Plus Klapstoel

Actrice Gerrie van der Klei: ‘Mijn hond bracht me naar school en haalde me op’

Gerrie van der Klei (1945) is zangeres en actrice. Ze werd bekend als lid van het muzikale duo de Sissies. In Anastasia, de nieuwe musical in het Circustheater in Scheveningen, speelt ze de rol van keizerin-moeder.

Gerrie van der Klei op de Klapstoel Beeld Harmen De Jong

Nieuwer-Amstel

“Ik ben een keurig meisje uit Amstelveen, zoals Nieuwer-Amstel later ging heten. Mijn moeder – geboren en getogen Amsterdamse – hield het er niet uit en dus zijn we op mijn dertiende naar de stad verhuisd. Ik – geboren en getogen in Nieuwer-Amstel – vond het verschrikkelijk om weg te gaan. En op de dag van de verhuizing ging ook nog eens mijn hond dood. Flippie, een kruising tussen een bouvier en een herdershond, was op de zelfde dag geboren als ik. Nou ja, zo ongeveer. Hij bracht me naar school en haalde me daar ook weer op. Mijn moeder hoefde maar te zeggen ‘Ga je Gerriepietje halen?’ en weg was hij. Ik kom uit een artistieke familie. Mijn moeder was de kunstenares Dora van der Veen. Mijn vader was tandarts, maar hij was ook heel muzikaal. Een gezellige man, die van een borrel hield. Het was een feestende familie. ­Altijd waren er borrels en partijen. Als kind dronk ik al de restjes wijn uit de glazen. Zo is het ge­komen!”

Sheherazade

“Daar ontdekte ik als tiener de jazz. Ik speelde al gitaar, maar klassiek. Ik leerde jazzakkoorden spelen en met een jazzversie van In my life van The Beatles maakte ik mijn tv-debuut. Ik rookte in Sheherazade ook mijn eerste stickie, wat mijn ouders nou weer niet zo’n goed idee vonden. De zaak zat in de Wagenstraat en was eigendom van die jongens van de Diamond ­Five. Later heb ik nog vaak met ze gespeeld; John Engels is mijn levenslange drummer. Ik kwam als tiener ook in de Lucky Star, een discotheek in de Korte Leidsedwarsstraat, waar je de hele avond kon dansen op één colaatje. Ramses Shaffy kwam daar ook veel, ja. Ik kwam ook wel bij hem thuis. Lag ik daar in de kussens met vele andere verliefde meisjes.”

Keizerin-moeder

“Prachtige rol. In de musical Anastasia een van de weinige rollen, afgezien van Anastasia zelf, met vele lagen en ook wel een beetje diepgang. Die vrouw gaat van lieve oma naar een verbitterde oude vrouw, daar zit twintig jaar tussen. De recensie van Anastasia? Ach ja, wat zal ik zeggen? Ik kom er aardig van af. Ook omdat ik in de musical een verbindende factor ben, denk ik. Zoals mijn lieve vriend Frans Mulder zei: ‘Jouw rol, jouw karakter houdt de voorstelling in balans. Anders zou die doorslaan naar alleen maar glitter en glamour. Jouw rol voegt er ook emotie en tederheid aan toe’.”

Maggie Smith

“Ik zal je wat vertellen. Tijdens de try-outs van Anastasia had ik niet zo veel tijd om te lezen, maar sloeg ik een keer de krant open, Het Parool, en zag uit mijn ooghoeken een dame in een paarsige jurk en daarnaast een vrouw ook in kleding uit het begin van de twintigste eeuw. Verrek, dacht ik, hebben ze nu al een stuk over Anastasia? We zijn nog niet eens begonnen. Maar het was dus een stuk over de Downton ­Abbey-film; die dame in het paars was Maggie Smith. Ik schijn op haar te lijken.”

“In de jaren zeventig was ik in New York eens bij Cinemabilia, een winkel waar ze alles hebben op het gebied van film, Broadwayshow en theatervoorstelling. Ik kwam binnen, hoofddoekje om, niet opgemaakt. Een van de verkopers bleef er bijna in: ‘Oh my God, you are her!’ Ik zei: ‘Sorry, I am who?’ Ik heb nogal een Brits accent en toen wist hij het helemaal zeker: ik was Maggie Smith, incognito. Zelfs toen ik mijn adres in Nederland opgaf om mijn boeken naar toe te laten sturen, wilde hij niet geloven dat ik iemand anders was. Nou ja, het is niet de slechtste om mee te worden vergeleken natuurlijk. Een vriend zei: ‘Als je nog ouder bent, moet je The Lady in the Van gaan spelen, maar dan op het toneel. Zie ik wel zitten, ja.”

De Sissies

“Ach, toe nou zeg, wil je het daar echt over hebben? Ik weet niet precies welke leeftijdsgroep de krant tegenwoordig bedient, maar dit interesseert toch niemand meer? Nou, vooruit. Lang geleden, in de jaren zeventig, waren de Sissies een meisjesduo dat liedjes uit de jaren dertig en veertig zong. Mijn zus en ik zijn daar heel beroemd mee geworden, in binnen- en buitenland. We maakten heel lange tournees in Duitsland. Heel leuk allemaal en we hebben er ook veel geld mee verdiend. Maar na zeven jaar kreeg ik een aanbieding om in een musical te spelen, Foxtrot van Annie M.G. Schmidt en Harry Bannink, en dat heb ik toen gedaan. ­Einde verhaal.”

“Ja, de afgelopen veertig jaar waren er voortdurend mensen die vroegen of er nog eens een reünie van de Sissies kwam. Ik heb er nooit tijd voor gehad, ik had andere dingen te doen.”

Boy Edgar

“O God, Boy. Gelukkig zijn er nog steeds mensen die het over hem hebben, vooral muzikanten. Hij leeft ook voort in de Boy Edgar Prijs, de belangrijkste jazzprijs in Nederland. En in 2015 verschenen zijn biografie en een cd met historische opnames van zijn bigband. Ik leerde Boy op De Kring kennen, waar anders? We ­waren negen jaar met elkaar, tot zijn dood in 1980. Ook met hem heb ik als zangeres waanzinnige tournees gemaakt. In New York traden we op in Carnegie Hall en ontmoette ik Duke ­Ellington, die een bekende was van Boy.”

“Behalve jazz­muzikant was Boy ook medicus. Hij was de eerste huisarts van de Bijlmer. Ik heb daar ook nog even gewoond toen, één flat stond er nog maar, de rest was een grote zandvlak­te.Er was al wel een parkeergarage, die ik toen al eng vond. Boy had ook nog een praktijk in Duivendrecht. Hij leidde drie, vier levens en heeft zich letterlijk doodgewerkt.”

Willem Nijholt

“De naam waarvan je weet dat hij gaat komen. Willem was tot tien jaar geleden mijn allerliefste vriend en collega. Maar tijdens onze laatste productie samen, de voorstelling En nu wij, ben ik die vriend kwijtgeraakt. Ik ben hem verloren, zo voelt het, alsof hij is overleden. Ik ben daarna ook echt door een rouwproces gegaan. Het is om onduidelijke redenen misgegaan. Hij kan ineens paranoïde zijn, aan waanvoorstellingen lijden. Dan had hij driftbuien, viel hij mensen aan om niets. Tijdens die laatste voorstelling heeft hij veel mensen verdriet gedaan, mij heeft hij ook gekwetst. Nee, het komt niet meer goed tussen ons. We zijn te oud voor een hernieuwde vriendschap. Ik wil er verder ook niet over ­praten nu. Ik wil Willem op zijn oude dag niet kwetsen, maar we hebben er allemaal erge last van gehad.”

Huis te Vraag

“De begraafplaats hier tegenover mijn huis. Hij is al heel oud en begraven wordt er allang niet meer. Maar hij mag wel blijven, is zelfs een monument. Het is er prachtig, ik mag er graag wandelen. Een inmiddels overleden meneer heeft zich in de jaren tachtig om de begraafplaats bekommerd en er een waar kunstwerk van gemaakt.”

“Hoe Huis te Vraag aan zijn naam komt? Ik weet het. Lang, lang geleden, jongens en meisjes, kwam Maximiliaan van Oostenrijk naar Neder­land om in Amsterdam de heilige hostie te ­aanschouwen. Op de plek waar later de begraafplaats kwam, stond toen een huis, waar Maximiliaan de weg vroeg. Dat huis heette daarna Huis te Vraag. Het bestaat allang niet meer, maar de begraafplaats kreeg dezelfde naam.”

Gerrit van der Veen

“Mijn oom, de broer van mijn moeder. Voor een op 4 mei op tv uitgezonden documentaire is hier bij mij thuis gefilmd. Dat beeld daar op de schouw werd door hem gemaakt, ik heb meer werk van hem. Ik heb in de uitzending ook een op muziek gezette tekst van hem gezongen, hij schreef hem in gevangenschap. In 1944 is hij als verzetsstrijder gefusilleerd. Mijn moeder was zwanger van mij. Iedereen raadde haar aan de zwangerschap af te breken, de oorlog was op zijn ergst, maar ze wilde mij per se hebben, als eerbetoon aan haar lievelingsbroer. Zoals veel andere mensen heb ook ik mijn leven dus te danken aan Gerrit van der Veen.”

“Er werd in de familie veel over hem gesproken, maar er werden ook zaken verzwegen. Op een feestje in de jaren zestig ontmoette ik een ontzettend aantrekkelijke jongeman, ik was ­direct van hem gecharmeerd. Iemand zei: ‘Ik moet jullie even aan elkaar voorstellen: dit is je neef Gerrit Jan Wolffensperger.’ Dus ik vroeg aan mijn moeder: ‘Wáárom weet ik niet dat ik een neef heb!?’ Bleek Gerrit Jan, later bekend van D66, een buitenechtelijke zoon van Gerrit van der Veen te zijn. Zelfs in de jaren zestig werd daar nog geheimzinnig over gedaan.”

Cruella de Vil

“Ja, ik deed haar stem in 101 Dalmatiërs. Mijn stiefkleinkinderen waren gek op die film. Ze waren al bijna volwassen toen we ze vertelden dat ik die vreselijke Cruella was. Ik vind het ­inspreken van zulke films echt heel leuk werk, ik heb het ook vaak gedaan. Wat niemand weet, is dat ik in 101 Dalmatiërs nog een stem doe. In de film zet iemand de radio aan en dan hoor je het gebroken stemgeluid van Billie Holiday; ‘You brought me violets for my furs…’ Maar dat was niet echt Billie, dat was ik.”

Madeira

“Jaaaaa, daar zijn we dan! Mijn favoriete eiland. Ik kom er al lang en heb er sinds twintig jaar een appartement: uitzicht op de haven, de zee en de oude stad en voorzien van een grote tuin. Tuinieren is mijn enige hobby dus ik kom er volledig aan mijn trekken. Ik probeer er jaarlijks in elk geval rond de feestdagen te zijn, de mooiste tijd van het jaar daar, met kerst kan het er 26 graden zijn. Inderdaad, Ronaldo komt er vandaan. Op de luchthaven van Madeira staat dat beruchte beeld van hem: vréselijk lelijk.”

Ted van Lieshout

“Hij schrijft kinderboeken? Ik las als meisje vooral jongensboeken, die waren spannender. Maar het allermooist vond ik De kleine prins en Erik of het klein insectenboek.”

Anastasia, Circustheater, Scheveningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden