PlusNieuws

Amsterdamse housepionier Joost van Bellen stopt: ‘Deze dj gaat in de vriezer’

Joost van Bellen, dj en grondlegger van de Nederlandse housescene, stapt vanwege de ‘uitzichtloze coronamaatregelen’ voorlopig uit het vak. ‘In een mum van tijd was alles wéér gecanceld.’

Marijne Beijen
Zelfbenoemd 'discodinosaurus' Joost van Bellen voor de Melkweg in 2018 Beeld Dingena Mol
Zelfbenoemd 'discodinosaurus' Joost van Bellen voor de Melkweg in 2018Beeld Dingena Mol

Liever had Joost van Bellen net als de afgelopen veertig jaar ook nu de late avonden en de vroege ochtenden aan elkaar gedraaid. Maar tot zeker april 2022 legt hij het dj-werk neer. “In een mum van tijd was alles wéér gecanceld. Dan raak je afgestompt. Het constant aanpassen aan onvoorspelbare regels is funest voor je gemoedstoestand.”

‘Deze dj gaat in de vriezer,’ schreef hij daarom afgelopen week op sociale media. ‘Omdat mijn artiestenagenda al veel te lang als een Rubik’s cube in de onjuiste positie terechtkomt.’

In september 2020 riep de Amsterdamse 59-jarige dj in Het Parool ‘liefhebbers van de nachtcultuur’ nog op te demonstreren tegen de maatregelen van toen. “Je gaat je na bijna twee jaar corona afvragen: wat moet ik nu weer doen om bij zinnen te blijven? Ik zit ver boven mijn taks, veel collega-dj’s zijn de afgelopen tijd omgevallen. Een depressie ligt zo op de loer.”

Clubritme

Ondanks een lege werkagenda houdt Van Bellen na vier decennia in het vak in het weekend nog steeds een ‘clubritme’ aan: vroeg slapen lukt niet. Maar de platen, de sfeer, de mensen: hij mist alles. “Wie niet? Mensen hebben de nachtcultuur nódig.”

De wanhoop gaat makkelijk overheersen, zegt Van Bellen. Maar de boel dan maar compleet omgooien is hem ook nooit vreemd geweest. “Ik dacht: als ik telkens zo focus op hopen, blijf ik ontevreden met het nu. Dan kan ik me beter voor honderd procent focussen op iets anders.”

En dus zet hij zijn zinnen op een boek, waarvoor de dj weer de clubs van zijn herinneringen en dromen induikt. Centraal staat de heropening van de iconische club RoXY eind jaren tachtig en het begin van de housemuziek. “En de wildwestsituaties van het leven als dj toen.”

En natuurlijk: de brand. Die o zo pijnlijke brand die op 21 juni 1999 uitsloeg in het fameuze pand aan het Singel. “In dit boek kan ik weer andere pijnpunten uitlichten van toen, zoals de aidsepidemie die toen zo huishield in het nachtleven. Maar ik kan ook de geschiedenis van dance verder uitdiepen, de onschatbare waarde dat het nachtleven heeft voor mensen die net buiten de boot vallen.”

Afstand

Waarschijnlijk was een vervolg op Nachtdier niet tot stand gekomen zónder langslepende pandemie. “Corona heeft gezorgd voor meer afstand tot het leven dat ik al zo lang ken. Ik ben beter in staat om in bepaalde vragen te duiken. Waarom gaan mensen eigenlijk uit? Wat zit er achter dat escapisme?”

Zo houdt hij het nachtleven voor zichzelf in leven. In de verhalen zit hoop, zegt Van Bellen, naast een sterke dosis nostalgie – voor sommige jongere lezers wellicht naar een tijd die ze zelf nooit hebben gekend. “Ik wil de kracht van het nachtleven laten spreken. Ondanks alle ellende voelt dat dus toch hoopvol. Door het schrijfproces kan ik door een soort telescoop kijken naar iets, ja, naar iets fantastisch.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden