Plus

Advies: kracht en strijd in een compleet slavernijmuseum

Kracht en strijd moeten centraal staan in het nationaal slavernijmuseum, aldus een advies aan het stadsbestuur. Een nieuw gebouw op de IJ-oever in Noord heeft de voorkeur van de verkenners.

Met een wintiritueel in de ambtswoning, die in de 17de eeuw spil was van de slavenhandel, werd het advies om een nationaal slavernijmuseum in Amsterdam te bouwen kracht bijgezet. Beeld Roos Trommelen
Met een wintiritueel in de ambtswoning, die in de 17de eeuw spil was van de slavenhandel, werd het advies om een nationaal slavernijmuseum in Amsterdam te bouwen kracht bijgezet.Beeld Roos Trommelen

Paulus Godin zal zich postuum misschien nog weleens afvragen of hij niet beter in het houten kinderspeelgoed had kunnen gaan dan in de slavenhandel. Het prachtige woonhuis van de Amsterdamse koopman aan de Herengracht heeft zich de laatste jaren als ambtswoning van de burgemeester ontwikkeld tot antiracistisch activiteitencentrum, en er gaat geen gelegenheid voorbij of er wordt even stilgestaan bij het curriculum van de eerste eigenaar.

Nadat er in 2006 al een plaquette was onthuld en in 2014 de eerste roetveegpieten abseilend van het dak kwamen, was de voormalige woning van Godin gisteren de plaats van handeling voor een presentatie van een verkenning naar een nationaal slavernijmuseum dat in Amsterdam moet komen te staan. De symboliek was indrukwekkend: in de stijlkamer waar de directeur van de Sociëteit van Suriname ooit zijn zaken afhandelde, bracht wintipriesteres Marian Markelo nu een ritueel plengoffer aan de tot slaaf gemaakte voorouders.

Dat gebeurde onder toeziend oog van burgemeester Femke Halsema die nog eens benadrukte dat het slavernijverleden onlosmakelijk verbonden is met de stad Amsterdam. “De materiële en immateriële erfenis van dat verleden is van onschatbare waarde voor onze stad. Die moeten we zonder schroom of terughoudendheid koesteren. Zonder die erfenis is het verhaal waar we vandaan komen incompleet.” Juist voor de toekomst van Amsterdam, aldus Halsema, is een soms pijnlijke confrontatie met het verleden noodzakelijk.

Extreem gevoelig

Een nationaal slavernijmuseum kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Zover is het nog lang niet, maar er ligt nu wel een dik rapport met de randvoorwaarden. Dat klinkt saaier dan het is, want de komst van een slavernijmuseum is een extreem gevoelig onderwerp waar ook binnen de Afro-Surinaamse en Afro-Antilliaanse gemeenschap heel verschillend over wordt gedacht. Aan de nu ingeleverde verkenning met de titel Met de kracht van de voorouders zijn heel veel gesprekken voorafgegaan, in groepsverband en met deskundigen.

Dat leverde onder meer de conclusie op dat het toekomstige museum moet tegemoetkomen aan de wens van de nazaten om de slavernij te tonen zoals de voorouders die hebben beleefd. “Een museum dat hen niet als naamloze slachtoffers toont, maar als veerkrachtige mensen van vlees en bloed die hebben gestreden, culturen hebben opgebouwd en hebben bijgedragen aan de Nederlandse samenleving zoals die nu is,” staat daarover in het rapport. Met nadruk: kracht en strijd van de mensen moeten centraal staan, niet schuld en lijden.

Dekoloniaal

Een ander uitgangspunt is de wens dat in het museum ook wordt stilgestaan bij de doorwerking van het slavernijverleden. Het museum moet in alle opzichten dekoloniaal zijn en een bijdrage leveren aan verandering. “Een plek waar niemand schrikt van het woord racisme, omdat het museum de achtergronden daarvan toont, verklaart en samen met de bezoeker zoekt naar manieren waarop dat uit de samenleving kan worden verdreven.” Het onderwijs wordt een belangrijke doelgroep van wat het Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum moet gaan heten.

Een regelrechte doorbraak is dat er niet langer omfloerst wordt gesproken over een museale voorziening, maar over een echt museum in een echt gebouw. Dat laatste is nu ook de wens van het stadsbestuur. De verkenners hebben een geografische, historische en spirituele voorkeur voor nieuwbouw op de IJ-oever in Noord, ook vanwege de nabijheid van stromend water. In afwachting van een definitief onderkomen stellen de verkenners een tijdelijk pop-upmuseum voor, bij voorbeeld in het Paleis op de Dam.

Duidelijk is dat het stichten van het slavernijmuseum een zaak van lange adem is. Het museum kwam in 2017 voor het eerst aan de orde in de gemeenteraad en daar mogen waarschijnlijk wel tien jaar bij worden opgeteld voor de deuren opengaan. Het rapport van de verkenners gaat nu de culturele molen in en later dit jaar moet ook de raad goedkeuring geven aan het vervolg: het aanstellen van twee kwartiermakers. Mocht Paulus Godin zich vervelen in zijn graf: binnenkort verschijnt een boek van historicus Leo Balai over de geschiedenis van de ambtswoning.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden