PlusReacties

Basisschoolleraren over heropenen scholen: ‘Het wordt nog een hele puzzel’

Edith Dunharden snapt dat kinderen graag weer naar school willen. 'Dat wil ik zelf ook graag.'Beeld Jakob Van Vliet

Het gaat gebeuren: de Nederlandse basisscholen gaan op 11 mei weer (gedeeltelijk) open. Dat bevestigde premier Mark Rutte dinsdagavond tijdens de persconferentie over de coronamaatregelen. Wat vinden Amsterdamse docenten uit het basisonderwijs?

Edith Dunharden (64) geeft les aan groep 5 op basisschool De Witte Olifant in Centrum

“Het moet wel te realiseren zijn,” zegt Edith Dunharden. Zij en haar collega’s willen heel graag weer naar school, maar wat is wijsheid? Dunharden heeft longkanker gehad en zit zelf dus in een risicogroep. “Ik denk daar wel over na, of ik dat risico moet nemen. Als ik weer ga werken wil ik wel beschermd zijn, ik hoop dat er mondkapjes en handschoenen voor ons komen. Er wordt ook geroepen dat er meer moet worden schoongemaakt. Dat wil ik best doen, maar dan wel met de juiste bescherming.”

Maar er leven meer vragen op school. “De scholen weer openen klinkt makkelijk, maar het gaat over veel meer dan 1,5 meter afstand houden. Hoe moet het met docenten die zelf schoolgaande kinderen hebben, kunnen die dan ook weer naar school? Het is een hele puzzel.”

Dunharden snapt dat kinderen graag weer naar school willen. “Dat wil ik zelf ook graag. Over sommige kinderen was ik vóór de coronacrisis al bezorgd, en die zorgen zijn in veel gevallen bevestigd. Laten we ermee beginnen eerst die kwetsbare leerlingen weer naar school te halen.”

Mohammed Guellaï vindt dat er zo snel mogelijk duidelijkheid moet komen voor de ouders.Beeld Jakob Van Vliet

Mohammed Guellaï (46) geeft les aan groep 6 op basisschool IKC Tuindorp in Noord

“Wij hebben ons al voorbereid op het werken met halve klassen,” zegt Mohammed Guellaï. Hij verwacht dat zijn schoolbestuur de adviezen van het RIVM volgt. “We gaan nu onze plannen naast de nieuwe richtlijnen leggen, maar het komt gelukkig redelijk overeen. En dan zo snel mogelijk duidelijkheid geven aan de ouders.”

Guellaï kijkt erg uit naar de heropening van zijn school. “Ik zal blij zijn om mijn kinderen weer te zien. Van veel ouders en leraren hoor ik dat ze er ook behoefte aan hebben dat de scholen weer opengaan. Tegelijkertijd zijn er ook mensen die zich zorgen maken over hun eigen gezondheid en die van hun naasten, daar moet ook begrip voor zijn. Het is fijn dat Rutte dit ook noemde en dat de gevoelens van leerkrachten worden gehoord.”

Zelf maakt hij zich niet zo’n zorgen om het besmettingsgevaar. “Ik kan, in overleg met mijn gezin, zelf de keuze maken dat ik het aandurf. Maar ik snap dat dat per collega verschilt. Het is een enorm moeilijke puzzel. Als mensen zich er niet senang bij voelen, bespreken we dat in ons team.”

Guellaï is er trots op hoe hij en zijn schoolteam samen met ouders en leerlingen het afstandsonderwijs hebben vormgegeven in de afgelopen periode. “We zijn een veerkrachtige beroepsgroep, ik heb er veel vertrouwen in dat het goed komt.” Wel is het wrang dat er nu ineens veel steun van beleidsmakers is, vindt hij. “We begonnen deze crisis al met een achterstand door het lerarentekort. In deze urgente periode wordt er van alles uit de kast getrokken, maar dat vind ik hypocriet. Ik zou willen dat de daadkracht die we nu zien, ook gaat gelden voor de aanpak van het lerarentekort.”

Orpha Nunes hoopt vooral dat de preventiemaatregelen waar nu over gesproken wordt, er ook daadwerkelijk komen.Beeld Jakob Van Vliet

Orpha Nunes (45) geeft les aan de plusklas op de Flevoparkschool in Oost

Orpha Nunes had liever meer geweten over de rol van kinderen in de verspreiding van het coronavirus, voordat de scholen weer opengaan. “De voorlopige onderzoeksresultaten uit andere landen stellen me wel enigszins gerust,” zegt Nunes. 

Ze staat er dan ook in principe achter dat de scholen na de meivakantie weer hun deuren openen. “Ik vind het heel fijn dat er voor leerkrachten ook tests beschikbaar worden gemaakt. Ik hoop wel dat de preventiemaatregelen waar nu over gesproken wordt, er ook daadwerkelijk komen. In ons team zitten veel mensen die in een risicogroep vallen, bovendien zitten we al met een nijpend lerarentekort. Een uitbraak in onze beroepsgroep moeten we zien te voorkomen.”

Behalve leraren die het moeilijk vinden om weer te starten, zijn er misschien ook ouders die bang zijn om hun kinderen weer naar school te brengen, denkt Nunes. “We moeten samen kijken hoe we het precies gaan organiseren. Wij zijn op school ook al bezig met het uitzetten van looproutes, het plaatsen van plexiglas en het monitoren van de breng- en haalmomenten.”

Er is hoe dan ook werk aan de winkel. “Kinderen met onderwijsachterstanden zitten al weken thuis, die achterstanden worden alleen maar groter. Als straks een deel van de leerlingen naar school komt en een deel thuis zit, dan wil je beide groepen onderwijs bieden. Dat is spannend en zorgt voor meer werkdruk. Daar moeten we goed over nadenken.”

Jasper Postema vindt dat we vooral niet te krampachtig moeten gaan doen.Beeld Jakob Van Vliet

Jasper Postema (26) geeft les aan groep 7 op Vrijeschool Kairos in Noord

Vooral heel veel zin om weer te beginnen, dat gevoel overheerst bij Postema. “Ik heb mijn kinderen enorm gemist. Je wordt toch leraar voor het echte contact met leerlingen. Ik hoor ook van veel kinderen dat ze er erg naar uitzien om weer naar school te gaan.”

Echte beren op de weg voor de heropening ziet hij niet. “Toen we overgingen op thuisonderwijs hebben we dat met ons team ook razendsnel opgezet. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat nu ook gaat lukken. Het is denk ik belangrijk dat we zo snel mogelijk weer een, voor zover mogelijk, normale sfeer in de klas creëren. We moeten vooral niet krampachtig gaan doen.”

Op de school van Postema werd met een enquête al onder ouders gepeild wat zij vonden van het thuisonderwijs. “Dat is heel belangrijk denk ik, dat je de ouders goed hoort en naar ze luistert.” Geluiden dat ouders in verband met eventueel besmettingsgevaar het spannend vinden om hun kinderen weer naar school te sturen, heeft Postema nog niet gehoord. “Ze vertrouwen erop dat wij er goed over nadenken en met een oplossing komen.”

Eva van Ravensberg heeft sinds de sluiting van de scholen vooral vanuit huis gewerkt.Beeld Jakob Van Vliet

Eva van Ravensberg (30) geeft les aan groep 1-2 op OBS de Bijlmerdrie in Zuidoost

Sinds de scholen sloten, werkt Eva van Ravensberg vooral vanuit huis. “In het begin was het nog erg wennen, zowel voor mij als de kinderen. Nu merk ik wel dat veel kinderen het zwaarder beginnen te vinden. Ze missen hun klasgenootjes ook erg.”

Het lijkt haar een goed idee om in kleine groepjes te werken. “Dat is beter dan meteen weer volle klassen. Ik ben wel blij dat we bij de jongere kinderen geen 1,5 meter afstand hoeven te houden, want dat leek me niet echt haalbaar. En ik denk dat je, als je met een klein groepje in de klas zit, met de oudere kinderen wel goede afspraken kunt maken.” 

Van Ravensberg vindt het geen eng idee om zelf weer aan de slag te gaan. “Ik ben zelf geen risicogroep, maar besef me wel dat ik, als we weer les gaan geven, met meer mensen in aanraking kom dan anderen. Daar zal ik dus rekening mee houden, en ook kennissen waarschuwen. Voorlopig maar even niet bij mijn oma langs.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden