Bij verkoop biomassacentrale AEB kunnen duurzame afspraken verloren gaan

Na verkoop van de biomassacentrale die AEB bouwt, vervalt de eerder met de gemeente Amsterdam gemaakte afspraak dat het hout dat hier wordt verbrand uit Nederland komt. Daarmee zou de duurzaamheid in het geding kunnen komen.

Beeld ANP

Dat schrijven de wethouders Marieke van Doorninck (Duurzaamheid) en Victor Everhardt (Deelnemingen) in antwoord op vragen van de Partij voor de Dieren.

De biomassacentrale heeft 58 miljoen euro gekost en moet in de zomer gereed zijn. Maar het in grote financiële nood gekomen AEB wil de centrale verkopen. Het gevolg zou kunnen zijn dat de biomassacentrale niet wordt gestookt met ‘snoeihout’ uit bossen maximaal 150 kilometer van Amsterdam.

Dat was de afspraak met de gemeente, honderd procent aandeelhouder van AEB. Onder die voorwaarde ging de gemeenteraad akkoord met de overname van de biomassacentrale door AEB. Dat beloofde de gemeenteraad ‘twijgen, takken, kleine spaanders en zaagselresten’ te verbranden voor de opwek van warmte en elektriciteit. Het hout zou komen van Nederlandse landschapsbeheerders.

Herkomst brandstof

Biomassacentrales oogsten veel kritiek. Vooral bij de kleinere centrales gaat het dan om de luchtvervuiling, maar ook de herkomst van de brandstof is een voornaam punt van zorg. Ook Van Doorninck maakte daar eerder een punt van toen het ging om de biomassaplannen van energiebedrijf Vattenfall bij Diemen.

Het gaat om zulke grote hoeveelheden hout dat in Nederland onvoldoende biomassa verkrijgbaar is, zodat biomassacentrales aangewezen zijn op import vanuit het zuiden van de VS of de Baltische Staten. Vanuit de milieubeweging wordt gevreesd dat de scheepsladingen biomassa die naar Nederland worden gesleept in dit soort landen ontbossing in de hand werken.

Ook bij de biomassacentrale die AEB bouwt gaat het om reusachtige hoeveelheden: 110.000 ton per jaar. En de wethouders schrijven dat er ‘geen garantie’ is dat de koper van de centrale dezelfde eisen stelt aan de biomassa als eerder afgesproken met AEB. Een nieuwe eigenaar kan daar eventueel andere afspraken over maken met leveranciers.

Geen noodzaak

Wel schrijven de wethouders dat de biomassacentrale twaalf jaar lang verzekerd is van voldoende biomassa uit Nederland. Daarover zijn contracten aangegaan met vier leveranciers van de houtresten. Kortom, een noodzaak om biomassa te importeren heeft ook de koper van deze biomassacentrale niet, anders dan de biomassacentrale die Vattenfall wil bouwen bij Diemen.

Overigens wordt de bouw van de biomassacentrale nog aangevochten door MOB, de milieuorganisatie die het Nederlandse stikstofbeleid schipbreuk liet lijden bij de Raad van State. Volgens Johan Vollenbroek van MOB bouwt AEB een verbrandingsoven voor biomassa terwijl in de vergunning een biomassavergister was beloofd. Verder komt teveel stikstof van de biomassacentrale in het beschermde natuurgebied Ilperveld en daardoor zou de natuurvergunning niet kloppen.

Voor de Partij voor de Dieren was dat vorige week reden om het stadsbestuur op te roepen de bouw van de biomassacentrale stil te leggen, maar een meerderheid van de gemeenteraad ging daar niet in mee. MOB maakte eerder bij de provincie Noord-Holland bezwaar tegen de vergunning die AEB kreeg voor de biomassacentrale, maar werd in het ongelijk gesteld. MOB ging daartegen in beroep en dat is de zaak die nog loopt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden