PlusAchtergrond

Amsterdam is de waardevolste techstad van Europa: ‘Nieuwe economie? Dit is dé economie’

null Beeld Laura van der Bijl
Beeld Laura van der Bijl

Niet eerder hebben techbedrijven zo veel investeringsgeld opgehaald als afgelopen jaar. Amsterdam is inmiddels de waardevolste techstad in de Europese Unie.

Herman Stil

Alleen al in groot-Amsterdam verzamelden 170 breed uiteenlopende techondernemers vorig jaar in totaal ruim 3,7 miljard euro bij investeerders. In de rest van Nederland toucheerden 200 bedrijven nog eens ruim 1,5 miljard.

Dat bedrag wordt wel enigszins vertekend door een paar gigantische geldrondes. Zo haalden berichtengigant Messagebird en betaalbedrijf Mollie elk 665 miljoen euro op en websuper Picnic 600 miljoen. “Vorig jaar zagen we niet alleen een kwart meer deals dan in 2020, zegt Thomas Mensink van techanalist Golden Egg Check (GEC), “maar per deal is het bedrag gemiddeld ook hoger dan ooit.”

Techbedrijven financieren met dat investeringsgeld hun groei, zowel in omvang als in de wereld. Het komt bijna zonder uitzondering van investeerders en fondsen die zich specifiek op de techsector richten.

Perpetuum mobile

De techwereld is een perpetuum mobile geworden waarin elke generatie techbedrijven weer nieuwe succesnummers voortbrengt. Zo kwamen vorig jaar uit de twintig grootste Nederlandse techbedrijven zeventig nieuwe starters voort. Zowel doordat werknemers voor zichzelf beginnen als doordat succesvolle ondernemers die hun bedrijf te gelde hebben gemaakt, met dat geld weer nieuwe bedrijven steunen.

Patrick Kerssemakers is zo’n ‘engel’, een privégeldschieter. “Ik investeerde al in andere techbedrijven toen ik nog zelf actief was als ondernemer,” zegt de webwinkelier die onder meer naam maakte met onlinemeubelwarenhuis Fonq, dat hij in 2011 en 2017 in stappen verkocht. “Ik ben eerst direct gaan investeren in bedrijven die ik interessant vond of waar ik mensen kende. Maar ik vond het heel alleenig, zo vanuit huis.”

Met studiegenoot en serietechondernemer Laurens Groenendijk (Just-Eat Benelux, Treatwell, Hiber) en techkennissen Bas Beerens (WeTransfer) en Remco van Zanten (Booking, Zalando) zette hij begin vorig jaar Dutch Founders Fund (DFF) op, dat sindsdien in zeventien techbedrijven investeerde en er inmiddels eentje te gelde heeft gemaakt.

Kerssemakers: “In ons eerste fonds zat 16 miljoen euro. Deels van onszelf, deels van bevriende investeerders. Daar is net een tweede fonds bijgekomen van 62 miljoen euro. We gingen voor 50 miljoen maar er is vanwege de lage rente nu heel veel investeringsgeld beschikbaar in de markt.”

“Er zitten alleen techondernemers in ons fonds, geen durfkapitalisten of institutionele beleggers. Dat is bewust. We zoeken niet alleen mensen met geld, maar vooral ook met kennis; mensen die de bedrijven waarin we investeren verder kunnen helpen.”

Kennis en ervaring minstens zo belangrijk

Bij investeringsrondes gaat de aandacht vaak uit naar het geld, maar kennis en ervaring zijn minstens zo belangrijk. “Vaak weten de oprichters precies wat ze willen: naar de maan,” zegt Kerssemakers. “Maar tijdens die reis moeten er steeds onderdelen van de raket afvallen, anders haal je de maan niet. Dat kunnen producten zijn, doelgroepen, markten of mensen. En omdat er steeds iets afvalt, moet je er wel voor zorgen dat in de rest alles zit dat je op de maan nodig hebt.”

“Wij kunnen daarbij helpen. We hebben het allemaal meegemaakt, hoe het is om investeerders te vinden, hoe het is om te worden afgewezen, hoe je stappen naar het buitenland maakt. Of hoe je een bedrijf dat je met zijn drieën bent begonnen, kunt laten groeien zonder je dna kwijt te raken. Wij willen actief meehelpen aan het succes.”

Zo ging het Amsterdamse Lepaya, dat in opdracht van bedrijven online opleidingen voor werknemers verzorgt, bewust op zoek naar zowel investeerders als deskundigen. De drie jaar oude start-up haalde in december 35 miljoen euro op bij een trits investeerders, groot en klein.

“Een bedrijf laten groeien is al complex,” zegt oprichter René Janssen. “Dat kan je doen door mensen aan te nemen of via investeerders die al ervaring hebben om iets groter te maken. Daarom hebben we bewust gezocht naar een combinatie van investeringsfondsen en ondernemers uit de hoek van zowel online educatie als personeelszaken. Maar ook ‘angels’ die kennis hebben van groei of van overnames. Deze mensen zijn op hun vakgebied echt tien keer beter dan wij.”

Aftasten

Zo’n zoektocht vergt veel tijd. “Investeren komt neer op daten,” zegt Janssen. “Klikt het op persoonlijke basis, kunnen we elkaar ook ’s avonds bellen? Wat vinden ze van onze plannen, wat kunnen ze daaraan toevoegen? Zo gaat het andersom ook. Het is aftasten. Als een investeerder meteen al zegt: I’m all in, moet je direct weglopen.”

Voor Lepaya was de investeerderscocktail ook een manier om het gebrek aan kennis over ‘edtech’ (digitale scholing) bij investeringsmaatschappijen te omzeilen. Die komen inmiddels niet meer weg met investeringen in de ‘techsector’, maar moeten zich met het volwassen worden van de branche steeds meer richten op onderdelen.

“’Techsector’ is een te beperkt begrip geworden,” zegt analist Mensink. “Het is niet meer de nieuwe economie, het is dé economie, met allerlei stromingen die behoorlijk van elkaar verschillen. Investeren in medtech (medische technologie) is echt heel anders dan in fintech (het nieuwe bankieren).”

Lees verder onder de illustratie

Ook investeringsfonds DFF heeft zich inmiddels toegelegd op één techstroming. “We begonnen zonder een echte voorkeur,” zegt Kerssemakers. “Maar ons hart en onze kennis liggen vooral bij marktplaatsen. We zijn meer senang in die wereld. En focus helpt.”

“Natuurlijk, er zit ook eigen gewin in. Maar door actief mee te werken wordt het ook onze verantwoordelijkheid of die euro’s die we in een bedrijf steken vijf keer terugkeren, honderd keer of helemaal niet. Ik word er happier van als een bedrijf waarin we investeren stappen maakt waaraan ik een beetje heb meegewerkt dan dat ik geld stort en na een jaar of vijf weer uitstap. Het is mooi om iets moois na te laten.”

Investeren in start-ups stagneert

Toch is het niet allemaal hosanna. De aandacht van investeerders gaat vooral uit naar bedrijven die zich aan die opstartfase ontworstelen, de opschalers. Het aantal investeringen in start-ups stagneert – evenals de hoogte van die vroege geldrondes.

“In 2018 kwam nog 20 procent van de start-upinvesteringen van techfondsen, vorig jaar nog maar 10 procent,” zegt Mensink. “De aandacht verschuift naar grotere bedrijven. Er waren vorig jaar ruim twee keer zoveel investeringsrondes van 15 miljoen euro of meer dan in 2020. De deals tot 1 miljoen euro groeien niet mee.”

En dat zijn juist de investeringen die start-ups nodig hebben om van een embryonaal businessplan levensvatbaar te worden. “Investeerders moeten start-ups niet uit het oog verliezen.”

Volgens techbranchelobbyist Techleap groeit in Nederland slechts één op de vijf techstart-ups door naar volwassenheid. In de VS is dat gemiddeld 60 procent, heel Europa zit daar gemiddeld net onder. “Het is cruciaal voor Nederland dat techbedrijven de kans krijgen om zich verder te ontwikkelen,” aldus Constantijn van Oranje van Techleap, “zodat hun oplossingen echt impact maken in de markt. Er moeten in 2022 cruciale stappen worden gezet om dit waar te maken.”

Pensioenfondsen blijven achter

Zo zouden pensioenfondsen volgens hem veel meer moeten investeren in tech. Maar die steken maar 0,01 procent van hun kapitaal in techfondsen, die dus zelf maar goed zijn voor 10 procent van de investeringen in start-ups. “Als ze maar één procent van hun kapitaal in tech zouden steken, zou Nederland de grootste techinvesteerder van Europa zijn. Maar techfondsen komen er nauwelijks binnen.”

Ook de politiek moet zich volgens Van Oranje meer inspannen. “De ambities uit het regeerakkoord worden niet gehaald zonder effectieve digitalisering en innovatieve start-ups. Díe worden de motor van de economie. Het Nederlandse succes hangt af van onze capaciteit om de groei van dit soort bedrijven te faciliteren.”

Als dat niet lukt, dan kan op termijn de Nederlandse techmachine gaan haperen. Mensink: “De start-ups van nu zijn de groeiers van morgen en de ‘eenhoorns’ (jonge techbedrijven die meer dan een miljard dollar waard zijn) over tien jaar. Maar dan moeten ze nu wel kansen krijgen.”

Grootste van Europa

Gemeten naar bedrijfswaarde is Amsterdam nu de grootste techstad van de Europese Unie, voor Berlijn en Parijs. De techsector in de hoofdstad, goed voor 77.000 arbeidsplaatsen, is volgens de onderzoekers van Dealroom.co inmiddels 187 miljard euro waard en is daarmee groter dan traditionele economische pijlers als haven en horeca.

Voor heel Nederland is dat met 11.000 techbedrijven (20 met een waarde van meer dan een miljard euro) en 145.000 banen (alweer 20.000 meer dan in 2020) 300 miljard euro. Goed voor de tweede plek achter Duitsland.

Het gaat daarbij vooral om kleinere en middelgrote techbedrijven. Geen ander land telt per hoofd van de bevolking zoveel techstart-ups: 2757, één per 900 inwoners. .

Maar het aantal grote ‘eenhoorns’, blijft met 12 (onder aanvoering van betaalbedrijf Adyen en maaltijdbezorger JET Takeaway) en acht potentiële kandidaten (waaronder WeTransfer of de laadpalen van Fastned), wat achter bij andere grote techsteden. Berlijn bijvoorbeeld telt er 16 (met vaandeldragers als flitsbezorger Gorillas of webmodewinkel Zalando), de snelgroeiende eenhoornstad Parijs 15 (waaronder muziekdienst Deezer).

Techtermen

Fintech: Het nieuwe bankieren waarbij betalingen zonder obstakels over de wereld vloeien, ongeacht welke bank, welk betaalsysteem of welke valuta wordt gebruikt, met bedrijven als Adyen, Mollie, Mambu en Bunq.

Medtech: Medische technologie, ontwikkeling van nieuwe behandelwijzen, nieuwe apparatuur en nieuwe medicijnen . Zoals het Amsterdamse Leyden Labs, dat werkt aan een spray tegen virussen, waaronder griep en Covid-19.

Edtech: Online onderwijs op het gebied van levenslang onderwijs en scholing, zoals bijvoorbeeld van het omscholen van werknemers om de toenemende digitalisering bij te benen.

Marktplaatsen: Online platforms voor consumenten of bedrijven, van Bol.com tot het ‘reisbureau voor zeevracht’ Shypple dat bedrijven helpt met hun logistiek.

Impactbedrijven: Techbedrijven die een sociale impact willen maken, zoals op het gebied van duurzaamheid, voeding of sociale ongelijkheid. Zoals Fairphone, dat eerlijke smartphones maakt.

Software: Bedrijven die op allerlei vlak online toepassingen ‘in the cloud’ aanbieden, van online boekhouding tot online samenvattingen, zoals van het Amsterdamse Studocu.

Hightech: Bedrijven die zich bezighouden met nieuwe technologische ontwikkelen op het gebied van elektronica, zoals quantumcomputers.

Deeptech: Bedrijven die zich vanuit wetenschappelijk onderzoek bezighouden met onderwerpen als kunstmatige intelligentie, machine learning of quantumtechnologie.

Agtech: Agrarische technologie. Bedrijven die zich bezighouden met de nieuwe voedseleconomie, zoals het Amsterdamse Plantlab dat in ‘verticale boerderijen’ groenten en kruiden kweekt.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden