PlusExclusief

Amsterdam gaat de hoogte in: ‘Iedereen een boerderij op de Prinsengracht, dat kan nu eenmaal niet’

De stad dikt in, alsof er gist aan is toegevoegd waardoor de boel aan het rijzen is geslagen. Beeld Jean-Pierre Jans
De stad dikt in, alsof er gist aan is toegevoegd waardoor de boel aan het rijzen is geslagen.Beeld Jean-Pierre Jans

De skyline van Amsterdam verandert. Het zijn niet langer de Westertoren en de Magere Brug die het beeld bepalen, maar de volgens sommigen ‘on-Amsterdamse’ wolkenkrabbers. Toch, een Hongkongse skyline met superhoogbouw is ver weg.

Marc Kruyswijk

Het hoeft niet eens een heel heldere dag te zijn om kijkend vanuit Purmerend in zuidelijke richting in de verte de Pontsteiger te kunnen zien liggen. Het gebouw met de markante vormen steekt met zijn 92 meter afgetekend boven de rest van Amsterdam uit. Hoewel, wie zijn ogen langs de horizon laat gaan, ziet her en der veel meer torens. Clubjes gebouwen, gegroepeerd aangelegd of nog in aanbouw. Groeiend naar de hemel, verdieping per verdieping, hoger en hoger.

Je hebt de afstand tot Amsterdam nodig om het veranderende silhouet van de stad tot je door te laten dringen. Om te kunnen zien dat de Westertoren, die oude Wester, niet langer de maat der dingen is. Sterker nog, dat de bescheiden hoogbouw die eeuwenlang als oriëntatiepunt diende, nauwelijks meer zichtbaar is. Het plekje aan de horizon is overgenomen door de Pontsteiger, Rembrandttoren en de inmiddels massieve hoogbouw van de Zuidas.

Amsterdam heeft een ruimteprobleem: de stad heeft de uiterste grenzen bereikt. Welke kant je ook opgaat, overal stuit Amsterdam op obstakels, op andere gemeenten of op groengebied waarvan we hebben afgesproken dat we er niet zullen gaan bouwen. Groter kan niet meer, we moeten het doen met de ruimte die we hebben. Terwijl tegelijkertijd de roep om meer huizen, meer kantoren en meer plek om te recreëren hoe langer hoe meer een noodkreet wordt.

Nederland moet woekeren met ruimte en wat voor het land als geheel geldt, geldt voor Amsterdam in het kwadraat. Als uitbreiden niet meer kan, moet de stad inbreiden: beter en efficiënter gebruik maken van beschikbare ruimte. Zoals deskundigen zeggen: Amsterdam moet verdichten. En een van de uitingsvormen daarvan is: de hoogte in.

Middenhoogbouw

En dat is wat je ziet gebeuren, eerst schoorvoetend, maar steeds meer in het oog springend en onvermijdelijk. Het meest zichtbaar is dat dus vanaf een afstandje. Of op plekken waar weidsheid is. Vergelijk bijvoorbeeld het tegenwoordige uitzicht vanaf de achterkant van CS eens met dat van vijf jaar geleden. Toen stond de A’dam Toren daar nog moederziel alleen op de noordelijke IJ-oever. Tegenwoordig valt zelfs deze toren, honderd meter tot het topje toch, bijna weg tegen de hoogbouw die ernaast onder constructie is.

Hoogbouw en Amsterdam hebben een ingewikkelde relatie. Je zou kunnen zeggen dat het horizontale bouwen eeuwenlang de norm was. Nu steeds meer woningen steeds hoger liggen, groeit de weerstand. Zo moesten de gebouwen op de aangewezen hoogbouwconcentratie Sluisbuurt op het Zeeburgereiland worden afgetopt na protest: de torens waren te zichtbaar vanuit de door Unesco beschermde grachtengordel.

Het is de skyline van de stad die verandert door deze staken van torens. Maar stiekem zit de grootste verandering ’m in wat lager gebeurt: de middenhoogbouw. De stad dikt in, alsof er gist aan is toegevoegd waardoor de boel aan het rijzen is. Als een deeg dat groeit en groeit: iedere keer als je kijkt, is het in volume toegenomen. De huizen in de stad liggen niet langer op een meter of tien, vijftien, twintig boven het maaiveld. Waar enkele decennia geleden werd gestopt met bouwen, gaat het metselen nu onverdroten voort. Weer een etage erbij.

Iedereen wil graag een boerderij op de Prinsengracht, maar dat kan nou eenmaal niet, zegt Rik Bakker, architect bij Inbo. De stad groepeert de hoogbouw, bijvoorbeeld op plekken bij ov-knooppunten en langs de Ringweg. “De stad moet verder, Amsterdam moet doorontwikkelen. Dat betekent veranderingen.”

Volgens stedenbouwkundige Ton Schaap, tot deze zomer in dienst van de gemeente, is Amsterdam op een gegeven moment door de liftgrens gegaan. “In New York hadden ze allang liften, daarom konden ze hoger bouwen. Maar in Amsterdam vonden we dat te duur. We zijn daardoor lang blijf steken op vier tot vijf bouwlagen. En het moet gezegd: dat levert een heel comfortabele bouwhoogte op. Zelfs op de bovenste verdieping heb je nog het gevoel dat je contact hebt met de straat, met beneden. Je kan mensen zien, gezichten herkennen.”

Menselijke maat

De gestage verhoging van gebouwen gaat sommige mensen dan ook te hard. Het baart Walther Schoonenberg van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad weleens zorgen. “Er verandert iets, dat is duidelijk: er is sprake van een breuk in onze traditie. Amsterdam is van oudsher geen hoogbouwstad. En zie wat een schitterende stad dat heeft opgeleverd.”

Veranderingen mogen niet sneller gaan dan de mens kan verdragen, aldus Schoonenberg. “Blijft Amsterdam nog wel de stad van de menselijke maat? Ik vraag me dat af. Ik vind bijvoorbeeld veel van die gebouwen langs het IJ woonkazernes, gestapelde schoenendozen. Het voelt als een muur. Mensen willen er wonen, want er is woningnood. Maar mensen kiezen er niet voor omdat dat nu precies is wat ze willen: ze kunnen niet anders. Dat begrijp ik wel.”

Vierkante meters tellen, Schoonenberg snapt dat. “Maar er gaat iets verloren. En wat we terugkrijgen onttrekt zich aan ons beeld van de stad. Ik vind die nieuwe hoge gebouwen een slap aftreksel van wat we aan de andere kant van de oceaan overal zien. Het is visuele schade.”

Over smaak valt niet te twisten. Maar met hoogbouw moet je inderdaad wel degelijk voorzichtig zijn, zeggen deskundigen. Want Amsterdam gaat de hoogte in, maar zal nooit zo’n Hongkongse skyline krijgen: een skyline die wordt beheerst door superhoogbouw, met allemaal van die woontorens, zegt Bakker. Iets hoger bouwen tast op zichzelf het karakter van de stad volgens hem niet aan. “Er gaat niets verloren gaat als je goed bouwt op strategische plaatsen. Zo’n skyline als Rotterdam zal Amsterdam niet krijgen.”

Het komt aan op het vinden van balans, zegt Bakker. “Is het nog wel fijn als je overal hoge gebouwen om je heen hebt? Je moet streven naar vriendelijke verdichting: zorg dat mensen elkaar kunnen ontmoeten. Bij hele hoge gebouwen moet je functies als afvalinzameling en de fietsenberging oplossen op de begane grond. Maar die begane grond is juist belangrijk voor de uitstraling van het gebouw voor de mensen die op straat lopen.”

Amsterdam heeft te maken met de bestaande stad, het historische centrum, aldus Bakker “Daar moet je niet te hoog gaan bouwen, want dan tast je het karakter van de binnenstad aan. Maar kijk naar de omgeving van station Sloterdijk en de oevers van het IJ: die bieden meer kansen voor nieuwe plekken om te wonen. Voor hoogbouw moet je de randen van de stad opzoeken.”

Straat, straat en nog eens straat

Hoe voorkom je dat de stad onpersoonlijk wordt, dat mensen wegvallen tegen de gigantische gebouwen? Dat is een kwestie van straat, straat en nog eens straat, zegt stedenbouwkundige Schaap. “Zorg ervoor dat het op straat prettig blijft, dat de straat verblijfskwaliteit behoudt. Bomen zijn belangrijk, en dan ook bomen op de goeie plek. Niet alleen de hoogte in, maar ook zorgen dat buurten waar iets hoger wordt gebouwd dan we van oudsher gewend zijn in drie dimensies zijn ontworpen.”

Schaap wijst op Overhoeks: dat zijn echt uitschieters de lucht in. “Wat eromheen staat is niet zo heel hoog. Maar wel hoger dan we gewend zijn. Die torens zijn geboren uit noodzaak, die zijn zo hoog omdat we vierkante meters moesten maken. Doordat we daar zo hoog bouwen, kunnen we op andere plekken wat meer ruimte vrijhouden, aan de IJ-oevers dus. Dat is de plek waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Dat is ook belangrijk om samenhang te creëren met de andere buurten: ook de mensen die in de Van der Pekbuurt wonen, hebben via die open ruimtes toegang tot het IJ.”

We bouwen hoger en dat verandert de stad. Het kost tijd om de Amsterdammer daaraan te laten wennen. Volgens Schaap kan er zomaar een generatie overheen gaan. “Als buurten goed ontworpen zijn, worden ze langzaam maar zeker omarmd door de mensen die er wonen.”

Schaap wijst op de Zuidas, naar de George Gershwinlaan. “Die voelt inmiddels als een gewone straat, terwijl je er toch omringd wordt door heel hoge gebouwen. Dat is het punt: het moet gaan voelen als een buurt, als je buurt. In die zin moeten stedenbouwkundigen doen wat ze doen: doorgaan, stug doorgaan. En dan maar hopen dat hoogbouw over twintig jaar net zo Amsterdams aanvoelt als de Jordaan nu.”

De commissie Wonen op hoogte publiceerde vorig jaar een onderzoek naar hoogbouw in Amsterdam. Daaruit bleek onder meer dat iets meer dan de helft van de hoogbouw in de stad, 52 procent, wordt benut voor wonen. Op de tweede plaats komen kantoren (31 procent), gevolgd door hotels (8 procent). Het laagste percentage is voor hoogbouw met bijvoorbeeld educatieve of medische functies. Gebouwen boven de tachtig meter worden voornamelijk gebruikt voor kantoren (65 procent). Dit percentage daalt naarmate de gebouwen lager zijn. Tussen de tachtig en zestig meter is het aandeel tussen wonen en kantoren ongeveer gelijk, terwijl van de gebouwen tussen de zestig en veertig meter slechts 24 procent bestemd is voor een kantoorfunctie.

Hoe kijk jij naar de Amsterdamse Skyline?

Heb je een favoriet gebouw, en waarom? Of heb je bijzondere herinneringen aan dit uitzicht? Stuur een reactie van maximaal 150 woorden naar hethoogstewoord@parool.nl o.v.v. je volledige naam en woonplaats, dan plaatsen wij mogelijk jouw gedachten over Amsterdam op onze site of in Het Hoogste Woord.

Hoogbouw in Amsterdam- Noord gezien vanaf de De Ruijterkade. Beeld Luuk Kramer
Hoogbouw in Amsterdam- Noord gezien vanaf de De Ruijterkade.Beeld Luuk Kramer
De skyline van Amsterdam gezien vanaf Purmerend. Beeld Luuk Kramer
De skyline van Amsterdam gezien vanaf Purmerend.Beeld Luuk Kramer

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden