PlusReportage

Bij de herdenking van de Februaristaking speecht Geert Mak als een dokwerker

De Februaristaking van 1941 werd donderdag in besloten kring herdacht. Schrijver Geert Mak sprak in de geest van de dokwerker: boos en recht voor zijn raap.

Scholieren van  de Rosa Boekdrukkerschool leggen bloemen bij de Dokwerker tijdens de herdenking van de Februaristaking.  Beeld ANP
Scholieren van de Rosa Boekdrukkerschool leggen bloemen bij de Dokwerker tijdens de herdenking van de Februaristaking.Beeld ANP

Door een opening in de afzetting steken twee bosjes oranje tulpen en een brief. Een boze brief, geschreven door mevrouw Homan die aan de andere kant van het hek verontwaardigd staat te zijn over het feit dat de herdenking dit jaar zonder publiek wordt afgehandeld. Met een beetje creativiteit, afstand en vertrouwen in de mens had dat ook anders gekund, schrijft ze. Schande, schande, schande, voegt ze eraan toe – een venijnige verwijzing naar het ‘Staakt, staakt, staakt’ van tachtig jaar geleden.

Allemaal hotemetoten

Het is natuurlijk allemaal vanwege corona, maar een beetje gelijk heeft mevrouw Homan wel. Er zijn twintig genodigden welkom aan de goede kant van de zwarte schermen, en dat zijn niet toevallig vrijwel allemaal hotemetoten. De burgemeesters van Amsterdam, Zaanstad, Hilversum en Utrecht, de commissaris van de Koning, de ambassadeur van Israël, stuk voor stuk voortreffelijke mensen, maar niet precies de beroepsgroepen die indertijd vooropgingen in het massale protest tegen de eerste razzia’s van de Duitse bezetter in de Amsterdamse Jodenbuurt.

Dat waren de dokwerkers, stratenmakers, conducteurs, naaisters, kleuterleidsters, caissières en winkelmeisjes, zoals burgemeester Femke Halsema in haar toespraak memoreert. Halsema eerde de vrouwen onder de stakers, onder wie Mientje ten Dam die haar collega’s in het naaiatelier optrommelde om in optocht naar de Noordermarkt te gaan. Coba Veltman tikte en vermenigvuldigde de pamfletten die opriepen tot staking en verzet, en belandde daarvoor uiteindelijk in het concentratiekamp Ravensbrück.

Icoon van burgerlijk verzet

Halsema: “De Februaristaking is een icoon van burgerlijk verzet, in de breedste zin van het woord. Van mannen én vrouwen, uit alle lagen van onze bevolking, verzameld uit solidariteit. (...) Het was een zachte kracht die onze stad overspoelde in die februaridagen, onvermurwbaar en gedreven door mededogen tegenover een regime dat het gif van haat verspreidde.” Over de dappere mannen en vrouwen, veelal afkomstig uit communistische kring: “Zij waren en zijn de brengers van hoop: toen, nu en in de toekomst.”

Dat waren mooie woorden, maar een andere spreker van dienst, schrijver Geert Mak, had besloten uit een ander vaatje te tappen. Het was een speech met opgerolde mouwen, over het contrast tussen de mooie woorden die op herdenkingen worden uitgesproken en de realiteit aan de andere kant van de afzetting. “Wat we zien, stemt niet vrolijk. Racisme en neofascisme bleven vaak sluimerend aanwezig in onze samenleving. Maar het was in de marge. Dit soort kwaad is, vooral op internet, weer gangbaar geworden.”

Populisme

Mak richtte zijn pijlen ook op de populistische partijen. “De wolf staat vóór ons als binnen een politieke partij vrolijk wordt gesproken over de internationale pedonetwerken van de Joden. De wolf staat voor ons als een andere politieke partij, die ernaar streeft om het land te zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep, in de peilingen als tweede uit de bus komt.” Die laatste sneer naar de PVV was pikant, omdat Mak recht in het gezicht keek van Martin Bosma die op het laatste moment was ingevlogen als vervanger van Kamervoorzitter Khadija Arib.

De spreker raakte nu op dreef en geselde ook de moderne gewoonte van de politieke correctheid en iedereen te straffen die niet aan onze normen voldoet. “De helden van toen waren ook geen heiligen,” aldus Mak. “Kent u de legendarische leuze nog? ‘Rotmoffen, blijf met je rotpoten van onze rotjoden af!’ Hadden we deze staker, die deze woorden eruit gooide vanuit een zeldzaam moedig, goed en solidair hart, voortaan maar moeten weren van deze herdenkingen?” Mak eindigde met een oproep tot solidariteit, moed en eensgezindheid. “Dat waren de sleutelwoorden toen. En dat zijn ze nu opnieuw, meer dan ooit.”

