PlusAchtergrond

Amsterdam zoekt woningen voor vluchtelingen en daklozen

Riekerhaven, Nieuw-West. Hier wonen studenten samen met statushouders. Beeld Rink Hof
Riekerhaven, Nieuw-West. Hier wonen studenten samen met statushouders.Beeld Rink Hof

Door het woningtekort zoekt Amsterdam alternatieven voor vluchtelingen en daklozen, zoals lege hotels en containers. Snelle oplossingen zijn er niet. ‘We moeten de woningnood niet afwentelen op vluchtelingen.’

Het is een gekke situatie. Het aantal asielzoekers dat naar Nederland komt, is de afgelopen jaren flink gedaald. En toch moet Amsterdam in 2021 veel meer woningen vrijmaken voor vluchtelingen met een verblijfsvergunning: 1100, tegen 500 in 2020. Dat is het gevolg van uitvoeringsproblemen, zegt Martijn van der Linden van Vluchtelingenwerk. Hierdoor zitten veel vluchtelingen nog altijd in een asielzoekerscentrum (azc), ook al hebben ze de benodigde papieren om een bestaan in Nederland op te bouwen, inclusief woning. Om de achterstanden weg te werken moeten gemeenten ineens veel meer vluchtelingen huisvesten.

Wethouder Laurens Ivens (Wonen) voelt zich overvallen door deze plotselinge stijging. Hij moet ook nog huizen vrijmaken voor andere groepen, zoals daklozen en mensen met een medische urgentie. Ook deze groepen dikken aan. Het aantal daklozen in Nederland is in tien jaar tijd verdubbeld en veel van hen komen naar de grote stad.

Alles bij elkaar moet Amsterdam 3770 huurwoningen beschikbaar stellen aan daklozen, mensen met een medische urgentie en vluchtelingen. De gemeente hield rekening met 1800.

En dat allemaal in een stad die toch al kampt met woningnood. Een Amsterdammer die in aanmerking komt voor een sociale huurwoning moet daar gemiddeld vijftien jaar op wachten. Als de gemeente meer woningen vrijhoudt voor andere groepen, ook al zijn zij kwetsbaar, zal dat wrevel wekken bij Amsterdammers die daardoor nog langer moeten wachten. Aan de andere kant: als vluchtelingen en daklozen geen onderdak vinden, lopen de problemen in de overvolle asielzoekerscentra en opvanghuizen verder op. Niet voor niets spreekt Ivens van een maatschappelijk probleem.

Lege kantoren

Bovendien kijkt de provincie mee: als Amsterdam te weinig vluchtelingen huisvest, kan dit leiden tot dwang.

Ivens oppert om de tekorten weg te werken met tijdelijke woningen, bijvoorbeeld in lege kantoren, of door containers neer te zetten. Nadeel is dat de aanleg hiervan tijd kost en voor 2021 geen oplossing biedt. Na de vluchtelingencrisis van 2015 verrezen in Amsterdam wooncomplexen bedoeld voor statushouders en studenten, maar de bouw daarvan is tijdrovend. Bovendien is de nood dit keer niet zo hoog als destijds. Hulp inroepen van buurgemeenten, zoals gesuggereerd door Ivens en raadsleden, lijkt kansloos. Zij kampen ook met wachtlijsten voor sociale huurwoningen.

De wethouder wil een beroep doen op Amsterdamse hotels. Die staan grotendeels leeg door de coronacrisis en hebben kamers over voor vluchtelingen of daklozen. Volgens Eveline Doornhegge van Koninklijke Horeca in Amsterdam, zullen hoteliers hier welwillend naar kijken. “Veel hotels onderzoeken sowieso al de mogelijkheden naar ander gebruik van de kamers, al dan niet tijdelijk.”

Hier en daar in Amsterdam worden al daklozen opgevangen in hotelkamers. En dat gaat ‘hartstikke goed’, zegt Sven de Boer van A&O. In zijn hotel in Zuidoost verblijven zo’n driehonderd daklozen. “Toeristen leveren meestal meer problemen op dan deze mensen.” De begeleiding is in handen van het Leger des Heils. Dat het hotel op deze manier een maatschappelijke bijdrage levert is mooi, maar De Boer benadrukt dat de opvang niet charitatief is. De gemeente betaalt voor de kamers, zij het voor gereduceerde prijzen. Lucratief is het niet, maar beter dan niets. “We proberen zonder kleerscheuren uit deze crisis te komen.”

De Boer staat ook open voor vluchtelingen in zijn hotel, al hangt het wel af van de duur van het verblijf. Als de coronacrisis voorbij is, zullen hopelijk de toeristen weer terugkeren. “Een hotel is het beste in het ontvangen van toeristen, al kan ik mij voorstellen dat we een etage vrijhouden voor opvang. Dat zou een nieuw verdienmodel kunnen zijn.”

Geen ritme

De hotelmanager tekent hier wel bij aan dat onderdak voor kwetsbare groepen in hotels slechts een tijdelijke oplossing kan zijn. “Het is hier prima uit te houden, maar niet voor lang. In een hotel komen mensen niet in een ritme. Ze kunnen nauwelijks zelf koken en zijn gebonden aan eettijden en regels.”

Bovendien moeten daklozen en vluchtelingen werken aan hun toekomst. Een eigen plek is hiervoor essentieel.

Door de woningnood ontstaat de onwenselijke situatie dat diverse groepen met elkaar concurreren om de beschikbare huizen en zo tegenover elkaar komen te staan. Wie heeft meer recht op een huis; een dakloze, een vluchteling, een gescheiden Amsterdammer of een jongere die het huis uit wil? De gemeenten Haarlemmermeer en Castricum willen vluchtelingen geen voorrang meer geven op huurwoningen en VVD-Kamerlid Daniël Koerhuis vindt dat deze groep ‘gewoon op zijn beurt moet wachten’.

Ook de Amsterdamse VVD wil de voorrang afschaffen en statushouders opvangen in tijdelijke woningen. “Dat kun je niet maken,” reageert Alexander Hammelburg van D66. “We moeten vluchtelingen een plek geven.” Ook hij komt, bij gebrek aan beter, uit bij tijdelijke woonruimte, ‘zoals we al doen voor studenten’.

Van der Linden van Vluchtelingenwerk snapt de discussie. “Gemeenten zitten niet te wachten op al die schommelingen in het aantal vluchtelingen dat ze moeten opvangen.” Maar ja, het is wel belangrijk dat statushouders ergens kunnen wonen. Ze mogen in Nederland blijven en horen er dus bij. Tijdelijke onderkomens zijn alleen een optie als ze echt tijdelijk zijn, vindt Vluchtelingenwerk. “Deze mensen wachten al zo lang. Ze willen de taal leren, werk zoeken. De meeste vluchtelingen kunnen niet meer terug naar hun land van herkomst. Een permanent onderkomen is dus belangrijk,” aldus Van der Linden. “Wij moeten de woningnood niet afwentelen op vluchtelingen. Zonder hen zou er ook een tekort aan woningen zijn in Nederland.”

Statushouders

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) bepaalt hoeveel statushouders elke ­gemeente jaarlijks moet huisvesten. Statushouders zijn vluchtelingen die in Nederland mogen blijven. In eerste instantie krijgen ze een verblijfsvergunning voor vijf jaar, die daarna meestal wordt omgezet in een status voor onbepaalde tijd. De ­gemeente maakt afspraken met corporaties hoeveel ­woningen zij elk jaar toewijzen aan kwetsbare groepen als vluchtelingen, daklozen en mensen met een ­medische urgentie. Als ­Amsterdam te weinig statushouders onderdak biedt en waarschuwingen niet helpen, kan de provincie ingrijpen en de huisvesting van deze groep zelf ter hand nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden