Bijenberaad op de bres voor de honingbij: ‘Wij zijn geen ordinaire honingboeren’

Het voornemen van het stadsbestuur om paal en perk te stellen aan de honingbij, zorgt voor grote onrust onder imkers. Aan tafel bij het Amsterdamse Bijenberaad, in crisisvergadering bijeen.

Patrick Meershoek
Voorzitter Co Veltman (groene trui) van het Amsterdams Bijenberaad: 'Dit lijkt niet echt een serieuze poging om tot wijs beleid te komen.'  Beeld Jakob van Vliet
Voorzitter Co Veltman (groene trui) van het Amsterdams Bijenberaad: 'Dit lijkt niet echt een serieuze poging om tot wijs beleid te komen.'Beeld Jakob van Vliet

Het zijn drukke tijden voor de heilige Ambrosius, schutspatroon van de imkers en de bijen – en de spreeuwen, maar daar gaat het nu niet om. Zijn beeltenis hangt bezorgd aan de muur in het verenigingsgebouw in de Tuinen van West, waar het zogeheten Bijenberaad deze donderdagavond in crisisvergadering bijeen is. Eén punt op de agenda: hoe om te gaan met het voornemen van Amsterdam om paal en perk te stellen aan de verspreiding van de honingbij in de stad. “We willen ons standpunt duidelijk maken,” doet voorzitter Ko Veltman van de Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt het dilemma uit de doeken. “Tegelijkertijd willen we wel met de gemeente in gesprek blijven. Het moet niet uitlopen op een frontale botsing.”

Dat vraagt om enige zelfbeheersing, want de onrust is groot onder de Amsterdamse imkers sinds de gemeente voor de zomer maatregelen aankondigde om de wilde bij te beschermen tegen de oprukkende honingbij. Met een groeiend aantal imkers in de stad, aldus het stadsbestuur, dreigen de honingbijen de beschikbare stuifmeel en nectar weg te kapen voor de neus van de solitaire bij. Onderzoekers van het Leidse kenniscentrum voor insecten en andere ongewervelden stelden onder meer voor om het aantal volkeren te beperken tot drie per vierkante kilometer en om van gebieden als het Westerpark, het Gaasperpark en het Diemerpark zelfs honingbijvrije buffers te maken.

Het voorstel ging als een schokgolf door imkerend Amsterdam en van de schrik kwam het sluimerende Bijenberaad meteen tot leven. Aan tafel zitten vertegenwoordigers van verschillende afdelingen en stromingen binnen de bijenwereld bij elkaar. Warner van der Veer representeert de stichting Zoem, voor biodynamische imkers die de honing aan de bijen laten, Sinke Puell de landelijke koepel Imkers Nederland. Harmke van de Fliert vertegenwoordigt enkele tientallen imkers uit Zuid, die zich hebben aangesloten bij de Imkervereniging Amstelland, en naast haar zit, gekleed in een T-shirt van Napalm Death, Henk Buursen van de Imkervereniging Waterland. In Zuid zijn ze bezorgd, in Waterland woest.

Complex vraagstuk

“We worden allemaal blij van bijen,” veegt Van der Veer de inhoudelijke en culturele verschillen met een royaal gebaar van tafel. De plannen van de gemeente hebben de partijen bij elkaar gebracht en de krachten gebundeld voor de honingbij. “Er valt heel wat af te dingen op het voornemen van de gemeente,” zegt Veltman. “Het rapport over de concurrentie tussen de honingbij en de wilde bij is gebaseerd op allerlei aannames. Er is een plafond voor het aantal bijen dat de stad kan hebben, maar niemand weet waar dat ligt. Daar moet eerst goed onderzoek naar worden gedaan voor zulke vergaande conclusies kunnen worden getrokken. Het is een complex vraagstuk.”

Dat is ook de centrale boodschap van de imkers, wanneer deze week de gesprekken met de gemeente van start gaan. Het overleg was een voorwaarde van verantwoordelijk wethouder Zita Pels, die later dit jaar met een plan van aanpak wil komen. Het gesprek kwam niet zonder slag of stoot tot stand: het verzoek van de Amsterdamse imkers om een paar kanonnen uit de nationale bijenbranche te mogen meenemen naar het gesprek, werd afgewezen. “Daar zit verschrikkelijk veel kennis,” vertelt Veltman over de landelijke organisaties. “Misschien is de gemeente daar beducht voor. We houden die deskundigen in elk geval achter de hand.”

Achter de stuifmeelstrijd speelt een politiek belang, stelt de tafel vast. Het stadsbestuur is in beweging gekomen op initiatief van de Partij voor de Dieren. Van der Veer legt uit: “Die partij beschouwt het houden van honingbijen als intensieve veehouderij. De solitaire bij zou daar het slachtoffer van zijn. Dat is een populistische kijk op de materie. Het gaat de laatste jaren juist steeds beter met de wilde bij in Amsterdam. Als de stad wat meer bijvriendelijke maatregelen neemt, zoals het planten van honingbomen in plaats van iepen, is er voldoende voedsel te vinden voor alle bijen. Dat is een stuk constructiever dan het begrenzen van het aantal volkeren per vierkante kilometer, als dat al een haalbare kaart is.”

Verplichte registratie

Er is nog een reden waarom de Amsterdamse dadendrang verbaast. Veltman: “Sinds april is een Europese wet van kracht dat alle bijenvolkeren moeten worden geregistreerd. Nederland was daar aanvankelijk geen voorstander van, maar nu zijn landelijke organisaties als de Beroepsvereniging Nederlandse Imkers en de Nederlandse Bijenhoudersvereniging met de minister in gesprek over de uitvoering van de wet. Terwijl dat overleg gaande is, komt Amsterdam als eerste en enige gemeente met eigen maatregelen op de proppen. Het heeft in onze ogen meer weg van een lokaal stokpaardje dat moet worden bereden dan van een serieuze poging om tot wijs beleid te komen.”

Het steekt de imkers bovendien dat zij als houders van honingbijen over één kam worden geschoren met ondernemers uit de bio-industrie. “Wij zijn ambassadeurs,” zegt Puell. “Niet alleen van de bijen, maar van alle natuur. Ook onze bijen leveren als bestuivers een nuttige bijdrage aan het ecosysteem in en om de stad. Als ergens een acacia of kastanje dreigt te worden gekapt, zijn wij de eersten om onze vinger op te steken: is dat echt nodig? We gaan ook op bezoek op scholen en brengen kinderen liefde voor de natuur bij. De gemeente zou ons moeten zien als partners en ons niet moeten duwen in het hokje van ordinaire honingboeren.”

Bijen in Amsterdam

Hoeveel honingbijen zijn er precies in Amsterdam? Daar kan enkel een slag naar worden geslagen. Een kleine tweehonderd imkers zijn aangesloten bij een vereniging. Zij houden gemiddeld drie volkeren, maar er zijn ook imkers met tien of twintig kasten. Een voorzichtige schatting komt uit op zo’n 30 miljoen honingbijen in de stad. Een registratieplicht kan duidelijkheid geven over het precieze aantal imkers dat zelfstandig opereert in de stad.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden