PlusExclusief

Amsterdam na corona: die drukte komt gewoon weer terug

Initiatieven om bezoekers naar de buitenwijken te lokken zijn nog niet erg succesvol. Het centrum blijft veruit het populairst.  Beeld Joris van Gennip
Initiatieven om bezoekers naar de buitenwijken te lokken zijn nog niet erg succesvol. Het centrum blijft veruit het populairst.Beeld Joris van Gennip

Met de versoepelingen komt ook de bezoekers­stroom naar Amsterdam weer op gang. En daarmee de problemen die er voor de pandemie al waren. ‘Als je een stad inricht als een kermis, dan krijg je ook kermisbezoekers.’

“Groei van de bezoekersstroom valt niet te voorkomen. Ik verwacht zeker dat we op termijn weer grote bezoekersaantallen zullen zien.” ­Jeroen Oskam, schrijver van het boek The Overtourism Debate, Airbnb-criticus en directeur van het onderzoekscentrum van Hotelschool Den Haag, prikt meteen maar de verwachtingen over een bezoekersvrije postcoronastad stuk. Ja, de bezoekersstroom is door de corona­pandemie opgedroogd. Nee, dat zal niet voor eeuwig zijn.

Nu reisbeperkingen her en der worden versoepeld, zal Amsterdam volgens de statistici van de gemeente dit jaar ruwweg tussen de 10 en 12 ­miljoen bezoekers trekken, zo’n beetje de helft van 2019. Als andere landen hun reisban volhouden zolang Nederland tot de top drie meest besmette landen in Europa behoort, kan dat aantal op 7 miljoen blijven steken.

Hoe dan ook zal de bezoekersstroom aan de stad ergens rond 2024 weer op het oude niveau zijn om daarna verder groeien richting de gevreesde 30 miljoen. En daarmee keren ook de problemen terug die te veel bezoekers in delen van de stad met zich meebrengen: overlast, drukte, monomane bezoekersbuurten.

Maatregelen en ingrepen om die negatieve ­gevolgen van de bezoekersstroom te temmen, waren er al voor corona te over. De gemeente heeft vakantieverhuur aan banden gelegd door Airbnb in te perken. Er is een hotelstop die na dit jaar echt voelbaar wordt, er zijn plannen om onwelgevallige bezoekers te ontmoedigen door buitenlanders te weren uit coffeeshops, er wordt nagedacht over een alternatief voor de seksindustrie op de Wallen. Ook zijn de toeristenbelasting en vermakelijheidsheffing voor ­attracties flink verhoogd.

Hogere belastingen

Maar veel ingrepen zullen hun doel in ieder geval deels missen, zo stellen experts. “Toeristen laten zich nauwelijks afschrikken door hogere prijzen,” zegt Oskam. “Toerisme is al maximaal beprijsd. In het hoogseizoen zijn hotels en vliegreizen al duur: ze nog duurder maken heeft een beperkt effect.” Dat bleek de afgelopen jaren ook: terwijl de hotelkamerprijzen in Amsterdam tientallen euro’s stegen, nam ook het aantal overnachtingen toe.

Met hogere belastingen dreigen juist die ­groepen te worden weggejaagd die wél op de prijs letten – en dat zijn geen rugzakkers, maar lucratieve congresorganisatoren die op elke ­eurocent letten als ze voor duizenden congresgangers onderdak zoeken.

Ook probeert Amsterdam al jaren de drukte te spreiden door attracties en hotels in buiten­wijken en in de regio aan te jagen. Oskam gelooft er niet in. “Ik denk niet dat het opzetten van toeristische attracties en hotels in buitenwijken of in de regio zal werken. Als toeristen al kiezen voor een hotel in Zaandam, dan gaan ze alsnog naar Amsterdam-Centrum. Je creëert dan juist meer verplaatsingen, meer drukte. Dat is onprettig en vermindert de overlast niet.”

Dat ziet ook stadssocioloog Roos Gerritsma. “Als het ergens aantrekkelijk is om naartoe te gaan, is dat naar een mix van cultureel erfgoed, goede bereikbaarheid, leuke horeca en winkels. Dat geldt niet alleen voor dagjesmensen en buitenlandse toeristen, maar ook voor Amsterdammers. Je kunt wel proberen mensen te verleiden naar het Van Eesterenmuseum in Nieuw-West te gaan. Maar als daar niets omheen zit, dan gaan uitsluitend mensen die interesse hebben in architectuur.”

Dat betekent niet dat alle overheidsmaatregelen de plank misslaan. Oskam, lang de belangrijkste criticus van het vrijblijvende Airbnb-­beleid van de stad, ziet dat nu veranderen met een vergunningsplicht, dertigdagengrens en pogingen in delen van de stad vakantieverhuur te verbieden. “Je moet zaken als prijsopdrijving en woningverdringing tegengaan. Zeker als platforms als Airbnb daar niet aan meewerken.”

Ook de gemeentelijke aanpak van eenzijdig winkelaanbod – kaaswinkels en Nutellashops – kan hem bekoren. “Het is legitiem als overheid daartegen maatregelen te nemen. Als je een stad inricht als een kermis, dan krijg je ook kermis­bezoekers.” Maar het is volgens hem een misverstand dat veel binnenstadbewoners denken dat met het weren van toeristenzaken – of dat nu winkels, restaurants of cafés zijn – die leuke zaken voor stadsbewoners wel weer terugkeren.

“We zijn de afgelopen jaren allemaal steeds meer bij Picnic en Bol.com gaan winkelen. ­Daardoor neemt de winkelleegstand toe. In de binnenstad slaan bezoekerswinkels dan hun slag. Als je die weghaalt, komen die winkels voor eigen bewoners echt niet terug. Gevarieerd ­aanbod van winkels en horeca is niet exclusief afhankelijk van Amsterdammers. Dat is gebouwd op Amsterdammers én bezoekers én toeristen. Haal je daar groepen uit – als dat al mogelijk is – dan zal je die variatie juist beperken.”

Evolutie

Stadssocioloog Roos Gerritsma, verbonden aan hogeschool Inholland en initiatiefnemer van het Urban Leisure & Tourism Lab, onderschrijft dat. “Het feit dat er zo veel voorzieningen zijn voor bezoekers, komt ook ten goede aan Amsterdammers. Nergens in de wereld kan je op de fiets naar zo veel verschillende attracties. Zonder toeristen en dagjesmensen zou dat nooit kunnen ­bestaan. Er mag veel meer naar buiten gebracht worden wat daarvan de waarde is, ook voor ­bewoners.”

De verschillen tussen bezoekers, toeristen en bewoners zijn volgens haar heel wat minder groot dan sommigen ervan maken. “Ons vrijetijdsgedrag is over de hele linie de afgelopen tien jaar veranderd. We waren al vóór corona veel meer buiten. De parken werden al drukker. We zoeken juist allemaal dezelfde ervaringen, en dat leidt tot spanning.”

“De druk op de openbare ruimte neemt ­aantoonbaar toe, maar dat is veel meer dan ­bezoekers en toeristen alleen,” zegt Gerritsma. “Het gaat om forenzen, dagjesmensen, toeristen, expats, buitenlandse studenten én Amsterdammers.”

Uitsluitend toeristendrukte of het ‘bezoekersprobleem’ aanpakken, lost de puzzel niet op. “De drukte aanpakken gaat over dat hele spectrum. We moeten dat samen doen, vanuit verschillende invalshoeken. “Hoe ga je om met forenzenstromen, met buitenlandse werknemers die een plek in de stad zoeken, met het veranderende recreatiegedrag van ­inwoners en met toeristen. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Het gaat niet in het tempo van revolutie, maar van evolutie.”

De meeste druktemaatregelen richten zich op de minderheid van de bezoekersstroom: ­buitenlandse toeristen. Maar 60 procent van de stadsbezoekers is helemaal geen toerist. Dat zijn – meestal Nederlandse – dagjesmensen die zich niet laten beïnvloeden door hogere toeristenbelasting, dure hotelkamers, een coffee­shopverbod of Airbnb-beperkingen.

Onwelkome stad

“Je moet oppassen geen onwelkome stad te worden,” aldus Gerritsma. “Toerisme moet eerlijker worden, maar we moeten ook eerlijker tegenover toeristen worden. Als we bezoekers en toeristen tegenover bewoners blijven zetten, dan bevestigen we een beeld dat niet klopt. Een deel van de Amsterdammers heeft moeite met bezoekers. Een heel groot deel staat er neutraal tegenover of heeft geen problemen. De discussie wordt vooral gevoerd door mensen die nadelen ervaren. Hoe zit het met de grote groep mensen die wél een ­belang heeft bij de bezoekerseconomie, bijvoorbeeld omdat die hen werk verschaft?”

Iedereen zal een steentje moeten bijdragen. Amsterdammers die hun huis verhuren, hotels die zich afkeren van de buurt, vastgoedeigenaren die hun winkels klakkeloos aan de zoveelste toeristenfuik verhuren, de overheid die verordeningen ook eens moet handhaven. “Alleen moet je niet verwachten dat we de toename van de drukte kunnen voorkomen,” zegt Oskam. “Als de verwachting is dat Amsterdam weer rustig wordt, dan is die onjuist.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden