Plus Klapstoel

Actrice Dilan Yurdakul: ‘Ik vraag me vaak af hoe Turks ik ben’

Dilan Yurdakul (1991) is actrice. Ze werd bekend dankzij GTST, nu speelt ze in het toneelstuk Wie is bang. Vanaf 29 oktober staat ze met haar autobiografische solovoorstelling Door de schaduw heen in Bellevue.

Dilan Yurdakul op de Klapstoel Beeld Harmen De Jong

De Baarsjes

“Geboren en getogen. Ons huis moest nog worden gebouwd. Mensen verklaarden mijn vader voor gek: West was een getto, daar ging je toch geen huis kopen? Ik vond het er prima. We hadden een plein voor de deur om te spelen. Later vond ik het vooral relaxed dat je zo in de stad was. De Rozengracht af en je was er.”

“Mijn moeder is adviseur Kunst en Cultuur bij stadsdeel Noord, mijn vader is zakelijk leider van Podium Mozaïek. Daarvoor zat hij voor D66 in de gemeenteraad en later in de Provinciale Staten. Ik vind politiek verschrikkelijk. Ik kon daardoor ook nooit goed met hem praten: hij ging altijd zo politiek doen. Bij hem was alles enerzijds, anderzijds – supergenuanceerd. D66, hè. Terwijl: dingen zijn soms gewoon zwart-wit. Later zeiden mensen weleens tegen me: je vader heeft voor straf jou als dochter ­gekregen.”

Pis

“Als kind had ik een zolderkamer. Toen ik acht was, heb ik er een tijdje op de grond gepist. Dat veegde ik dan weg met een handdoekje dat naast mijn wastafel hing. Tot mijn moeder een keer boven kwam en zei: het stinkt hier! Ze was helemaal niet boos – ze liet me mijn grenzen verkennen. Als kinderen hun seksualiteit gaan ontdekken, doen ze toch ook rare dingen met een tandenborstel. Heb ik gehoord, hè.”

“Dat verhaal van dat plassen heb ik geprobeerd op het podium te vertellen, op de Parade. Ik vond het interessant dat ik dat als kind gewoon deed. Vanuit de gedachte: hoezo kan dat eigenlijk niet? De kern van die vorm van kunst is vragen stellen bij dingen die vanzelfsprekend zijn. En daarin radicaal zijn, dus écht pissen op het podium. Kwestie van veel koffie en water drinken. Er liepen mensen weg, het was niet per se goed. Ik was pas zeventien. Maar het is wel wie ik ben. Mijn vader vraagt nog steeds: wat ga je nu doen? Poepen op het podium?”

Aysen

“Mijn personage in Goede Tijden, Slechte Tijden. Ze is rechercheur met een diep rechtvaardigheidsgevoel, een sterk eergevoel ook. Ze was een über-Turk. Heel passievol. Haar personage lag dicht bij mij, dus ik dacht: dat kan ik wel. Toen heb ik auditie gedaan. Ze hadden niet ­gezegd dat ze een Turks iemand zochten. Dat zeggen ze nooit, ze doen altijd alsof je achterlijk bent. Dat ze een Turks iemand zoeken, zie je pas als je het script thuisgestuurd krijgt.”

“De laatste twee, drie jaar dacht ik: ik ben verder gegroeid dan Aysen. Zij heeft een masker op, nog steeds, en ik niet meer. Theatergroep NT Gent kwam op mijn pad met Wie is bang, een bewerking van Who’s afraid of Virginia Woolf. Dus toen ben ik gestopt. Het seizoen was al geëindigd met mijn ontvoering. Nu word ik gewoon nooit meer teruggevonden. Dat kan best. Er zijn gekkere exits geweest.”

Duits

“Ik had een droom om in Duitsland theater te maken. En ik vond de taal heel mooi, dus ben ik Duits gaan studeren. Nu is mijn Duits wat minder, maar ik moest ook essays in het Duits inleveren hè. Dus ik versta echt álles.”

Turks

“Ik vraag me vaak af hoe Turks ik ben. Ik ben net zo niet-Turks als niet-Nederlands. Het is mijn bloed, hoe ik eruitzie, iets waar ik niet ­omheen kan en tegelijk iets waar ik soms helemaal niet bij kan. Omdat ik hier ben opgegroeid en andere gewoontes heb, mijn hele leven ­ander eten heb gegeten. Ik heb vaak gehoord: jij bent geen echte Turk.”

“Mijn ouders zijn leuk, jong en fris. Superhip en modern. Ze voldoen niet aan het stereotype. Terwijl ik dit zo zeg... Alsof alle andere Turken niet modern zijn! Mijn ouders spreken goed Neder­lands, werken allebei en hebben de ­wereld gezien. Het zijn gewoon mensen.”

Podium Mozaïek

“Mijn vader heeft Podium Mozaïek opgezet. Ik heb er een voorstelling mogen maken, daar ben ik superdankbaar voor, maar mensen denken dat je als ‘dochter van’ allerlei privileges hebt, maar mijn vader is gewoon zakelijk leider, geen programmeur. Ik speelde een bewerking van Carmen, van Prosper Mérimée. Mijn vader was trots, maar ik denk ook dat hij bang was. Het moest wel goed zijn, toch?”

Wezel

“Ik vergelijk mensen vaak met dieren. Zelf ben ik een knaagdiertje. Een snuffelaar, een observeerder, snel. Wezels zijn slim. Iemand zei laatst tegen mij: je bent een mangoest. Die zijn heel wild en op het moment dat ze beet hebben, laten ze niet los. Het is maar hoe je denkt over jezelf. Ik kijk ook vaak naar anderen: dan denk ik, o, een mossel. Dat is geen compliment, nee.”

Bos en Lommer

“BoLo, het nieuwe SoHo! Fijn om daar te wonen. Rustig, net buiten de Ring. Echt Amsterdam. In De Pijp vind ik de mensen heel vermoeiend, omdat iedereen zichzelf zo speciaal vindt. Met zijn allen naar buiten en kijken wie het bijzonderst is. Bos en Lommer is nog niet helemaal gepolijst, je woont er tussen alle soorten mensen. Een verademing.”

Paaldansen

“Ik heb ooit meegedaan aan een heel commercieel RTL-programma, Celebrity pole dancing. Ik zat net twee, drie jaar bij Goede Tijden en wilde ook meetellen in de showbizz. Ik moest ook iemand zijn. En ik vond het oprecht interessant om te leren paaldansen. Het is fucking moeilijk en er zaten turners en dansers tussen – Verona van de Leur en Jeffrey Wammes deden mee – dus ik wist op dag één al dat ik niet zou winnen. Welke idioot zegt dan nog ja? Ja, alleen Dilan Yurdakul.”

“Je kreeg een paal in je huis gemonteerd, want je moest best veel oefenen. Ik heb die paal nog heel lang laten staan.”

Shoarma

“Ik ben van de snacks. Ik kan elke dag patat eten. Soms twee, drie weken achter elkaar. Als je in een flow zit en deadlines hebt, dan wil je iets bestellen. Wat heb je dan? Shoarma. Wat is er ’s avonds nog open? Shoarma. Ik kan niet goed plannen. Boodschappen doen en dan ­koken? Daar ben ik nog niet.”

Door de schaduw heen

“Voor mij is die voorstelling een reis door mijn gedachten, door mijn identiteit, die ik probeer te ontleden. Ik ben depressief geweest. Dat heb ik altijd voor mezelf gehouden, tot ik het mijn opa vertelde, die al veertig jaar depressief is. Ik belde hem destijds en zei: ik slik dit en dit en dit. Daarop zei hij: ‘Nee, je moet niets slikken, je moet bedenken waardoor het komt! Het komt altijd ergens door!’ Toen dacht ik: zo gek dat hij dit zegt. Waarom stelt hij die vraag niet aan zichzelf? Wat is er in zijn leven gebeurd? Dat ben ik gaan onderzoeken.”

“Het ging mettertijd steeds minder over hem en steeds meer over mij. Ik ben ook naar het ­geboortedorp van mijn andere opa geweest met de vraag: waarom is hij ooit weggegaan? Ik dacht dat het uit armoede was, maar dat was niet zo. Zijn vader was heel vervelend, de dorpsgek. Die heeft hem verjaagd. Dus zo begint mijn voorstelling: ik zou hier niet staan als mijn overgrootvader niet een beetje gek was geweest. Alles begint ergens.”

Sportinstructeur

“Ik ben nu even gestopt, maar ik geef steps, bodypump en bodyshape. Je leert mensen ­lezen. Bij binnenkomst zie ik al: jij zit niet goed in je vel. Sommige mensen hebben heel erg de behoefte om iets uit te leggen: ik ben nieuw, ik heb heel lang niks gedaan. Dat is oké, dat gaat meestal wel goed. Maar soms zeggen mensen: ik doe dit en dit niet, hoe doe jij dat, wat voor muziek draai je? Dan weet ik al: die gaan hal­verwege weglopen.”

“Op een gegeven moment komen mensen speciaal voor jou. Voor mij als sportinstructeur, niet voor mij als soapster. Amsterdammers boeit dat niet.”

Ranking the Stars

“Dat was leuk, maar ook weer niet. Ik was net te jong, denk ik, 23 of 24. Je moet daar heel extreem zijn in je uitspraken, ik denk dat ik gevraagd werd omdat ik een tikkie brutaal was. Mijn moeder vond wat ik daar vertelde heel ­heftig. Hoe oud ik was toen ik ontmaagd werd, bijvoorbeeld. Nee, ik weet de precieze datum niet meer. Het was voor mij niet zo’n interessante belevenis.”

Trouwen

“Ik zie mezelf niet trouwen. Mijn ouders zijn ook niet getrouwd, dus ik heb niet echt een voorbeeld. En in een relatie moet je elkaar iets kunnen geven, daartoe ben ik nog niet in staat. Ik vind het wel frappant hoe belangrijk relaties worden gevonden. Het gaat bijna in één adem: wie ben je, heb je een relatie? Toen ik wel een ­relatie had, zag ik mensen denken: oeh, gelukkig, ze is ook gewoon gewóón.”

“Die toeterende trouwstoeten van Turkse bruiloften, die vind ik superleuk. Dat is traditie. Jullie gaan in een suf gemeentehuis zitten, dan ga ik liever dood. Sjonge jonge, met zo’n zogenaamd spontaan verhaaltje. Dan is dus iemand bij je thuis geweest om je te interviewen en dan wordt dat verhaaltje voorgelezen? Dat is toch stom!”

Martin Garrix

“Hij leeft echt in een wereld van uitersten. Een superrustige jongen in zo’n superhectisch bestaan. Wij draaien zijn muziek bij ons in de sportschool.”

Door de schaduw heen, 29 okt t/m 23 nov, 12.30 uur, Theater Bellevue, theaterbellevue.nl/dilan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden