PlusReportage

Amsterdam wordt al beetje ‘thuis’ voor Oekraïense vluchtelingen: ‘We voelen geen angst meer’

Na twee maanden oorlog begint de aanwezigheid van Oekraïense vluchtelingen in Amsterdam steeds normaler te worden. Er zijn genoeg opvangplekken, kinderen gaan naar school en het registeren bij de gemeente verloopt soepeler. Maar achter de normaliteit schuilt veel pijn.

David Hielkema
Het opvangpunt bij het Centraal station voor Oekraïense vluchtelingen. Beeld Daphne Lucker
Het opvangpunt bij het Centraal station voor Oekraïense vluchtelingen.Beeld Daphne Lucker

De bommen zijn net gevallen als Dmitry Trubachov besluit Kiev te verlaten. De 60-jarige opa neemt zijn twee kleinkinderen mee en samen rijden ze naar het familiehuis tachtig kilometer verderop. Zo is het afgesproken met zijn dochter: zij blijft achter bij haar man die in het leger werkt, hij zorgt voor de twee tieners.

Een paar dagen later ziet Trubachov vanuit het dorpje oorlogsvliegtuigen voorbij zoeven. Wederom stapt hij in de auto – nu het land uit, weg van het Russische gevaar. Richting Polen, Duitsland, door naar Nederland.

Met z’n drieën arriveren ze eind februari in Amsterdam. De taal spreken ze niet, Engels ook niet, maar ze vinden een weg in het opvangsysteem dat Nederland aan het uitrollen is voor Oekraïense vluchtelingen. Niet veel later krijgt de familie een kamer in het Savoy Hotel in De Pijp – waar nog eens honderd mensen uit Oekraïne verblijven.

Steeds herkenbaarder

Het verhaal van Trubachov is er één dat steeds herkenbaarder begint te worden, als het gaat om Oekraïense vluchtelingen. Na twee maanden oorlog heeft Amsterdam ruim 12.000 oorlogsvluchtelingen verwelkomd en dagelijks registeren zich op Centraal Station nog zo’n tweehonderd mensen.

Iets minder dan tien procent blijft uiteindelijk in Amsterdam, zo valt op te maken uit de circa duizend Oekraïners die momenteel in de opvanglocaties verblijven. Eenmaal daar moeten ze door een hele bureaucratische hoepel om hier een bestaan op te bouwen: registreren op het Centraal Station, vervolgens bij stadsloket Zuid waar ze een bsn-nummer halen en leefgeld aanvragen.

Daar worden ook simpele vragen behandeld. Bijvoorbeeld waar ze hun auto kunnen parkeren of waar hun kinderen naar school kunnen. Of hoe ze überhaupt kunnen bewijzen dat hun kinderen van hen zijn? Ambtenaren staan bij het stadsdeel paraat om dit ‘onder ede’ te registreren.

Dmitry Trubachov Beeld Daphne Lucker
Dmitry TrubachovBeeld Daphne Lucker

Geen angst meer

Trubachovs kleinkinderen van zestien en tien gaan ook naar school. Hij, taxichauffeur in Kiev, zoekt werk. Hopelijk lukt dat de komende dagen. De Regenboog groep, een hulpverleningsorganisatie voor dak- en thuislozen, helpt hem daarbij. Hij vertelt over zijn dochter die hij heeft achtergelaten, het contact is moeilijk door de slechte internetverbinding. Tranen rollen uit zijn ogen.

Emmanuel Ngene Amuzie (32) vertaalt het gesprek. Het raakt hem ook zichtbaar. De geboren Nigeriaan kwam in 2010 in Oekraïne, destijds in Donetsk. Hij vluchtte toen de Russen in 2014 binnenvielen. Nu was het weer raak – en hij vertelt over het winkelcentrum Retroville dat werd gebombardeerd. Een dag voor zijn vlucht deed hij daar nog zijn boodschappen.

Emmanuel Ngene Amuzie Beeld Daphne Lucker
Emmanuel Ngene AmuzieBeeld Daphne Lucker

Amuzie: “Het is fijn om hier te zijn. We voelen geen angst meer. Onze kleine jongen gaat naar school en maakt vrienden. Ik wil werk vinden en mijn medische studie afmaken. Deze plek, het hotel: het is een kleine community. Iedereen is heel behulpzaam. We willen graag blijven in Amsterdam.”

Okura Hotel

In het restaurant van het hotel – gevuld met de geur van eieren, koffie en pannenkoeken die wijkagenten maken – zitten veel meer oorlogsvluchtelingen. Taya (21), die met haar moeder is gekomen, mist haar vriendje, vader, zussen. Ze wil terug zodra het veilig is.

Een moeder vertelt over haar zoontje met hersentumoren. Hij is nog geen één jaar; de chemokuren kunnen gelukkig in Amsterdam worden voortgezet. Twee Syriërs leggen uit dat ze voor de tweede keer uit een land moesten vluchten vanwege een oorlog. “Waarom achtervolgt ons dit?”

Kathleen Denkers van de Regenboog groep kent de verhalen van ‘haar’ bewoners goed. Liefdevol praat ze over de bewoners – maar ook vertelt ze over de ‘foute mensen’ die onlangs voor de hoteldeuren stonden en die kwetsbare mensen willen lokken. “Bsn-nummer ontlokken. Kerels die loverboys zijn. We hebben ze verrot gescholden,” zegt ze ferm.

Dat lokken lukte helaas wel bij een van de bewoonsters. Een kwetsbare dame, zegt Denkers, al is ze gelukkig teruggekeerd en gaat ze binnenkort naar een opvanglocatie buiten Amsterdam waar het rustiger is. “Maar we willen niet te veel de nadruk op het slechte leggen. Mensen doen zoveel goed. Buurtgenoten helpen met wassen, komen make-up brengen waar bewoners blij mee zijn. We hebben binnenkort een ladies night in het Okura Hotel.”

Terugkeer

Intussen ziet de gemeente de eerste Oekraïners weer vertrekken uit Amsterdam. Sommigen keren terug naar hun thuisland, anderen naar familie die elders in Europa zit. Langzaam begint het gemeentelijk apparaat hierop in te spelen. Hoe zorgen ze er bijvoorbeeld voor dat het leefgeld stopt? En dat er een goed overzicht is van de bedden die bezet zijn als Oekraïners niet laten weten dat ze vertrekken?

Wethouder Rutger Groot Wassink (Vluchtelingen) denkt met het stadsbestuur nog een stap vooruit: hij zoekt naar opvanglocaties waar Oekraïners meerdere jaren kunnen verblijven. “Die kunnen niet allemaal meteen terug als Poetin er nu ineens voor kiest om zich terug te trekken. We moeten vooruitdenken.”

Daarom doet de wethouder – niet voor het eerst – een oproep aan het rijk om met structurele plannen te komen. “De vraag is of dit nog een crisis is of een permanente crisis? We missen nu een langetermijnvisie vanuit het rijk,” zegt Groot Wassink. “De fase is aangebroken dat we moeten nadenken over wat we gaan betekenen voor de mensen die hier nu twee maanden zijn. Voor kinderen is dat een heel lange tijd.”

Hij heeft het over leefgeld. Blijft dat of moeten ze een uitkering krijgen? Willen we Oekraïense kinderen in ‘gewone’ klassen laten instromen of internationale scholen? Cruciale vragen waarover het rijk met plannen moet komen.

En of Trubachov met zijn kleinkinderen teruggaat naar Oekraïne? Het doet hem pijn om in een land te zijn waar hij zichzelf amper verstaanbaar kan maken. Natuurlijk wíl hij terug. Alleen als het veilig is. “Maar wanneer is dat?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden