PlusAchtergrond

Auto’s de baas? Het kan anders: ‘We moeten af van de heersende autologica’

Als je kijkt hoe onze straten zijn ingericht, is het duidelijk dat we zijn vergeten de gebruiker als uitgangspunt te nemen, zeggen Marco te Brömmelstroet en Thalia Verkade in hun boek Het recht van de snelste. ‘We moeten af van de heersende autologica.’

Hoogleraar Marco te Brömmelstroet waardeert de frietzakken voor fietsers op het Mr. Visserplein.Beeld Elmer van der Marel

Met het stratenplan van Legostad is iets geks aan de hand. Weinig mensen zullen zich ervan bewust zijn, maar geleidelijk worden de standaardauto’s die door de plastic zelfbouwstraatjes rijden breder en breder. In de jaren tachtig telde zo’n Lego-auto nog vier blokjes, inmiddels zijn dat er al zes. Tegelijkertijd zijn de stoepen smaller geworden. En de suggestie van een fietsstrook is in de loop der jaren zo langzamerhand geheel uit het stratenplan gegumd door de ontwerpers.

Zoals Marco te Brömmelstroet en Thalia Verkade schrijven: stilzwijgend werd de autoruimte opgerekt, ten koste van de rest van de miniatuurstad. Zij pleiten voor meer bewustzijn. “Hoe onze omgeving eruitziet is een keuze.”

Het staat in Het recht van de snelste: hoe ons verkeer steeds asocialer werd, dat dinsdag verschijnt. In het boek laat schrijfster Verkade zich door mobiliteitsprofessor Te Brömmelstroet meevoeren op een ontdekkingstocht door zijn vakgebied: de openbare ruimte. Want de straat mag van ons allemaal zijn, in de praktijk is de straat hoe langer hoe meer het domein geworden van verkeer. Hoe groter, sneller en zwaarder, hoe machtiger. De rest moet het doen met wat overschiet.

Ter gelegenheid van het verschijnen van hun boek liet ook Het Parool zich op sleeptouw nemen door Te Brömmelstroet langs een aantal plekken in Amsterdam waarmee iets aan de hand is. Het Mr. Visserplein, de Munt en de Frans Halsbuurt in de Pijp. Plekken waar bewuste keuzes worden gemaakt, in veel gevallen zelfs zonder dat de gebruikers van die ruimte zich daar zelf al te zeer van bewust zullen zijn.

Neem bijvoorbeeld de fietsoversteek op het Mr. Visserplein. Een bijzondere plek, zegt Te Brömmelstroet. “Hier is bij de inrichting het gedrag van fietsers het uitgangspunt geweest: naar aanleiding daarvan zijn de lijnen op de weg getrokken. Eerst had je hier twee rechte rijrichtingen voor fietspaden, je kan de oude strepen nog steeds een beetje zien. Maar uit waarnemingen bleek dat fietsers die wachten op een rood licht zich breed opstellen en bij groen geleidelijk naar rechts gaan.”

Een bewuste keuze

Door de gebruiker als uitgangspunt te nemen, ontstond een verkeerskundige oplossing die nu eens een keer niet uit de boekjes kwam: de frietzak, taps toelopende fietsvlakken. Te Brömmelstroet staat erbij en kijkt ernaar. “Het gaat soepel, fietsers kunnen hiermee omgaan. En feitelijk bewegen ze zich hier niet anders dan voorheen. Maar dat de meest linkse fietsers niet langer buiten hun vak staan, maar nog steeds erin, geeft kalmte en ontspanning.”

Het is een belangrijk voorbeeld voor planoloog Te Brömmelstroet, hoogleraar Toekomsten van Stedelijke Mobiliteit aan de Universiteit van Amsterdam: het laat namelijk zien dat je ook op een andere manier kan kijken naar de wereld om je heen.

Het is ook de boodschap in het boek van hem en Verkade: straten zien eruit zoals ze eruitzien, maar we moeten ons vooral blijven realiseren dat die inrichting een keuze is. “En dat het dus ook anders kan.”

Als Te Brömmelstroet ergens allergisch voor is, is het vanzelfsprekendheid. Dat is ook de reden dat het Legostadvoorbeeld in het boek is opgenomen. Want inderdaad: de Deense speelgoedfabrikant volgt vooral de werkelijkheid, auto’s worden niet alleen in Legostad groter, maar ook in de echte straten. Neem bijvoorbeeld de Honda Civic: die is tussen 1973 en 2008 in acht stapjes gegroeid van 1,50 naar 1,80 meter in de breedte en van 3,55 naar 4,27 meter in de lengte.

Zo ergerlijk vanzelfsprekend vindt Te Brömmelstroet ook het taalgebruik rond alles dat te maken heeft met het verkeer. Het vrijliggende fietspad bijvoorbeeld. “Waarom noemen we dat eigenlijk niet een vrijliggende rijweg: de auto verwerft zich er namelijk een eigen plek mee.” Ook de fietsstraat zorgt bij Te Brömmelstroet voor gefronste wenkbrauwen. “Daar is de auto te gast. En is de mens dus in de rest van de stad te gast? Waarom staat dat bord ‘Auto te gast’ niet aan het begin van de bebouwde kom?”

Autologica

En uit het boek: ‘We hebben het over kwetsbare verkeersdeelnemers, maar die zijn pas kwetsbaar sinds er zwaar, groot en snel verkeer is. Waarom noemen we die snelle, zware verkeersdeelnemers geen gevaarlijke verkeersdeelnemers?’

Het is autologica. In de taal, maar ook in hoe er vervolgens wordt gehandeld. “Taal stolt. Eerst in instituties, vervolgens in richtlijnen. En daarna, onvermijdelijk, ook in asfalt en in steen, in hoe we onze publieke ruimte vormgeven. Autologica monopoliseert ons denken.” Er is nauwelijks ruimte voor de vraag waarom het eigenlijk zo is. Het valt hem op in veel media, ook in Het Parool: “Ook jij kijkt naar ons mobiliteitssysteem zoals het is.”

Dat een andere manier van denken, gunstige gevolgen kan hebben, is te zien op het Muntplein. Nog maar een paar jaar geleden een typische verkeersplek, zegt Te Brömmelstroet. “Maar nu de auto er nauwelijks meer ruimte heeft, is het hier prettiger.” Als tegelijkertijd een auto met een kennelijk radeloze bestuurder over stoepjes en vluchtheuvels (weer zo’n term uit de autologica) het plein probeert te verlaten, blijft de sfeer ontspannen. “Deze autobestuurder gedraagt zich hier als een onhandige gast.”

Meer ontspanning

Ook in de Frans Halsbuurt ziet Te Brömmelstroet vooruitgang. Daar waar eerst het grootste deel van de straatjes vol stond met auto’s, is door het schrappen van alle parkeerplaatsen meer ontspanning ingetreden. “Dit is een betere plek geworden. Maar er zijn hier nog steeds straten en stoepen. De plek tussen de stoepranden is nog steeds ingericht met het oog op sneller verkeer. Auto’s, maar ook fietsen.”

Want dat wil hij toch ook benadrukken: het is Te Brömmelstroet niet te doen om de auto te demoniseren. “Ik ben niet anti-auto, dit is geen ­anti-autoboek. Hoe we ons bewegen door de stad, gaat veel dieper dan alleen fietsen of alleen auto’s. Als er sprake is van een bewuste keuze: prima. Maar nu is dat allesbehalve het geval. Want mobiliteit wordt gezien als iets technisch, voor oplossingen kijken we vaak naar de techniek. Terwijl er geen oplossing is, alleen een ­dilemma.”

Te Brömmelstroet pleit voor het aanpassen van de verkeerstaal. Zodat mensen, om wie verkeer uiteindelijk draait, betere keuzes kunnen maken. “Als je verkeerssysteem een algoritme is, moeten mensen zich daarbinnen gaan gedragen als een algoritme.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden