Amsterdam onderzoekt slavernijverleden: eerste stap naar excuses?

Herdenking bij het Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark.Beeld ANP

Het Amsterdamse college zet een eerste stap naar excuses voor het slavernijverleden. Onderzoekers bekijken welke rol de stad precies speelde in de slavenhandel. Dit kan de opmaat zijn voor formele verontschuldigingen op 1 juli.

Het Internationaal Instituut voor Sociale ­Geschiedenis (IISG) in Amsterdam gaat onderzoeken op welke manier Amsterdamse stads­bestuurders de ‘aard en de omvang van Nederlandse betrokkenheid bij de wereldwijde slavernij hebben beïnvloed’, schrijft wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) vrijdag in een brief aan de gemeenteraad. Ook wordt gekeken naar de opvattingen en het beleid van het toenmalige stadsbestuur.

De opdracht is het gevolg van een initiatiefvoorstel dat deze zomer is ingediend door Denk, Bij1, GroenLinks, D66, PvdA, ChristenUnie en de SP. Zij droegen de gemeente op voorbereidingen te treffen voor excuses voor het slavernij­verleden. Als het aan deze partijen ligt, worden die uitgesproken op 1 juli 2020 tijdens Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Het zou een historisch moment zijn: ­Amsterdam is dan de eerste gemeente in Nederland die dit doet.

Risico van schadeclaims?

Groot Wassink zet het onderzoek in gang, maar wil nog niet garanderen dat de gemeente daadwerkelijk excuses zal aanbieden, zelfs als uit het onderzoek blijkt dat Amsterdam inderdaad een voorname rol heeft gespeeld in de slaven­handel. “We gaan eerst de balans opmaken en dan kijken of het passend is excuses te maken en hoe we dat gaan doen.” Hij zegt wel dat het college welwillend is over het voorstel van de raadsmeerderheid.

Juristen van de gemeente onderzoeken of ­excuses kunnen leiden tot schadeclaims. Groot Wassink: “We willen alles scherp hebben.”

Als Amsterdam excuses uitspreekt, zal dat zijn voor de rol van de gemeente en niet voor de ­betrokkenheid van individuele Amsterdammers. Volgens de Leidse historicus Karwan ­Fatah-Black heeft het toenmalige stadsbestuur een prominente rol gespeeld in het slavernij­verleden. Hij deed onderzoek naar de Sociëteit van Suriname, die de slavenhandel opzette. Amsterdam was voor een derde eigenaar hiervan.

Essaybundel

Een commissie onder leiding van oud-wethouder Andrée van Es, net als Groot Wassink van GroenLinks, zal de onderzoekers begeleiden. In deze commissie zitten onder anderen Bert de Vries, directeur van het Stadsarchief, Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, antropoloog Gloria Wekker en historicus Leo Lucassen.

Het onderzoek wordt in juni gepubliceerd in een essaybundel. Volgens Groot Wassink is dat op tijd voor eventuele excuses op 1 juli.

Uitstekend op de hoogte

Dat Amsterdam een prominente rol heeft gespeeld in het slavernijverleden, kwam eerder dit jaar al naar boven in een studie van de Leidse historicus Karwan Fatah-Black (38). Hij publiceerde een boek over de Sociëteit van Suriname, de spil van de Amsterdamse betrokkenheid.

De gemeente was een van de drie eigenaren van deze Sociëteit, het bedrijf dat tussen 1683 en 1795 Suriname bestierde en daar een begin maakte met de handel in tot slaaf gemaakten die op de plantages moesten werken.

De Amsterdamse bestuurders, onder wie burgemeesters, waren volgens Fatah-Black uitstekend op de hoogte. Het besluit om Afrikanen naar Suriname te verschepen was zonder verdere discussie genomen, blijkt uit de notulen. 

Kabinet: ‘Diepe spijt en berouw’

Het kabinet is tot nu toe niet verder gekomen dan ‘diepe spijt en berouw’ over het slavernijverleden. ‘Het kabinet kan de tijd niet terugdraaien, maar betreurt het ten zeerste dat slaver­nij onderdeel uitmaakt (sic) van onze gezamenlijke geschiedenis,’ schreef minister Kajsa Ollongren eerder dit jaar in een Kamerbrief.

De ‘diepe spijt en berouw’ die ze in dezelfde brief uitsprak is geen excuus, maar wel een klein stapje verder dan de woorden die toenmalig minister Roger van Boxtel uitsprak in 2001.

Het kabinet had destijds ‘diepe spijt, neigend naar berouw.’

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam deed in 2018 al een oproep tot nationale excuses. In de Tweede Kamer vroeg Denk om een brief van het kabinet over de excuses.

In het buitenland hebben overheden al excuses aangeboden voor het slavernijverleden: Liverpool, Londen, Benin, Ghana, de Amerikaanse Senaat. In Nederland bood de Raad van Kerken in 2013 excuses aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden