Amsterdam Bewaar

Armoede in Amsterdam hardnekkig probleem

Jurenne Hooi: 'Armoede zal er altijd zijn.'	Foto Marc Driessen
Jurenne Hooi: 'Armoede zal er altijd zijn.' Foto Marc Driessen © UNKNOWN

Eens in de twee weken houdt de stichting Maatschappelijke Dienstverlening (MaDi) in Zuidoost een postsorteerdag. Vrijwilligers komen dan cliënten helpen om hun administratie op orde te brengen. Sommige mensen komen met vuilniszakken aanzetten, gevuld met ongeopende rekeningen, aanmaningen en andere ernstige post. Het kost dagen om de boel te sorteren. ''Schulden komen hier aan de oppervlakte als zij een acuut probleem beginnen te worden,'' zegt directeur Jurenne Hooi. ''Het is net als met een steenpuist: mensen gaan pas naar de dokter als het pijn begint te doen.''

De vijftien schuldhulpverleners van MaDi helpen momenteel ruim elfhonderd cliënten bij het saneren van hun schulden. De gemiddelde schuld ligt tussen 15.000 en 25.000 euro, met een enkele uitschieter van enkele tonnen. Omdat de meeste cliënten van een uitkering leven, is een schuld van enkele duizenden euro's al een groot probleem. Hooi: ''Het begint met een kleine schuld. Daarna wordt het ene gat met het andere gevuld. Om de schoolboeken te betalen, wordt een andere rekening niet betaald. Om de deurwaarder te betalen, wordt de huur een keer niet betaald, en zo gaat het verder. Na vier maanden zijn de mensen het overzicht volledig kwijt.''

De schuldhulpverlening lijkt de aangewezen instantie om mensen uit de problemen te helpen. Lijkt, want in de praktijk biedt die de meeste mensen geen soelaas. Driekwart van de mensen die zich aanmelden bij de Amsterdamse schuldhulpverlening, haken af. Stadsdeelbestuurder Jude Kehla van Zuidoost sprak deze week op een conferentie over armoede van het failliet van de schuldhulpverlening en wethouder Freek Ossel zei het hem na. Hooi erkent de problemen, maar plaatst meteen een kanttekening: ''De politiek denkt graag in kant-en-klare oplossingen. Maar armoede is een hardnekkig probleem en schuldhulpverlening een heel zware kluif voor alle betrokken.''

Dat neemt niet weg dat ook Hooi zich wel eens achter de oren krabt als zij de resultaten van de schuldhulpverlening afzet tegen de torenhoge kosten. ''Alle betrokkenen hebben de beste bedoelingen, maar het proces is niet effectief. Een van de problemen is dat allerlei partijen tegelijk aan de knoppen draaien. De uitkeringsinstanties, de kredietbank, de schuldeisers: iedereen bemoeit zich met het proces. Dat maakt het stroperig en ingewikkeld.'' En tijdrovend: het duurt gemiddeld vier jaar van aanmelding tot wettelijke sanering, maar vijf tot zeven jaar is ook niet ongewoon. Hooi: ''Je moet stevig in je schoenen staan om dat vol te houden.''

Hooi laat een zogeheten voorlegger zien waaruit blijkt dat de schuldenaar al meer dan twintig documenten moet overleggen om in aanmerking te komen voor schuldhulpverlening (zie inzet). ''En we praten hier over een doelgroep die meestal niet de gewoonte heeft een administratie bij te houden. Aan budgetteren doen ze vaak niet. Het proces is opgezet met wiskundige precisie, maar veel van onze cliënten hebben simpelweg de competenties niet om hun weg te vinden in dit bureaucratische oerwoud. Ze snappen er gewoon helemaal niets van. En dan verwachten wij ook nog van mensen dat zij zich gaandeweg bewust worden van de noodzaak van een gezond financieel beleid. Dat is niet gemakkelijk.''

Hooi ziet mogelijkheden het proces te versnellen en te versimpelen. Zo zou ze willen dat uitkeringsinstanties vaste lasten inhouden voor mensen met schuldsanering. En de papierwinkel kan ook worden aangepakt. Maar vooral wil ze preventie. ''Armoede zal er altijd zijn. Het is zaak mensen te leren daarmee om te gaan. Bijvoorbeeld door budgetteringslessen te geven. Dat ze beter kunnen sparen voor een breedbeeldtelevisie in plaats van er een op krediet te kopen tegen een torenhoge rente. En dat het veel geld kost om vier of vijf kinderen te onderhouden.''

Wettelijk optreden tegen de telefoonaanbieders die jongeren ongevraagd sms'jes sturen met aanbiedingen zou Hooi toejuichen, maar ook hier vindt ze het vooral van belang mensen weerbaar te maken. ''We leven nu eenmaal in een consumptiemaatschappij vol verleidingen. Dat verander je niet. Wij gaan met schoolklassen naar het Geldmuseum in Utrecht om kinderen spelenderwijs te wijzen op de waarde van geld. Dat is nodig. We hebben zelf onderzoek gedaan onder driehonderd scholieren in Zuidoost en daaruit blijkt dat een kwart van hen geregeld geld leent om patat te kopen of een computerspel. Het gaat misschien om kleine bedragen, maar het patroon dreigt er in te sluipen dat lenen de gewoonste zaak van de wereld is.'' (PATRICK MEERSHOEK)