Toespraak Geert Mak

Beste mensen, Amsterdammers,

Weer staan we hier, we gedenken, we eren, met onze blik naar de Dokwerker. En dat is altijd weer prima. Maar steeds vaker moet ik denken aan wat een van die moedige stakers van toen, de trambestuurder – later wethouder – Harry Verheij ooit na zo’n herdenking zei: ‘Waarom draaien we ons niet een keertje om, en kijken, met de Dokwerker mee, naar onze stad, en naar onze toekomst?’

Ja, laten we dat eens doen. En wat we dan zien, stemt niet vrolijk. Racisme en neofascisme bleven, soms openlijk, vaak sluimerend, altijd aanwezig in onze samenleving. Maar het was in de marge. Nu, in deze jaren, maken wij een omslagpunt mee. Dit soort kwaad is, vooral op internet, weer gangbaar geworden. Het jargon, de taal, de ideeënwereld van toen, ze zijn opnieuw een onderdeel geworden van het normale publieke en politieke debat. En dat is nieuw. Het zijn opeens geen theorieën meer, of angstige herinneringen. Nee, het is er, heel concreet.

Ik moet tegenwoordig vaak denken aan het sprookje over dat dorp waar nooit iets gebeurde, en waar een jongetje dat de schapen hoedde en zich dood verveelde op een dag riep: ‘Help, help, een wolf!’ Er was geen wolf te zien, maar het tumult was groot en het jongetje vond het allemaal fantastisch. Dat herhaalde zich een paar keer, en, u begrijpt het al, toen er werkelijk een wolf verscheen, reageerde niemand meer.

Dat is ons in zekere zin ook overkomen. Termen als fascisme en racisme werden in het verleden, laten we eerlijk zijn, soms te snel en te gemakkelijk gebruikt. De moeite die sommige mensen hebben met nieuwkomers die hun oude buurt opeens onherkenbaar deden veranderen – dat is nog geen racisme. Kritiek op het beleid van de Israëlische regering is echt niet altijd antisemitisme. Te vaak is er gejongleerd met geleend heldendom en gestolen slachtofferschap.

En plotseling staat de wolf nu werkelijk voor ons, pal voor onze neus. De wolf staat voor ons als binnen een politieke partij, druk in het nieuws, vrolijk wordt gesproken over de ‘internationale pedonetwerken van de Joden’. De wolf staat voor ons als een andere politieke partij, die ernaar streeft om het land te zuiveren van een bepaalde bevolkingsgroep, in de peilingen als tweede uit de bus komt. En de wolf staat, in duizendvoud, voor ons op Facebook, Twitter en Whatsapp. Maak eens een wandelingetje door de achterbuurten van het huidige internet. De stank en de bagger slaan je tegemoet.

Nee, we hebben niet meer te maken met het fascisme van de vorige eeuw, maar wel met de 21ste-eeuwse varianten van hetzelfde fenomeen. De protocollen van de Wijzen van Zion zijn vandaag de dag vervangen door de samenzweringstheorieën rond George Soros, maar de teneur is exact hetzelfde: de Jood, de ander, als bron van alle kwaad. Het verkrachten van de waarheid, het bewust omhelzen van verzinsels verlokt steeds meer mensen tot een ideeënwereld die aan elkaar hangt van mythes en magisch denken, en van dromen over een boreaal superras.

Laten we ons nog eens omdraaien naar de Dokwerker. Kijk hem staan, deze Amsterdamse arbeider, het symbool van een overweldigende solidariteitsbeweging, want dat was het. Tachtig jaar na dato hebben we, vrees ik, soms te veel gediscussieerd, we letten op elk pluisje op elkaars jas, we koesterden te vaak onze schoongepoetste verledens en onze met bleekwater gereinigde zieltjes.

De helden van toen waren niet zulke heiligen. Kent u de legendarische leuze nog, die in deze roerige dagen zou zijn ontstaan? ‘Rotmoffen, blijf met je rotpoten van onze rotjoden af!’ Oef. Maar hadden we die anonieme Februaristaker, die deze woorden eruit gooide vanuit een zeldzaam moedig, en goed, en solidair hart, voortaan maar moeten weren bij deze herdenkingen? Hadden we hem of haar dan maar moeten ‘cancelen’, zodat we onszelf en onze clubjes nog beter en zuiverder zouden voelen?

‘STAAKT! STAAKT! STAAKT!’ riep het beroemde pamflet uit die dagen. En lees eens verder: ‘Weest solidair. Onttrekt de Joodse kinderen aan het nazigeweld, neemt ze in uw gezinnen op! Weest eensgezind! Weest moedig! ‘

Solidair, moedig, eensgezind – en ik zet een dikke streep onder eensgezind. Dat waren de sleutelwoorden. Toen.

En dat zijn ze nu, meer dan ooit, opnieuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden