PlusGeboren en getogen

Amsterdammer Yolanda van Woudenberg: ‘Ik wilde alles anders doen dan mijn ouders, maar dat is me niet gelukt’

Amsterdam betekent méér voor ze dan alleen maar een plek om te wonen. Ze zijn hier ter aarde gekomen en willen nooit meer weg. In deze serie vertellen echte Amsterdammers over hun band met onze stad. Deze week: Yolanda van Woudenberg.

Yolanda van Woudenberg Beeld Michiel van Nieuwkerk
Yolanda van WoudenbergBeeld Michiel van Nieuwkerk

Je kunt mijn moeder, Paula ­Dennis, kennen van de hit ­Janus, pak me nog een keer. Ze leidde in de jaren zeventig en tachtig het Enig Onvervalst ­Jordaan Cabaret en had, samen met haar tweede man Cor, café ’t Hoekje op de Prinsengracht. Dat is later Café II Prinsen ­geworden. Ja, ze was best een bekendheid, want in dat Jordaan Cabaret zaten behalve mijn moeder ook Jan en Mien Froger en Johnny Jordaan. In 2016 is ze op 87-jarige leeftijd overleden. Ze staat nu bij mij in de woonkamer, in een pot op het penantkastje. Ik mis haar nog elke dag.”

“Mijn ouders gingen uit elkaar toen ik zeven was. Mijn moeder vertrok naar Den Haag, waar ze ging werken in een nachtclub, ik werd ondergebracht bij opa en oma in de Mercatorbuurt. Een fijne tijd, mijn oma was een echte oma, met van die dikke armen, mijn opa een chagrijn, op iedereen boos, behalve op mij. Toen ze allebei in het ziekenhuis belandden, ging ik terug naar mijn vader. Een lieve man hoor, maar in die tijd – ik was twaalf - nam ik het mijn moeder enorm kwalijk dat ze me in de steek had gelaten. Achteraf gezien onterecht, ze wou het beste voor mij.”

“Ik wilde alles anders doen dan mijn ouders, maar dat is me niet gelukt. Vier keer ben ik getrouwd geweest, heb kinderen bij twee verschillende mannen. En net als mijn moeder werd ik zangeres. Als backing vocal heb ik met tout bekend Nederland op de planken gestaan, ook veel in Paradiso. Daar leerde ik pianist Jos van Woudenberg kennen, mijn laatste echtgenoot met wie ik nu al dertig jaar ben. Met hem trad ik in de jaren tachtig veel op in de Nederlandstalige popband De Munck. En in het Jordaan Cabaret zat ik ook, daarvoor was ik door mijn moeder gestrikt toen Mien Froger ermee ophield. Soms, op Koninginnedag, stond ik het ene moment rocksongs te zingen met De Munck op het Leidseplein, dan snel omkleden en rennen naar Gebouw De Palm om daar Jor­daanliederen te vertolken in waaierrok en rode sloffen.”

“Mijn man en ik zijn nog steeds aan het werk. Nee, niet meer in de muziek. Hij geeft Nederlandse les, ik zit achter de balie bij de spoedeisende hulp bij het OLVG. Al meer dan twintig jaar. Het is de mooiste baan ter wereld, echt, maar na de zomer hou ik ermee op. Zijn we vrij om van ons huisje in Italië te genieten. Eerlijk gezegd heb ik al vier keer afscheid genomen, maar kom ik steeds weer terug. Misschien ben ik wel bang dat, als ik straks gestopt ben, iedereen me snel vergeten is.”

Leeftijd 70
Beroep Baliemedewerkster Spoedeisende Hulp OLVG
Burgerlijke staat: Getrouwd met Jos van Woudenberg. In een samengesteld gezin hebben ze vier kinderen:
Danaë (48), Sanne (46), Aafke (45) en Kim (40). Samen hebben ze zeven kleinkinderen.
Woongeschiedenis: Oud-West, Oost, Osdorp, Centrum, De Pijp, Oud-Zuid

Clayde Menso

Clayde Menso. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Clayde Menso.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“De eerste jaren van mijn leven woonde ik in Amsterdam-West, op de Tweede Constantijn Huygensstraat, bij mijn oma, want mijn moeder kreeg mij best jong. Ze was trambestuurder en had geen vaste relatie met mijn vader, een caféhouder op de Albert Cuyp. Bij mijn oma was het goed, ik groeide op tussen mijn ooms en tantes die ik als broers en zussen zag. Op mijn zevende verhuisden we naar Zuidoost. Dat vond ik leuk, want veel familie uit Suriname woonde daar al en op de galerij van onze flat waren veel kinderen om mee te spelen.”

“Op mijn basisschool Bijlmerdrie zaten meer dan 28 nationaliteiten. Uit Irak, Iran, Bolivia, China; echt alle delen van de wereld. In groepsgesprekken op maandagochtend vertelden mijn klasgenootjes in geuren en kleuren over hun geboorteland waar ze op vakantie waren geweest. Een grote rijkdom, als ik daar nu op terugkijk. Het was voor mij nogal een overgang toen ik op mijn twaalfde naar het Vossius Gymnasium in Oud-Zuid ging en ik ineens het enige kind met een niet-westerse migratieachtergrond was en de ouders van alle kinderen een hoge sociaal-economische status hadden. Ik kwam bij klasgenoten die een woonkamer hadden die zo groot was als het hele huis van mijn moeder, bij wie ik inmiddels weer woonde.”

“Op mijn 16de, tijdens koopavond op de Kalverstraat, kwam ik mijn grote liefde tegen. Inmiddels zijn we 17 jaar getrouwd. We vinden het belangrijk dat onze twee kinderen opgroeien in een buurt met mensen met veel verschillende achtergronden en perspectieven. We wonen in Noord en daar is dat zo. De kinderen zijn inmiddels oud genoeg om te begrijpen dat de een wat minder heeft dan de ander. Als we op vakantie gaan en ze een vriendje of vriendinnetje mogen meenemen, kiezen ze vrijwel altijd voor een kind dat anders niet op vakantie zou gaan. Daar ben ik dan best heel trots op.”

“Ik vind het bijzonder dat ik leiding mag geven aan Amerpodia, waar Rode Hoed, Felix Meritis, De Nieuwe Liefde en Het Compagnietheater onder vallen. Vanuit het hart van de stad openen we de deuren voor mensen van diverse pluimage. In Felix Meritis kwamen in 1788 al mensen bij elkaar die zeiden: we moeten vanuit verschillende perspectieven nadenken over waar de wereld heengaat. We geven nog steeds een podium aan mensen die zich inzetten om de wereld mooier, eerlijker en dynamischer te maken. We hebben in Amsterdam de mooiste grachten, de prachtigste panden en de groenste parken, maar uiteindelijk zijn het toch de mensen die vormgeven aan hun ambities die de stad maken.”

Leeftijd: 45
Beroep: Algemeen directeur bij Amerpodia: Rode Hoed, Felix Meritis, De Nieuwe Liefde en Het Compagnietheater.
Opleiding: Bedrijfskunde en Cultureel Maatschappelijke Vorming.
Burgerlijke staat: Getrouwd met Palmyra Menso. Samen hebben ze een zoon en een dochter: Nirell (16) en Amaya (12)
Woongeschiedenis: Oud-West, Zuidoost, De Pijp, Noord.

Charlotte Bosgraaf-Haasbroek Beeld Michiel van Nieuwkerk
Charlotte Bosgraaf-HaasbroekBeeld Michiel van Nieuwkerk

Charlotte Bosgraaf-Haasbroek

In mijn jeugd woonde ik in de Van Eeghenstraat, pal aan het Vondelpark. Mijn moeder had daar na de scheiding van mijn vader een pand gekocht, samen met mijn neef. Wij hadden het benedenhuis, mijn neef en zijn vriendin de bovenste etages. We vormden een hechte familie, ook met de kinderen die ze later kregen, dat werden een soort broer en zus voor mij. Nu, 40 jaar later, wonen ze nog steeds bij ­elkaar. Nee, ik niet meer, ik heb inmiddels mijn eigen gezin in de Rivierenbuurt.”

“Met mijn vader, een intelligente, levendige man, heb ik ook nog altijd een goede band. Als kind zag ik hem eens in de twee weken een weekend, in zijn souterrain op de Herengracht. Tot hij op mijn elfde een huis kocht bij mijn moeder om de hoek. Dat was rustiger voor mij, konden we gezellig bij elkaar binnenlopen.”

“Mijn ouders waren echte hippies, kenden elkaar van de VPRO. Mijn vader was er directeur van de radio, mijn moeder producer van muziekprogramma’s, waaronder Lolapaloeza. Dan belde ze vanuit Paradiso en vroeg ze: ‘Er komt een leuk bandje, heb je zin om te komen?’. Dan zei ik: ‘Nee ik ga liever bij Joanna spelen.’ Bleek dat later Nirvana te zijn.”

“Op mijn 21ste zat ik nog redelijk vast geklit aan mijn moeder. Ze bedacht dat een stage in het buitenland goed voor me zou zijn en belde een oud-collega in Londen die inmiddels hoofd MTV Europe was. Ik solliciteerde en werd aangenomen. Vanaf de eerste dag wist ik dat ik nooit meer wat anders wilde. Toen MTV naar Nederland kwam, kreeg ik hier een baan en programmeerde ik voor TMF en MTV alle muziek. Natuurlijk hartstikke cool op die leeftijd.”

“Ik heb daarna nog even bij AT5 gezeten en lang bij SBS, waar ik op het laatst werkte als ­productiemanager. Tot ik dacht: er is meer in het leven. Ik zegde alle vastigheid op en stapte in de start-up van mijn man: Lazy Vegan. We verkopen diepvriesmaaltijden die het makkelijk maken voor mensen om minder vlees te eten. Dat bedrijf gaat goed, gelukkig. Wij maken ons namelijk oprecht zorgen over de planeet en de gezondheid van mensen.”

“Voor mijn gevoel klopt mijn leven nu. Ik kan mijn werk goed combineren met de kinderen en we hebben een heerlijk huis in de Vechtstraat. Lekker dorps is het hier, je kan gewoon de auto voor de deur parkeren. Een zegen na tien jaar op de Albert Cuyp te hebben gewoond. Met veel plezier, maar tijdens de bevalling van de eerste, liep ik daar met weeën over die markt en weer terug omdat ik niet genoeg ontsluiting had. Toen dacht ik: tijd om hier weg te gaan!”

Charlotte Bosgraaf-Haasbroek

Leeftijd: 42
Beroep: Digital brand manager bij Lazy Vegan, eigenaar Lot Online, een marketingbureau voor start-ups en bedrijven.
Opleiding: The New School Amsterdam
Burgerlijke staat: Getrouwd met Vincent Bosgraaf. Samen hebben ze twee kinderen: Mikaela (5) en Helena (3)
Woongeschiedenis: Oud-West, Centrum, Oud-Zuid, De Pijp, Rivierenbuurt

Remco Kloters. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Remco Kloters.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Remco Klöters

“Mijn vader Jacques ­Klöters is ­behalve kleinkunstkenner ook geïnteresseerd in geschiedenis. Hij heeft veel uitgezocht over onze familie, de Klötersen, bijvoorbeeld dat de naam vroeger nog met een C en dubbel O werd geschreven en dat ze in de 18de eeuw al naar Amsterdam zijn gekomen vanuit het Rijngebied. Van hem weet ik ook dat ik de tiende generatie ben die woont en werkt in deze stad. Ik ben opgegroeid in Oud-Zuid, rond de Jacob Obrechtstraat, Van Breestraat. De buurt was in die tijd nog niet zo poenerig als die nu is, meer dorps. Er was nog een melkboertje en een groenteboertje.”

“Samen met mijn broertje en zusje groeide ik op een in artistieke kroegfamilie. Ik kreeg ­chocomel in het café, daarom wilde ik als kind altijd kroegbaas worden. Toen ik 7 jaar was, gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn moeder ging samenwonen met een leraar Latijn van het Fons Vitae Lyceum, mijn vader kreeg een relatie met cabaretière Lenette van Dongen. Het waren totaal verschillende werelden, maar die hadden allebei hun charme. Bij mijn moeder thuis was het rustig en overzichtelijk, ­terwijl het bij mijn vader meer vrij en artistiek was. Daar kwamen regelmatig cabaretmensen over de vloer, die hun nieuwe liedjes lieten horen. Dat is leuk natuurlijk, maar omdat ik zelf ­helemaal niet zo artistiek was, werd ik er ook timide van.”

“Gek genoeg vormt het je toch, als je in zo’n wereld opgroeit. Nu in mijn werk als advocaat in het auteursrecht en mediarecht, kan ik me verplaatsen in artistiekere cliënten. Ik ben erachter gekomen dat ik op mijn manier ook creatief ben, vooral in de taal van de procedure. Dat laatste heb ik trouwens vooral geleerd in de debatvereniging in mijn studententijd. Die vormde voor mij een intellectuele prikkel, ik wilde ineens alles weten wat er in de wereld speelde en daarover debatteren.”

“In Oud-Zuid woon ik al lang niet meer. Ik woon al jaren aan de oostkant van de stad, eerst in de Indische Buurt en nu op IJburg. Nee, zo bruisend als de Indische Buurt nu is, is IJburg niet, maar het is leuk wonen met al dat water om ons heen. Een beetje hetzelfde dorpse gevoel als in Oud-Zuid. Dat is fijn als je twee kleine kinderen hebt. Mijn vrouw en ik hebben er nog even over gedacht naar Bussum te verhuizen, omdat je veel meer huis en tuin hebt voor hetzelfde geld. Gelukkig hebben we dat niet gedaan, alleen al omdat er nu een elfde generatie Klöters opgroeit in Amsterdam.”

Remco Klöters

Leeftijd 43
Beroep advocaat intellectueel eigendomsrecht en mediarecht, partner bij Van Kaam IP, Media & Privacy
Opleiding Nederlands recht, Universiteit van Amsterdam
Burgerlijke staat getrouwd met Renate, vader van twee dochters, Maria (2) en Amber (0)
Woongeschiedenis Oud-Zuid, Stadionbuurt, Indische Buurt, IJburg

Roza Desta. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Roza Desta.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Roza Desta

Mijn vader is samen met zijn ­zussen ­gevlucht uit zijn geboorteland Ethiopië. Na vele omzwervingen door Europa, belandde hij in Amsterdam. Hij kende niemand hier, behalve een neef. Later begon hij met een vriend een Ethiopisch restaurant en ontmoette hij op een feestje een ­Nederlandse vrouw: mijn moeder. Inmiddels is dat dertig jaar geleden.”

“Mijn hele leven woon ik al met mijn ouders op Oostenburg. We zijn een keer verhuisd, in dezelfde straat, naar de buren, omdat mijn zus en ik dan allebei een eigen kamer konden hebben. Stadsdeel Oost is heel divers in etniciteit en daar voel ik me prettig bij. Pas toen ik naar de middelbare school ging in Amsterdam-Zuid, kwam ik erachter hoe het was om je in een niet-diverse omgeving te bewegen. Was de basisschool in Oost nog lekker gemixt, hier waren alle ouders van alle kinderen wit en Nederlands. Hoewel ik er zelf best Nederlands uitzie, word je je op zo’n moment toch heel bewust van je achtergrond en kleur. Dat terwijl ik er eerder nooit echt over had nagedacht dat mijn vader bruin en Ethiopisch was en dat hij was gevlucht.”

“Nu studeer ik sociaal juridische dienstver­lening aan de HvA. Voor mijn stage kwam ik terecht bij Vluchtelingenwerk. Daar voelde ik me meteen op mijn plek toen ik werd gelinkt aan een Eritrees meisje dat hoogzwanger was en extra hulp nodig had. Ik hielp haar met ­formulieren, ging mee naar de verloskundige of kwam gewoon even bij haar op de thee omdat ze zo alleen was. Daar haalde ik veel voldoening uit. Omdat ik de verhalen van mijn vader en tantes uit eerste hand kende, wist ik hoe zwaar zo’n meisje het had. Daarnaast was het fijn dat ik haar kon vertellen dat ik zelf half-Ethiopisch ben, dat mijn vader ook ooit gevlucht is. Dat schepte vertrouwen. Inmiddels hou ik me meer bezig met gezinshereniging. Een ingewikkeld juridisch proces, vooral voor mensen uit Eritrea, waar documenten die de familiebanden aantonen soms simpelweg niet bestaan.”

“Ja, ik ben zelf al een aantal keer naar Ethiopië geweest. Ik vind het leuk om bij familie en vrienden van mijn vader op bezoek te gaan, al moet ik de eerste dagen wennen dat mensen naar je staren en je willen aanraken. Maar ik ben sowieso niet zo’n reiziger die naar allerlei verre landen op vakantie wil, zoals veel van mijn medestudenten wel doen. Doe mij maar een bruisende stad, zoals Parijs, Valencia of Barcelona. Of gewoon bruisend Amsterdam, en dan het liefst mijn eigen community in Oost, dat is echt mijn thuis.”

Roza Desta

Leeftijd 22
Beroep vrijwillig juridisch medewerker Vluchtelingenwerk Nederland
Opleiding: sociaal juridische dienstverlening, Hogeschool van Amsterdam
Burgerlijke staat heeft een relatie
Woongeschiedenis: Oostelijke Eilanden

Frits Rijksbaron. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Frits Rijksbaron.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Frits Rijksbaron

“In mijn overlijdensadvertentie moet komen te staan: ‘Frits hield veel van bloembollen’, want ik ben geboren in oktober 1944, aan de vooravond van de Hongerwinter. Eigenlijk was ik opgegeven, want er was niks te eten. Alleen bloembollen. In die tijd woonden we aan de Binnenkant, nu nog steeds een onwaarschijnlijk mooi stuk van het Amsterdamse centrum. Ik heb daar zelf geen herinnering aan, mijn broer wel, die weet nog dat hij heeft leren klokkijken op de Montelbaanstoren op de Oudeschans.”

“Op mijn vierde verhuisden we naar het Victorieplein. Tegenover het twaalfverdiepingenhuis, beter bekend als de Wolkenkrabber, destijds de hoogste woontoren van Amsterdam. Lange tijd stond hij halfleeg omdat mensen het eng vonden om zo hoog te wonen. Voor mij was het iets fantastisch, voor het uitzicht heb ik vriendschap gesloten met een jongen die op de hoogste etage woonde. Ik was een druk kind, had adhd, maar daar was toen niks over bekend. Buitenspelen op school mocht ik nogal eens niet omdat ik te veel lawaai maakte. Die drukte heb ik nog, al kan ik nu iets langer stilzitten.”

“Mijn vader was violist bij het Concertgebouworkest, mijn moeder pianiste. Dat mijn broer en ik de muziek ingingen, werd niet gepropageerd. ‘Begin er maar niet aan, want je moet zo verschrikkelijk goed zijn,’ werd ons verteld. Uiteindelijk kwam ik terecht in de reclame, dat paste bij mij, want het was afwisselend. Jaren werkte ik voor de Bijenkorf, heb de Drie Dwaze Dagen mede voor ze bedacht. En mede van mijn hand is de slogan ‘Kip, het meest veelzijdige stukje vlees.’ Eli Asser, toen al bekend van radio en later ook van tv, was mijn leermeester. Ik was zijn Asserstent, zoals hij dat noemde. We zijn altijd bevriend gebleven, tot zijn dood twee jaar geleden.”

“Toen het reclamewerk minder werd, had ik tijd voor andere dingen. Ik ontdekte dat het huis dat ik in 1980 gekocht had, tot aan het begin van de oorlog bezit was van een Joodse familie waarvan één gezinslid, de man van wie ik het huis kocht, de oorlog had overleefd. Ik begon te zoeken naar, zoals ik het ben gaan noemen, Joodse huizen. In mijn straat, de Willemsparkweg, bleken dat er 35 te zijn, in heel Amsterdam bijna 22.000. Hoe anders was de stad geweest als van de 72.000 Amsterdamse joden er niet 60.000 waren vermoord? Inmiddels is de stichting Joodse Huizen opgericht en zijn er zeven boeken verschenen waarin, aan de hand van de adressen, het vooroorlogse leven van de bewoners wordt belicht. Soms kan ik me er helemaal in verliezen, maar dat moet, want die verhalen mogen niet opnieuw verloren gaan.”

Frits Rijksbaron

Leeftijd: 76
Beroep: reclametekstschrijver en conceptontwikkelaar. In 2011 bedacht hij de poosteractie Joodse huizen die uiteindelijk resulteerde in de boekenreeks Joodse Huizen, verhalen over vooroorlogse bewoners.
Opleiding: vele, maar vooral de praktijk.
Burgerlijke staat: heeft een relatie. Uit een eerdere verbintenis heeft hij een zoon en een dochter en twee kleindochters.
Woongeschiedenis: Centrum, Rivierenbuurt, Oud-West, Oud-Zuid.

Gijske Krijgsman. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Gijske Krijgsman.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Gijske Krijgsman

“Toen mijn partner en ik 12 jaar geleden ons eerste huis kochten in de Dapperbuurt, vroegen vrienden: zou je dat wel doen? Is het wel veilig daar? Inmiddels is het de place to be en struikel je over de hippe cafés, eettenten en winkeltjes. Niet alleen in de Dapperbuurt, maar ook in de Watergraafsmeer en de Indische Buurt, waar ik nu woon. Het voelt dorps, maar dat komt misschien doordat ik in Oost ben opgegroeid. De kaasboer kent mij al sinds ik in de buik van mijn moeder zat. Net als de slager. Dat miste ik heel erg toen ik in andere stadsdelen woonde.”

“Mijn jeugd speelde zich af rond de Commelinstraat, vlak bij het Tropenmuseum. Veel huizen waren er vervallen en moesten plaats­maken voor nieuwbouw. Ik was enig kind in een creatief gezin. Mijn vader was fotograaf, mijn moeder werkte bij een uitgeverij van moderne klassieke muziek. Het waren van die VPRO-types met een latrelatie. Als kindje uit zo’n gek links gezin had ik geen enkele aansluiting in deze buurt vol volkse Amsterdammers en mensen van Turkse, Marokkaanse of Surinaamse komaf. Buiten spelen deed ik dus ook niet.”

“Alles veranderde toen ik ging studeren aan het Amsterdam Fashion Institute en ging werken bij studentencafé Dansen bij Jansen. Ik heb toen het meest genoten van wat de stad te bieden heeft. Nou ja, vooral van het uitgaansleven. Elke woensdag en donderdag ging ik naar Paradiso, op vrijdag werkte ik bij Jansen en op zaterdag zat ik daar omdat mijn vriendin dan werkte. Op zondag en maandag gingen we naar club Meander in de steeg ernaast, want dan was het bier vijftig cent. Dinsdag was de rustdag en op woensdag begon het feest weer van voren af aan. En ondertussen studeerde ik ook nog, hè! Mijn leven is in die tijd volledig gevormd en ik heb er vrienden voor het leven gemaakt. Ook mijn huidige partner Michael heb ik toen ontmoet.”

“Onze dochter Ari groeit op in een heel ander Oost dan ik. Het is mooier, gezelliger en meer divers geworden. Lekker stads en druk ook. Kinderen van mijn vriendinnen, die diep in Noord wonen, klimmen in bomen en zijn de hele dag buiten. Soms vind ik dat een gemis voor Ari, maar aan de andere kant: ze sport veel en zit op een school met een kunstprofiel. Dat vormt haar misschien wel veel meer. En als we de chaos van de Javastraat beu zijn, zitten we in no time in een leuk park in de Watergraafsmeer. Wat dat betreft hebben we in Oost the best of both worlds.”

Gijske Krijgsman

Leeftijd 38
Beroep modeontwerper
Opleiding Amsterdam Fashion ­Institute (Amfi)
Burgerlijke staat woont samen met Michael. Samen hebben ze een dochter: Ari (8)
Woongeschiedenis Dapperbuurt, Oud-West, Centrum, De Pijp, Indische Buurt

Robert van Marle. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Robert van Marle.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Robert van Marle.

“In de Watergraafsmeer, vlak bij het oude stadion De Meer van Ajax, speelde mijn vroege jeugd zich af. Als kleine jongen zag ik op zondagmiddag die enorme processie met supporters voorbijtrekken. Soms sloot ik, aan de hand van mijn vader, aan om mee naar de wedstrijd te gaan. Magisch was dat! Op mijn 9de verhuisden we naar Buitenveldert en maakten we vaak eenzelfde gang, maar dan naar het Olympisch Stadion, waar Ajax toen alle grotere duels speelde. Wij mochten daar gratis binnen omdat mijn opa in 1927 een aandeel had gekocht in het Olympisch Stadion en zijn dividend kreeg uitgekeerd in eeuwige vrijkaartjes.”

“Vanuit Buitenveldert ging ik vaak met mijn vriendjes naar het centrum. Probeerden we stiekem bij Parisien binnen te komen, een seksbioscoop op de Nieuwendijk. Het was in de jaren zeventig, Amsterdam was nog een gore stad. De Utrechtsestraat was shabby en zat vol hoeren. Nu is daar alles hip en keurig aangeharkt, net als in De Pijp, waar ik woon. Inmiddels staat daar alles in het teken van toeristen en yuppen, hebben Turkse kruideniers plaatsgemaakt voor onduidelijke pop-upstores en word je in elke koffietent in het Engels aangesproken.”

“Ik wil niet klinken als een ouwe lul die zegt dat vroeger alles beter was, maar het is best ­zorgelijk dat de middenklasse uit de stad verdwijnt. De kloof tussen arm en rijk wordt groter, dat zie ik ook in mijn werk als advocaat. Naast dat ik een maatschap zit, ben ik voorzitter van Stichting Advocatenspreekuur Amsterdam. Deels houd ik mij dan bezig met mensen aan de onderkant van de samenleving die hun weg niet vinden in het rechtssysteem. We geven ­bijvoorbeeld advies aan een schoonmaker die de taal niet machtig is en onder valse voorwendselen zijn ontslagpapieren heeft getekend. Dat juridische advies is noodzakelijk voor zo iemand, want geen inkomen betekent geen huur betalen en op straat belanden. Dat gaat razendsnel.”

“Ik zeg altijd: een stad functioneert alleen als ook jouw buurman zijn rekeningen kan betalen. Anders hebben we straks allemaal een extra slot op de deur. Of wonen de rijken in een community met een bewaker voor de deur. Dat is niet de keuze die ik zou maken voor Amsterdam. We moeten altijd alert zijn dat het zo ver niet komt, door mijn werk probeer ik een klein radertje te zijn om dat te voorkomen.”

“Amsterdammers vinden altijd van alles wel wat. Over de stad of anders wel over Ajax. Dat geldt ook voor mij. Ajax zit in mijn hart, maar ik kan er heerlijk over zeiken als het niet goed gaat. Iets dat je kan delen met Amsterdammers onder elkaar, niet met buitenstaanders. Wat dat betreft, is het net familie.”

Robert van Marle

Leeftijd 60
Beroep Advocaat bij Beltman Van Marle Edens Advocaten, voorzitter Stichting Advocatenspreekuur Amsterdam
Opleiding Nederlands recht
Burgerlijke staat Getrouwd met Emilia van Heuven
Woongeschiedenis Watergraafsmeer, Buitenveldert, Rivierenbuurt, Oud-Zuid, De Pijp

Diana Matroos. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Diana Matroos.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Diana Matroos

“Ik ben geboren in het centrum naast Carré, precies tegenover de Magere Brug. Amsterdamser kan bijna niet, toch? Nee, die tongval heb ik niet, want mijn moeder kwam uit Den Haag en was er altijd streng op dat mijn broer en ik netjes moesten praten. Niet met een Amsterdams maar ook niet met een Surinaams accent, dat ik van mijn vader had kunnen overnemen. Ik ben haar daar nog altijd dankbaar voor, gezien mijn latere werk als presentatrice.”

“Toen ik 6 was, gingen mijn ouders uit elkaar en vertrokken mijn broer en ik met onze moeder naar Amsterdam-West. We kwamen in een totaal andere omgeving terecht. Het was in de tijd dat de migratiestroom uit Turkije en Marokko op gang kwam en ineens heel veel nieuwe Nederlanders in West kwamen wonen. Dat bracht spanningen met zich mee. Scheldpartijen tussen de witte Nederlanders en de nieuwkomers kwamen regelmatig voor. Op straat, maar ook op school. Omdat ik zelf een mix ben, had ik vaak het idee dat ik er tussenin stond. Maar daardoor wist ik ook al vroeg zaken vanuit verschillende perspectieven te bekijken en als verbinder op te treden. Ik ben blij te zien dat de verschillende groepen inmiddels beter samenleven in de stad, hoewel aan de andere kant de polarisatie op zijn hoogtepunt is. ”

“Net als veel mensen in de buurt groeide ik op in armoede. Dat geeft als kind zorgen en onzekerheid over je ouders en over jezelf. Vriendjes durfde ik daarom niet mee naar huis te nemen. Op jonge leeftijd zat ik al te berekenen hoe we er financieel voor stonden en hoe we het einde van de maand zouden halen. Gelukkig was mijn moeder een soort Pipi Langkous, die van alles bedacht met het weinige geld dat we hadden. Kocht ze een wit casinobrood en een blik sardientjes voor 2 gulden en gingen we heerlijk een dagje naar het Amsterdamse Bos. Op vakantie? Dat deden we ook, maar dan wel wildkamperen in België. Alle drie op een oude barrelfiets vanuit Amsterdam, met vuilniszakken vol kampeerbenodigdheden onder de snelbinders.”

“Inmiddels ben ik bestuurslid bij Sire, waar nu de campagne Kinderarmoede loopt. De ideeën voor de campagne zijn voortgekomen uit mijn verhaal, dat vind ik best bijzonder. We laten zien dat armoede iedereen kan overkomen en dat het moeilijk is je eigen kracht te vinden in zo’n situatie. Mijn moeder is dat wel gelukt. Zij pakte haar medicijnenstudie op waar ze na de scheiding van mijn vader mee was gestopt en op haar 50ste studeerde ze alsnog af als arts. Ze heeft haar dromen nagejaagd en de kansen gepakt toen dat weer kon. Dat heeft ze mij ook altijd geleerd. Een groter rolmodel dan mijn eigen moeder bestaat voor mij dus niet.”

Diana Matroos

Leeftijd 49
Beroep journalist, programmamaker, dagvoorzitter, presentator van onder andere BNR’s Big Five
Opleiding propedeuse economie, culturele en maatschappelijke vorming, School voor Journalistiek Utrecht
Burgerlijke staat woont samen met René Louter. Matroos heeft twee zoons: Stan (18) en Milan (18).
Woongeschiedenis Centrum, Oud-West, De Pijp, Oud-Zuid, Jordaan

Marieke Goedkoop. Beeld michiel van nieuwkerk
Marieke Goedkoop.Beeld michiel van nieuwkerk

Marieke Goedkoop

‘Ik ben opgegroeid in Tuindorp Buiksloot in Noord, in de volksmond het Blauwe Zand genoemd. Een beruchte plek was het, omdat het er arm en ruig was. Mijn opa en oma van moeders kant waren in de jaren dertig een van de eerste bewoners. Mijn moeder is er dus ook geboren. Mijn vader niet, die kwam uit de Jordaan, waar zijn ouders een groentestal hadden op de Lindengracht. Hij is pas na zijn huwelijk met mijn moeder in het Blauwe Zand gaan wonen. Voor mij als kind was het heerlijk daar. Je kon er fijn op straat spelen, veilig in het zicht van ouders en buren, want iedereen zat altijd op het bankje naast de voordeur.”

“Ik ben altijd in Noord gebleven, maar dat doen de meesten. Bijna iedereen met wie ik op de lagere school zat, woont er nog. Ik weet niet wat dat is, misschien door het dorpse dat wij hebben, dat iedereen elkaar kent en voor elkaar zorgt. Als ik van vakantie terugkom, denk ik als ik Noord binnenrijd: heerlijk, ik ben weer thuis. Maar dat heb ik ook al als ik doordeweeks de IJtunnel inga, als ik van mijn werk kom.”

“Ik werk in het Dr. Sarphatihuis, als welzijnsmedewerkster op Rozeneiland, een afdeling voor lhbtq ouderen. Het is een vrolijke afdeling, waar veel activiteiten zijn, vaak met een roze randje. Zo zijn er de themamiddagen Roze Salon, waarop we met bewoners praten over zaken als eenzaamheid, erotiek of verdriet. De verhalen komen dan al gauw los. Soms mooi, soms verdrietig of juist heel stout.”

“Het is prachtig om te zien dat ze de veiligheid voelen om dingen met elkaar te delen, sommigen hebben dat hun leven lang niet gehad. Er woonde hier een transgender vrouw die heel timide binnenkwam omdat ze jaren door haar omgeving was uitgekafferd. Beetje bij beetje zag je haar opbloeien. Uiteindelijk zat ze hier aan het kerstdiner, beeldig opgemaakt, in een prachtige, rode jurk.”

“Dat homoseksuelen niet altijd zichzelf kunnen zijn, weet ik ook uit mijn eigen familie. Mijn oom John was homo, maar daar werd nooit over gepraat. Ook door mijn oma niet, bij wie hij toch een groot deel van zijn volwassen leven heeft gewoond. Op die ene keer na, toen ze hem betrapte met een ‘kennis’, zoals oom John zijn vriendjes zelf altijd noemde. Ze zei tegen mijn moeder: ‘Gadverdamme Trees, ik zag het, hij gaf hem een zoen!’. Mijn oom is inmiddels overleden en heeft zijn hele leven in de kast gezeten. Ik had hem zo gegund dat hij nog een paar jaar op Rozeneiland had kunnen wonen, juist aan het eind van zijn leven, voor de tijd die er nog was.”

Marieke Goedkoop

Leeftijd 58
Beroep Welzijnsmedewerkster op Rozeneiland, een afdeling voor lhbtq ouderen in het Amsta Dr. Sarphatihuis
Burgerlijke staat Gescheiden, heeft een dochter: Yentl (27)
Woongeschiedenis Tuindorp Buiksloot, IJplein, NDSM-Werf

Oos Kesbeke. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Oos Kesbeke.Beeld Michiel van Nieuwkerk

Oos Kesbeke

‘Mensen zeggen weleens: ‘Amsterdamser dan jij, kom je niet gauw tegen’. Dat is misschien wel waar. Ik ben het type grote bek en een klein hartje, ben in ieder geval altijd recht door zee. En de Westertoren vind ik oprecht de mooiste toren ter wereld. Daarom hangt een prachtige foto ervan levensgroot hier in de fabriekshal van Kesbeke. Op die manier is ie voor mij altijd dichtbij.”

“Die fascinatie voor het oude Amsterdam heb ik misschien omdat ik als kleine jongen een poosje bij mijn oma op het Waterlooplein woonde. Zelf ben ik opgegroeid in Bos en Lommer. Dat is nog steeds mijn buurtje: met veel culturen en allerlei rangen en standen. Ik ben er weggeweest, maar ook weer naar terugverhuisd. Met mijn voormalige vrouw en kinderen heb ik lang in Halfweg gewoond. Officieel geen Amsterdam, maar je moet weten dat onze achtertuin op de grens lag. Je kon er letterlijk met een been in Amsterdam en een been in Halfweg staan.”

“Hoe dan ook was ik toch zes dagen in de week in Bos en Lommer, op de zaak, die daar sinds 1977 is gevestigd. Ik ben de derde generatie die leidinggeeft aan het Amsterdamse familiebedrijf Kesbeke, bekend van zijn tafelzuren. Vanzelfsprekend was dat zeker niet. Ik botste vroeger enorm met mijn vader, we leken te veel op elkaar, denk ik. Nadat ik weer eens bonje had gehad, ben ik eruit gestapt en heb ik een aantal andere zaken opgezet. Zo was ik de uitvinder van Dutch Tourist Information en begon ik een fietsverhuur aan het Damrak. Die fietsen kocht ik op een veiling bij de politie voor een tientje en na twee keer verhuren had ik die investering er alweer uit. Gouden handel, maar na een paar jaar stond die ouwe toch weer aan mijn deur te krassen. Daar ben ik nu blij mee, want anders was ik nooit eigenaar van dit bedrijf geweest.”

“Mijn zoons heb ik nooit gepusht om in de zaak te komen. Maar de oudste, Camiel, vernoemd naar zijn opa, heeft na zijn studie be­sloten dat hij het familiebedrijf wil voortzetten. Daarom loopt hij nu al een half jaar met me mee. Letterlijk hè, hij is de hele dag waar ik ook ben, als mijn schaduw. Dat vind ik natuurlijk prachtig. Hopelijk volgt zijn jongere broer snel.”

“Onze medewerkers beschouwen we ook als familie en daar zorgen we dus goed voor. Sommigen werken al decennialang bij ons, dat zegt genoeg. Ze zijn van allerlei pluimage, qua afkomst en achtergrond en sommigen hebben een beperking. Maar wat maakt dat uit? Geen reet! Ik zeg altijd: iedereen heeft een beperking, alleen de een wat meer dan de ander.”

Oos Kesbeke

Leeftijd 62
Beroep Directeur en eigenaar Kesbeke Fijne Tafelzuren
Opleiding mbo Ondernemerscollege
Burgerlijke staat Woont samen met Fara, Oos heeft twee zoons: Camiel en Silvian
Woongeschiedenis Bos en Lommer, Centrum, Kattenburg, Halfweg, Bos en Lommer

Zwanine Siedenburg. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Zwanine Siedenburg.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“We woonden met ons gezin in een boerenhuis in Gein, dat toen officieel nog bij Weesperkarspel hoorde. In 1964 is dat gebied door Amsterdam geannexeerd en werd het de Bijlmermeer. Mijn vader was middenstander en verkocht houts­kool aan Indiase en Turkse restaurants in het centrum. Ik zat soms hele avonden voor het raam te wachten tot hij terugkwam in zijn Renault 4. Op mijn tiende mocht ik voor het eerst met hem mee. Magisch vond ik het, Amsterdam met zijn lichtjes en zijn drukte. Sindsdien ben ik verknocht aan de stad. Al in mijn puberteit zei mijn moeder, als ik niet lekker in mijn vel zat: ‘Pak jij de trein naar Amsterdam maar, daar word je rustig van.’ En dat klopte. Om die reden voel ik me ook heerlijk op de Wallen, waar ik nu woon. Dat is mijn paradijs, mijn veilige plek.”

“Als je hier naar buiten loopt, zit je meteen in mijn werkveld, want sinds twee jaar ben ik pastor bij het Drugspastoraat. Dat betekent vooral dat je een luisterend oor bent voor verslaafde dak- en thuislozen. Je probeert er in ieder geval voor te zorgen dat ze niet uit beeld verdwijnen. Normaal bezoek ik ze in de opvang of zie ik ze op door ons georganiseerde bijeenkomsten. Maar omdat door corona ineens niets meer mocht, besloot ik ze zelf op straat te zoeken. Fietste ik afgelopen zomer ineens de hele stad door op mijn bakfiets vol zelf belegde broodjes, koffie en pakjes shag. Ja, ik heb altijd wat bij me, want door ze wat aan te bieden, begin je veel gemakkelijker een gesprek.”

“Het lukte verrassend goed om de daklozen op deze manier te bereiken, maar rond november dacht ik: het wordt te koud, alles in de buitenlucht. We ­moeten toch iets kunnen bieden in een warme, veilige omgeving? Eerst had ik een camper op het oog, zo’n gezellige, met gordijntjes, maar uiteindelijk is het een bus geworden. Daarmee toer ik nu rond en nodig ik daklozen uit hun verhaal te doen. Een-op-een, helemaal coronaproof. Dat is een enorm succes.”

“Zingeving is voor iedereen belangrijk, ook voor verslaafde dak- en thuislozen. Je ziet ze gewoon weer mens worden in die bus. Die zingeving is voor mij meer dan religie. Als ik zeg: ‘In ieder mens schuilt iets van God’, zou je dat ook kunnen vervangen door: ‘In ieder mens schuilt iets liefdevols’. Dat laatste zoek ik altijd op. Sommige verslaafden geven al meteen een grote bek als je ze ziet, maar als je in gesprek raakt, zie je al gauw wie iemand echt is, waar de pijn zit en dat er misschien best nog wel mogelijkheden zijn.”

Zwanine Siedenburg

Leeftijd 56
Beroep pastor bij het Drugspastoraat in Amsterdam. Haar podcast Veerkracht is onder andere te beluisteren via drugspastoraat.nl
Opleiding hbo theologie, heao vervoerskunde
Burgerlijke staat gehuwd met John, samen hebben ze twee dochters: Josine en Fleur
Woongeschiedenis Gein, de Wallen

Melissa de Bois. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Melissa de Bois.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Ik heb mijn hele leven in Nieuw-Sloten in West gewoond, maar sinds vier maanden heb ik een klein studiootje in Zuidoost. Mijn moeder woont daar ook, dat is gezellig, maar ik ben nog bijna altijd in de wijk waar ik opgroeide. Mijn werk is daar en mijn vader, broertje en vriendinnen wonen er. En niet onbelangrijk: ik voetbal bij het enige dameselftal van sv Nieuw Sloten. Als er geen corona zou zijn, trainde ik er sowieso op maandag en woensdag en was er zaterdag een wedstrijd. Gisteren hebben we toevallig voor het eerst sinds maanden weer getraind. Dat was een feest.”

“Sinds mijn vierde wist ik dat ik op voetbal wilde, maar ik moest tot mijn zesde wachten tot ik bij de club terecht kon. Een meidenelftal was er nog niet, dus ik speelde mee met de jongens. Zelf vond ik dat niet vreemd, want het enige dat ik wilde was voetballen. Daar kwam al gauw mijn liefde voor Ajax bij, toen ik op mijn zevende voor het eerst met mijn vader mee mocht naar de Arena. Ik weet nog dat ik me daar het gelukkigste meisje van de wereld voelde, met mijn Ajaxmuts op en een hotdog in mijn hand.”

“Als ons elftal het veld op komt, schrikt de tegenpartij weleens, want wij zijn een divers gezelschap. Een aantal jaar geleden, op Texel, voetbalden we tegen een compleet blond team dat nog nooit speelsters met een hoofddoek had gezien. Destijds begrijpelijk op Texel, maar bij ons was dat heel normaal. Wij zijn opgegroeid in een wijk met ‘van alles wat’, dan maakt het niet uit welke religie, kleur of geaardheid je hebt. Bij ons gaat het om goed voetballen, al hoef je geen Messi te zijn. Gezelligheid is ook belangrijk. Die begint meestal al in de kleedkamer als we keiharde muziek aanzetten en iedereen binnen de kortste keren meebrult met ABBA.”

“Ik ben een echte Amsterdamse, zou hier ook het liefst mijn hele leven blijven wonen. Maar hier een huis kopen is voor iemand van mijn leeftijd en inkomen bijna onhaalbaar. Ik zie mijn familie om die reden wegtrekken naar Purmerend en Zaandam. Mijn nichtje heeft laatst een huis gekocht in Nieuwe Niedorp.

Of ik daar zou willen wonen, weet ik niet, maar echt bang voor het dorpse ben ik niet. Dat ben ik wel gewend in Nieuw-Sloten: een dorp in de stad waar ik nog steeds de hele straat ken en elke twee minuten een bekende tegenkom.”

Melissa de Bois

Leeftijd: 27
Beroep: Bureauredacteur bij NH Radio
Opleiding: Media, Informatie & Communicatie op de Hogeschool van Amsterdam, ROC Art & Entertainment
Burgerlijke staat: Ongehuwd
Woongeschiedenis: Nieuw-Sloten, Zuidoost

Martin Mulder. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Martin Mulder.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘Ik ben geboren in de Kinkerbuurt, maar ik was twee toen ons gezin, als een van de eerste pioniers, vertrok naar de Westelijke Tuinsteden. We betrokken een nieuwbouwhuis in Slotermeer, direct aan de Sloterplas, die net was uitgegraven. Ik heb er een fantastische jeugd gehad. Voor mij en mijn broertje was het ­‘jongensland’. Met je vlot het water op, wat een avontuur was dat. Als je klein bent, voelt zo’n Sloterplas natuurlijk als een gigantisch meer.”

“Mijn hele jeugd speelde zich af rond die plas, ook later, toen ik al op de middelbare school in Osdorp zat. Ging ik stiekem kijken bij De Steiger, een mythische hangplek voor jongeren. Het was midden in de hippietijd en er kwamen vooral veel indo’s, die met hun lange haar, hippe kleding en glanzende brommers de meiden uit de buurt het hoofd op hol brachten. Daar was ik als jonge puber wel eens jaloers op.”

“Na de havo koos ik de studie cultureel werk aan de Sociale Academie. Ik ging op kamers op de Rozengracht en werd vrijwilliger bij Paradiso. Licht, geluid, ik deed van alles, ben zelfs nog deejay geweest. Als vrijwilliger mocht je bij elk concert gratis naar binnen, dus ik heb alle grote namen daar gezien: van Johnny ‘Guitar’ Watson tot The Sex Pistols. Mijn stage deed ik, hoe verrassend, bij Paradiso en ik ben blijven hangen. Mijn opleiding heb ik nooit afgemaakt.”

“Na Paradiso toerde ik als roadie drie jaar door Europa met Herman Brood, Nina Hagen en Earth & Fire. Nou, in die scene zijn alle clichés waar als het gaat om seks, drugs en rock-’n-roll. Dat hield ik dus niet lang vol. Geïnspireerd door mijn vader, een fervent amateurfilmer, belandde ik bij de tv als cameraman. Een prachtig vak, dat ik al veertig jaar mag uitoefenen.”

“Alles en iedereen heb ik voor mijn lens gehad, ben de hele wereld over geweest en weleens in de verleiding gekomen ergens te blijven: Curaçao, Miami, Tokio… Maar juist omdat ik zoveel heb gezien, ook in moeilijke gebieden, dacht ik steeds: waar staat mijn koffer? Die stond altijd in Amsterdam. Als ik terugkom van een reis, spring ik nog altijd direct op mijn fiets en ga, via de Westertoren, naar een café in de Jordaan.”

“In Paradiso kom ik ook nog. Elke maand, met een vriend die net als ik in de zestig is. Als het straks weer kan, gaan we meteen weer met onze kop in de herrie staan. Dat vinden wij cruciaal tegen het intrutten, want we kennen genoeg mensen van onze leeftijd die de handdoek al in de ring hebben gegooid.”

Martin Mulder

Leeftijd: 66
Beroep: Cameraman. Schreef het boek De wonderlijke wereld van de televisie, dat nog moet verschijnen.
Opleiding: Sociale Academie
Burgerlijke staat: Samenwonend met Nelleke van den Bosch
Woongeschiedenis: Oud-West, Slotermeer, Jordaan, Oud-Zuid

Serginho Stekkel. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Serginho Stekkel.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘Toen ik werd geboren, woonden we in de Dapperbuurt, maar ons gezin ­vertrok al snel naar een nieuwbouwwijk in het Oostelijk Havengebied. Daar waren veel kinderen, bijna allemaal van mijn leeftijd. We speelden de hele dag buiten; bomenklimmen, kattenkwaad uithalen, maar vooral voetballen. Veel voetballen. Een aantal van mijn vriendjes is zelfs in het betaald voetbal terechtgekomen.”

“Zo gemoedelijk als het was, zo grimmig werd het later. Een deel van de kinderen kwam door alcohol en drugs in de criminaliteit. Ik ben tussen mijn 15de en 19de vier vrienden verloren. Een kwam om bij een achtervolging door de politie, de anderen door moord en andere incidenten. Ik zag ze afglijden en vroeg me af: waarom gebeurt dat bij hen en niet bij mij? Al vroeg kwam ik erachter dat je, behalve liefdevolle ouders, mensen in je omgeving moet hebben die je leren om kansen te grijpen.”

“Ik had het geluk dat ik op 16-jarige leeftijd Jesus tegenkwam. Op het vliegveld in Amerika, waar ik in een ‘Home Alone-situatie’ was terechtgekomen nadat ik bij ooms en tantes was geweest. Jesus was een boom van een vent, vol tattoos. Op de vlucht naar Amsterdam zat

ik naast hem en hij vertelde hoe hij een verdienstelijk American footballspeler was geweest, door drugs was ontspoord, maar weer op het rechte pad was. En hoe hij probleemjongeren had geholpen door ze in huis te nemen en structuur te geven. Dat maakte indruk.”

“Mede door deze ervaringen kwam ik in het jongerenwerk terecht. Inmiddels heb ik zeker honderd jongeren die tussen wal en schip waren geraakt aan een baan geholpen. Sinds vier jaar heb ik Stekks&Co, waarmee ik bedrijven laat kennismaken met diverse doelgroepen uit een andere leefwereld, en andersom. Daarnaast ben ik druk met andere grootstedelijke uitdagingen op het gebied van werk en veiligheid, inclusie en cultuur om de stad weer een plek voor iedereen te maken.”

“Mijn leven speelt zich de laatste jaren vooral af in Noord. Ik hou echt van dat stadsdeel. Niet alleen van het bekende stuk aan het IJ, waar mijn bedrijf in A Lab is gevestigd, maar alles. Het is een mengelmoes van buurten waar veel homogene groepen naast elkaar wonen. De ene buurt stemt PVV, de andere GroenLinks, maar allemaal zeggen ze: kom niet aan ‘mijn’ Noord. Bij evenementen mixt het allemaal lekker door elkaar. Laatst werd hier een cursus ‘Koken met Pannen in de Banne, door Anita’ aangeboden. Dat werd me verteld door iemand die Youssef heet. Meer Noord kun je het niet krijgen.”

Serginho Stekkel

Leeftijd: 34
Beroep: Oprichter van Stekks&Co, een project agency die zich richt op sociale innovatie. Werkt in opdracht van de gemeente, maar ook aan culturele projecten als WijkSafari van Adelheid Roosen
Opleiding: Cultureel werk
Burgerlijke staat: vrijgezel
Woongeschiedenis: Dapperbuurt, Oostelijk Havengebied, Nieuwendam, De Banne

Angelique Woudenberg. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Angelique Woudenberg.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Ik heb geen ideale jeugd gehad. Het was eind jaren zestig toen ik op straat belandde, ik was pas 14. Mijn grote geluk was dat ik al snel Senna tegenkwam, die toen overigens nog Eddy heette. Een prachtig jongetje, zo fragiel. Nu zou je haar transgender noemen, maar in die tijd bestond daar nog geen woord voor. We waren allebei gekleurd, lekker excentriek en daarom mochten we, veel te jong, binnen bij alle clubs in de stad. Zo leerden we mensen kennen waar we mochten overnachten. Dat was van ­levensbelang, anders sliepen we in het park. We hadden niets, alleen elkaar. Onze intense vriendschap heeft geduurd tot Senna overleed, zeven jaar geleden.”

“Dat ik het visagistenvak ben ingerold, komt door Senna, want ik hielp hem al heel jong met zijn pruiken en make-up, toen hij optrad bij Madame Artur, destijds een bekende club met travestieshows op het Leidseplein. Hij was 16, ik 15 en net oud genoeg om backstage te mogen meehelpen. Fantastisch vond ik het in de kleedkamer bij die dragqueens.”

“Mijn leven veranderde drastisch toen ik op mijn 16de zwanger raakte. De vader was niet in beeld, maar met hulp van lieve mensen om me heen belandde ik op een etage in De Pijp. Mijn zoon werd geboren en ik vond gelukkig vrij snel een baan bij een kapsalon in de Haarlemmer­straat. Van de eigenaar, de fantastische meneer Blommers, mocht ik de baby meenemen, hij lag daar lekker de hele dag in de box.”

“In die tijd kwam ik mijn eerste echtgenoot tegen, met wie ik in de Roetersstraat ging wonen. Samen kregen we een dochter. Twintig jaar zijn we bij elkaar gebleven, met horten en stoten. Intussen ging mijn werk heel goed. In de Bijlmer, waar we later zijn gaan wonen, begon ik een salon aan huis. Ik was gespecialiseerd in hairextensions en al gauw kwam iedereen daar: Patty Brard, de meiden van de Dolly Dots, de hele scene van de iT van Manfred Langer en later Katja Schuurman.”

“De laatste 25 jaar werk ik vooral als visagiste, de leukste baan ter wereld, vind ik zelf. Daarbij heb ik een leuke vriend en een heerlijk appartement in Buitenveldert. Ja, ik sta vrolijk en positief in het leven. Als je zoveel meemaakt als ik, leer je goed incasseren en vergeven. Dat laatste is het belangrijkste, anders draag je altijd een rugzak met boosheid mee. Daar wordt niemand een beter mens van.”

Angelique Woudenberg

Leeftijd: 67
Beroep: visagiste, onder anderen van Humberto Tan, Katja Schuurman en Johnny de Mol
Opleiding: psychologie, mental coaching (diploma behaald op 65-jarige leeftijd), diverse kappers- en visagie­opleidingen
Burgerlijke staat: relatie met Clyde Relyveld. Angelique heeft twee kinderen: dochter Deborah en zoon Patrick
Woongeschiedenis: Oost, De Pijp, Zuidoost, Jordaan, Buitenveldert

‘Als kind van gescheiden ouders groeide ik op in twee werelden: in Zuidoost bij mijn vader, tussen mensen met veelal een Surinaamse en Antilliaanse achtergrond en in West bij mijn moeder, waar de meeste buurt­genoten van origine Marokkaans of Turks waren. Het zijn allebei wijken met een rauw randje en daar hou ik van. Door de verscheidenheid aan mensen met uiteenlopende perspectieven schuurt het soms, maar dat is helemaal niet erg. Ik vind onze diverse samenleving juist een enorme rijkdom.”

“Ik was geen gemakkelijk puber, zat op drie verschillende middelbare scholen, woonde al heel jong op mezelf. En ik ging best wel om met boefjes. Echt iets crimineels heb ik zelf nooit gedaan, ik was meer het meisje dat op de hoek stond te fluiten als de politie kwam. Een fladderaar, soms een beetje onzeker. Nadat ik getuige was geweest van een flinke vechtpartij, waar ik behoorlijk van was geschrokken, ging ik kickboksen. Al snel stond ik steviger in mijn schoenen en kreeg ik een houding van: niemand doet mij wat. Het heeft me in mijn latere loopbaan, in verschillende management- en salesfuncties, ook enorm geholpen.”

“Mijn hele leven weerspiegelt zich nu in mijn bedrijf Rebel with a Cause. We geven trainingen aan bedrijfsleven en overheid, maar doen ook veel sociale projecten waarin we als kwetsbaar bestempelde jongeren coachen. Zo bouwen we bijvoorbeeld aan het netwerk van mbo-meiden, door ze kennis te laten maken met succesvolle vrouwen met wie ze zich kunnen identificeren. Ieder kind heeft een rolmodel nodig, maar deze meiden hebben die meestal niet in hun directe omgeving. Inmiddels hebben we veel van dit soort projecten gedaan, ook voor jongens. Daardoor zijn tientallen jongeren met veel potentie bij ons voorbijgekomen. Voor veel van hen zijn we nog steeds een vangnet. Dat kan ook niet anders, want je zegt nooit: ‘Het project is klaar, tot ziens!’ Ik in elk geval niet.”

Biba de Jongh. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Biba de Jongh.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Omdat ik zelf veel op straat was en later in het bedrijfsleven werkte, kan ik schakelen tussen een jongen van de straat en een ceo. Dat is mijn kracht. Diversiteit is voor mij de verscheidenheid aan perspectieven, mede gevoed door bijvoorbeeld etniciteit, religie, leeftijd of geaardheid. Als je dagelijks werkt, zoals ik, met verschillende mensen, zie je ook pas hoe complementair je aan elkaar kunt zijn. Door te wisselen van perspectief met ‘die vreemde ander’ ontstaat een gelijkwaardige, inclusieve samenleving. Iets waar ik me altijd voor zal inzetten.”

Biba de Jongh

Beroep: founder, trainer en coach Rebel with a Cause
Opleiding: hbo, havo, de straat
Burgerlijke staat: ongehuwd
Woongeschiedenis: Kinkerbuurt, Zuidoost, Osdorp

John Viring. Beeld Michiel van Nieuwkerk
John Viring.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘Sinds de lockdown heb ik geen druppel alcohol gedronken. Dat heb ik vaker gehad, dat ik tijdelijk ­helemaal geen ­behoefte heb. Een biermens ben ik nooit geweest, ook al heb ik een kroeg. Ik ben meer een wijnliefhebber. Van heel mooie wijnen. En die schenk ik ook aan mijn gasten in Het Spui-tje. Alles per glas. Dat is voor mij logisch, maar je ziet het in bijna geen andere kroeg in Amsterdam. De horeca hier staat niet voor niets als ­bijzonder slecht bekend, het ontbreekt bij veel eigenaren aan vakkennis.”

“Ik ben een horecakind, groeide op rond het Rembrandtplein, waar mijn ouders café-­restaurant-hotel Hoovir runden, op de hoek Herengracht-Utrechtsestraat. Mijn vader verkocht die zaak al in 1976. Ik was destijds veel te jong om het over te nemen, maar dat wilde ik ook niet. Wat mijn ouders deden, elke dag 16 tot 18 uur keihard werken, vond ik zwaar overdreven. Ik ging mijn eigen weg, dus deed ik mavo, havo en daarna de lerarenopleiding: Duits en geschiedenis. Duits omdat mijn oma Weense was en ik de taal goed sprak, geschiedenis kwam vooral door Gijs Korthof, mijn fantastische leraar op het Spinoza Lyceum. Hij leerde mij om te luisteren en zaken van verschillende kanten te bekijken. Mijn opleiding heb ik keurig afgerond, maar uiteindelijk heb ik maar heel even voor de klas gestaan. Ik werd er niet gelukkig van. En de kinderen aan wie ik lesgaf, werden dat waarschijnlijk ook niet van mij.”

“Ik had nooit verwacht weer in de horeca terecht te komen, maar het gebeurde toch. Op 14 april 1994 begon ik met ’t Spui-tje, dat is lang geleden, maar het is nog steeds mijn lust en mijn leven. Ik woon boven de zaak en dat vind ik fijn. Het is een vrolijke buurt, waar wonen, werken en horeca gemoedelijk samengaan. Ik doe alles om dat zo te houden, daarom hou ik me actief bezig met het gemeentebeleid rond de Spuistraat. Ik vind dat de ambtenaren een klankbord nodig hebben, ga ook continu met ze in gesprek. Normaal op het stadhuis, maar deze week voor het eerst in mijn leven in een Zoom-meeting over de herinrichting van de Nieuwezijds. Dat ging prima, er werd goed geluisterd.”

“Ik vind het belangrijk om mijn stem te laten horen, want alles wat hier hangt en staat heb ik zelf neergezet. Daar ben ik trots op. Net als op mijn grote schare vaste gasten, met wie ik een mooie band heb opgebouwd. Dat gaat van stratenmaker tot professor. Zelfs nu, in coronatijd, spreek ik de meesten nog wekelijks. In wezen zijn al mijn gasten me even lief. Als ze maar aardig zijn. Niet van die types die de hele tijd met het vingertje naar een ander wijzen zonder met een oplossing te komen. Dan denk ik: ga jij effe lekker weg.”

John Viring

Leeftijd: 56
Beroep: uitbater van café Het Spui-tje in de Spuistraat
Opleiding: lerarenopleiding, diverse horecaopleidingen
Burgerlijke staat: samenwonend met Monique. John heeft twee kinderen: zoon Boy en dochter Demi
Woongeschiedenis: Centrum, Rivierenbuurt, Centrum

Wing Poon. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Wing Poon.Beeld Michiel van Nieuwkerk

“Een geboren en getogen Amsterdammer ben ik, en dat zeg ik met trots tegen mensen. Ik groeide op in de Kinkerbuurt en praatte echt met een Amsterdamse tongval. Dat leerde ik pas af op de middelbare school.”

“Mijn ouders komen van origine uit Hongkong en als Chinese Nederlander groei je dan op tussen twee culturen. Journalist Pete Wu – die ook Chinese roots heeft – omschreef het in zijn VPRO-documentaire als de bananengeneratie: geel vanbuiten en wit vanbinnen. Dat klopt, want zo lang ik leef, schakel ik moeiteloos tussen de Chinese cultuur thuis bij mijn familie en de Nederlandse buiten de deur.”

“Tot mijn 22ste ging ik wekelijks naar de Chinese school in De Pijp. Eerst omdat het moest van mijn ouders, later omdat ik zelf meer over mijn achtergrond wilde weten. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want daardoor spreek ik vloeiend Kantonees en Mandarijn en weet ik beter wie ik ben. Bijvoorbeeld dat ik veel gewoontes uit China heb overgenomen, maar tegelijk een Amsterdamse jongen ben, die in het Nederlands denkt en droomt.”

“Na mijn studie economie kwam ik bij een woningcorporatie terecht, maar ik raakte mijn baan kwijt door de financiële crisis. Gelukkig, want daardoor kon ik mij volledig richten op mijn passie: dansen en acteren. Ik begon met een vriend een dansschool en ging naar de Film Actors Academy Amsterdam. Dat ik pas later die carrièreswitch maakte, heeft denk ik te maken met mijn Chinese achtergrond. Niet dat ik thuis werd gedwongen om economie te gaan doen, ik was daar vrij in, maar werken in de culturele sector werd niet gestimuleerd. Het ging thuis eerder om banen met status en financiële zekerheid. Dat is iets dat veel Chinese Nederlanders van mijn generatie zullen herkennen.”

“Ik ben trots op hoe mijn leven tot nu is gelopen en ben blij dat ik een bestaan heb opgebouwd als acteur. Ook al is het financieel niet altijd even zeker en heb ik ook weleens een maand geen klussen. Belangrijker is dat ik kan zijn wie ik ben in een vrije stad met veel verschillende culturen. Het enige dat ik soms mis is een leuke vriendin. Liefst een blonde vrouw, want daar val ik op. Diep in hun hart zien mijn ouders liever dat ik met een meisje met een Aziatische achtergrond thuiskom. Maar opleggen doen ze me dat niet. Als ze lief en goed is voor mij, sluiten ze haar zo in de armen.”

Wing Poon

Leeftijd: 45
Beroep: Acteur, danser, producer
Opleiding: Faaam Filmschool Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam, richting economie
Burgerlijke staat: Vrijgezel
Woongeschiedenis : Oud-West, Osdorp

Anja Sits. Beeld Michiel van Nieuwkerk
Anja Sits.Beeld Michiel van Nieuwkerk

‘In mijn kindertijd heb ik lang op het Leidseplein gewoond, pal naast de gevangenis die daar toen nog was. Mijn vader was er bewaarder. De ramen van onze slaapkamers hadden tralies, want die keken uit op de luchtplaats. Ik kende alle criminelen. Raar vond ik dat niet, het was een andere tijd, onbezorgd. Oma woonde om de hoek, we speelden in het Vondelpark en bioscoop City lag tegenover ons.”

“We verhuisden eind jaren zeventig met het gezin naar Osdorp, omdat de gevangenis ging sluiten. Ik vond dat niet erg, want we kregen meer speelruimte. Mijn ouders leken gelukkig aanvankelijk, maar gingen uit elkaar toen ik twaalf was. Mijn moeder werd verliefd op een ander. Een vrouw. Met haar ging ze samenwonen bij de Overtoom en mijn jongere zus en ik gingen mee. Nu denk je ‘big deal’, maar in die tijd was het nog niet zo niet hip om twee moeders te hebben. Ook niet in Amsterdam. In de buurt werden we met de nek aangekeken.”

“Mede daardoor heb ik best een schildje ­opgebouwd en zeg ik al gauw waar het op staat. Misschien is dat ook wel typisch Amsterdams hoor, het hart op de tong. Mensen schrikken daar soms van. Maar ik ben gewoon duidelijk, ook naar patiënten die worden binnengebracht op de spoedeisende hulp, waar ik werk als verpleegkundige. Daardoor weet ik snel wat er aan de hand is. Ik durf ook alles te zeggen tegen ze, met een lach. Laatst nog, zei ik tegen een man die zo stonk dat ik hem moest verschonen: ‘Wel dat onderstel wassen hè, want u hebt een hele vieze piemel’.”

“Mijn werk moet je met humor doen, anders hou je het niet vol. Klagen en de hele tijd roepen ‘ik word niet gewaardeerd’ helpt niemand. Dan denk ik: kom op, het is zo’n mooi werk, we maken zóveel mee. Lichamelijk valt het me wel zwaar trouwens, maar dat komt omdat ik als zzp’er op mijn leeftijd maar doorraas.”

“Een van mijn dochters, ook verpleegkundige, had me daarom opgegeven voor ‘Amsterdamse held’, een initiatief van de gemeente voor mensen die in deze coronatijden hard ­werken in vitale beroepen. Eerst had ik er niet zoveel mee, maar gisteren kreeg ik dat speldje toegestuurd en werd ik zó trots. Ik dacht, wat kan mij het schelen, heb dat ding op mijn jas gespeld en ben naar buiten gelopen.”

Anja Sits

Leeftijd: 53
Beroep: SEH-verpleegkundige. Schrijfster van het boekje ‘Zr. Sits Hersenspinsels’
Opleiding: Algemeen verpleegkundige met specialisaties intensive care en spoedeisende hulp
Burgerlijke staat: Getrouwd met Michael; samen hebben ze drie dochters: Anne, Marijne en Janneke
Woongeschiedenis: Amsterdam-Oost, Amsterdam-Centrum, Osdorp, Amsterdam-West, Amsterdam-Zuidoost, IJburg

Achraf Abouri. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Achraf Abouri.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Als kind reed ik al vaak mee met mijn vader, die buschauffeur bij het GVB is. Zat ik daar stoer naast hem, op de prullenbak in die grote bus. Dat mocht toen nog. Prachtig vond ik het.

Uiteindelijk heb ik hetzelfde vak als hij gekozen. En mijn moeder, mijn zus en mijn schoonmoeder ook, want die zijn alle drie trambestuurder in Amsterdam. We komen elkaar soms tegen, allemaal in hetzelfde GVB-uniform. Mooi toch?!”

“Mijn opa kwam al in de jaren vijftig naar Amsterdam als Marokkaanse gastarbeider en trouwde met een Nederlandse vrouw, mijn oma, een ras-Jordanese. Mijn vader is dus half-Nederlands en half-Marokkaans. Op zijn 19de is hij naar Marokko gegaan om daar te trouwen met mijn moeder, die toen pas 16 was. Samen keerden ze terug naar Amsterdam.”

“In ons gezin is altijd hard gewerkt. Ikzelf heb van alles gedaan: krantenwijk, vakkenvullen, gemeentereiniging. Tijdens mijn opleiding werd ik monteur bij KwikFit en later ging ik aan de slag bij Hornbach. Daar ging het mis. Mijn oma overleed en ik kreeg verkeerde vrienden, met wie ik tot diep in de nacht op straat zat te zuipen en blowen. Ik werd ontslagen omdat ik elke dag te laat op mijn werk kwam.”

“Toen ik acht maanden werkloos was, namen mijn ouders me mee op vakantie naar Marokko. Daar kwam ik tot inkeer. Ik zei: ‘Als ik terug ben in Nederland, ga ik heel hard werken, ik wil dat jullie trots op me zijn.’ Dat ik ontspoorde, kwam ook omdat ik net 60 kilo was afgevallen. Je zou het nu niet meer zeggen, maar ooit woog ik 150 kilo. Toen ik dunner werd en er beter uit ging zien, werd ik ineens wél geac­cepteerd door de stoere jongens die me vroeger niet zagen staan. Dat doet iets met je.”

“Toen ik de kans kreeg om buschauffeur te worden, heb ik die met beide handen aan­gegrepen. Het is verantwoordelijk werk. Je moet alert zijn voor fietsers die door rood ­rijden, onwetende toeristen en slechte Uberchauffeurs... Sorry dat ik het zeg, dat zijn soms echt radicale pannenkoeken. Laatst reed er een half op het fietspad met een lachgasballon in zijn mond. Hij had nog klanten in zijn auto ook. Toen ik er wat van zei, kreeg ik een middelvinger. Ach ja, die dingen gebeuren. Maar zoiets ben je snel vergeten als iemand de bus uitstapt en vrolijk zegt: ‘Dank je wel chauffeur, fijne middag nog.’ Want daar doe je het voor.”

Achraf Abouri

Leeftijd: 25
Beroep: buschauffeur bij het GVB
Opleiding: BBL Bouw- en Motorvoertuigentechniek en BBL Metaalbewerking
Burgerlijke staat: Woont samen met vriendin Amal en dochters Yara en Amira
Woongeschiedenis: Amsterdam-West, Amsterdam-Oost

Dylan Bakker. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Dylan Bakker.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Mijn moeder is een van oorsprong Nederlandse vrouw, geboren in de Jordaan, en mijn vader komt van Curaçao. Ik groeide op in Amsterdam-Zuidoost. Tot op de dag van vandaag speelt mijn hele leven zich daar af. Overal waar ik kom in Zuidoost – wat men nog steeds ‘de Bijlmer’ noemt – voel ik mij thuis en veilig. Hier ken ik alle hoeken en gaten en de allerbeste adresjes. Dat heb ik niet in het centrum van de stad, daar kom ik alleen als ik iets nodig heb wat ze bij ons in de buurt niet hebben. Het oude Amsterdam vind ik prachtig hoor, begrijp me niet verkeerd, maar vind het meer iets voor toeristen. Mijn Amsterdam is echt Zuidoost.”

“Ik ben heel actief in mijn wijk. Dat maakt je een goede burger denk ik, als je meewerkt om de buurt waarin je woont beter te maken. Dat doe ik als activiteitenbegeleider bij Stichting SES, die als doel heeft de multiculturele bewoners van Venserpolder en Strandvliet te inspireren en te motiveren. Het zijn focuswijken van de gemeente, omdat er nog best veel armoede is. Daardoor hebben we financiële middelen om allerlei activiteiten te organiseren.”

“We proberen te laten zien dat als je actief deelneemt aan het veranderen van je omgeving, je zelf de regie kan hebben over je wijk. Zo ben ik bijvoorbeeld met een grote groep jonge kinderen de straat opgegaan om zwerfvuil op te ruimen. Maar we doen ook vrolijke dingen. In dit afgelopen coronajaar, dat best moeilijk was, wisten we toch nog de Happy Zomer Feesten te organiseren voor iedereen die niet op vakantie kon. En onlangs hadden we nog het Kerst Bingo Diner voor de allerkleinsten.”

“Ik ben heel positief als het over de ontwikkeling van Zuidoost gaat. De afgelopen vijf jaar is er al zo veel veranderd. Ik zie dat steeds meer vaders die vroeger op straat hingen nu een baan hebben en actief meedoen aan het sociale leven. Dat komt echt door alle initiatieven die er zijn geweest om de leefbaarheid in Zuidoost te verbeteren.”

“Door sociale media zijn de inwoners steeds beter op de hoogte van wat er speelt in de wijk en van welke voorzieningen ze gebruik kunnen maken. Er gaat nog zó veel gebeuren de komende jaren. Denk aan de vele nieuwe woningen die gebouwd gaan worden, maar ook grote parken, sportvelden en uitgaansgelegenheden. Zuidoost is nu prachtig, maar over een paar jaar is het het meest diverse en bruisende deel van Amsterdam. Let op mijn woorden!”

Dylan Bakker

Leeftijd 26
Beroep vrijwilliger bij Stichting SES, die allerlei activiteiten in Amsterdam Zuidoost organiseert, bedacht Bijlmer Got Talent en is artiestenmanager en talentenscout
Opleiding/studie mbo
Burgerlijke staat vrijgezel
Woongeschiedenis geboren in het AMC en nooit meer weggegaan uit Amsterdam-Zuidoost

Frits Neijts. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Frits Neijts.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

“Over ouderen wordt te veel beslist door jonge ambtenaartjes. Dan denk ik: vraag gewoon aan ons hoe het zit, wij zijn mondiger dan jullie denken! Onder andere over dat thema heb ik vorig jaar voor de PvdA in Amsterdam-West een lezing gehouden. Socialist blijf ik zolang ik adem kan halen. Dat strijdbare heb ik van mijn moeder, die zat voor de oorlog al in het bestuur van de SDAP. Eerlijk gezegd ben ik ook lang kwaad geweest op de partij. In de tijd van Wim Kok was dat. Man, man, het ging veel te veel naar rechts. Begin dit jaar, op mijn 92ste, ben ik pas weer lid geworden.

Amsterdam is altijd een rood bolwerk ge­weest. De stad van Wibaut, De Miranda, grote namen... En Eberhard van der Laan natuurlijk. Dat was mijn grote vriend. Toen ik met vrouw en kinderen in de Trompstraat in West woonde, was hij onze buurman en kwam hij elke zondagmorgen bij ons thuis om te praten over politiek. Eberhard was een echte sociaaldemocraat die op bijeenkomsten de bobo’s voorbijliep en direct afstapte op de mensen waar het werkelijk om ging. Prachtig!

Ik woon sinds mijn geboorte in Amsterdam en vooral in mijn jeugd ben ik veel verhuisd. Mijn moeder schreef zich namelijk steeds opnieuw in voor een andere sociale huurwoning. Dat deed ze omdat je – als je een nieuwe kreeg toegewezen – een maand geen huur hoefde te betalen en alles fris werd behangen. Ze moest financieel creatief zijn, want ze was niet ge­trouwd met mijn vader, een Joodse zakenman die onder meer directeur van de Hollandsche Schouwburg was. En die liever de mooie jongen uithing met zijn zakenvriendjes dan dat hij voor zijn gezin zorgde.

Toen de oorlog uitbrak, was ik een jaar of twaalf. Mijn vader dook al snel onder, boven een drogisterij in de Cornelis Schuytstraat. Aangespoord door mijn moeder, die van partijgenoten in Berlijn had gehoord over de arrestaties van Joden in de Kristallnacht. Ze heeft daarmee zijn leven gered. Mijn vaders zussen in Amsterdam-Zuid dachten dat het allemaal zo’n vaart niet zou lopen en hebben het niet overleefd. Na de oorlog zijn mijn ouders alsnog met elkaar getrouwd, maar een goed huwelijk is het nooit geweest.”

Frits Neijts

Leeftijd: 92
Beroep: gepensioneerd bedrijfsleider indoor verlichting
Burgerlijke staat: weduwnaar van Ans Neijts, vader van 4 kinderen en grootvader van 8 kleinkinderen
Woongeschiedenis: Amsterdam-West, -Noord, -West

Yassmine El Ksaihi. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Yassmine El Ksaihi.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

Ik zeg altijd nadrukkelijk dat ik een geboren en getogen Amsterdamse ben. Dan kijken mensen soms raar, maar het is toch écht zo. Ik kan me intens gelukkig voelen als ik over de grachten loop, of over het water staar bij Durgerdam. Soms, als het in de gemeenteraad over vreemdelingen of import-Amsterdammers gaat, wordt er naar mij gekeken. Dan denk ik: nee, ík ben hier geboren! Iets wat weinig van mijn collega-raadsleden kunnen zeggen.”

“Ik groeide op in Tuindorp-Oostzaan. Dat is eigenlijk een dorp in Amsterdam; rustig, maar slechts een kwartier van het centrum. Een dorpsmeisje in de grote stad was ik. Mijn moeder komt oorspronkelijk van het Marokkaanse platteland en was analfabeet, mijn vader was een bereisde stadse jongen uit Casablanca. Hij stimuleerde mij te gaan studeren en vrijwilligerswerk te doen, terwijl mijn moeder vond dat ik moest leren schoonmaken en koken. Ze dacht: straks heb je een man en dan bak je er niks van.

“Van de meiden in ons gezin, we zijn met drie zussen en een broer, ben ik de enige die een hoofddoek draagt. Je zou denken dat ik de meest traditionele ben, maar ik ben juist de meest liberale, vooral als het gaat om man-vrouwverhoudingen. Tussen mij en mijn man, van oorsprong Nederlander, zijn de taken gewoon verdeeld als het gaat om het huishouden en de financiën. Terwijl mijn jongste zus, die de vrijste opvoeding heeft gehad, vaker blijft hangen in traditionele beelden en rollen.”

“Ik ben een mix van mijn vader en mijn moeder. Het moderne, stadse heb ik van hem, het meer behoudende van haar. Door hun verschillen en het feit dat ik met een migratieachtergrond in Amsterdam woon, kan ik makkelijk schakelen tussen verschillende werelden en culturen. Dat maakt je flexibel.”

“Mijn vader is zes jaar geleden overleden. Hij werkte een groot deel van zijn leven bij de Febo. Mijn moeder heeft op latere leeftijd een mbo-opleiding afgerond en heeft nu een mooie baan in de zorg. Nog altijd merk ik dat mensen met een migratieachtergrond worden gezien als uitkeringstrekkende analfabeten. Maar kijk naar mijn gezin, zo zijn er heel veel. En zie wat er gebeurt op universiteiten, die worden momenteel bestormd door mensen van Turkse en Marokkaanse origine. Vooral de meiden doen het daar goed en treden steeds meer toe tot de middeninkomens van Amsterdam. Dat is een prachtige ontwikkeling die best vaker benadrukt mag worden.”

Yassmine El Ksaihi

Leeftijd: 35
Beroep: relatiemanager gemeente Zaanstad, daarnaast raadslid voor D66 in Amsterdamse gemeenteraad
Opleiding: commerciële economie, Hogeschool van Amsterdam
Burgerlijke staat: getrouwd met Peter van Gool
Woongeschiedenis: Nieuw-West, Noord

Eliza Perez. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Eliza Perez.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

‘Die exotische naam heb ik van mijn moeder, die half-Spaans is. Mijn ouders waren nog heel jong toen mijn moeder zwanger van mij raakte. Een vette hanenkam had ze toen, want ze zat middenin de kraakscene. Samen woonden ze in een kraakpand aan de Den Texstraat. Daar ben ik geboren. Mijn oma, een sjieke dame, vond het wel grappig allemaal. Ze vertelt nog altijd graag hoe ze net voor de bevalling, gekleed in een Chanelpakje, de lekkages in het plafond in hun kamer te lijf is gegaan met plastic zakken en een nietpistool.”

“Toen ik anderhalf was, ben ik samen met mijn moeder op de Admiralengracht in De Baarsjes gaan wonen. Mijn ouders waren toen al uit elkaar. Tientallen keren ben ik daarna verhuisd, maar eigenlijk nooit meer uit deze buurt weggegaan. Sinds kort woon ik er samen met mijn vriendin Sophie, op een ruime etage in de Van Speijkstraat. Het is zo’n prachtig pand in Amsterdamse Schoolstijl, met veel rode baksteen. We zijn er zó blij mee...”

“Sophie is ook geboren en getogen in Amsterdam-West. Toevallig hè? We hebben sowieso veel raakvlakken. De grootste overeenkomst is dat we allebei een sterke band hebben met onze vaders. Ik draag dan wel niet zijn naam, maar mijn vader is mijn beste vriend, van hem heb ik mijn morele kompas. Gelukkig woont hij vlakbij. Net als de vader van Sophie. We trekken ook veel met z’n vieren op, zijn een soort samengesteld gezin. Vorig jaar zijn we zelfs met elkaar op vakantie geweest.”

“Nee, ingewikkeld is het niet om in deze multiculturele buurt met een vrouw samen te leven. Toen we hier kwamen wonen, hebben we ons keurig aan de buren voorgesteld, maar daar niet expliciet bij vermeld dat we een liefdeskoppel zijn. Maar moet dat? Twee hetero’s doen dat ook niet. Het mooie aan de Baarsjes vind ik dat mensen uit allerlei culturen heel prettig met elkaar samenleven. Misschien wel een voorbeeld voor de multiculturele samenleving. Natuurlijk loop je als vrouw niet makkelijk een Turks koffiehuis binnen, net zoals moskeegangers niet snel zullen gaan eten bij de tegenovergelegen pizzeria. Maar dat hoeft niet om toch verbinding met elkaar te voelen. Bij visboer Mop op de Jan Evertsenstraat halen we allemaal een visje en maken we wél een praatje. Dat is voor mij het ultieme Amsterdam.”

Eliza Perez

Leeftijd: 35
Beroep: kwartiermaker Kunst & Cultuur bij Cordaan en teamcoördinator bij Burennetwerk
Opleiding: museologie aan de Hogeschool voor de Kunsten, Amsterdam
Burgerlijke staat: samenwonend met Sophie
Woongeschiedenis: Weteringbuurt, De Baarsjes, Westerpark, Oud-West, De Baarsjes

Aki Watano. Beeld Michiel Van Nieuwkerk
Aki Watano.Beeld Michiel Van Nieuwkerk

“Ik zie er Japans uit, daar ben ik ook trots op, maar alles in mij is Amsterdams. Hoe ik denk, hoe ik praat, alles. Ik ben geboren in Amsterdam- Noord en groeide op tussen de Jordanezen, die er in de jaren zeventig massaal naartoe trokken omdat ze er een mooie nieuwbouwwoning of flat konden krijgen. Het was er net een dorp, lekker volks, er belandde regelmatig een parkiet in de frituur, dat vonden de jongens in de buurt lachen. Geer en Goor in het kwadraat.

Daartussen woonden wij, de Japanse Watano’s. Mijn vader, Shigeru Watano, werkte in de stad, als veelbelovend grafisch ontwerper. Vorig jaar heeft het Stedelijk Museum postuum een eerbetoon aan hem opgedragen. Dat zou hij geweldig gevonden hebben, hij was dol op Amsterdam.

Als kind wil je gewoon zijn, er net zo uitzien als iedereen. Ik wist, als ik in de spiegel keek, dat dat niet zo was. Maar gediscrimineerd werd ik niet. Nou ja, er waren soms wel ongemakkelijke situaties. Zo herinner ik me dat ik na een middag schaatsen werd opgehaald bij de Jaap Edenbaan door de ouders van een schoolvriendinnetje. Ik kende die mensen niet zo goed en zij mij niet. Zonder te vragen waar ik woonde, werd ik afgezet bij het enige Chinese restaurant in Noord. Nog niet zo lang geleden werd ik door een moeder op het schoolplein voor de au-pair aangezien. Of iemand riep ineens uit het niets: ‘In jullie restaurants is het ook moeilijk personeel krijgen, hè.’ Dat vind ik eerder kortzichtig dan discriminerend.

Natuurlijk hebben wij het er weleens over gehad om de stad te verlaten. Vooral toen onze kinderen wat ouder werden. Maar mijn hart ligt in Amsterdam en ik hoop hier ook te blijven. Ik vind het fijn dat de kinderen op een middelbare school zitten waar ze zichzelf kunnen zijn, omringd met markante leraren en klasgenoten. Ze fietsen de hele stad door, van een vriendje in een enorm pand op de Prinsengracht naar een vriendinnetje dat in Nieuw-West boven de Dirk van den Broek woont. Soms hou ik mijn hart vast in dat drukke verkeer, maar ik koester dat ze opgroeien in deze bruisende stad vol diversiteit.”

Aki Watano

Leeftijd: 48
Beroep: journalist, columnist en schrijfster
Opleiding: studie Japans en economie
Getrouwd met: Matthijs, samen hebben ze drie kinderen: Roemer, Jolie en Luna
Woongeschiedenis: Amsterdam-Noord, Centrum, Zeeburg, IJburg

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden