PlusAchtergrond

Amsterdam en referenda, een haat-liefdeverhouding

Wethouder Rutger Groot Wassink wil het houden van referenda vergemakkelijken. De voorbije decennia had de Amsterdamse politiek een haat-liefdeverhouding met volksraadplegingen.

Wethouder Rutger Groot Wassink wil dat een referendum organiseren een stuk makkelijker wordt. Beeld Jerry Lampen/ANP
Wethouder Rutger Groot Wassink wil dat een referendum organiseren een stuk makkelijker wordt.Beeld Jerry Lampen/ANP

Bijna dertig jaar geleden vond het eerste referendum plaats, over de vraag of de binnenstad autoluw moest worden. 53 procent zei ‘ja’, maar vijf jaar later concludeerden de initiatiefnemers dat er bar weinig van terecht was gekomen. Het zou niet voor het laatst zijn dat de uitkomst in de prullenbak belandde.

Dat nadien nog zeker tien volksraadplegingen volgden, was in eerste instantie te danken aan D66. In de jaren negentig gold het referendum nog als een kroonjuweel van de partij, die in de paarse kabinetten-Kok (1994-2002) een vergeefse strijd voerde om de volksraadpleging in de grondwet opgenomen te krijgen.

Stadsprovincie

Op lokaal niveau bestond daar al ruimte voor en Amsterdammers gingen in die paarse jaren liefst zes keer naar de stembus voor een referendum. De stemming in 1995 over het voorstel om Amsterdam op te laten gaan in een ‘stadsprovincie’, had de nodige gevolgen. Alle gevestigde politieke partijen steunden het idee. Grotere bestuurlijke eenheden komen beter op voor het algemeen belang, was de gedachte.

Dat verhaal deed het goed in de politiek-bestuurlijke machinekamers. Op straat sloeg het totaal niet aan. Tegenstanders waarschuwden voor de opheffing van Amsterdam. De uitslag had Noord-Koreaanse trekken. Liefst 93 procent stemde tegen. De gelijktijdig gehouden volksraadpleging over het bebouwen van een weilandje bij Sloten mondde ook uit in monsterverlies voor het stadsbestuur: 87 procent was tegen.

Klap in het gezicht

De episode liet diepe sporen na bij het politieke establishment, dat de uitslagen als een klap in het gezicht ervoer. Om een nieuwe vernedering te voorkomen kwam er op voorstel van GroenLinks een hogere opkomstdrempel. Waar tot dan toe de uitslag werd overgenomen door het stadsbestuur als 35 procent van het electoraat ging stemmen, werd de drempel voortaan de helft plus één van de uitgebrachte stemmen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. In de praktijk stelde dat veel hogere eisen aan de opkomst.

Aan de vooravond van referenda over IJburg en de Noord/Zuidlijn werd de kans om de drempel te halen nog verder verkleind, doordat het college beide stemmingen niet gelijktijdig organiseerde. In maart 1997 was het referendum over IJburg, drie maanden later dat over de Noord/Zuidlijn.

In beide gevallen wonnen de tegenstanders (60 procent was tegen de komst van IJburg, 65 procent tegen de nieuwe metro). Maar er kwamen te weinig kiezers opdraven, waardoor het college de plannen kon doorzetten. “We wilden niet dat de opkomstdrempel werd gehaald. Natuurlijk,” bekende een toenmalig wethouder nadien.

Burgerinitiatief

Het voedde het cynisme onder Amsterdammers over het nut van volksraadplegingen. Om daar iets aan te doen is er sinds 2003 de mogelijkheid voor een burgerinitiatief, waarbij onderwerpen op de agenda van de gemeenteraad kunnen worden gezet met enkele tienduizenden handtekeningen. Daaraan gekoppeld is de mogelijkheid van een referendum met een opkomstdrempel van twintig procent.

In 2012 volgde op initiatief van toenmalig burgemeester Eberhard van der Laan een versoepeling van de regels. Maar dat het lastig bleef een referendum van onderop te organiseren, bleek toen in 2014 een door zeker 36.000 mensen getekend verzoek voor een volksraadpleging over erfpacht terzijde werd geschoven. Reden: het betrof een collegebesluit en geen raadsbesluit.

GroenLinkswethouder Rutger Groot Wassink (Democratisering) wil dat soort belemmeringen nu afschaffen en het aantal benodigde handtekeningen verlagen. De opkomstdrempel van 20 procent verdwijnt ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden