zijn voor Engeland. In Nederland wordt veel Brits afval verbrand, als die contracten worden afgekocht is er genoeg capaciteit voor al het Amsterdamse afval. De elektriciteit die AEB opwekt is mooi meegenomen, maar niet noodzakelijk. De makkelijke conclusie: Amsterdam heeft eigen afval- en energiebedrijf helemaal niet nodig.

Toch is sluiting van AEB vooral een theoretische optie. Want in tientallen jaren is het bedrijf uitgegroeid tot veel meer dan een vuilverbrander alleen. AEB is verstrengeld geraakt met vier andere belangen en publieke taken van de gemeente Amsterdam. Vandaar ook dat de problemen bij AEB voor zo veel hoofdbrekens zorgen op het stadhuis. AEB lijkt too big to fail.

1. Zonder AEB zitten 30.000 Amsterdamse ­huishoudens in de kou.

In Noord en Nieuw-West hebben 30.000 huishoudens geen verwarming op gas, maar stadsverwarming. De warmte daarvoor wordt opgewekt bij AEB. In de zomer zijn de gevolgen voor de verwarming van de huizen te overzien, maar al deze woningen zijn voor warm water ook ­afhankelijk van warmte van AEB.

Daar komt bij dat de gemeente grote ambities heeft om snel meer woningen van het gas te halen. En bijna alle buurten die het stadsbestuur op het oog heeft – zoals de Van der Pekbuurt, de Banne of delen van Nieuw-West – zouden hun warmte krijgen van AEB. Zeker tot in 2025 zijn daarvoor weinig alternatieven. Het stadsbestuur noemde de afvalverbranding onlangs nog ‘een onmisbare warmtebron’.

Hoezeer de gemeente en AEB met elkaar vervlochten zijn, blijkt wel uit een rapport dat de Amsterdamse Rekenkamer vorig jaar heeft opgesteld. De gemeente staat als gevolg van toezeggingen uit het verleden garant voor de levering van warmte, mogelijk zelfs tot 2047. De Rekenkamer oordeelde in zijn rapport dat de gemeente daardoor grote risico’s loopt als de afvalovens van AEB zouden wegvallen. De stad kan wel verder willen zonder AEB, het kan niet zonder de warmte die het bedrijf levert.

2. De gemeente heeft al veel geld geïnvesteerd om AEB overeind te houden.

Vanuit financieel oogpunt is opheffing van AEB het aanlokkelijkst. Want de sombere economische vooruitzichten op de afvalmarkt maken een rendabele bedrijfsvoering voor AEB alleen maar ingewikkelder. Het is al jaren de bedoeling AEB te veranderen van een vuilverbrander naar een grondstoffenfabriek, door verbrandingsovens te vervangen door na-scheidingsinstallaties.AEB wordt weliswaar steeds beter in de productie van deze grondstoffen, met name plastics en papier, maar de prijzen van veel gerecyclede producten zijn de laatste tijd scherp gedaald. Ook de stroomprijs – bij AEB wordt met de warmte van het verbrande afval elektriciteit gemaakt – is zeer onvoorspelbaar door het grote aanbod van goedkope stroom uit Duitsland. Het overheidsbeleid om afval meer en meer te recyclen, zal leiden tot een geringer aanbod van brandbaar afval en in het verlengde daarvan een kleinere energieproductie en dus minder inkomsten.

Een argument om AEB overeind te houden is dat de gemeente de afgelopen jaren al veel geld in het bedrijf heeft gestoken. De nieuwbouw van de verbrandingscentrale kostte in 2006 450 miljoen euro, daar kwam in 2008 zeker 45 miljoen bij wegens een technisch probleem en in 2015 nog eens 89 miljoen omdat de boekwaarde van het bedrijf niet overeenkwam met de realiteit. Verder staat er in de gemeentelijke boeken nog een achtergestelde lening aan AEB van 108 miljoen euro.

De komende twee maanden is er hoe dan ook 28 miljoen euro nodig om de centrale draaiende te houden, die is de gemeente kwijt ongeacht de toekomst. Nu de stekker eruittrekken betekent dat al dat geld als verloren kan worden beschouwd.

3. Het stadsbestuur wil meer afvalscheiding, bij AEB staat een scheidingsinstallatie.

Amsterdammers scheiden hun afval relatief slecht. Hooguit zo’n 30 procent van het papier, plastic, groenafval en glas wordt netjes apart gehouden. Het landelijk gemiddelde ligt op minstens 50 procent. Dat is de gemeente een doorn in het oog. Al in 2020 moet 65 procent van het afval worden gescheiden, zo besloot het vorige stadsbestuur.

Dat lukt alleen met AEB. Daar staat een nieuwe scheidingsinstallatie die plastic, papier en metaal uit het huisvuil haalt, waardoor de ­afvalscheiding in één klap 9 procent verbetert. Door daarna een reststroom van organisch ­afval te vergisten kan het percentage nog verder worden opgekrikt. Zo zijn ook op dit gebied de duurzaamheidsambities van de gemeente ­direct afhankelijk van AEB.

Probleem is wel: de eind 2017 opgeleverde scheidingsinstallatie is nog bepaald geen succes. Het lukte AEB en de leverancier maar niet de machine zo af te stellen dat alle afvalstromen goed worden herkend. De opbrengst bleef tot begin dit jaar ver achter bij de verwachtingen waardoor AEB mogelijk een door de gemeente beschikbaar gestelde reserve van 7 miljoen euro moet aanspreken. Volgens een AEB-woordvoerder gaat het de laatste maanden beter, beetje bij beetje.

4. AEB verbrandt ons slib uit het riool.

Ook bij de verwerking van slib uit de rioolwaterzuivering zou het wegvallen van AEB een gevoelig verlies zijn. In het zuiveringsslib zit van alles wat we in Amsterdam door de wc en de gootsteen spoelen. De smurrie die overblijft ­nadat Waternet er alle nuttige grondstoffen uit heeft verwijderd, wordt bij AEB verbrand, of ­beter gezegd: meeverbrand. Slib gaat namelijk alleen in vlammen op als het met brandbaar materiaal wordt gemengd.

Nederland heeft zelfs met de ovens van AEB een tekort aan verwerkingscapaciteit. De nood is hoog, ‘binnen enkele weken’ moet er een ­oplossing zijn. De slibopslag bij Waternet loopt snel vol, het gaat om acht vrachtwagens per dag. In het uiterste geval kan Waternet zich gedwongen zien het in het Noordzeekanaal te kieperen – een cynisch alternatief voor een stad die duurzaamheid tot prioriteit heeft gemaakt.

108

De gemeente Amsterdam heeft AEB ook nog een achtergestelde lening verstrekt van 108 miljoen euro. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden