PlusReportage

Amsterdam heeft weer een kraakbolwerk: ‘We willen laten zien dat we geen tuig zijn’

De kelderruimte van het kraakpand op de Marnixstraat 382 - Hotel Mokum  Beeld Jakob van Vliet
De kelderruimte van het kraakpand op de Marnixstraat 382 - Hotel MokumBeeld Jakob van Vliet

Amsterdam heeft weer een kraakbolwerk. Op de Marnixstraat wordt hard gewerkt aan een pand dat een ontmoetingsplek moet zijn voor iedereen die de stad een warm hart toedraagt.

Marc Kruyswijk

Tot hun enkels stonden ze in de vogelpoep, her en der lagen duivenlijkjes. De krakers die half oktober in het voormalige Hotel Marnix trokken, troffen een totaal andere plek aan dan de ruimtes die ze deze middag trots laten zien.

Het was vies, verwaarloosd en op sommige verdiepingen ronduit onveilig. Inmiddels is er onwaarschijnlijk veel werk verzet. Balken zijn verstevigd, vloeren versterkt en zoveel mogelijk gaten in muren en ramen zijn gerepareerd. Zes verdiepingen, stuk voor stuk open ruimtes, met bakstenen muren waar je met een beetje fantasie een gestileerde VT Wonen-achtige hipheid in kunt ontwaren. Toen stonk het, was het stoffig en vies, zegt ‘Lana’, een van de krakers van het eerste uur. “Nu ruikt het gelukkig weer ­frisser. Dat moet wel, want donderdag trekt de eerste vaste bewoner erin.”

Kraakbolwerk

Er is weer een kraakbolwerk in Amsterdam. Op de Marnixstraat dus, vlakbij het Leidseplein. In 2010 werd kraken illegaal, waarna het aantal kraakpanden in Amsterdam steeds kleiner werd. Sinds een uitgebreid collectief zich op woensdag 13 oktober toegang verschafte tot het voormalige hotel, waar volgens hen al bijna twee jaar geen toerist meer heeft gelogeerd, wordt er weer gewerkt aan een plek waar krakers en activisten hun gang kunnen gaan.

De eigenaars, twee broers uit Nieuw-West, zeggen dat het hotel werd verbouwd. Door ­corona en uit de hand gelopen staalprijzen heeft de renovatie vertraging opgelopen, stellen zij, “maar er wordt wel degelijk gewerkt aan dit pand. Het gaat alleen niet zo snel. Dat dit wordt gekraakt, is onzinnig.” De partijen staan tegenover elkaar nu. De eigenaar wil de krakers eruit hebben, de krakers piekeren er niet over om te gaan.

Beide kampen lijken redelijk, maar volgens de eigenaar is het nu advocatenwerk geworden. Hij zegt: “Er zijn wel mensen die mij benaderen of ze met een knokploeg die krakers eruit moeten trekken, maar zo zit ik niet in elkaar. Het is ons eigendom, we hebben er alle vertrouwen in dat we het uiteindelijk weer terugkrijgen. Aan knokploegen doen we natuurlijk niet.”

De krakers houden er ook wel rekening mee dat ze niet voor eeuwig in het voormalige hotel kunnen blijven, maar tot een ontruiming een feit is, doen ze er alles aan om ervan te maken wat ervan te maken valt, zegt ‘Karel’. “We knappen de boel op en maken er een plek van waar mensen kunnen samenkomen. Inderdaad, dat kan ook in een kroeg, maar hier kunnen mensen hun gang gaan zonder dat ze er per se een drankje bij moeten bestellen.”

Ajax en paella

Drie tot vier keer per week worden er bijeenkomsten georganiseerd. Deze avond houden ze er hun eigen klimaattop, op poten gezet door vrienden uit de activistische wereld. Daarna ­kijken de aanwezigen op een groot scherm naar Ajax. “Vorige week hadden we een buren­middag met paella. Daar kwamen heel veel ­buren op af. Iedereen is geïnteresseerd, zonder uitzondering zijn de mensen die hier zelf een kijkje komen nemen enthousiast over wat ze aantreffen.”

De meeste activiteiten vinden beneden plaats, waar een bar is en her en der banken staan ­op­gesteld. Op een bovenverdieping is van hout en ijzergaas een kunstige schotelantenne gemaakt, waardoor internet zonder haperen binnenstroomt. In een hoekje beneden staat een provisorisch toilet naast een piano, het enige meubelstuk dat niet door sympathisanten is ­geschonken, maar dat er nog stond uit de hoteltijd. “Acht toetsen hebben we inmiddels gestemd, de rest is nog zo vals als een kraai.”

Heropleving

Kraken is verboden, maar de krakers zien dat de tijd rijp is voor een heropleving. Karel zegt dat te veel mensen te veel geld kwijt zijn aan woon­lasten. “Ik werk me kapot voor de huur en er is weinig uitzicht op verbetering. Dit moet een plek zijn waar iedereen langs kan komen. En we willen laten zien dat we respect hebben voor het gebouw. Krakers zijn geen aso’s. We willen laten zien dat we geen tuig zijn.”

Lana, die binnenkort ook al haar spullen naar de Marnixstraat zal verhuizen: “Je voelt je in de stad tegenwoordig zo vaak een eilandje. Tegelijkertijd is hier ongebruikte ruimte, vierkante meters waar ook gewoon mensen zouden kunnen wonen en waar je dingen kunt organiseren. Wie wil, mag dat doen. Daar maken wij ­gebruik van. Dat voelt onzeker natuurlijk, het is leven van week tot week, van dag tot dag. Maar een andere optie is er niet.”

Hotel Mokum, het voormalige Hotel Marnix Beeld Jakob van Vliet
Hotel Mokum, het voormalige Hotel MarnixBeeld Jakob van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden