PlusKlapstoel

Actrice Randy Fokke: ‘Jij weet vast wel waar de kaas ligt’

Randy Fokke op de Klapstoel.Beeld Harmen De Jong

Randy Fokke (1984) is actrice. Ze speelt onder meer in Harkum, Toren C en Sluipschutters en staat op het toneel. Sinds dit najaar is ze als supermarktmanager Ilse het gezicht van Albert Heijn.

Zaandam

“Daar ben ik opgegroeid. Mijn vader werkte bij ING, mijn moeder had lang op de markt gestaan in de kraam van mijn opa, maar was gestopt met werken toen ik kwam. Ik kijk met een ge­kleurde bril naar Zaandam, want we moesten verhuizen toen ik dertien was en dat vond ik afschuwelijk. In Zaandam zat ik op een ge­mengde school, dat vond ik heel leuk. Ik had vriendinnen van allerlei afkomsten. Dat was in Hoorn totaal anders, ik zat in de klas met ­kinderen uit dorpen uit de buurt. Een cultuurschok. Amsterdam werd gezien als Sodom en Gomorra, terwijl ik gek was op Amsterdam. Wij gingen altijd naar het Twiske, of fietsen naar De Meer. Dat kon nu niet meer.”

“We moesten wel verhuizen, want toen ik zeven was, kregen mijn ouders een tweeling. Het huis werd te klein en in Zaandam waren grotere huizen onbetaalbaar. Ik ben dus lang enig kind geweest; ik herinner me een vaag gevoel dat ik het heel lastig vond dat er opeens twee andere mensen in ons huis woonden.”

Ilse

“Mijn alter ego. Voor de auditie moest ik zelf een tape opnemen en dat vind ik altijd verschrikkelijk. Iemand anders vragen om te filmen vind ik zo mogelijk nog gênanter. Dus ik zei: ik laat het zitten, ik vind het te ingewikkeld. Maar het castingbureau drong aan, dus toen heb ik toch maar twee improvisaties ingestuurd. Het personage heette al Ilse, ze had een zoon en was supermarktmanager – dat ze dat van Albert Heijn was, wist ik eerst nog niet.”

“Ik heb enorm getwijfeld. Niet om Albert Heijn, dat vond ik prima, maar wel om de im­pact. Ik zit er niet op te wachten om herkend te worden, dat is de laatste reden waarom ik ooit actrice wilde zijn. Dus toen ik de klus kreeg, voelde het als een groot avontuur, maar was ik ook doodsbang.”

Rolbevestigend

“Critici vonden dat eerste filmpje te ongeëmancipeerd. Ilse houdt alle ballen in de lucht, hij warmt een pizza op. Ja weet je, het percentage criticasters was eigenlijk heel klein, de reacties waren overwegend positief, maar je onthoudt de reuring die ontstaat. Ik vond het lastig. Ook omdat ik het er niet mee eens ben. De moraalpolitie kan af en toe wel een tandje minder. Bovendien: het was één filmpje, mensen hadden nog geen idee hoe personages zich zouden ontwikkelen. Ik ben echt voor emancipatie, maar je kunt te ver gaan. Het is reclame, een feelgoodfilmpje met een knipoog.”

Harry Piekema

“Mijn voorganger, meneer Van Dalen in de ­filmpjes. Hij was mateloos populair, heeft de commercial elf jaar gedaan. Ik heb hem ontmoet toen we het eerste filmpje gingen op­nemen. Heel stoer dat hij dat deed. Het voelde gek, ik nam toch het stokje van hem over. In het filmpje duikt hij op als meneer Van Dalen. Dan vraag ik: ‘Kunt u alles vinden?’ en zegt hij: ‘Ja hoor, ik weet waar alles staat’.”

“Het was heel leuk hem te spreken. Hij had ook allemaal goede tips. Trek een dikke jas aan voor de opnames, want in de Albert Heijn is het nogal koud. Doe dikke sokken aan en schoenen met dikke zolen. Daar heb je wat aan! Hij had ook tips over winkelen in de Albert Heijn. Het kan best ongemakkelijk zijn als mensen me daar herkennen als Ilse. Harry zei: bedenk wat je kunt zeggen als je voor de duizendste keer dezelfde grap of dezelfde opmerking krijgt. Als ze bijvoorbeeld tegen je zeggen: jij weet vast wel waar de kaas ligt! Heel veel verder dan een beetje schaapachtig lachen, met een rood hoofd, ben ik nog niet gekomen. Voor Harry waren de zelfscanners een uitkomst, dat scheelt een hoop sociaal ongemak bij de kassa.”

Randy Fokke

“Een naam kun je niet kiezen, ik moet het er­mee doen. Gelukkig heb ik geen internationale ambities. Ik ben vernoemd naar Randy Craw­ford, de zangeres. En die achternaam... Ik liep een tijdje bij een therapeut en aan het eind van de sessie zei hij: ‘Ik ga het toch zeggen.’ Nu komt het, dacht ik, nu gaat hij zeggen: het komt nooit meer goed, je bent zo gek als een deur. Maar hij zei: ‘Heb jij niet verschrikkelijk veel last van je naam? Zit daar niet een pijnpunt?’ Maar dat was echt het laatste probleem van mijn leven. Mijn therapeut dacht dat als ik één letter zou toevoegen en mezelf Flokke zou noemen, alles er heel anders uit zou zien.”

Satire

Harkum, Toren C, Sluipschutters... Het afgelopen jaar heb ik heel veel leuke dingen gedaan, en die worden nu in allerlei hapjes tegelijk uitgezonden, waardoor het lijkt alsof ik heel veel doe. Maar dat valt wel mee. Het zijn veel de­zelfde acteurs, inderdaad. Ik ben erg van de ­vertrouwde havens: dezelfde acteurs, dezelfde regisseurs. Ik werk graag met Jelle de Jonge en Albert Jan van Rees – die pannenkoek uit Toren C, ja. Ik ben niet zo van de verandering, daarom is Albert Heijn ook zo’n avontuur. Ik vind het heel lastig om mezelf te verkopen, ik zal heel snel denken: neem in godsnaam ­iemand anders. Daarin lijk ik wel op Ilse. In een zekere neurosehoek herken ik wel het een en ander in haar. Daar hoef ik niet heel diep voor te graven.”

Stadsbeeld

“Die fotorubriek heb ik een jaar mogen maken voor Het Parool. Ik maakte elke week een foto van een plek in Amsterdam. Het beeld moest staand zijn – verticaal – omdat het op één pagina moest passen, er moest een mens op staan en de foto’s moesten uit de hele stad komen. Verder had ik carte blanche. Dat was heel tof om te doen. Mijn camera zit altijd in mijn tas, als ik door stad rijd en ik zie iets, dan spring ik van mijn fiets.”

“Een van mijn beste foto’s is van het metro­station Rokin. Onder het mozaïek van een paraplu stonden twee mannetjes, waardoor het net leek alsof ze onder die paraplu scholen. Een heel leuk beeld. Ik heb ze niet om toestemming gevraagd, ik ben een angsthaas op dat vlak. Meestal weet ik het net zo te draaien dat je de mensen op de foto niet herkent, zodat ik ze niet hoef aan te spreken. Anders blokkeer ik volledig. Het grote misverstand is dat je, als je op een podium staat, heel outgoing bent. De om­muurdheid van een podium voelt juist heel ­veilig. Je hebt een script, je hebt weken gerepeteerd. De gewone buitenwereld vind ik veel enger.”

Stadsbeeld van 20 februari 2018.Beeld Randy Fokke

De kast van opa

“Een pop-upwinkeltje in de Houtkopersdwarsstraat. Mijn foto’s hangen er en allerlei vintage spullen die mijn broer, zus en ik de laatste jaren hebben verzameld. Ons handelsbloed komt van opa met zijn marktkraam. Vroeger vond ik Ko­ninginnedag heel leuk en nog steeds kom ik graag op marktjes. Mijn opa leeft niet meer, hij stierf toen ik twaalf was. Verschrikkelijk was dat, hij was mijn grote vriend. Zijn overlijden was mijn eerste confrontatie met de dood. Het winkeltje is ook een eerbetoon aan hem.”

Oom Wanja

“De leukste voorstelling die ik ooit heb gespeeld. Het stuk vond ik prachtig – ik houd erg van Tsjechov – met een droomcast. Het was de eerste keer dat ik met Pierre Bokma werkte, hij speelde Oom Wanja. Ik vind hem een steengoede acteur. Hij is consciëntieus en geeft zichzelf de uitdaging om elke avond met een nieuwe intentie het podium op te gaan. Als je een voorstelling tachtig keer speelt, is de grootste kunst om het fris te houden. Dat kan hij als geen ander.”

Kapper

“Ooit heb ik in een interview verteld dat ik verliefd ben geweest op mijn kapper. Hij was heel leuk, hetero bovendien – maar hij had gewoon een vriendin en een kind, dus ik heb nooit de illusie gehad dat het iets zou worden. Maar ik zat wel altijd met rode konen in de kappersstoel. Toen dat stukje in de krant verscheen, ben ik nooit meer geweest omdat ik bang was dat hij het gelezen had. Ik ga nu naar Kinki Kappers. De schaamte heeft wederom gewonnen.”

George Clooney

“Dat is een gênant verhaal. Toen ik negentien was, was George Clooney in Amsterdam voor de opnames van Ocean’s Twelve. Ik ben met een vriendin gaan kijken, in de Staalstraat, en we hebben hem zien lopen. Op honderd meter afstand. Dat zijn we natuurlijk gaan vieren. Laten we maar verder niet op de details ingaan, maar mijn herinnering aan George Clooney is er wel door vertroebeld.”

Agendaredactie

“Daar heb ik jaren gewerkt, bij de culturele agenda van Het Parool. Het begon als een bijbaantje tussen voorstellingen door, om de gaten op te vullen. Ik vond de theateragenda heel leuk: ik was steeds op de hoogte van wat er speelde en zag allerlei namen van vrienden langskomen. Het is totaal iets anders dan acteren, maar dat vond ik juist bevrijdend. Die structuur kan heel heilzaam zijn. En ik vind schrijven leuk. Nu was bij de agenda niet heel veel uitdagends te schrijven. Het was vooral persberichten samenvatten en heel veel interpunctie. De krenten in de pap zijn de tipjes. Daar moest je dan proberen een klein smeuïg stukje van te maken.”

“Ik heb ook in een souvenirwinkel gestaan op de Nieuwendijk, bij mijn oom. Daar ben ik ook best lang blijven hangen. Misschien is het nu even niet zo hard nodig, maar als ze bij de agendaredactie omhoog zitten en iedereen ziek is, mogen ze me bellen.”

Frank Houtappels

“Een heel leuke scenarioschrijver. Hij heeft een absurde kijk op de dingen.”

Harkum, zondag, 21.50 uur, NPO 3.

Het zevende seizoen van Toren C is vanaf ­zondag 5 januari te zien op NPO 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden