Plus Achtergrond

Amsterdam nog blauwer: AH opent 98ste winkel

Hoeveel supermarkten kan Amsterdam aan? Albert Heijn opende donderdag zijn 98ste vestiging in de stad, aan het Rembrandtplein. Vorige week ontfermde de keten zich al over een kapitale winkel op het Leidseplein. En er komt nog meer bij.

De nieuwe Albert Heijn in het Hirsch­gebouw aan het Leidseplein. Beeld Jakob Van Vliet

Warme snacks, beleg­de broodjes maar ook twee­literpakken melk. De vorige week in stilte geopende Albert Heijn in het Hirsch­gebouw aan het Leidseplein is de nieuwste loot aan de ruim negen­tig vestigingen tellende supermarktketen.

“Ik wist dat de pakkenwinkel die er was gevestigd niet zo goed draaide,” zegt Robbert Kroese van winkelmakelaar KroesePaternotte. “We hebben hen benaderd en ze wilden graag van de locatie af.” Ook de verhuurder en eigenaar van het Hirschgebouw wilden meewerken, mits het tot een aansprekende huurder kwam.

Kroese dacht meteen aan Albert Heijn. “We hebben vaker met ze samengewerkt. Ze vinden dat de stad blauw moet zijn. Ze waren enthousiast, maar hadden vraagtekens bij het oppervlak.” De verhuurder van het Hirsch bleek bereid een vergaderzaal uit het kantoorgedeelte van het complex op te geven. “Met 390 vierkante meter was het klein voor een supermarkt, maar met die 50 erbij lukte het wel.”

Albert Heijn kan volgens Kroese precies uit­rekenen bij welk vloeroppervlak, huur en hoeveelheid passanten een pand rendabel is of niet. “Wat hier de doorslag heeft gegeven, is alleen bij hen bekend, maar dit is natuurlijk een toplocatie voor een supermarkt.”

Het spel beheersen

Binnenkort gaat om de hoek, op de kop van de Overtoom in een voormalige Marqt, nog een Zaansblauwe supermarkt open en volgend jaar heropent de vestiging aan het Koningsplein – dan zal de teller op 100 staan. Donderdag opende in eveneens een voormalige Marqt bij het Rembrandtplein een AH van 2100 vierkante meter, een van de grootste supers in de binnenstad. Albert Heijn lijkt Rupsje Nooitgenoeg.

Het bedrijf houdt zich op de vlakte over zijn vestigingsbeleid, vooral om de concurrentie niet wijzer te maken. “We zien dat groei vooral in de grote steden zit,” zegt een woordvoerder. “Dáár neemt het aantal inwoners toe en is de meeste ontwikkeling in eten en drinken. Amsterdam heeft blijvend potentieel. Iedereen heeft z’n buurtje en dat creëert veel kansen.”

Maar er zit heel wat meer achter het feit dat een op de tien Albert Heijns in Nederland in Amsterdam staat. “Dat ze winkels in de stad blijven openen,” zegt economisch geograaf Aart Jan van Duren van Bureau Stedelijke Planning, “betekent dat er behoefte aan is. Zij beheersen het spel als geen ander. Omdat ze al veel vestigingen hebben, kunnen ze mede aan de hand van de bonuskaartgegevens precies zien waar nog kansen liggen.”

Passanten en forenzen

“Ik snap het Rembrandtplein en het Leidseplein wel. Dit zijn de witte vlekken in hun netwerk. Ja, er zitten winkels op korte afstand, maar die kunnen niet uitbreiden. Dan zoeken naar een satellietvestiging.” Ook speelt mee dat AH zich moeiteloos kan schikken naar de locatie. “Ze kunnen hun formule heel soepel aanpassen. Daarin staan ze niet alleen. Spar City is heel succesvol en Jumbo en Dirk hebben stadswinkels geopend.”

“Maar de uitgangspositie voor Albert Heijn is het sterkst. Zij zijn eind de vorige eeuw in het centrum blijven zitten toen veel concurrenten vertrokken vanwege criminaliteit en leegloop. AH is altijd blijven geloven in Amsterdam en heeft in de stad geïnvesteerd door de formule aan te passen op de bijbehorende behoeftes, zoals eenpersoonshuishoudens, passanten en foren­zen.”

Dat de marktleider alle panden inpikt om te voorkomen dat concurrenten zich erover ontfermen, vindt hij onzin. “Albert Heijn opent geen winkels als er geen behoefte aan is. Dat houd je een tijdje vol, maar niet lang. Ze pakken de plekken waar zij in geloven. Ik verwacht ook niet dat dit de laatste toevoegingen zijn of dat de concurrentie het hoofd in de schoot legt. De dichtheid aan supers lijkt hoog, maar kan nog veel hoger.”

Gemeente kan alleen toekijken

Waar de gemeente een dam opwerpt tegen toeristenwinkels, hotels en winkels waar je kunt eten en drinken, kan Amsterdam nauwelijks optreden tegen de opmars van de supermarkt. “De gemeente kijkt hier met argusogen naar,” zegt economisch geograaf Aart Jan van Duren van Bureau Stedelijke Planning, “maar ze heeft nauwelijks wapens om dit te voorkomen.” De stad heeft immers voorgeschreven dat supermarkten altijd in winkel­gebieden moeten staan. “Vrijwel de hele binnenstad is winkelgebied.”

Het argument dat er al veel supermarkten zijn of dat zelfstandige winkeliers worden weggeconcurreerd, gaat volgens hem niet op. “Alleen als de bevoorrading een probleem wordt of het verkeer een te grote druk op het gebied legt, kan de stad ingrijpen. Maar AH beheerst de logistiek tot in de vingertoppen en de klandizie komt vooral te voet of op de fiets.”

Wel zou de stad de regels voor minisupermarkten op kleinere supers kunnen toepassen. Zo ontstond vorige maand in de Nieuwe Doelenstraat discussie over een nieuwe Spar City, die volgens het hotel ernaast een – niet toegestane – minisuper was.

Van Duren vindt dat geen goed idee. “Minisupermarkten staan in een kwaad daglicht, omdat ze worden geassocieerd met toeristenwinkels en malafide praktijken. Gemaks­supers als die van AH en Spar mogen daar niet mee verward worden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden