PlusInterview

Arm zijn doet pijn, merkt Nihad (11): ‘Soms denk ik: waarom heb ik dat niet?’

Bijna een kwart van de Amsterdamse kinderen groeit op in armoede, de schaamte waarmee het gepaard gaat is groot. Een gemeentecampagne moet het onderwerp tot in de klas bespreekbaar maken. ‘Kinderen denken dat ze minder zijn dan een ander.’

Aurora: ‘Soms wil ik wel iets, maar dat houd ik voor me’

Aurora: 'Ik eet één keer in de week bij oma. Zodat wij geld kunnen besparen.' Beeld Sophie Saddington
Aurora: 'Ik eet één keer in de week bij oma. Zodat wij geld kunnen besparen.'Beeld Sophie Saddington

Aurora wil best over armoede praten, zegt ze, maar het hebben van weinig geld is voor haar helemaal geen probleem. “Wij weten thuis dat we op geld moeten letten. Ik vind dat niet erg.”

Als voorbeeld noemt ze haar blauw gekleurde haar. “Dit is uitgroei, hoor. Ik had eerder paars haar, maar die verf was goedkoop en ging er heel snel weer uit. Ik mocht toen naar de kapper om het te laten verven. Maar die was zo duur: 84 euro. Ik merkte dat het eten veranderde die maand. Ik wilde graag zalm, maar thuis zeiden ze: hmmm, een andere keer.”

Vragen om een nieuwe broek of mooie schoenen doet ze niet. Ze heeft kleding genoeg, vindt ze. “Mijn beide oma’s zijn veel bij de kringloop en komen altijd met kleding voor mij thuis. Ze kennen mijn smaak. En ik eet één keer in de week bij oma. Zodat wij geld kunnen besparen.”

Haar computer kreeg ze een jaar geleden van de gemeente, haar telefoon is tweedehands. “Soms wil ik wel iets, maar dat houd ik voor me. Ik wil mijn ouders niet belasten omdat ik weet dat ze niet veel geld hebben.”

De meubels in hun kleine woning in Oost komen van de straat. Ook de televisie, de speakers en versterkers vonden ze bij de vuilnis, evenals haar keyboard. “Als het stuk is, hebben we daar oplossingen voor. Opa kan het repareren.”

Aurora heeft een vriendinnetje dat in dezelfde situatie verkeert. “We hebben allebei ouders die ‘nee’ zeggen als we iets duurs willen kopen. Toen een van de controllers van haar tv kapot ging, kreeg zij geen nieuwe, totdat haar moeder het kon betalen. Maar ik heb ook een vriendin die in een groot huis woont en een grote kamer heeft. Zij is veel rijker dan ik. Ze heeft Netflix en Disney+, krijgt zakgeld en cadeautjes en doet aan paardrijden. Wij kijken thuis naar YouTubefilmpjes.”

Constante onzekerheid

Dat sommigen meer geld hebben dan anderen vindt ze oneerlijk. “Sommige mensen merken niet eens dat er geld vanaf gaat als zij iets kopen. Wij zouden het aan betere woonomstandigheden en aan sport besteden.”

Aurora heeft wel gekeken of zij op rolschaatsles of een vechtsport kan, maar dan moeten haar ouders eerst subsidie aanvragen bij het Amsterdamse Sportfonds. Ook zou ze wel op keyboardles willen, ‘als er ergens een goedkope les is’. “Maar eigenlijk wil ik graag eerst mijn B-zwemdiploma halen.”

Dee, de ouder bij wie Aurora woont, leeft van een bijstandsuitkering en voelt de stress van het hebben van weinig geld. “Er is een constante onzekerheid. Als ik Aurora nieuwe schoenen geef en de wasmachine gaat kapot, gaat het mis. Bij een huurverhoging moeten we het huis uit.”

Dee zegt zich ervan bewust te zijn dat kinderen een minderwaardigheidsgevoel kunnen krijgen als er thuis weinig geld is. “Ik bescherm haar daartegen. Rijkdom is helemaal niet iets goeds. Het gaat om kennis, wijsheid en liefde.”

Nihad: ‘Ik ben blij dat de school niet denkt: boeien dat je geen geld hebt.’

Nihad knipt haar ouders zelf, dat scheelt weer in de kosten voor de kapper.  Beeld Sophie Saddington
Nihad knipt haar ouders zelf, dat scheelt weer in de kosten voor de kapper.Beeld Sophie Saddington

Nihad deelt de slaapkamer met haar twee zusjes van zes en zeven jaar. In de slaapkamer is naast het stapelbed en een eenpersoonsbed nog net plaats voor een bureautje. Ze heeft een computer van school voor haar huiswerk. In de woonkamer van het huis in de Admiralenbuurt in West staat nog een laptop die ze van de gemeente heeft gekregen. “Ik gebruik de computer niet vaak. Als ik niet weet hoe het werkt, vraag ik het de juf,” zegt Nihad.

Nihad zit niet bij een sportvereniging, maar doet op de naschoolse opvang wel mee met dansles en een kunstproject. “Ik kreeg een formulier mee waarop stond waar ik dansles kan volgen. Met onze stadspas is het gratis. Een stadspas is superfijn. Anders kun je veel minder doen.” Nu gaat ze met die pas voor twee euro per keer paardrijden.

Voor haar op tafel ligt haar nieuwe telefoon. Die kon ze met korting kopen: van 210 naar 130 euro. “Mijn oude telefoon is naar mijn middelste zusje gegaan en die van haar weer naar mijn jongste zusje.”

En zo gaat dat ook met de jurken van Nihad. Haar moeder Malika (37) knikt. “De kinderen zeggen weleens: ik wil dit, ik wil dat. Ik wilde die mooie broek of dezelfde schoenen als mijn vriendin. Maar dat kan niet. Het is echt te duur, zeg ik dan.”

Ze let goed op waar ze kleding en schoenen koopt. Niet bij een dure merkwinkel, liever bij C&A of Primark. Ze loopt naar de kast en haalt een paar nieuwe gympjes met roze versiering voor haar jongste dochter tevoorschijn. “Deze waren dertien euro. Ik heb ze gekocht bij de Primark. Mooi toch.”

Nihad heeft meegedaan aan het kunstproject van Stichting Nieuwe Helden over armoede. Ze vindt het belangrijk, ‘want arm zijn, is niet leuk’. “Je kunt dan niet veel doen. Je kunt niet lid zijn van een sportvereniging, hebt geen eigen computer, krijgt geen zakgeld, kunt geen mooie schoenen kopen. Dat doet pijn. Dan denk je bij jezelf: waarom heb ik dat niet?”

Gelijkheid

Ze vindt dat haar school het goed aanpakt als ouders geen geld hebben. “Als je ouders de overblijf niet kunnen betalen, dan heeft de school daar geld voor. Zo heeft iedereen dezelfde rechten. Dan heb je gelijkheid. Ik ben blij dat ze niet denken: boeien.”

Op school hoort ze kinderen niet praten over armoede. “Maar een klasgenootje zei wel: ik kan niet meegaan, want ik heb geen geld.”

De kosten voor de kapper worden uitgespaard doordat Nihad, die later graag kapper wil worden, haar ouders knipt. Malika pakt een toilettas met een kappersmantel en een tondeuse. Ze doet het schort voor. “Kijk, dan ga ik hier zitten op de stoel in de huiskamer.”

De laatste keer ging ze iets te rigoureus te werk. Het haar van haar moeder, dat tot op de bil reikte, knipte ze in één keer af, tot schouderhoogte. Malika, lachend: “Nu moet het weer even aangroeien.”

Stress en onveiligheid

Opgroeien in armoede is niet zomaar een omstandigheid, het vormt een kind, weten ervaringsdeskundigen. “Het betekent stress en onveiligheid. Het zorgt voor een gevoel van minderwaardigheid,” zegt kunstenaar Lucas De Man (39) van Stichting Nieuwe Helden, die met de gemeente Amsterdam samenwerkt in een campagne tegen de groeiende kinderarmoede. In zijn eigen jeugd heeft hij armoede gekend. “Kinderen denken dat ze minder zijn dan een ander. Dat gevoel nemen ze in de rest van hun leven mee. Sommigen compenseren hun armoede door in de criminaliteit te gaan, anderen gaan keihard werken om eruit te komen. Weer anderen blijven erin vastzitten.”

Sinds de coronacrisis is in de grote steden het aantal mensen dat een beroep doet op voedselbanken fors gestegen. Ook veel gezinnen heeft het dieper in de financiële problemen gedrukt. In Amsterdam gaat het inmiddels om een kwart van de opgroeiende jeugd. Kinderen die maar moeten afwachten of er genoeg geld is voor gezond eten of de benodigde schoolspullen.

Lichtkunstwerk

De gemeente besloot vorig jaar 3250 laptops in bruikleen te geven aan leerlingen die thuis geen computer hadden. Het kabinet stelde eind vorig jaar 146 miljoen euro beschikbaar om via gemeentelijke schuldhulpverlening armoede en schulden door de coronacrisis aan te pakken. Ondertussen vreest het Armoedefonds, dat een stijging bemerkte van de aanvragen bij hun aangesloten organisaties, dat de kinderarmoede nog verder zal toenemen.

En daar zou meer over moeten worden gepraat, zo is het idee achter de campagne. Zo’n duizend Amsterdamse schoolkinderen uit groep 6, 7 en 8 bouwen mee aan een zes meter hoog lichtkunstwerk van Het meisje met de zwavelstokjes van kunstenaar Aldo Brinkhoff voor het Amsterdam Light Festival, vanaf begin december in de stad. Daarnaast krijgen tienduizend kinderen in groep 7 een luciferdoosje met een boekje waarin het, enigszins aangepaste, sprookje van Het meisje met de zwavelstokjes is opgetekend. “De leerkracht krijgt een lespakket om in de klas het gesprek te voeren over armoede. Door een kind het sprookje te laten voorlezen aan een ander kan een gesprek volgen.”

Tot hun tiende jaar zien kinderen armoede niet echt, zegt De Man. Als ze tien zijn, in groep zeven, is het juiste moment om het onderwerp ter sprake te brengen. “Rond die leeftijd beginnen ze zich te verhouden tot hun peers. Dan zien ze dat andere kinderen mooie, dure schoenen hebben en willen ze die ook.”

Het uiteindelijke doel van de campagne: armoede uit de taboesfeer halen. “De meeste kinderen praten op school of tegen hun vriendjes niet over de armoede bij hen thuis. Pas als we het erover hebben, kunnen we er ook iets aan doen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden