Plus Achtergrond

Als er bomen gekapt worden, breekt de pleuris uit

Kom aan de boom en je komt aan de Amsterdammer. Alleen al praten over bomenkap ontaardt niet zelden in woedende discussies. Waar komen die diepe gevoelens voor de boom vandaan?

In augustus maakte de gemeente bekend dat alle 33 bomen op de Rozengracht moesten verdwijnen voor een herinrichting. Dat leidde tot grote ophef bij omwonenden. Beeld Gijs Kast

De gemoederen liepen hoog op toen in augustus bekend werd dat de gemeente het plan had opgevat alle 33 bomen op de Rozengracht neer te halen. De langverwachte en innig gewenste herinrichting van de gedempte gracht liet de ontwerpers nauwelijks een andere keuze, zo viel op te maken uit de informatiebrief die bij de bewoners door de brievenbus werd geduwd.

Voetgangers kregen de ruimte, fietsers werd een soepeler rijervaring in het vooruitzicht gesteld en ook aan de auto’s zou worden gedacht, zo zette de ambtenaar in het schrijven uiteen. En o ja, de bomen zouden allemaal gekapt moeten worden.

Natuurlijk bleven de bewoners die zover kwamen in de brief haken aan die laatste mededeling. Want de bomen op de Rozengracht zijn niet zomaar bomen toch? Die bomen maken de straat. Ze zijn behoorlijk hoog, behoorlijk groen en, zo bleek in augustus, meer dan behoorlijk geliefd. Tijdens de informatieavond die de gemeente vervolgens organiseerde, ging een belangrijk deel van de vragen en opmerkingen dus niet over al dan niet bredere stoepen of vrije busbanen, maar vooral over de bomenkap. Die moest koste wat kost voorkomen zien te worden. Meer dan eens viel in de discussie het woord moord.

Heilige waarde

De Rozengracht is maar een van de momenten waarop een allesverterende liefde voor de boom werd beleden. Sterker nog: protest laait aan de lopende band op wanneer bomen in het geding zijn. De bewoners van Ouderkerk aan de Amstel zetten afgelopen maand massaal de hakken in het zand toen bekend werd dat 14.000 bomen op de nominatie stonden te worden gekapt voor de verbreding van de A9 en de aanleg van een tankstation – deze week zegde Rijkswaterstaat toe 4000 bomen te zullen sparen. Ook was er verzet tegen kapplannen in het Amsterdamse Bos, het Oosterpark, het Sloterpark, op de Mauritskade en het Beursplein: als er gekapt wordt, breekt de pleuris uit.

Bomenconsulent Hans Kaljee, dé deskundige op het gebied: “Ik sta er vaak bij op inspraakavonden waar de sfeer op z’n zachtst gezegd nogal verhit wordt. En er zijn natuurlijk sociale media bij gekomen. Dan word je soms voor rotte vis uitgemaakt door mensen die er kennelijk van uitgaan dat je bomen kapt omdat je zo graag bomen kapt.”

Terwijl het Kaljee ook vaak aan het hart gaat als een boom sneuvelt. “Als een oude, reusachtige boom wordt geveld door storm of een ziekte, zoals recent de monumentale iepen rond het Oudekerksplein. Die staan daar dan al honderd jaar het beeld te bepalen en een storm legt in enkele seconden zo’n joekel tegen te vlakte. Dat is dan even slikken.”

Bij Kaljee zat de liefde voor bomen er al vroeg in. Toen de landelijke Bomenstichting in de jaren tachtig een actie startte om alle monumentale bomen in Nederland in kaart te brengen, coverde hij de witte vlek Hoorn-Enkhuizen-Medemblik: met de fiets ging hij alle bomen af. “Ook de iepen op Vestingwal in mijn geboorteplaats Enkhuizen. Hier stonden honderden, majestueuze iepen. Het was een dubbele rij en als je eronder liep, was het alsof je een bomen­kathedraal binnenstapte.”

De emoties betekenen dat Kaljee oeverloos moet uitleggen. “Het gaat er soms stevig aan toe en ik realiseer me dat het erbij hoort, maar ik kan laten zien hoe serieus we onze bomen nemen; als ik die wetenschap niet had, zou ik dit werk nooit volhouden. Laat duidelijk zijn: ik ­begrijp de gevoelens, ik ben zelf natuurlijk een enorme bomenliefhebber. Wij kunnen als gemeente nog zo ons best doen om een optimaal beleid uit te voeren, burgers zien wat anders. Die zien iemand langskomen die de boom bij jou voor de deur gaat staan omhakken. Die ­mensen zeggen: afblijven, maakt mij het uit of een boom gezond is, als er blaadjes aan komen ben ik blij. Laat die boom lekker staan tot ie dood is.”

Waar komt dat toch vandaan, die diepe, diepe gevoelens voor de boom? Volgens Matthijs Schouten, als ecoloog en natuurfilosoof in dienst van Staatsbosbeheer, staat de boom

voor veel stadsbewoners voor veel meer dan alleen maar groen of verkoeling. “De liefde voor bomen beperkt zich niet alleen tot Amsterdam of Nederland, in vrijwel alle culturen neemt de boom een belangrijke plaats in. De boom is vaak een heilige plek.”

Dat is niet vreemd, zegt Schouten. “Bomen zijn de allergrootste levende wezens, ze zijn vaak magistraal, ze torenen boven je uit. De kruin reikt tot de hemel en de wortels lopen meters onder de grond door tot de onderwereld. Van oudsher zijn bomen vaak mythisch, krijgen ze een heilige waarde.”

Groen onder druk

Verder speelt mee dat bomen ook in steden soms enorm oud kunnen worden, aldus Schouten. “Als je je realiseert dat die en die boom er al was toen Columbus Amerika ontdekte of toen Beethoven zijn Vijfde Symfonie schreef, dat is wel iets. Dat maakt dat je je als mens nederig kunt voelen, je kunt beseffen dat je maar een passant bent. In die zin zijn bomen levende monu­menten: ze vertellen het verhaal van je omgeving, geschiedenis in groen en bruin.”

Volgens Jelle Hiemstra, aan de Wageningen Universiteit gespecialiseerd in bomen en stedelijk groen, zijn meer mensen zich bewust van de waarde van bomen in de stad. “Vroeger waren bomen voornamelijk mooi, hooguit had men oog voor de beschutting die ze boden. Tegenwoordig staat de boom ook breder bekend als multitasker: ze zorgen voor een prettiger leef­klimaat door het bieden van schaduw en het dempen van temperatuurextremen, ze zijn belangrijk voor de waterhuishouding van steden en groen ondersteunt de biodiversiteit.”

De stad wordt voller en dat merken burgers, veronderstelt Hiemstra. Hierdoor heeft niet ieder­een voldoende oog voor het spanningsveld wanneer er bomen moeten worden gekapt. “Soms is het echter om technische redenen onvermijdelijk om bomen te kappen als er ergens werkzaamheden nodig zijn, ook gezien de drukte ondergronds. Maar bomen staan voor natuur in een stad waar veel wordt gebouwd en waar groen onder druk staat. Als er dan een boom wordt gekapt, raakt dat velen persoonlijk.”

Dat zie je terug in de woede, ook als het ver buiten de stad gebeurt: denk aan de afschuw over de razendsnelle ontbossing van het Amazonegebied. De gevoelens spelen ver weg en dichtbij.

Anne Frankboom

Toen de Anne Frank Stichting en de gemeente in 2007 de ernstig zieke kastanje in de tuin van het Anne Frank Huis wilden laten kappen, ontspon zich een emotionele discussie. “Dat heeft veel mensen persoonlijk geraakt,” zegt Schouten. “Anne Frank, van wie wij het verhaal allemaal kennen, die in haar dagboek een aantal keer heeft geschreven over de boom. Als zo’n exemplaar dan moet worden gekapt omdat ie door een slechte gezondheid niet meer te redden is, dan gebeurt er iets. Voor velen vormde die boom een verbinding met het verleden.”

De boom kreeg overigens even uitstel; een stalen constructie zou de kastanje nog tientallen jaren overeind hebben moeten houden, maar in 2010 legde de boom alsnog het loodje: gebroken door de wind.

Afmetingen en ouderdom geven mensen een sense of place, zegt Schouten. “Bomen laten zien dat een plek geschiedenis heeft en geven de mensen die ermee te maken hebben of erlangs lopen het gevoel ergens bij te horen. Dat geeft veiligheid en geborgenheid. Als die bomen verdwijnen, worden mensen ongelukkig.”

Helemaal ten onrechte is dat gevoel niet altijd, zegt Schouten. “Overheden zien bomen toch vaak als dingen. Het gevolg is dat wanneer ‘dingen’ in de weg staan, de neiging is die domweg te verplaatsen. Maar voor veel mensen zijn de

bomen op de gracht als buren, als medebewoners. Bomen zijn een aanwezigheid, ze leven. Helemaal in een stad is dat gevoel vaak sterk: bomen zijn vaak de enige elementen die niet door mensen zijn gemaakt of bedacht. Alles om ons heen is gemaakt naar ons eigen mensbeeld: het is een spiegelbeeld van onze eigen ideeën, onze eigen opvattingen. De boom is dat niet, de boom is de ander. Dat maakt dat je met een boom een bijzondere ontmoeting kunt hebben, waarbij je je zelfbeeld kunt herscheppen.”

In Amsterdam heeft elke boom een paspoort

Amsterdam groeit en bloeit, de druk op de openbare ruimte neemt toe. Er moeten trams en bussen door de straten, al die fietsers en voetgangers eisen een plek op.

Maar ook bomen tellen mee in deze stad, zegt Hans Kaljee, bomenconsulent voor de gemeente: “In de open­bare ruimte zijn wij verantwoordelijk voor 280.000 bomen. Die maken allemaal deel uit van een beheersplan, elke boom heeft een eigen paspoort.”

“Eén keer per drie jaar komen wij langs voor een inspectie en als dat nodig is vaker. Ik durf te zeggen dat wij het in Amsterdam het beste doen van de hele wereld. We weten hoe onze bomen erbij staan en we doen er alles aan om te zorgen dat ze het zo goed mogelijk blijven doen.”

Wat niet betekent dat elke boom voor altijd is, zegt Kaljee. Hakken en zagen is noodzakelijk om een stedelijk bomenbestand goed te houden.

Er is een tijd geweest dat er jaarlijks wel 10.000 bomen werden geplant, zegt hij. “Maar die waren niet allemaal goed. Dat zijn bomen waarvan we nu weten: die hebben in een stad niet het eeuwige leven. Die bomen groeiden vijf jaar, ze stonden vervolgens vijf jaar stil en daarna zijn we dertig jaar bezig geweest die wegkwijnende bomen in leven te houden. Dus ja, die bomen worden op een zeker moment gekapt.”

“De boom is maar een van de vele puzzelstukjes bij de inrichting van de stad. er ­spelen ook andere belangen, zoals de mobiliteit van invaliden, of een goed functionerende riolering, dus soms valt het kwartje ook weleens de andere kant op.”

We halen altijd het onderste uit de kan, zegt Kaljee. “Maar je moet soms kiezen. Moet je alle zeilen bijzetten om tijdens een herinrichting om een boom heen te werken, als je weet dat die er waarschijnlijk binnen vijf of tien jaar toch aan moet geloven? Soms is kappen dan verstandiger.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden