PlusTen slotte

Betty Goudsmit-Oudkerk (1924-2020) redde honderden Joodse kinderen van deportatie

Betty Goudsmit-Oudkerk.Beeld Marc Driessen

De Joods-Amsterdamse Betty Goudsmit-Oudkerk redde als achttienjarige samen met anderen in de oorlog honderden Joodse kinderen van deportatie. Afgelopen zondag overleed ze op 96-jarige leeftijd, als een van de laatste getuigen van het verzet rond de Hollandsche Schouwburg.

Betty Goudsmit-Oudkerk hoorde en zag alles. Ze was scherp en intuïtief. Goudsmit-Oudkerk werd op 2 april 1924 in Amsterdam geboren. Haar ouders runden een textielzaak in de Van Woustraat. Toen haar vader eind 1940 overleed, zette haar moeder, weduwe van vijf kinderen, de zaak voort totdat deze in 1942 in handen kwam van een Verwalter (zaakwaarnemer), de weduwe van de vermoorde WA-man Hendrik Koot.

Betty moest in de oorlog van de Amsterdamse Huishoudschool af en ging samen met klasgenoot Sieny Kattenburg als kinderverzorgster bij de Joodse crèche aan de slag tegenover de Hollandsche Schouwburg.

Acteertalent

De directeur van de Schouwburg, Walter Süskind, vroeg haar of ze wilde helpen kinderen uit de crèche te smokkelen. Een foto uit 1943 in haar uniform toont haar vastberaden blik. Haar succesvolle optreden wijdde ze aan haar acteertalent. “Ze kon zich goed van de domme houden zodat mensen haar onderschatten,” zegt haar zoon David Goudsmit (58). “Natuurlijk was ze bang, maar haar angsten probeerde ze te onderdrukken.”

Samen met haar collega’s en medewerkers van de Hervormde Kweekschool redde zij zo’n zeshonderd Joodse kinderen. Haar moeder en grootmoeder werden begin 1943 thuis door een overvalwagen opgehaald. Ze zijn in Auschwitz vermoord.

Palestina

Na de bevrijding trouwde Betty en vertrok met haar man Bram naar het toenmalige mandaatgebied Palestina. In 1949 keerden ze alweer terug. “Ze waren de oorlog moe.”

Ze kreeg vijf kinderen maar wilde er meer. “Ze zette eigenlijk de crèche voort. Ze was een verzorgende moeder, heel beschermend, soms over-verzorgend en bijna beklemmend,” zegt David.

Thuis, in de Diepenbrockstraat, begon ze een hotel. “Zelfs mijn kamer werd verhuurd. Dan sliep ik tussen twee fauteuils op de grond. Rond 1969 logeerden The Beach Boys tijdens een tournee bij ons thuis. Het Hilton vond het te lastig om hen als gast te hebben. Bij ons konden ze oefenen.”

Begin zeventig jaren reisden Betty en haar man veel. “Ze kochten huizen in het buitenland. In het huis in Zwitserland stond wel voor een jaar eten in de kast. Twee van mijn broers haalden een brevet, zodat ze altijd weg konden vliegen in geval van nood. De oorlog zat er diep in.”

Verzet

Over haar verzetswerk heeft ze nooit willen spreken. Zoon David: “Totdat de film Süskind in 2012 uitkwam. Dat triggerde haar om te vertellen hoe het echt zat. Ze vond de film te beperkt, te geromantiseerd. De werkelijkheid was veel erger, zei ze.”

In 2016 kwam een biografie over haar uit: Betty. Een joodse kinderverzorgster in verzet van Esther Göbel en Henk Meulenbeld. Ze vertelde dat ze altijd heeft gevonden dat ze meer kinderen had moeten redden.

Voor haar verzetswerk is ze nooit onderscheiden. Zelfs oud-burgemeester Van der Laan kreeg het niet voor elkaar een koninklijke onderscheiding voor Goudsmit-Oudkerk te regelen. “De rol van vrouwen in het verzet is altijd onderbelicht gebleven. Net als die van het Joodse verzet,” zegt David.

Op 4 mei 2019 legde Goudsmit-Oudkerk nog een krans op de Dam namens de oorlogsslachtoffers en sprak ze met koningin Máxima. “Mijn moeder was eigenlijk antimonarchist vanwege Wilhelmina die in de oorlog niet sprak over het lot van de Joden. Toen Máxima naast haar kwam zitten, zei ze: ‘Ken ik u, mevrouw?’ Máxima stelde zich heel aardig voor en wist veel van haar. Mijn moeder was geraakt door haar warme interesse.”

Goudsmit-Oudkerk heeft “een mooi leven gehad”, zegt haar zoon. “Ze sloeg zich altijd door haar angsten heen. Een week geleden riep ze nog: Ze krijgen mij er niet onder. Ik ben niet bang voor Jan Rap en zijn maat.”

Afgelopen zondag was haar begrafenis, in kleine kring, beperkt tot familieleden. “Mijn moeder is nooit van de grote groepen geweest. Ze was altijd heel bescheiden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden