PlusAchtergrond

Bouwen moet sneller: ‘Bouwen op de plek waar het huis moet komen is ouderwets’

In de regio Amsterdam moeten de komende tien jaar 175.000 woningen worden gebouwd. Het is aan de nieuwe bouwambassadeur Lex Brans om de bouw te versnellen waar dat mogelijk is.

Lex BransBeeld Lin Woldendorp

Hij heeft geen stenen, geen cementmolens en ook geen pannenbier om uit te delen. Overleg en ondersteuning zijn de belangrijkste wapens van Lex Brans, onlangs aangesteld als bouwambassadeur in Noord-Holland met als opdracht de woningbouw te versnellen waar dat kan. “Dat betekent vooral veel gesprekken voeren met gemeenten en ontwikkelaars,” legt Brans uit. “Hoe staat het met de projecten en wat kunnen wij als provincie doen om jullie te helpen? Dat kan hulp bij de bestuurlijke voorbereiding zijn van een bouwplan, maar ook ondersteuning in de papierwinkel bij het aanvragen van een subsidie of een vergunning.”

Brans (65) was eerder directeur van Kinetisch Noord, de stichting achter de NDSM-werf, stadsdeelsecretaris in Noord, directeur van het Amsterdamse Bureau Grotestedenbeleid en projectleider bij de Metropool Regio Amsterdam. Zijn vizier is nu gericht op de woningbouw tot 2030, in totaal 1700 bouwprojecten. Dat zijn samen 175.000 woningen in de metropoolregio Amsterdam en nog eens 40.000 in de rest van Noord-Holland. “Wij houden ons bezig met 250 grote projecten in de regio Amsterdam. Daar valt met een versnelling veel winst te behalen. De regio Amsterdam moet je wel ruim zien. We praten over buurgemeenten als Haarlemmermeer en Amstelveen, maar ook over Almere en Lelystad.”

Het duizelingwekkende aantal van 175.000 woningen komt neer op  twee keer het aantal woningen van Almere, en dat in tien jaar tijd. Brans wijst erop dat stampen niet het doel op zich is. “Dat alleen levert nog geen aantrekkelijke steden op. Het draait om de samenhang. Binnen de metropoolregio spreken we van een polycentrisch model: Amsterdam als centrum met daar omheen negen middelgrote steden, elk met een eigen identiteit. De ontwikkeling van die steden moet ook aansluiten bij dat karakter, zodat er een gevarieerd geheel ontstaat waar mensen de woonplaats kunnen kiezen die bij hen past.”

Dubbele cijfers

Dat laatste klinkt als toekomstmuziek in een overspannen woningmarkt waar betaalbare huisvesting een schaars goed is geworden. “De grote behoefte gaat inderdaad uit naar sociaal en middelduur,” zegt Brans. “Twee derde van de hele woningproductie moet daarop gericht zijn. De corporaties spelen een grote rol, maar ook de pensioenfondsen en andere investeerders die tevreden zijn met een redelijk rendement. Dat zijn onze natuurlijke bondgenoten, niet de ontwikkelaars die uit zijn op dubbele cijfers. We bekijken nu of het mogelijk is in de gemeenten een specifiek grondbeleid op te zetten dat extreme prijsopdrijving tegengaat.”

De nieuwe woningen komen voornamelijk in het stedelijke gebied. De groene ruimte tussen de steden moet vooral groen blijven, vindt ook Brans. “Er gaan nog wel stemmen op om nieuwe bouwlocaties in de polder te zoeken zoals vroeger, maar vandaag de dag is dat bijna een onzedelijke optie. We weten we dat de natuur nergens in Europa zo zwaar is aangetast als in ons land. Alle reden om zuinig te zijn om wat er nog is. We hebben de natuur hard nodig om een aantrekkelijk woongebied over te houden, zeker met steden die alleen maar voller worden.”

Zwaar verouderd

Waar ziet hij mogelijkheden voor zijn versnellingsopdracht? “Bijvoorbeeld in de bouw zelf. Er wordt nog steeds gewerkt op een manier die eigenlijk zwaar verouderd is, bouwen op de plek waar een woning moet komen. Dat is duur en tijdrovend. Een interessant alternatief is modulair bouwen, waarbij elders in het land in een fabriek delen van een woning worden gemaakt die op de bouwplaats in elkaar worden gezet. Houtbouw biedt daartoe allerlei interessante mogelijkheden en levert ook nog eens kwalitatief uitstekende woningen op.”

Ook in de planning en de besluitvorming valt nog veel tijdwinst te halen. “Het zijn complexe processen. Amsterdam heeft ontzettend veel deskundigheid in huis, maar voor kleinere gemeenten is het soms een hele kluif. We moeten ernaartoe dat er in de regio beter gebruik wordt gemaakt van de aanwezige expertise in andere gemeenten. Een goede samenwerking leidt tot een betere voorbereiding van projecten en een snellere besluitvorming. Gemeenten blijven natuurlijk autonoom, maar het is belangrijk dat zij ook oog hebben voor het grotere belang van de hele regio.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden