Nieuws

Amsterdamse betrokkenheid bij slavernij omvangrijker dan gedacht

Gravure uit de 19de eeuw van tot slaaf gemaakten die koffie verbouwen op een plantage in Suriname.Beeld Hollandse Hoogte / Roger Viollet Agence Photographique

De betrokkenheid van Amsterdam bij de slavernij is veel wijder verspreid dan eerder aangenomen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek dat dinsdagmiddag is overhandigd aan het gemeentebestuur. Deze bevindingen kunnen de opmaat zijn naar eventuele excuses. 

De Amsterdamse betrokkenheid bij slavernij was grootschalig, mondiaal, langdurig, werkte door tot ver na de officiële afschaffing en kende verschillende vormen. Niet alleen de gemeente speelde een ‘systematische en georganiseerde rol’ in de slavernij, ook individuele bestuurders waren actief in de slavenhandel. Dat zegt Pepijn Brandon, die voor het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis onderzoek doet naar slavernij. 

Amsterdam was betrokken bij slavernij in Suriname, Curaçao en Indonesië, maar ook in Zuid-Afrika, Taiwan, Brazilië en in Noord-Amerika. In dat laatste geval ging het niet alleen om Nieuw-Amsterdam, het huidige New York, maar ook om betrokkenheid in de kolonie Nieuwer-Amstel aan de rivier Delaware, die onder Amsterdams bestuur viel. 

“De betrokkenheid was wijder verspreid dan eerder aangenomen,” zegt Brandon. “Amsterdam dreef handel over heel de wereld en de betrokkenheid bij slavernij was net zo mondiaal.” Brandon is een van de vier redacteuren van het boek De slavernij in Oost en West dat dinsdagmiddag is overhandigd aan burgemeester Femke Halsema en wethouder van Sociale Zaken, Diversiteit en Democratisering Rutger Groot Wassink. Meer dan veertig onderzoekers naar slavernij leverden een bijdrage.

 Rol van de gemeente

De onderzoeksopdracht kwam van het college van burgemeester en wethouders en kan de aanzet zijn voor eventuele excuses voor de rol die de gemeente heeft gespeeld in deze zwarte bladzijde in de geschiedenisboeken. De gemeenteraad heeft per motie aangedrongen op zulke excuses en Amsterdam zou daarmee in Nederland de eerste zijn. 

Wethouder Groot Wassink wilde eerst onderzoeken waarvoor Amsterdam excuses moet aanbieden en welke rol de gemeente, dus niet individuele burgers, hebben gespeeld in de slavernij. Die gemeentelijke rol is divers. Zo was er sprake van directe betrokkenheid via bijvoorbeeld de Sociëteit van Suriname, waarvan Amsterdam één van de drie eigenaren was. Deze organisatie bestierde Suriname van 1683 tot 1795 en transporteerde duizenden mannen, vrouwen en kinderen vanuit Afrika naar Suriname. Uit notulen blijkt dat burgemeesters hier weet van hadden.

De tweede lijn is indirect. Amsterdamse bewindvoerders hadden de belangrijkste stem in het bestuur van de Vereenigde Oostindische Compagnie. Deze onderneming liet de handel in Azië gepaard gaan met volksverplaatsingen, slavenhandel en dwangarbeid, iets wat de nadrukkelijk steun van de stad kreeg. Dat was ook het geval bij de West-Indische Compagnie, die tot slaaf gemaakten transporteerde naar onder meer Suriname en Curaçao. “Amsterdam steunde de agressieve koers,” aldus Brandon.

Contrast

Tot slot waren diverse burgemeesters zelf actief in slavenhandel, waarbij ze hun ambt inzetten als dat nodig was. Het Amsterdamse stadsbestuur speelde bovendien een belangrijke rol in de rechtvaardiging van slavernij.

Deze geschiedenis staat in schril contrast met de veelbezongen tolerantie die de stad beroemd maakte en waarvan de oorsprong ook ligt in de Gouden Eeuw, toen veel vluchtelingen er onderdak kregen. Kan een stad tolerant zijn en tegelijkertijd slavenhandel initiëren? “Ja en dat maakt geschiedenis zo complex,” zegt Brandon. “De slavenhandel moet, net als de tolerantie, onderdeel zijn van het verhaal over de stad.” 

Of dit onderzoek daadwerkelijk tot excuses leidt, is een politieke beslissing die de komende tijd zal vallen. De onderzoekers hopen dat het stadsbestuur nader onderzoek naar het slavernijverleden zal initiëren. Hierin moet dan ook de vraag worden meegenomen of er een lijn te trekken valt tussen de slavernijgeschiedenis en hedendaags racisme.

Amsterdam, slavenhandel en slavernij

- Tussen de 16de en de 19de eeuw vervoerden Nederlandse schepen naar schatting 600.000 tot slaaf gemaakten van Afrika naar Zuid-Amerika en het Caribisch gebied.

- Het Amsterdamse aandeel wordt geschat op 135.000 mensen, van wie 20.000 de reis niet overleefden.

- Amsterdamse bestuurders speelden een belangrijke rol in de Vereenigde Oostindische Compagnie, de West-Indische Compagnie en de Sociëteit van Suriname.

- In eigen land oefenden zij politieke druk uit ten gunste van de eigenaren van plantages en tot slaaf gemaakten.

- Handelscentrum Amsterdam profiteerde van slavenhandel en slavernij. De scheepsbouw in de stad floreerde, net als de industrie die suiker, tabak, koffie en andere producten van de plantages verwerkte. Amsterdamse handelaren bevoorraadden de plantages.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden