PlusInterview

Bijzonder hoogleraar Caroline Nevejan: ‘Ik gooi wat olie in de raderen van de stad’

Caroline Nevejan is ‘chief science officer’ van Amsterdam en bijzonder hoogleraar designing urban experience aan de UvA. ‘Doel is de juiste kennis op het juiste moment, op de juiste plek met de juiste mensen.

Caroline Nevejan: ‘Ik ga niet méér onderzoek naar Amsterdam genereren, maar vooral wat er gebeurt zichtbaar en vindbaar maken.’Beeld Getty Images/iStockphoto

‘Eigenlijk vind ik de naam chief science officer een te Engelse titel en gebruik ik liever chef samen onderzoek,” zegt Caroline Nevejan met een glimlach. “Het zijn dezelfde letters.”

Drie jaar geleden werd ze als cso aangesteld met als taak ervoor te zorgen dat er synergie ontstaat tussen het onderzoek van de universiteiten en de hogescholen en de uitdagingen van Amsterdam. Denk aan zaken als kansengelijkheid, energietransitie, mobiliteit en duurzaamheid. “Ik zie Amsterdam als een lerende stad,” zegt Nevejan. “We zoeken hier samen dingen uit, we lossen ze op, en fouten maken hoort erbij. Leren is een proces van samen onderzoek doen, van niet weten naar wel weten, waardoor we kunnen verbinden met elkaar. Het is van alle leeftijden.”

Als cso moet u verbinding maken met alle Amsterdamse kennisinstellingen.

“In Amsterdam heb je de VU, de UvA, zijn er verschillende hogescholen, het ROC en nog meer onderwijsinstellingen. Mijn taak is ervoor te zorgen dat mensen elkaar kunnen vinden. Stel dat iemand van de Hogeschool van Amsterdam bezig is met het thema ‘drukte in de stad’, dan is het voor hem of haar interessant een collega bij InHolland of de Rietveld Academie te vinden die nadenkt over hetzelfde onderwerp.”

Dat gebeurt nu niet?

“Het kan altijd beter. Je hebt mensen van dezelfde faculteit die soms niet weten waar hun collega’s aan werken. Ik ga dus niet méér onderzoek genereren, maar vooral wat er gebeurt zichtbaar en vindbaar maken. Het gaat om kennisdelen en om het aanreiken van gereedschap zodat mensen die aan hetzelfde werken met elkaar contact kunnen maken.”

Het ligt voor de hand dat u met de plaatselijke hogescholen en universiteiten samenwerkt. De samenwerking met het ROC vind ik verrassender.

“Het ROC hoort er bij. Het is een grote speler, waar we meer mee willen doen. Zeker als je kijkt naar de nieuwe beroepen die er ontstaan in de zorg of door de energietransitie. Op alle terreinen, ook bij het ROC, verandert de kennis die we nodig hebben.’

Een cso is een bestuurlijke baan, maar u doet nog steeds onderzoek.

“Dat klopt. Al vijf jaar doe ik onderzoek naar het ritme in de stad. Als we iets doen in ritme, kost het minder energie en ontstaat verbinding meer vanzelf. De natuur bestaat in ritme, wij bestaan in ritme fysiek, maar ook ons sociale leven kent vele ritmes. Werk, school, sport en feesten zijn vaak gebaseerd op ritmes in tijd en ruimte. Als onderzoekers kijken we naar sociale activiteiten, naar bewegingen van mensen en naar verkeersstromen bijvoorbeeld. We doen dit onderzoek samen met stadsdeel Zuidoost en gebruiken de data van Amsterdam OIS.”

Leg eens uit.

“Samen met promovendus Pinar Sefkatli en studenten, hebben we een casestudie met alleenstaande jonge moeders gedaan. Voor deze groep zijn verschillende services bedacht die weinig worden gebruikt. Na analyse blijkt dat het ritme van de moeders niet matcht met de ritmes van de aangeboden services. Ons advies was dat er geïnvesteerd moest worden in zogenoemde buurtkamers, een plek voor en door bewoners. Daar komen die moeders namelijk wel en is het niet erg als je baby huilt. In die buurtkamer kun je bijvoorbeeld een formulier invullen en vragen stellen, terwijl je kind lekker aan het spelen is. Pinar Sefkatli en ik doen op dit moment een ‘ritmeonderzoek’ naar zwerfvuil. In samenwerking met de reinigers van de afdeling Schoon onderzoeken we hoe zwerfvuil ontstaat en hoe het komt dat in bepaalde huizenblokken veel zwerfvuil rondslingert en in andere huizenblokken niet. En dat brengen we dan weer in verband met de data van de Meldingen Openbare Ruimte Amsterdam om te kijken hoe we het schoon houden kunnen verbeteren.”

U bent de spil tussen de gemeente, de eerdergenoemde kennisinstellingen, de Amsterdam Economic Board en de regio. Best stroperige en formalistische organisaties waar het lastig mee doorpakken is.

“Soms zeg ik met een knipoog dat ik een olievrouwtje ben. Ik gooi af en toe wat olie in de raderen. Belangrijk is dat bestuurlijk door b. en w. en de verschillende colleges van bestuur is besloten samen een duurzame kennisinfrastructuur vorm te geven. Daarom heb ik met mensen uit de verschillende kennisinstellingen een nieuw onlineplatform opgezet: openresearch.amsterdam. Op dit platform wordt onderzoek, kennis en innovatie over Amsterdam en de metropoolregio verzameld en gedeeld. Mensen kunnen hier hun eigen werk laten zien en automatisch zie je wie er met hetzelfde onderwerp bezig is. Al meer dan honderd mensen uit faculteiten, instituten en directies werken mee als redacteur en publiceren wat er in hun omgeving aan onderzoek gebeurt.”

“Stel dat ik als wetenschapper iets doe met energietransitie, dan zie ik met een druk op de knop welke ambtenaar ook met dat onderwerp bezig is, welke onderzoeksgroep bij een andere universiteit en dat er bijvoorbeeld ook een bewonerscollectief iets mee doet. Ook zie je onverwacht, dat bijvoorbeeld iemand bij de GGD ook nadenkt over energietransitie en dat de kunstacademie hier een groot project over doet. Als de goede mensen elkaar ontmoeten, ontstaat er vanzelf een feestje.”

Waarom?

“Je krijgt synergie tussen de verschillende vormen van kennisontwikkeling en zo wordt het werk van deze mensen rijker, beter en spannender.”

Moet de doorsnee Amsterdammer de site ook bezoeken.

“Dat ligt eraan en zeker niet elke dag, maar als jij wilt weten wat er in Amsterdam op het gebied van energietransitie gaat gebeuren of wat de scholen doen qua gezond gewicht, dan kan je er veel op vinden. Je ziet waar onderzoekers mee bezig zijn en soms kun je ook mee doen. Daarnaast vind je op het platform verschillende projecten die ik als cso initieer. Zo ook Values for survival, het publieke onderzoeksprogramma in aanvulling op de Nederlandse bijdrage aan de zeventiende Architectuur Biënnale in Venetië. Vanwege corona is die naar volgend jaar verplaatst, maar ons onderzoeksprogramma gaat online wel nog door. Wetenschappers voorspellen dat binnen tien jaar de aarde twee graden zal opwarmen en dat dat het einde betekent van het leven zoals we dat kennen. Er is dan ook een grote noodzaak om naar nieuwe waarden van leven en overleven te zoeken. In Values for survival brengen onderzoekers, ontwerpers, beleids­makers en kunstenaars de sociale en ecologische agenda samen in hun zoektocht naar deze nieuwe waarden.”

Waar staat de stad over twee jaar?

“Als we het goed doen met elkaar, hebben we op het juiste moment, op de juiste plek met de juiste mensen de juiste kennis waarmee we kunnen doen wat nodig is. Doordat we de samenwerking nu structureler vormgeven, kunnen wij daarbij helpen.”

Caroline Nevejan (Tilburg, 11 juli 1958) studeerde sociale wetenschappen de UvA en is sinds 1988 nauw betrokken in het ontwerpen van digitale cultuur. Gedurende elf jaar was ze medewerker van Paradiso en in 1994 was zij mede-oprichter van de Waag Society. Vanaf 1999 werkte ze voor de Hogeschool van Amsterdam, de Vrije Universiteit en TU Delft. Op dit moment is ze chief science officer van de gemeente Amsterdam en bijzonder hoogleraar aan de Amsterdam School for Social Science Research van de Universiteit van Amsterdam. Beeld Kadir van Lohuizen / NOOR
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden