Plus Achtergrond

Amsterdamse diamantbewerkers genazen van tbc op de hei

Slechte arbeidsomstandigheden, kleine, vochtige huizen: nogal wat Amsterdamse diamantbewerkers leden aan tbc. In 1928 werd sanatorium Zonnestraal in Hilversum gebouwd. Rust, licht en zon moesten voor genezing zorgen. 

Arbeiders in de diamant­industrie werkten tegen lage lonen en onder zware omstandig­heden. Beeld Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG)

‘Bedek uw mond wanneer gij hoest of niest!’ Het bord waarschuwde diamantbewerkers voor de volksziekte tuberculose. Zij liepen een groot risico de ziekte te krijgen, daarom wezen voorlichtingscampagnes rond 1900, toen Amsterdam wereldwijd nog het centrum was van de diamantindustrie, op het belang van goede hygiëne: ‘Onreinheid is een ijverig bondgenoot van besmetting’.

Ruim tienduizend voornamelijk Amsterdamse diamantbewerkers werkten bij grote diamantairs als Asscher of in kleinere werkplaatsen, soms in eigen bezit. De diamantindustrie was aan het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw een van de grootste bedrijfstakken van Amsterdam.

Grote Amsterdamse juweliers als Van Moppes en de gebroeders Boas lieten eigen fabrieken bouwen. In de Tolstraat kwam de fabriek van

I.J. Asscher te staan, in de Ruysdaelstraat die van E. van Dam. De Joodse bedrijven zaten vaak aan de oostelijke kant van de stad, de christelijke waren meer in de Jordaan en De Pijp gevestigd.

Aanvankelijk waren er vooral Joodse diamantbewerkers, later kwamen er ook christelijke arbeiders bij. Dat er veel Joden in de diamant­bewerking zaten, kwam doordat ze zich daarvoor niet hoefden aan te sluiten bij een gilde. Toe­treden tot een gilde was voor Joden immers verboden.

Marktplaats

Op de expositie Zonnestraal, schip op de heide in museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt liggen verschillende originele instrumenten, waaronder een snijstok om de diamant te snijden, een slijptang en karaatmeter. “We hebben sommige voorwerpen gevonden op Marktplaats. Het grootste deel is uitgeleend door Gassan, IISG, het Tuberculosefonds of particulieren,” vertelt curator Joppe Schaaper, die de expositie heeft ingericht.

De diamantbewerkers werkten tegen lage ­lonen en onder slechte arbeidsomstandig­heden. Op de slijperijen moesten ze vaak twaalf uur achtereen werken en ze woonden in slechte, vochtige woningen in achterstandsbuurten, met veel mensen in kleine ruimten.

Door het gebrek aan frisse lucht en zonlicht en de slechte hygiëne kregen veel diamantbewerkers tuberculose. Een medicijn kwam er pas in 1944. “Tbc was een volksziekte die juist in krottenwijken werd overgebracht. De mensen staken elkaar aan door het vele hoesten,” zegt Schaaper.

Diamantbewerkersbond

De sociaaldemocraten Henri Polak, oud-­gemeenteraadslid en zoon van een Joodse briljantslijper, en ‘Kattenburger’ Jan van Zutphen, die zijn moeder en zus had verloren aan de destijds dodelijke ziekte tbc, organiseerden in 1894 een staking. Samen richtten ze dat jaar ook de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (ANDB) op, waarmee de invoering van een achturige werkdag, financiële ondersteuning bij ziekte of werkloosheid en het recht op vakantiedagen werden bedongen.

Van Zutphen kwam vervolgens met het idee om de koperen steeltjes, een restproduct van het diamantbewerkingsproces, te verzamelen. Een Delftse hoogleraar bedacht een methode om zuiver diamantstof uit het diamantafval te halen. Met de opbrengst hiervan kon de bond in 1919 een bosrijk landgoed bij Hilversum kopen voor de bouw van een sanatorium voor tbc-­patiënten.

Op de expositie zijn zakjes zuiver diamantstof, een bus voor het verzamelen van ­koperen stelen en de collectebussen te zien waarmee geld werd opgehaald voor Zonnestraal. Het gebouw, met zijn witte beton, blauwe staal en grote ramen, ontworpen door architecten Jan Duiker en Bernard Bijvoet, was een wonder van moderne bouwkunst, ontdaan van tierelantijnen.

Een maquette op de expositie toont hoe groot het sanatorium was: in het midden van het landgoed stond het hoofdgebouw met de eetzaal annex film- en theaterzaal. Eromheen stonden twee paviljoens, de zusterkoepel en de werkplaatsen.

Rieten ruststoelen

Alle gezindten waren welkom in Zonnestraal. “Een paar duizend Amsterdammers hebben er gelegen, meestal een tot twee jaar,” schat Annette Koenders van de ­afdeling Cultureel Erfgoed van de gemeente Hilversum. Op foto’s is te zien hoe Amsterdamse diamantbewerkers in rieten ruststoelen in de buitenlucht liggen.

De expositie over Zonnestraal begint met een vitrine met sputumbakjes, een filmkijker voor het beoordelen van longfoto’s, een tas met spuiten en een verpleegstersuniform. Ook staat er een voorbeeld van een rieten ruststoel uit een ander sanatorium.

In Zonnestraal was plek voor honderd diamantbewerkers. Ze lagen in eenpersoons­kamers aan de zonnige zuidkant van het paviljoen en konden vanuit hun kamer naar de ruststoel op het overdekte balkon. Er werd gewandeld op de heide en in het bos.

Naast de fysieke gezondheid achtte men ook de geestelijke gezondheid van belang. Er waren werkplaatsen waar de arbeiders boten, meubelen en fietsen maakten, ook konden ze in de boekbinderij aan de slag. Op de tentoonstelling staat onder meer een door de diamantbewerkers gemaakte tafel.

Verwaarloosd

Op de expositie zijn ook foto’s te zien van de Amsterdamse krotwoningen, met wc’s onder het aanrecht, en van de verwaarloosde gebouwen van Zonnestraal in de jaren tachtig.

Na de Eerste Wereldoorlog waren de hoogtijdagen van de diamantindustrie voorbij en aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was het overgrote deel – 75 procent – van de Amsterdamse Joden vermoord. Antwerpen nam de positie als centrum van de diamanthandel over. De Diamantbond fuseerde en ging in 1997 op in FNV Bondgenoten.

Zonnestraal 

Sanatorium Zonnestraal, monument van het Nieuwe Bouwen, werd in delen tussen 1928 en 1931 opgeleverd en bood plaats aan honderd ­diamantbewerkers met tuberculose. In 1957 werd het sanatorium een algemeen ziekenhuis, nadat in 1944 een antibioticum tegen tbc was uitgevonden.

Vanaf de jaren tachtig werden de gebouwen slecht onderhouden en vervielen ze tot ruïnes. Eind jaren negentig werd besloten het complex op te knappen. De buitenkant is inmiddels gerestaureerd, een deel van de binnenkant moet nog worden gedaan.

In 2010 kwam Zonnestraal op de voor­lopige Nederlandse lijst voor Unesco Werelderfgoed. In 2018 besloot minister Ingrid Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat het gebouw niet op de definitieve lijst werd gezet.

Op dit moment zitten in Zonnestraal onder meer een autismecentrum, een tandarts en ­medische sportfaciliteiten.

Zonnestraal, schip op de heide, tot en met 12 januari in ­museum Het Schip aan de Oostzaanstraat 45. ­
Openingstijden: dinsdag tot en met zondag van 11 tot 17 uur. 
Voor excursies naar Zonnestraal en verder info: www.hetschip.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden