PlusAchtergrond

Amsterdam wacht een drukke zomer. Van wie is straks de openbare ruimte?

De druk komt terug op de publieke ruimte. Dat zorgt onherroepelijk voor verdringing, maar biedt ook kansen. Wethouder Ivens roept op: blijf in je stadsdeel, maak een voortuin van je eigen straat.

Vondelgym Zuid, aan de Eduard van Beinumstraat, vond buiten genoeg ruimte om zijn klanten daar te laten sporten.Beeld Jakob Van Vliet

Van wie is de openbare ruimte? Vraag het een ­jurist, een planoloog, een toerist, een bewoner, een kroegbaas en een gehandicapte en je krijgt telkens een ander antwoord. Vraag het een ­politicus en hij zegt: “De openbare ruimte is de achtertuin van ons allemaal.”

Dat is mooi gesproken van wethouder Laurens Ivens, maar dan beginnen de problemen pas, zeker nu de mobiliteit van Amsterdammers langzaam weer toeneemt. Mensen gaan weer naar school, aan het werk, op bezoek. Het ziet er niet naar uit dat we massaal op vakantie gaan naar Spanje of ­Griekenland, dus het wordt een drukke zomer in de stad, ook zonder toeristen.

Ondernemers nemen ook steeds meer ruimte in. Cafés met hun terras, winkels met hun wachtrijen voor de deur, sportschoolhouders die kettlebells dan maar op een plein leggen – dat is allemaal stoep. En die is nu al te krap. Wil je elkaar coronaproof passeren, dan moet die 3 meter breed zijn, minstens. Op een fietspad zelfs nog meer. Dat gaat onherroepelijk knellen.

“In de openbare ruimte zie je altijd verdringingsverschijnselen,” zegt Maarten ­Hajer, hoogleraar Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht. “Door die bijzondere stilstand was het spannendste aan corona het zicht op hoe die verdringing werkt. Opeens ­waren de Wallen leeg, geen auto’s meer in de straten. Door dat nieuwe gebruik van de openbare ruimte gaan mensen zeggen: verdorie, dat wil ik altijd.”

Chillen zonder geld

Amsterdammers staan te trappelen om op 1 juni weer op een terras te kunnen zitten. Het plan voor de Nieuwmarkt springt eruit: één groot gezamenlijk terras van vijfhonderd tafels.

De Partij voor de Dieren trok meteen aan de bel. Mensen met een beperking moeten zich ook veilig kunnen verspreiden in deze stad. Raadslid Jennifer Bloemberg: “Smalle stoepen en geblokkeerde geleidelijnen waren altijd al een probleem, dus laten we nu voorzichtig omgaan met terrassen. Als je het weggeeft, is het weg. Dan krijg je het niet meer terug.”

Een partijtje tennis op de stoep voor het Stedelijk Museum.Beeld Jakob Van Vliet

Krijgen we na twee maanden eindelijk wat openbare ruimte terug, is het weer niet goed. Nee, ze hebben een punt, zegt Hajer. “Gehandicapten en terrassen hebben altijd al een spannende relatie.”

Alba van Vliet, voorzitter van studenten­vereniging Asva, vroeg zich op Twitter af of je dan ook zonder te betalen op de Nieuwmarkt mag zitten: ‘Ik vind het belangrijk dat je in de stad kunt chillen zonder steeds geld te hoeven uitgeven aan drankjes.’

Plekken voor bezoekers die hun eigen drank meenemen, is een redelijke eis, aldus Walther Ploos van Amstel, lector City Logistics aan de Hogeschool van Amsterdam. “Het blijft openbare ruimte. Met een verplichte consumptie wordt het een evenemententerrein.” Op de Nieuwmarkt komen daarom ook tafels voor mensen met eigen consumpties: de stam­tafels.

NSCR-onderzoeker Marie Rosenkrantz Lindegaard heeft nog een aardige tip: laat bezoekers om beurten toe op basis van het alfabet. Op ­zaterdag is A-K welkom, op zondag L-Z. Rosenkrantz Lindegaard: “Het klinkt idioot, maar de handhaving is prima te doen.”

Niet moeilijk doen

Wethouder Ivens maakt liever een ander punt: blijf in je buurt. “Iedereen heeft het maar over de Nieuwmarkt, maar ik wil geen overvolle pontjes vanuit Noord. En stap ook niet meer nodeloos op de fiets om in een andere buurt naar het terras te gaan.” De wethouder ziet genoeg pleinen buiten het centrum met ruimte voor extra horeca of met banken voor eigen consumpties. Het Olof Palmeplein in Noord of het Sierplein, Delflandplein en Staalmanplein in Nieuw-West.

Ook heeft hij liever niet dat we met zijn allen naar het Sarphatipark en het Vondelpark gaan. “Mensen uit de binnenstad moeten kunnen ontspannen en verblijven in de binnenstad. We moeten proberen de mensen uit Noord en Oost te verleiden naar de parken te gaan die daar zijn. Het Baanakkerspark en het Diemerpark zijn ook prachtig.”

Malou (links), wonend aan de Houtmankade, vierde haar verjaardag op straat, met een raster voor zitplekken.Beeld Jakob Van Vliet

Her en der zie je al dat bewoners hun eigen stoep volbouwen met banken en tafels. “Mensenstraten,” noemt Ploos van Amstel ze. “Waar je ook nog je buren ontmoet.” En Hajer: “De cafés zijn dicht, dus mensen houden borrels in de straat. En omdat ze deze vakantie thuisblijven, kunnen hun kinderen samen buiten spelen.”

Een uitstekend idee, vindt de wethouder. “Laat het allemaal maar gebeuren. Dan moeten we daar ook niet te star zijn. Als iemand een stoeltje in de openbare ruimte zet, zal dat ongetwijfeld niet mogen volgens een of andere regel, maar daar moeten we niet moeilijk over doen.”

Ook niet over een lange tafel midden op straat, als het tenminste geen doorgaande weg is?

“Als je niemand hindert, dan is dat prima. Doe het wel samen, met de buurt, én op anderhalve meter afstand. Maak er een leuk feestje van!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden