Plus

Amsterdamse kinderombudsman: ‘Een wachttijd van een jaar is heel lang in het leven van een 14-jarige’

Het kabinet gaat de Jeugdwet herzien. ‘Per gezin moet er daadwerkelijk één sterke regisseur zijn in plaats van de vele gezichten die nu over de vloer komen’ zegt de Amsterdamse kinderombudsman Anne Martien van der Does.

Jop van Kempen
In 2021 kreeg 1 op de 7 kinderen een vorm van jeugdzorg, in 2015 was dat 1 op de 10, in 1997 slechts 1 op de 27. Beeld Julie Hrudova/ANP
In 2021 kreeg 1 op de 7 kinderen een vorm van jeugdzorg, in 2015 was dat 1 op de 10, in 1997 slechts 1 op de 27.Beeld Julie Hrudova/ANP

Een gezin gaat drie maanden onder toezicht wonen, zo schetst Van der Does een desastreus praktijkvoorbeeld. Gedragsdeskundigen kijken mee naar de wisselwerking tussen ouders en kinderen en sturen bij. Dat is nodig, omdat de kinderen vanwege de gebrekkige veiligheid al eens kortstondig uit huis zijn geplaatst. De dure interventie is er gekomen op last van de jeugdbescherming. De doelstelling is dat de kinderen permanent thuis kunnen wonen en er veilig zijn.

Wat de jeugdbescherming echter niet goed overziet, is dat er in het gezin ook schulden spelen. Om geld te besparen, wordt de huur tijdens de gezinsopname niet doorbetaald. Na drie maanden zijn de ouders voldoende ‘bijgeschoold’ om hun kinderen weer veilig in huis te nemen. Alleen, ze hebben geen huis meer. Want vanwege wanbetaling wordt het huurcontract ontbonden. Nu er geen huis meer is, worden de kinderen alsnog van de ouders gescheiden.

“Om te janken,” zegt Van der Does, die behalve kinderombudsman in Amsterdam ook kinderrechter is in Rotterdam. “Maar echt gebeurd. Ik heb het zelf voorbij zien komen.”

Van der Does wil ermee illustreren dat de verkokering van het huidige systeem niet werkt. Er is een Buurtteam voor volwassenen, een Ouder en Kindteam voor relatief lichte problematiek bij kinderen en de jeugdbescherming voor zwaardere gevallen. Ook gedragsdeskundigen en andere hulpverleners spelen een rol, waardoor ouders en kinderen het overzicht verliezen.

De jeugdzorg is al jaren een hoofdpijndossier. In 2015 hevelde de rijksoverheid de verantwoordelijkheid over naar gemeenten en werd er 15 procent gekort op het budget. De uitkomst van die Jeugdwet is nu dat de hulp voor kinderen met ernstige problemen als anorexia is verschraald, terwijl het aanbod voor relatief lichte problemen fors is toegenomen.

In 2021 kreeg 1 op de 7 kinderen een vorm van jeugdzorg, in 2015 was dat 1 op de 10, in 1997 slechts 1 op de 27. Tegelijkertijd kwamen Nederlandse gemeenten samen jaarlijks ruim anderhalf miljard euro tekort, waarna er een arbitragezaak kwam van gemeenten tegen de rijksoverheid: een unicum.

Excessieve winsten

In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag waarin hij een koerswijziging aankondigt, noemt staatssecretaris Maarten van Ooijen (ChristenUnie) trainingen tegen examenstress als voorbeeld van het ongewenste hulpaanbod. Ook spreekt hij zich uit tegen excessieve winsten. In de aangekondigde stelselwijziging moeten de regio’s zich weer buigen over zwaardere hulpverlening.

Ook de doorgaans terughoudende rechterlijke macht sprak zich uit over het vastgelopen systeem: jeugdrechters moeten oordelen op basis van gebrekkige of incomplete dossiers, waardoor jongeren bijvoorbeeld te lang in gesloten instellingen verblijven. Verder is er een ‘gebrek aan rechtsbescherming’ voor burgers die te maken krijgen met een uithuisplaatsing, aldus een factsheet van wetenschappers van de Universiteit Leiden (zie kader). Tevens leiden uithuisplaatsingen – hoewel in sommige gevallen noodzakelijk – volgens diezelfde wetenschappers vaak niet tot de gewenste verbeteringen in de ontwikkeling van het kind.

Anne Martien van der Does, Gemeentelijke Kinderombudsman Beeld Gemeentelijke Ombudsman
Anne Martien van der Does, Gemeentelijke KinderombudsmanBeeld Gemeentelijke Ombudsman

Een oplossing is niet eenvoudig, zegt Van der Does. Als Amsterdamse kinderombudsman neemt ze klachten in behandeling van Amsterdamse kinderen en ouders over de gemeente en hulpverleningsinstanties, maar ze neemt ook een adviserende rol over de landelijke jongerenwetgeving.

“Een complex probleem bij een kind staat nooit op zichzelf,” aldus Van der Does. ‘Het systeem’ – de school, geldzorgen, een veilige woonomgeving – speelt immers altijd een rol. Als het aan Van der Does lag, zou er bij complexe gevallen één gezinsregisseur moeten komen in plaats van bijvoorbeeld een ‘kindregisseur’ van de jeugdbescherming, een ‘schuldhulpverleningsregisseur’ van de gemeente en een ‘autismeregisseur’ van de geestelijke gezondheidszorg. Die ene gezinsregisseur heeft het totaaloverzicht.

Hoe ziet u dat voor zich?

“Er moet één gezinsregisseur komen met doorzettingsmacht en brede kennis,” zegt ze. “Zo kun je bijvoorbeeld voorkomen dat niet wordt gelet op het doorbetalen van de huur bij een gezinsplaatsing.”

Ziet u andere voordelen aan één gezinsregisseur?

“Ja. Er wordt nu door verschillende partijen te veel gepraat, maar er wordt te weinig ondernomen. Snel en juist handelen is essentieel, want kleine problemen kunnen snel groter worden. Een wachttijd van een jaar is heel lang in het leven van een 14-jarige. En de ontstane schade herstelt niet altijd.”

Welke achtergrond zou zo’n regisseur moeten hebben?

“Ik denk aan iemand met een hbo-achtergrond die misschien een master op de universiteit heeft afgerond en bij voorkeur een traineeship heeft doorlopen in de hele keten. Maar belangrijker is nog dat het een persoon is met wat levenservaring. Dat is in het contact met de ouders en kinderen vaak prettiger dan iemand die net uit de schoolbanken komt. Het zou goed zijn als er meer mannen in de jeugdzorg komen werken, want vrouwen zijn oververtegenwoordigd.”

Wat vindt u verder dat die gezinsregisseur moet doen?

“Zwaarder inzetten op het voorkomen van een uithuisplaatsing. Dat is moeilijk, want het ontbreekt aan wetenschappelijk bewijs over goede interventies. Maar snel handelen is sowieso een vereiste.”

Vindt u uithuisplaatsingen überhaupt wel nodig?

“Ja, soms wel. Het is een ultimum remedium om een kind in veiligheid te brengen. Als er thuis harde klappen vallen, kun je niet anders, bijvoorbeeld. Maar een uithuisplaatsing zou veel korter kunnen duren dan nu het geval is.”

Hoe bedoelt u?

“In de huidige praktijk wordt te summier omschreven onder welke omstandigheden een kind weer terug kan naar huis. Dat is een taak voor de jeugdbescherming, maar die doet dat te weinig. Conform de wet toetst de rechter de reden van een uithuisplaatsing, maar niet de criteria en de termijn voor een terugplaatsing. Als rechter laat ik de partijen daarom vaak binnen drie maanden terugkomen, om te kijken of terugplaatsing mogelijk is. Eigenlijk hoort dat niet, maar ik doe het toch. De ideale gezinsregisseur die ik voor ogen heb, is zelf heel scherp op snelle terugplaatsing.”

Uithuisplaatsingen

In de eerste helft van 2021 zijn in totaal ruim 37.500 kinderen uit huis geplaatst. Soms gebeurde dat vrijwillig, omdat ouders de opvoeding (tijdelijk) niet meer aankunnen. Soms besloot de rechter tot een gedwongen uithuisplaatsing, zegt Mariëlle Bruning, hoogleraar jeugdrecht (Universiteit Leiden) en opsteller van de ‘factsheet uithuisplaatsingen’. In 2019 waren ongeveer 17.000 Nederlandse kinderen gedwongen uit huis geplaatst.

“Hoe Nederland zich daarmee verhoudt tot omringende landen, is onduidelijk,” aldus Bruning. “Door verschillende definities over uithuisplaatsingen is een onderlinge vergelijking moeilijk, al lijkt Nederland zich in de middenmoot te bevinden.”

In Nederland worden jeugdigen waarschijnlijk wel vaker in de gesloten jeugdzorg geplaatst dan in buurlanden. In de gesloten jeugdzorg is de vrijheid beperkt. “In 2021 ging het om 1815 jeugdigen in de gesloten jeugdzorg,” aldus Bruning. “Duitsland heeft bijvoorbeeld ruim vier keer meer inwoners dan Nederland, maar daar zijn slechts driehonderd gesloten plekken.”

In 2020 werden in Amsterdam 120 kinderen geplaatst in een gesloten setting, zo blijkt uit cijfers van de gemeente. In de drie jaren daarvoor ging het jaarlijks om zo’n 170 kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden