Plus Serie: Expats

Amerikaanse leraar op tweetalige school: ‘Kind kan hier echt kind zijn’

Hoe kijken nieuwe Amsterdammers naar het leven in de stad? De Amerikaanse Joy Otto werkt op een tweetalige school, waarvan de stad er steeds meer telt. ‘Nederland is streng met schoolverzuim.’

Joy Otto: ‘Sommige kinderen hadden nog nooit de tram genomen omdat ze altijd fietsen.’ Beeld Marie Wanders

Joy Otto herinnert zich een warme dag tijdens haar eerste werkjaar in Amsterdam. “Bijna al mijn Nederlandse leerlingen hadden cijfers op hun armen staan. Wat zijn dit voor cijfers? dacht ik.” De 45-jarige Amerikaanse directeur van Winford Bilingual Primary School, gelegen aan een rustige hoek in de Beethovenstraat. De Nederlandse kinderen, bijna de helft van het aantal leerlingen, hadden hun antwoord snel klaar: “Als je naar het park gaat en je verdwaalt, kunnen ze gewoon mijn vader en moeder bellen.”

“Dat zou nóóit in Amerika gebeuren!” zegt Otto lachend. “Dat is zo geweldig, dat kinderen en ouders die vrijheid hier hebben. Ze kunnen ­gewoon kinderen zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over ontvoering of vuurwapen­geweld.”

Toen ze gevraagd werd om het tweetalige schoolprogramma te helpen ontwerpen, was de school nog niet formeel opgericht. De Winford Bilingual Primary School kwam in 2012 voort uit de Little Universe School, een tweetalig kinderdagverblijf, dat vorig jaar na een faillissement is gesloten.

Toen Otto op bezoek was, had het kinderdagverblijf een unieke aantrekkingskracht. “Het was zo schattig om naar de kinderopvang te gaan en een kleine driejarige in een Nederlands accent te horen zeggen: ‘Would you like water?’ En tijdens de lunch zeiden de Engelstalige kindjes: ‘Eet smakelijk allemaal!’ Daar is niet echt een Engelse vertaling voor.”

Gecharmeerd door de omgeving accepteerde Otto het aanbod om de eerste Engelstalige ­leraar van de school te worden. “Amsterdam was mijn eerste grote stad waar ik woonde en ik vond het geweldig,” verwijzend naar haar eerste periode in de hoofdstad, waar ze op de UvA een schrijfprogramma volgde. Twee jaar later verruilde ze Nederland voor de Amerikaanse hoofdstad omdat ze daar haar ‘droombaan’ kon krijgen als docent onderwijs bij het Smithsonian Institution. Maar uiteindelijk miste ze ‘de Nederlandse cultuur en tolerantie’. Het duurde niet lang voor ze terug was.

‘Aa’ en ‘ij’

Winford Bilingual School heeft een tweetalig onderwijsprogramma, elke klas heeft een docent die Nederlands als moedertaal heeft en een docent die het Engels als moedertaal heeft. De klaslokalen zijn in tweeën gedeeld. “Aan deze kant van het lokaal in het rood is alles in het Nederlands,” legt Otto uit, wijzend naar borden met de kleur van een rijpe tomaat waarop klinkergeluiden, zoals ‘aa’ en ‘ij’, staan afgebeeld. “Als de kinderen klaar zijn om hun leesles te doen en ze zijn aan deze kant, dan weten ze: dat is bij mijn Nederlandse leraar, Willem, dus ga ik mijn Nederlandse boeken pakken. Hun geest kan die stap goed maken, maar ze maken die stap ook fysiek.”

Ze wijst nu op de andere helft van het klaslokaal, waar alles rijkelijk in blauw is geaccentueerd, en vervolgt: “Als het dan tijd is om naar de Engelse les te gaan, staan ​​ze op en lopen ze naar die kant.”

Meertalig en zeer divers

Otto is zelf ook tweetalig opgevoed. Ze bracht haar jongste jaren door in Thailand, als kind van een Thaise moeder en een Amerikaanse vader die daar in het leger diende. “Toen mijn vader de luchtmacht verliet, gingen we terug naar een heel klein stadje in South Carolina. Dus de eerste drie jaar van mijn leven sprak ik alleen Thais en een beetje Engels, maar toen ik terugging naar de VS, wilden ze dat ik alleen Engels sprak,” zegt ze. “Het wisselen van taal was leuk en ik zag het als een avontuur.”

Winford Bilingual is een particuliere school die geen overheidssubsidies ontvangt. Het jaarlijkse collegegeld bedraagt 16.900 euro. In maart werd de school overgenomen door de Nederlandse scholengroep Winford en kreeg het zijn huidige naam. (Voorheen heette het, net als de kinderopvang, Little Universe School.) In september heropent het op een nieuwe locatie, nabij het Museumplein.

“Onze school is echt een weerspiegeling van de Amsterdamse gemeenschap: meertalig, tweetalig, inclusief en zeer divers,” zegt Otto.

Het afgelopen jaar was, van de 39 leerlingen, ongeveer 40 procent Nederlands, en 42 procent had een ouder die Engels spreekt of ergens in de EU heeft gewoond, maar die Amsterdam gekozen heeft als ‘thuisbasis’. De rest kwam uit Noord-Amerika, Azië of Australië.

De school organiseert regelmatig excursies; een goede manier voor Nederlandse en internationale kinderen om de stad persoonlijk te leren kennen. “Ons doel is kinderen te laten integreren in de Nederlandse samenleving. Maar misschien is het nog wel belangrijker om ze te laten begrijpen hoe Amsterdam werkt.”

Recente excursies gingen naar een opvangcentrum voor vluchtelingen, een rondleiding langs gebouwen met glas-in-loodramen en met de pont naar Noord. “Sommige van onze kinderen waren nog nooit op de pont ­geweest en vonden het superspannend,” zegt ze. “Grappig genoeg hadden sommige van onze Nederlandse kinderen nog nooit de tram genomen omdat ze altijd fietsen.”

Wonen in Zandvoort

Opvallend aan het Nederlandse onderwijssysteem? “Nederland is echt streng als het gaat om schoolverzuim.” Veel gezinnen moeten in de vakantieperiodes ver reizen om familie te bezoeken. “Ik krijg meestal een week of twee na de meivakantie een brief van leerplicht, met de vraag: is dit kind geregistreerd op uw school? Er zijn ouders die een week of twee eerder gaan dan de reguliere vakantie. Ze controleren hier de paspoorten van kinderen,” zegt ze, verwijzend naar leerplichtambtenaren op Schiphol.

Naast een kerstvakantie van twee weken en vier weken vrij in de zomer, zijn er weliswaar 40 flexibele vakantiedagen, maar die kunnen niet allemaal tegelijk worden genomen. “Het is iets heel anders. Dat hebben we niet in Amerika.”

Zelf heeft Otto een huis in Zandvoort, samen met haar man, een Amerikaan uit Minnesota met wie ze graag de voordelen van hun banen vergelijkt. “Ik grap dat hij slechts 30 vakantie­dagen krijgt en ik 50. Maar in de VS zou hij er slechts 10 hebben.” Het mooie van het kleine kustplaatsje is dat ‘al mijn buren me kennen’, zegt ze. “Als er een pakketje is gekomen, zeggen ze: ‘O, je pakket is bij Brahim en Mirjams huis’.” Maar het beste van alles is, zegt ze in haar vriendelijke zuidelijke Amerikaanse accent: “Ik kan mijn Nederlands veel meer oefenen.”

Internationale scholen

Het Nuffic (de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs) constateert dat de internationalisering van het Nederlandse onderwijs in vrijwel alle sectoren sterk toeneemt. Zo kwamen er in het afgelopen jaar 2000 internationale studenten meer naar Amsterdamse universiteiten (op een totaal van bijna 13.000 internationale studenten die nu studeren aan Amsterdamse universiteiten).

Ook het aantal internationale basis- en middelbare scholen in de Amsterdamse regio groeit. Nu zijn er al meer dan 10 van deze scholen (publiek en privaat) in de regio gevestigd. In 2020 stromen er naar verwachting ruim 13.000 extra internationale leerlingen in het publieke Amsterdamse onderwijs (en omliggende gemeenten).

Hoofd onderzoek bij Onderzoek Informatie en Statistiek (OIS) Jeroen Slot geeft aan dat de daadwerkelijke instroom echter extreem moeilijk te voorspellen is. Bovendien blijkt dat een groot deel van deze niet-

Nederlandse ouders en ook gemengde koppels (met een Nederlandse en een niet-Nederlandse ouder) hun kinderen naar publieke Nederlandse scholen sturen. Het afgelopen jaar koos 55 procent van de internationale werknemers voor een publieke Amsterdamse school.

“Het een legitieme vraag of er wel extra aparte scholen voor expatkinderen nodig zijn,” aldus Slot, “als veel bestaande Amsterdamse scholen dat extra geld ook goed kunnen gebruiken en internationale kinderen daar ook gebruik van maken.”

Zomerserie

Of ze nu expats, internationals of immigranten worden genoemd, het aantal nieuwkomers dat in de stad werkt, een huis zoekt of naar school gaat, neemt snel toe. Deze serie bekijkt het leven in de stad vanuit de nieuwe Amsterdammers. Waarom kwamen ze naar de stad en wat maakt hen nu Amsterdammer?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden