PlusReportage

Actrice, stewardess en horecaman werken nu in verpleeghuis: ‘Hier straal je ook gastvrijheid uit’

Zijinstromers uit de horeca, kunsten en luchtvaart runnen twee afdelingen van verpleeghuis Vreugdehof in Buitenveldert. Aandacht, gastvrijheid en oog voor het geestelijk welzijn van de bewoners staan hoog in het vaandel.

Oliver Lomboy (42), die voorheen in de horeca werkte, helpt nu de bewoners van verzorgingshuis Vreugdehof.  Beeld Dingena Mol
Oliver Lomboy (42), die voorheen in de horeca werkte, helpt nu de bewoners van verzorgingshuis Vreugdehof.Beeld Dingena Mol

Verzorgende Oliver Lomboy (42) loopt sierlijk rond met een blad met kopjes koffie. Niet verwonderlijk, jarenlang werkte hij bij het sterrenrestaurant Vermeer. Toen de horecazaak vanwege de lockdown moest sluiten, besloot hij over te stappen naar de zorg. “De horeca is leuk. Je geeft de mensen kortstondig geluk. Maar ik wilde een langdurige relatie met mensen die ik blij maak. Dit werk geeft mij meer voldoening. Je bent van betekenis voor een ander,” zegt Lomboy.

Het bevalt hem goed en zoveel verschilt het niet van zijn oude werk. “In de horeca kun je niet inzakken. Je straalt gastvrijheid uit. En hier doe je precies hetzelfde.”

Verpleeghuis Vreugdehof besloot twee afdelingen – de somatische afdeling voor mensen met lichamelijke klachten en de afdeling dementie – te laten runnen door mensen uit onder meer de horeca, de kunstwereld en de luchtvaart. “Het idee is ontstaan door een personeelstekort. Een kwart van onze medewerkers was ziek door besmetting met corona of door de toegenomen werkdruk,” zegt manager Ben Zwirs.

Zijinstromers

Begin dit jaar startte Vreugdehof met zij-instromers die een opleiding tot mbo-verpleegkundige volgen. Er werken inmiddels een stewardess, een actrice, een horecaman, een medewerkster uit een autoshowroom en een vrachtwagenchauffeur. “Wij zijn op zoek gegaan naar mensen die gastvrijheid uitstralen,” zegt Zwirs. “Familieleden hebben aangegeven dat ze het welzijn van hun ouders belangrijk vinden: lekker eten, een borreltje op zijn tijd, hulp bij Facebook en een voetbalwedstrijd kijken op groot scherm in de huiskamer. Met verlenging blijven we zitten tot de strafschoppen aan toe.”

De 99-jarige Frank van de Loo, voormalig advocaat, woont sinds een maand op de somatische afdeling. “Ik ben hier abrupt terechtgekomen vanuit mijn huis. Dat is nogal een overgang. De Vreugdehof zou voor mij een doorgangshuis zijn. Maar ik heb gevraagd of ik hier kan blijven. Daaruit kun je opmaken dat ik meer dan tevreden ben,” zegt Van de Loo.

Een concreet voorbeeld? “Als ik ’s morgens tot 9 uur wil blijven liggen, kan dat. Ze vragen me ’s avonds wanneer ze me nachtklaar kunnen maken. Dat geeft zo’n gevoel van vrijheid en menswaardigheid,” zegt Van de Loo zittend in het grand café, zoals de huiskamer wordt aangeduid. De kast is gevuld met boeken, een modern schilderij hangt aan de muur en in de vensterbank staat een flinke bos bloemen.

Klassieke muziek

Lomboy schuift aan: “In sommige huizen moeten de mensen in een bepaald ritme leven. Hier niet. Ik vraag altijd: hoe laat wilt u eten? De een wil graag om half 6 eten, een ander liever om zeven of acht uur.”

Van de Loo loopt samen met Lomboy naar zijn kamer. Uit de speaker klinkt klassieke muziek van Radio 4. Op de tafel ligt Le Figaro Magazine. “Bruckner is mijn favoriete componist, maar jazz vind ik ook plezierig.”

Lomboy: “Toen ik klassieke muziek uit zijn kamer hoorde komen, hebben we een tijdje zitten praten. In het grand café zette ik Bach voor hem op.”

Verzorgende Asja de Wit (56), die eerder werkte als actrice en dramadocent: “Het is wat om vanuit je oude huis in een verpleeghuis te worden geplaatst. Het is belangrijk dat je dat in je achterhoofd houdt.”

Vitrage

Het zit ’m in kleine dingen, zegt ze. “Je zoekt in de ochtend samen kleding uit voor die dag. Je zorgt dat het gezellig is in huis en geeft aandacht aan mensen. Het viel me op dat een bewoonster de vitrage van haar oude huis voor het raam had hangen. Het is belangrijk dat je ziet dat een bewoner wordt overvallen door verdriet als het donker wordt. Dan ga je even bij iemand zitten.”

Brenda Pelgrim (46) werkte dertien jaar in een showroom in de autobranche, maar wilde meer voor de medemens betekenen. “Mensen uit mijn omgeving vroegen me: ‘Ga je nu oude mensen wassen?’ Ik zei ja, maar er zit natuurlijk veel meer achter. Onze bewoners hebben een heel leven achter de rug, ze hebben een eigen ritme en leefpatroon. Ze hebben hun hele leven gebikkeld en willen de vrijheid van thuis. Dat wil ik later ook. Ik dacht: als ik het nu niet voor elkaar krijg, dan gebeurt dat niet.”

Terug naar hun oude werk willen de verzorgenden niet. Lomboy heeft al een paar verzoeken van zijn oude werkgever afgeslagen.

Van de Loo heeft er nooit bij stilgestaan, dat de verzorgenden uit ‘een andere wereld’ komen. “Maar wat me opvalt, is dat ze zo prettig zijn om een praatje mee te maken. Van Asja weet ik dat ze in stukken van Ibsen en Shakespeare heeft gespeeld. Geen kleine jongens hoor.”

De Wit lacht: “Meneer Van der Loo zei laatst: ‘Misschien kunnen we eens samen in een toneelstuk spelen.’ Ik antwoordde: ‘Wat dacht u van Gijsbrecht van Aemstel?’ En toen citeerde hij toch een lap tekst uit het stuk van Van den Vondel. De zorg is niet saai, het is juist fantastisch.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden