PlusAchtergrond

Amsterdam-Noord gaat wooncrisis te lijf met flexwoningen: ‘Dit is paniekvoetbal’

Artist impression van de flexwoningen aan de Appelweg in Noord. Beeld Ymere
Artist impression van de flexwoningen aan de Appelweg in Noord.Beeld Ymere

In Amsterdam-Noord moeten snel flexwoningen komen, werd afgelopen week bekend. Een snelle oplossing voor een urgent probleem, zegt het stadsbestuur. Maar uiteindelijk lossen tijdelijke woningen het probleem niet structureel op.

Marc Kruyswijk

Op wat nu nog een beetje een duister, braakliggend terrein is aan de Appelweg aan de rand van Tuindorp Oostzaan, moeten als het aan het gemeentebestuur ligt komend jaar in noodtempo huizen worden gebouwd om een beetje van de krapte op de woningmarkt te ledigen. Tijdelijke huisvesting, voor vijftien jaar: flexwoningen in jargon, 63 stuks. Bestemd voor jongeren, studenten en statushouders.

Flexwoningen zijn geen nieuw concept, maar met de nijpende woningnood zetten het Rijk en de gemeente met hernieuwde energie in op de bouw van rap te realiseren, tijdelijke woningen. Het kan sneller dan reguliere woningen, klinkt het dan. En met de kwaliteit zit het wel goed: die zou de laatste jaren met sprongen omhoog zijn gegaan.

Tot 3000 flexwoningen in Amsterdam

Als gezegd: Rijk en gemeenten trekken samen op. Landelijk wordt ingezet op maar liefst 37.500 flexwoningen tot en met 2024. Wethouder Reinier van Dantzig (Woningbouw) wil in Amsterdam de komende jaren 2500 tot 3000 flexwoningen neerzetten, onder meer op Strandeiland en rond de Gaasperdammertunnel, Riekerpark en, zoals vorige week dus ineens concreet werd, op de Appelweg.

Verplaatsbare huisvesting is een van de middelen die wordt ingezet in de wooncrisis, zegt Rob Haans, bestuursvoorzitter van woningcorporatie de Alliantie en sinds afgelopen zomer ook voorzitter van de Taskforce Versnelling Tijdelijke Huisvesting. “Er gebeurt van alles, er wordt gebouwd, bedrijfsruimten worden getransformeerd en we zetten in op de bouw tijdelijke woningen. Het is niet in plaats van reguliere bouw, het komt erbij.”

De schaarste aan woningen is extreem, de nood is hoog, zegt Haans. “En dan zijn daar afgelopen jaar ook nog de Oekraïense vluchtelingen bijgekomen. Dit alles leidt tot enorm lange wachttijden voor woningen. We moeten misschien wel 900.000 huizen bouwen het komend decennium, 40.000 flexwoningen vormen alles bij elkaar nog geen 6,5 procent. Elke woning telt.”

Maar het klinkt allesbehalve ideaal. Verplaatsbare woningen roepen op het eerste gezicht het beeld op van de containerwoningen van voorheen: gestapelde dozen, liefdeloos neergekwakt op plekken waar niemand eigenlijk wil wonen. Donker, sfeerloos en gehorig.

‘Geen containers’

De kwaliteit van die woningen is de laatste jaren met sprongen vooruitgegaan, zegt Haans echter. “Je moet allang niet meer denken aan gestapelde containerwoningen. Het is niet meer zo zielloos als in het verleden. Het is duurzaam en er wordt bijvoorbeeld steeds meer gebruikgemaakt van hout. Veel mensen zullen aan de buitenkant niet eens zien dat het geen reguliere bouw is.”

De plek waar die woningen staan is niet zelden een probleem: gemeenten waren en zijn soms terughoudend met het beschikbaar stellen van terreinen voor de verplaatsbare huizen. Terwijl er wel degelijk ruimte beschikbaar is, aldus Haans. “Neem in Amsterdam bijvoorbeeld locaties die worden gereserveerd voor de aanleg van een nieuwe metrolijn: dat gaat nog jaren duren. Het is dan slim om die ruimte te gebruiken voor tijdelijke huisvestingsmogelijkheden.”

Dan zijn er nog de kosten. Onder meer woningcorporaties rekenden uit dat de investeringen te hoog zijn om in een korte periode van vijftien jaar terug te verdienen. Het is om die reden dat Haans liever spreekt van verplaatsbare woningen in plaats van flexibele. “Je kan ze na die vijftien jaar verplaatsen. Als je zo’n woning vervolgens nog vijftien jaar op een andere plek kan neerzetten, krijg je de exploitatie kloppend, dan kan het wel uit.”

‘Een desinvestering’

Daar plaatst de Amsterdamse architect Harvey Otten grote vraagtekens bij. Hij is geen voorstander van flexwoningen. “Geld steken in tijdelijke woning is een desinvestering. Reguliere woningen gaan in Nederland meer dan honderd jaar mee, maar door de korte afbetaaltijd van flexwoningen kunnen de kosten uiteindelijk drie tot zes keer zo hoog uitvallen.”

Er wordt volgens Otten te gemakkelijk gedacht over het oppakken van een woning om die elders weer neer te zetten. “De woning zelf maakt maar een deel uit van de kosten die je hebt: je zult moeten zorgen voor een goede fundering, er moeten heipalen de grond in. En de huizen moeten worden aangesloten op water en elektra en de directe omgeving moet worden ingericht.”

‘Veel sneller’

Je creëert bovendien een probleem in de toekomst. “Als we in drie jaar bijna 40.000 tijdelijke woningen gaan bouwen, moeten die over vijftien jaar allemaal gesloopt of verplaatst gaan worden. Nu slopen we per jaar 20.000 woningen op een totaal van 8 miljoen, straks zou daar ineens een hele smak bijkomen.”

Maar ja, er is nú urgentie, zegt Haans. “Tijdelijke huisvesting is simpelweg veel sneller beschikbaar. Reguliere bouw kent alles bij elkaar een doorlooptijd van zeven jaar, flexibel bouwen betekent dat je in een jaar klaar kan zijn. Als we ons alleen richten op de bouw van reguliere woningen, dan valt de doorstroming acuut in het slot. Er zijn zeker mensen in Nederland die er graag willen wonen.”

‘Paniekvoetbal’

Otten vindt het kortzichtig. Hij wijst op Strandeiland IJburg, waar de gemeente ook flexwoningen wil gaan bouwen. Kwaad wordt hij ervan. “Het heeft jaren gekost om dat eiland op te spuiten, nu die bouwgrond er eindelijk is, moet je het gebruiken voor de bouw van fatsoenlijke woningen. Dit kan je toch niet bedenken? Er is sprake van paniekvoetbal, je steekt jezelf in de problemen om een beetje tijd te winnen. Vraag het aan mensen: wil je liever nu in een veredelde schoenendoos wonen of iets later in een degelijk huis?”

In het feit dat de doorlooptijd in de reguliere bouw zo lang is, ligt volgens hem ook de oplossing van het probleem. “Doe dáár iets aan. Zeven jaar bouwen is in de praktijk vijf jaar vergunningen en procedures, een jaar voorbereiden en een jaar bouwen. Die vijf jaar geleuter, doe daar iets aan, dan win je echt tijd. In plaats van dat je woningen bouwt die nog steeds inferieur zijn aan reguliere huizen, die aanvoelen als hokjes en die uiteindelijk niet de manier zijn waarop je een stad vormgeeft.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden