AHA

Amsterdammer helpt Amsterdammer: ‘Ik heb nooit m’n draai gevonden’

In de rubriek Amsterdammer helpt Amsterdammer krijgen Amsterdammers de kans een wens te vervullen van een stadsgenoot met een minimuminkomen. Dit keer: Matthijs Rem wenst een bijdrage van 300 euro voor het voltooien van zijn laatste schilderwerken.

Matthijs Rem: ‘Ik ging ook weleens de stad uit, dan tekende ik maaiende boeren à la Van Gogh.’ Beeld Eva Plevier
Matthijs Rem: ‘Ik ging ook weleens de stad uit, dan tekende ik maaiende boeren à la Van Gogh.’Beeld Eva Plevier

In de steriele gangen van seniorenflat de Garstkamp in Zuidoost schuifelen bewoners met mondkapjes op voorbij. Het gebouw, omringd door groen en op een steenworp afstand van de Bijlmerweide, heeft het typische voorkomen van een serviceflat: groot, proper en een gangenstelsel waar je als bezoeker hopeloos verdwaalt.

Het appartement van kunstschilder Matthijs Rem (75) speelt op eigenzinnige wijze met de verwachtingen van het bezoek. Geen sanseveria’s in het kozijn of hoogpolig tapijt, wel de aangename weeë geur van olieverf en terpentijn. Overal staan schilderijen, hangen tekeningen, staan doeken op hun beurt te wachten en de tafel is bezaaid met een imposante laag uitgeknepen en afgeschreven verftubes.

“Dit is in de eerste plaats mijn atelier, en ik woon er toevallig ook,” duidt Rem zijn inrichting. Hij zit in het midden van de ruimte op een kleine tweezitter, zijn benen heeft hij op een stoel gelegd. Vanonder een deken is ie in de weer met koffie en biscuitjes. Vanwege zijn prostaatkanker komt Rem weinig buiten, eigenlijk komt hij nauwelijks nog van zijn bank af. De weinige kracht die hem nog rest, besteedt hij aan zijn schilderijen. Maar zonder verf valt er weinig te werken, en niet kunnen schilderen, tja daar heeft Rem zwaar de pest over in.

Maaiende boeren

Zijn jeugd bracht hij door op Kattenburg, ‘daar woonde iedereen’ en op Wittenburg want ‘daar had ik nog een achteropoe en wat neven’. De oorlog heeft hij niet meegemaakt, maar de verwoestende gevolgen kleuren zijn geheugen. “Het was een ellendige tijd, ik groeide op in een verwoeste stad.” Werk vond hij op de werf en in de haven, en met het schamele loon kocht hij papier, want tekenen deed hij graag. Het liefst ging hij naar het dok om de havenarbeiders vast te leggen. “Die houdingen, ja, daar deed ik ’t voor. De spanning van zo’n rug, ik vond het prachtig. Ik ging ook weleens de stad uit, dan tekende ik maaiende boeren à la Van Gogh.”

Rond zijn twintigste werd Rem toegelaten aan de prestigieuze Rijksacademie, destijds aan de Stadhouderskade. “Na anderhalve week was ik weer weg. Ik stikte daar zowat, die opleiding en die mensen, nee dat was niets voor mij. Een van de hoofddocenten zei me dat ik het alleen moest doen, en dat ben ik toen gaan doen ook. Eenzaam was dat soms wel.” Een jaar later kwam Rem op de Vrije Academie in Haarlem terecht, waar hij wel graag vertoefde. “Er was een grote zaal, en daar waren doeken opgehangen. Zo had eenieder een eigen afgeschermde ruimte en de docenten kwamen zo nu en dan kijken.”

Kolere opdonder

De houtskool en kwast blijven Rems vaste kameraden in zijn verder bewogen en soms wat onsamenhangende leven. Drank doet z’n intrede en verwoest een hoop, twee huwelijken lopen op de klippen (‘die huwelijken hebben me een kolere opdonder gegeven’). Ook zwerft Rem een tijdlang door de Amsterdamse stadsparken zonder vast heenkomen. “Ik heb nooit aansluiting bij de maatschappij ervaren, o nee, daar ben ik vreselijk op vastgelopen. Heb nooit m’n draai gevonden. Eigenlijk ben ik alleen in m’n noppies als ik kan schilderen.” Zijn allervroegste werk is er niet meer, ‘wat jammer is want die tekeningen waren geweldig’.

Als twintiger kwam hij in de BKR (zie kader). Hij krijgt een inkomen in ruil voor zijn verdiensten, en kan daardoor het zware werk in de haven links laten liggen. “Van dat geld kocht ik het mooiste linnen dat er is, geweldig spul is dat. Dan kon ik weer even voort.”

Inmiddels is Rem een halve eeuw verder en ligt hij op de bank, omringd door zijn werk en lege tubes. Zijn slechte gezondheid biedt hem weinig hoop, maar zijn schilderijen zijn nog niet af en dat is Rem een doorn in ’t oog. “Als ik m’n eigen een schop geef, kruip ik zo achter die ezel. Maar zonder verf heeft het weinig zin. Voorlopig lig ik hier dus, als een grote sufferd.”

Wilt u een bijdrage leveren? Maak dat kenbaar via een mail naar aha@parool.nl. Meer info: amsterdammerhelptamsterdammer.nl

Beeldende Kunstenaars Regeling

Kunstenaars die niet aan de bak kwamen, konden vanaf 1956 een regeling met de gemeente en het rijk treffen. Een speciale commissie schatte de ingeleverde werken op waarde en besloot over een vergoeding. In de eerste jaren van die zogenoemde Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) werden de kunstwerken vaak verdeeld onder overheidsinstellingen. Later werd het ook mogelijk om als burger kunstwerken te lenen. ­Daarvoor werden kunstuitleencentra opgezet. De BKR werd in 1987 afgeschaft omdat die te duur werd.

De wens van vorige week

‘De reden is eenvoudig: Gladys kan wel wat hulp gebruiken’

Vorige week vroeg Gladys Adene hulp bij de aanschaf van een nieuwe kinderwagen en wasmachine. Ruud Sondervan doneert.

De Nigeriaanse Gladys Adene (34) en haar zoontje van anderhalf wonen sinds een jaar in Amstelveen. Hiervoor verbleven ze lange tijd in een opvanghuis van het Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel (ACM). Over haar traumatische start in Nederland kan Adene met het oog op haar mentale gezondheid niets zeggen. Vanwege ernstige rugklachten moest ze stoppen als schoonmaker, en als alleenstaande moeder zonder sociaal of financieel vangnet is het lastig rondkomen. Geld voor fysiotherapie heeft ze niet, en de kapotte kinderwagen is nodig aan vervanging toe. Ook haar wasmachine heeft het begeven. Het wassen van de kleren doet ze nu met de hand.

“Dit is geen houdbare situatie,” zegt Ruud Sondervan (67). Met zijn vrouw Lucy (64) schenkt hij het bedrag voor een nieuwe wasmachine. “Om de eenvoudige reden dat Gladys wel wat hulp kan gebruiken.” Als gepensioneerd leraar met ‘redelijk wat tijd over’ zou hij Adena en haar zoontje graag op weg helpen in de Nederlandse maatschappij. “Ik zou kunnen voorlezen, dat helpt bij het Nederlands leren.”

Daarnaast doneert Marloes Koenraads (29) een kinderwagen van Bugaboo. De medewerker van de fabrikant in kinderwagens hoopt dat die het moeder en kind makkelijker maakt de hort op te gaan, en ‘samen te genieten van wat de omgeving te bieden heeft’.

Ook heeft een fysiotherapeut zes gratis sessies aangeboden, om de rugklachten van Adene te verminderen.

Ruud Sondervan (67) met zijn vrouw Lucy (64). Beeld Eva Plevier
Ruud Sondervan (67) met zijn vrouw Lucy (64).Beeld Eva Plevier
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden