Amsterdam Bewaar

Armeense gemeenschap heeft plek om te herdenken

Het onderste gedeelte van het monument
Het onderste gedeelte van het monument © Vahan Avakian

De Armeense gemeenschap heeft er meer dan een eeuw op moeten wachten, maar heeft nu ook in Amsterdam een plek waar de volkerenmoord van 1915 herdacht kan worden. Zaterdagmiddag werd een gedenksteen aan de gevel van de Armeens-Apostolische Kerk aan de Krom Boomssloot onthuld.

Een belangrijke, maar ook pijnlijke dag, noemt Siranus Palanciyan het. Zij komt elke zondag vanuit Diemen naar het kerkgebouw achter de Nieuwmarkt en wilde vandaag ook per se aanwezig zijn. Ieder jaar rond 24 april, de dag waarom de dood van 800.000 tot 1,5 miljoen Armeniërs wordt herdacht, is emotioneel beladen voor de Armeense gemeenschap in Nederland en dus ook voor Palanciyan. Ze bezocht vaak het monument in Almelo, of het kleine monument is Assen ter nagedachtenis van de massamoord. "Dat er nu ook in Amsterdam een gedenksteen is voor iets is heel waardevols."

Bij de onthulling van de gedenksteen zijn zo'n 250 mensen aanwezig. Armeniërs, maar ook mensen uit de buurt, en lokale en landelijke politici. SP-Kamerlid Sadet Karabulut, die net als ChristeUnie-Kamerlid Joël Voordwind een kort praatje houdt, vindt het heel belangrijk dat ook er ook in Amsterdam een plek is waar kan worden stilgestaan bij de Armeniërs die in 1915 omkwamen toen zij in 1915 door het Ottomaansebewind gedeporteerd werden naar de Syrische woestijn. Turkije erkent de genocide tot op de dag van vandaag niet en zegt dat het een oorlog waarin aan beide zijden slachtoffers vielen. Onlangs nam de Tweede Kamer een motie aan waarin werd vastgelegd dat Nederland de genocide erkent. De regering, die dit jaar wel voor het eerst vertegenwoordigd is bij de herdenking in Armenië, blijft vooralsnog spreken van de 'Armeense kwestie'. "Heel jammer," vindt Karabulut.

Maar Vahan Avakian, voorzitter van de culturele stichting Sint Grigor Narakantsi en een van de initiatiefnemers van het monument, wil vandaag wegblijven van die discussie. "Dat is iets voor historici, politici en journalisten. Voor ons is dit een dag waarop we stil staan bij een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van de mensheid. Het verdriet over wat er toen is gebeurd wordt nog steeds gevoeld door Armeniërs. Bijna iedereen is wel een of meerdere familieleden verloren. Mijn overgrootmoeder is toen vermoord, dat is nog steeds een pijnlijke wond voor onze familie."

Kruis
Met de gedenksteen, een versierd kruis met een onderschrift in het Armeens en in het Nederlands, hoopt Avakian begrip op te roepen voor het verdriet en het onrecht dat de Armeniërs in 1915 is aangedaan. Dat het monument aan de gevel kwam te hangen van de kerk aan de Krom Boomssloot was geen toeval, de Armeniërs hebben een bijzondere band met de stad. De Armeense gemeenschap is al sinds 1610 in Amsterdam, de kerk aan de Krom Boomssloot was in 1714 de eerste Armeens-Apostolische kerk in West-Europa. "En de allereerste Armeense bijbel werd in 1666 hier in Amsterdam gedrukt," legt Avakian uit. Momenteel wonen er zo'n 2500 Armeniërs in en rond Amsterdam.

De gedenksteen wordt zaterdagmiddag door aartsbisschop Vahan Srpazan gezalfd, daarna worden liederen gezongen, dan volgt een minuut stilte en worden er kransen gelegd. "Moge dit een plek van hoop zijn. Een teken van de overwinning van het leven", zegt Avakian.

Armeense genocide

Op 24 april 1915 arresteerden de Jonge Turken, de toenmalige machthebbers van het Ottomaanse rijk, op bevel van minister van Binnenlandse Zaken Talaat Pasja de belangrijkste Armeense intellectuelen en leiders van het land. Ze werden gedeporteerd en later vermoord. 

Daaropvolgend werden in de rest van het Ottomaanse rijk honderdduizenden Armeniërs uit hun huizen gehaald en gedeporteerd naar onder meer de Syrische woestijn. Velen werden onderweg vermoord of stierven door uitdroging of uitputting. De schattingen van het aantal slachtoffers variëren volgens Armeense autoriteiten van 800.000 tot anderhalf miljoen, circa de helft van de twee miljoen Armeniërs in het Ottomaanse rijk. Volgens Turkije ligt dat aantal vele malen lager.