PlusAchtergrond

Alles wijst erop: de otter rukt op richting Amsterdam

De natuur in de stad verandert. Nieuwe dieren en planten komen hierheen en oude bekenden krijgen een nieuwe plek. Vandaag: de otter snuffelt aan de poort.

null Beeld Tzenko
Beeld Tzenko

Geen otter te bekennen in de onooglijke flinter groen tussen provinciale weg, rijksweg A1 en Vecht. En waarom zou het beest ook? Het verkeer raast, de wind striemt en idyllisch is het hier ook al niet, daar doet zelfs het beeld van Muiden, dat even verderop fraai ligt te liggen, geen snars aan af.

Toch zou het zomaar kunnen dat de otter hier her en der wat voetsporen heeft liggen. Was het avond geweest, een beetje schemerend, dan was er de kans – een heel, héél minieme kans weliswaar – maar toch, dan zóu het kunnen dat je er één ziet langsdribbelen tussen de struiken of zwemmend in de luwte van de waterkant. In westelijke richting, natuurlijk. Want de otter rukt op richting Amsterdam, het kan niet anders, alles wijst erop.

Het hangt noodgedwongen aan elkaar van ‘zou kunnen’ en ‘moet mogelijk zijn’. Want écht gespot, is de otter nog niet: wandelaars zijn nog niet aangebotst tegen een otter in levenden lijve, Amsterdammer en otter hebben elkaar nog niet in de ogen kunnen kijken. Maar er zijn wel ­sporen gevonden, uitwerpselen ook, die het ­indirecte bewijs leveren dat de knager, die Amsterdam en omstreken zo lang leek te mijden, richting Diemerpark en de belendende groenstroken is getrokken.

Dat is precies de reden dat Judith Weijers, ecoloog bij de provincie, graag vlak onder ­Muiden wilde afspreken, deze gure ochtend eind juni. We bevinden ons namelijk op een onlosmakelijk onderdeel van de route die allerhande dieren, waaronder zeer zeker de otter, in staat moet stellen zich tot op zekere hoogte vrijelijk te bewegen en hun leefgebied te vergroten. “We proberen verbindingen te creëren tussen relatief kleine stukjes groen, om zo te komen tot een groot gebied. Otters maken daar gebruik van, maar bijvoorbeeld ook egels, marters, ringslangen en hermelijnen.”

In een land waar het passen en meten is en het ruimtebeslag enorm, heeft de otter het niet gemakkelijk. Want als de ouders het otterkroost volgroeid vinden, is het de bedoeling dat ze iets voor zichzelf gaan vinden: de jongvolwassenen móéten op pad, ze hebben eigen ruimte nodig. Ophoepelen dus. Maar elders geraken is dus geen sinecure, vandaar die behoefte aan verbindingen, die kunnen worden gerangschikt onder de noemer faunapassages.

Verbindingen

De provincie is er maar wat druk mee. En dus worden op allerlei plaatsen, zonder dat de argeloze voorbijganger er al te veel notie van heeft, verbindingen gecreëerd. Dat geldt voor de op het oog onbestemde groenstrook onder Muiden, maar ook even verderop, naast het Maxisterrein. Waterbuffels zorgen hier voor het beheer van het land, ze voorkomen onder meer dat de bomen te uitbundig worden.

null Beeld Getty
Beeld Getty

Maar ook hier, op het oude tracé van de A1, is goed gedacht aan het plezieren van de otter, zegt Weijers. “De waterbuffels zorgen er onder meer voor dat dit gebied wordt ingericht: ze houden het begaanbaar. De otter hoeft zich hier door het werk van de waterbuffels niet door ondoordringbare bosschages te worstelen.”

Er komt veel bij kijken, de otter zijn bewegingsvrijheid geven. Wie bijvoorbeeld denkt dat het dier zonder mankeren onder een brug doorzwemt, heeft het mis: otters houden er niet van zich in het water ergens onder te bevinden. Het is de reden dat bij een aantal bruggen otterplankjes zijn aangebracht: loopplanken langs de rand, waarover ze te voet wegen kunnen passeren. “Het zijn een beetje rare beesten wat dat betreft,” zegt Weijers.

Ottersnelweg

Het is voorwaardenscheppend werk dat de ecoloog en haar collega’s van onder meer de pro­vincie en Natuurmonumenten hebben verricht: een ottersnelweg tussen aanhalingstekens. Of misschien is een hinkelbaan een beter woord. Of de veronderstelde otters die Amsterdam nu aandoen ook daadwerkelijk via de Naardermeer- en Muiderroute de stad hebben bereikt? “Het is heel goed mogelijk.”

De otter werd al een tijdje verwacht, velen hadden verwacht dat het wel een beetje sneller zou gaan. Want al tussen 2002 en 2008 werden er exemplaren uitgezet in Overijssel, waarna zich een gestage opmars door Nederland voltrok. Onder meer in Flevoland gedijden de beesten goed. Overal eigenlijk, behalve in Noord-­Holland, en ook Amsterdam bleef verstoken van de otter. Om onbekende reden, zegt Weijers. “En nu zijn er in een maand tijd dus aanwijzingen vanuit Amsterdam en het Naardermeer. Op die laatste plek zijn er zelfs geluiden gehoord van jonge ottertjes.”

Is de stad een geschikte plaats voor de otter? De echte binnenstad niet per se, denkt Weijers. “Maar er is natuurlijk veel eten beschikbaar in Amsterdam. Otters eten vis en schaaldieren, wat dat betreft zijn de Amsterdamse binnenwateren vaak goed voorzien.”

En ook op de vraag of Amsterdam eigenlijk blij zou moeten zijn met de komst van de otter, heeft Weijers het antwoord snel paraat: “Het zijn fijne dieren, de stad zou er geen last van hebben. Het zijn geen beesten die overal op straat vuilniszakken gaan lopen open knagen.”

De comeback van de otter

- In 1989 werd in Friesland een otter doodgereden: het laatste exemplaar dat in Nederland werd waargenomen. Een jaar eerder al werd het dier in Nederland uitgestorven verklaard.

- Het dier had het moeilijk door het steeds verder oprukken van de mens: regelmatig werden otters doodgereden. In 2019 zijn bijvoorbeeld 150 dode otters gevonden, waarvan meer dan 85 procent bevestigde verkeersslacht­offers. Ook ondervond het dier veel schade van de achteruitkachelende waterkwaliteit in die tijd.

- Vanaf 1988 werden er plannen gemaakt om Nederland weer leefbaar te maken voor de otter. Ze komen alleen voor in visrijke wateren met voldoende schoon en helder water. Ze hebben als territorium 8 tot 12 kilometer ongestoorde natuurlijke oevers nodig.

- Vanaf 2002 werden er otters uitgezet in de Weerribben. Dit resulteerde in 2004 in de eerste vier in het wild geboren otterjongen.

- Een volwassen otter is 80 tot 140 centimeter lang, inclusief de staart van 30 tot 50 centimeter lengte. Het gewicht varieert tussen de 5 en 12 kilo en de schouderhoogte is gemiddeld 30 centimeter.

- Otters zijn vooral ’s nachts actief en leven vrijwel altijd in hun eentje. Overdag gebruiken ze beschutte plaatsen als rietbedden, ondergrondse holten en holle bomen als rustplaats. Soms is de ingang van een hol onder water gelegen, het slaapgedeelte is dan voorzien van een luchtgat. Een dier gebruikt vaak meerdere vaste rustplaatsen en holen binnen zijn woongebied. Het territorium loopt langs oevers.

- De Zoogdierenvereniging had 2021 eerder al uitgeroepen tot ‘Jaar van de Otter’. Hiermee wil de vereniging aandacht vragen voor onder meer het oplossen van knelpunten voor de verspreiding van het dier.

Zomerserie

In deze zomerserie kijken we hoe de natuur in de stad verandert

1. Otter
2. Rosalientje
3. Boommarter
4. Iep
5. Glasaal
6. Wolf

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden