PlusAchtergrond

Arjan spotte in één jaar 6852 vogels, dit zijn zijn tips voor de Nationale Tuinvogeltelling

De jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling telt dit weekend een recordaantal deelnemers. Volgens wereldrecordhouder vogelspotten Arjan Dwarshuis (35) moeten de nodige duivensoorten, mussen en merels te turven zijn. De gelukkige Amsterdammer spot ook nog een ijsvogel.

Saskia van Westhreenen
Arjan Dwarshuis. Beeld Friso Boven
Arjan Dwarshuis.Beeld Friso Boven

Om met de deur in huis te vallen: een halfuur na zonsopgang, rond een uur of negen, zijn tuinvogels het actiefst. Pak er een vogelboekje of de app van de Vogelbescherming bij en druk de stopwatch in als je de eerste vogel ontwaart. “De kick is om in een halfuur de meeste soorten te zien,” zegt Arjan Dwarshuis.

De Amsterdammer kan het weten. Van jongs af aan kijkt hij vogels. In 2016 deed hij met succes een gooi naar het wereldrecord vogelspotten; hij reisde de wereld rond en telde 6852 verschillende soorten in één jaar. Het record wordt dit jaar eindelijk bijgeschreven in het Guinness Book of Records en staat nog altijd op zijn naam.

Het aantal deelnemers aan de Tuinvogeltelling is in twintig jaar ‘ontploft’; van een paar duizend rond de eeuwwisseling tot 198.000 mensen vorig jaar. Zij telden samen 2,7 miljoen vogels. “Vroeger was ik het enige jochie tussen de oude witte mannen. Tegenwoordig komt er een heel gemêleerd gezelschap op excursies af. De jonge vrouwen zijn in opkomst.”

Geluksgevoel

En dat is belangrijk. “Er is een bewezen correlatie tussen het aantal vogels in de stedelijke omgeving en het geluksgevoel dat mensen ervaren. Hoe meer vogels we zien, des te meer we inzien dat het belangrijk is om ze te beschermen. Dat werkt uiteindelijk door tot in de hoogste regionen van de politiek.”

Een verrekijker is bij de Tuinvogeltelling niet per se nodig, maar wél handig. Er zijn nogal wat soorten die met het blote oog lastig uit elkaar te houden zijn. Instinker nummer een is de heggenmus. “Die wordt vaak verward met de huismus. Ze scharrelen allebei over de grond, maar de heggenmus heeft een spits snaveltje en is donkerder bruingestreept.”

Instinker nummer twee is de merel. Een mannetjesmerel is zwart, dat kan niet missen. De vrouwtjes zijn bruin en worden nogal eens verward met de zanglijster. Opletten dus. “En kijk goed naar je duiven. Je hebt de stadsduif, de houtduif, de holenduif, de Turkse tortel...” De holenduif lijkt oppervlakkig op de stadsduif – de ‘vliegende rat’, zoals Dwarshuis hem onaardig noemt. Ook een vogelaar heeft zijn mindere favorieten.

Wie geluk heeft, ziet een grote bonte specht. “Een waanzinnig mooie vogel.” Wie aan het water woont, moet alert zijn op de ijsvogel; ook onder de rook van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag komen die voor. Prijsschieten is het verder met de groene specht, of met een overwinterende kramsvogel of koperwiek. “En een sperwer, havik of buizerd waarnemen is natuurlijk ook geweldig. Al zal je dan geen andere tuinvogel meer zien.”

Een laatste tip: niet valsspelen. “Zoals mijn schoonvader,” zegt Dwarshuis met een grinnik. “Die leegde een zak brood. Kwam er een hele zwerm meeuwen op af. Maar serieus: hoe eerlijker de inzendingen, des te nauwkeuriger de steekproef.”

Geelsnavelduiker

De Tuinvogeltelling is het grootste citizen science-project van Nederland. Door de jaren heen worden belangrijke trends waargenomen. Zo kwam de achteruitgang van de merel mede dankzij de jaarlijkse burgertelling aan het licht. In de top drie van vorig jaar nestelden zich de huismus (506.425), de koolmees (351.502) en de pimpelmees (230.250).

Ook Dwarshuis zit er klaar voor. Hij vertelt enthousiast hoe hij gisteren in Drenthe twee volwassen kraanvogels spotte die hun jongen de paringsdans leerden. “En vorige week zat er een geelsnavelduiker in het haventje van Stellendam. De derde keer ooit dat ik hem zag.” Het uit koers geraakte exemplaar trok drommen vogelaars, maar was zo verzwakt dat hij ter plekke zijn laatste adem uitblies. “Heel zonde. Maar hij heeft in Stellendam een mooi eerbetoon gekregen.”

Meedoen? Ga naar de website van de Nationale Tuinvogeltelling

In 2020 organiseerde de Vogelwerkgroep Amsterdam een minicursus voorafgaand aan de Nationale Tuinvogeltelling.  Beeld Jakob van Vliet
In 2020 organiseerde de Vogelwerkgroep Amsterdam een minicursus voorafgaand aan de Nationale Tuinvogeltelling.Beeld Jakob van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden