PlusDoor de ogen van

Actrice Dilan Yurdakul: ‘Ik voel me thuis bij Amsterdam zoals ik het ken: gemengd, rauw en met een rafelig randje’

Dilan Yurdakul: ‘Amsterdam was altijd smoezelig, niet zo tuttig.’ Beeld Erik Smits
Dilan Yurdakul: ‘Amsterdam was altijd smoezelig, niet zo tuttig.’Beeld Erik Smits

Op het Gerrit van der Veen College in Amsterdam-Zuid kon actrice Dilan Yurdakul haar vmbo-advies van zich afschudden. In gesprek met Robert Vuijsje over Amsterdam vraagt ze zich af voor welke bewoners Nieuw-West zo mooi wordt gemaakt. En of al die nieuwe tentjes wel voor haar zijn bedoeld.

Robert Vuijsje

Wanneer Dilan Yurdakul (30) van haar huis in de Kolenkitbuurt naar haar vader loopt, bij het August Allebéplein, komt ze langs een straat die ze nog kent van vroeger. “Als kind ging ik mee om daar boodschappen te doen. Altijd chaos, zo’n buurt was het. Op dat stuk kon je vroeger niet eens lopen, volgens mij.”

Het stuk langs de Jan Tooropstraat, in de richting van metrostation Postjesweg, dat Johan Greivestraat heet. “Nu hebben ze daar een mooie, nieuwe boulevard aangelegd. Het voelt vreemd, alsof er iets niet klopt. Je loopt nog steeds langs die ouwe sociale huurwoningen van Nieuw-West. En ineens zie je een mooi, groot nieuwbouwcomplex met koopwoningen.”

“Mijn vader woont in zo’n nieuw gebouw, tussen de Brabanders en zo. De bewoners van die afgebroken flats, veel Turken en Marokkanen, zijn er niet meer. Het is fijn dat de buurt zo mooi wordt gemaakt, maar voor wie doen ze dat? Voor de nieuwe mensen, niet voor de bewoners die er al waren.”

Dilan Yurdakul groeide op in De Baarsjes, brak als actrice tien jaar geleden door in GTST en werd daarna theatermaker, onder meer van de voorstelling Door de schaduw heen. De door haar bedachte serie Bonnie & Clyde staat sinds november op Videoland.

Hoe was het om op te groeien in De Baarsjes?

“Daar kochten mijn ouders hun eerste huis. Mijn moeder werd geboren in Nederland, haar ouders kwamen uit Turkije. En mijn vader kwam op zijn achttiende van Turkije naar Nederland. De Baarsjes was toen een getto, die buurt werd ze afgeraden. Daar merkte ik niet veel van. Alleen dat de ramen van de snackbar vaak werden ingegooid. De Sint Janschool lag het dichtstbij, maar dat was een zwarte school. Mijn ouders hebben me bewust op de 7e Montessori gezet.”



Denk je dat je anders zou zijn geworden als je net een stuk verderop was opgegroeid, in Nieuw-West?


“Waarschijnlijk was ik dan meer naar de Turkse kant getrokken. Mijn ouders dachten: als ze maar mengt met Nederlanders en de taal goed spreekt, dan komt de rest ook wel goed. Pas op mijn vijftiende dacht ik: waarom spreek ik niet goed Turks? Toen zat ik op het Gerrit van der Veen College, in Zuid. Dat was de eerste overwinning van mijn leven.”

Waarom?

“Met buitenlandse ouders kreeg ik natuurlijk een vmbo-advies, het bekende verhaal: een vooroordeel dat ik iets hogers niet aan zou kunnen. Maar mijn Cito-score was havo-vwo. Op de basisschool werd ik gepest, ik denk omdat ik anders was dan de rest. Op het Gerrit van der Veen College wist ik meteen: dit wordt mijn plek, hier ga ik heen. Niemand kent me, ik kan opnieuw beginnen. En ik heb de tijd van mijn leven gehad.”

“Ik heb er zes jaar gezeten, tot ik klaar was met vwo. De eerste vier jaar tussen kinderen uit de hele stad, niet alleen uit Zuid. Ze hadden de vmbo-tak net gesloten, maar in de havoklassen zaten wel kinderen die waren doorgestroomd. Op de school hing nog een vmbo-vibe, het was minder ernstig. In die tijd maakten we altijd ruzie met de kinderen van het HLZ, Hervormd Lyceum Zuid, de kakkers. De laatste twee jaar begon het echt een witte Amsterdam-Zuidschool te worden. We zeiden tegen elkaar dat er allemaal schrijverskinderen bij kwamen.”

Was het op die school vanzelfsprekend dat jij actrice kon worden?

“Ja. Daarom had ik er ook voor gekozen, ik zag dat ze veel deden met kunst en acteren. In de eerste klas mocht ik al meedoen aan de schoolmusical, tussen allemaal oudere kinderen. Daarna begon ik bij DeGasten in Nieuw-West, een theaterclub die was gericht op talentontwikkeling bij kansarme jongeren. Ik was alleen niet kansarm, daar hoorde ik er ook weer niet echt bij.”

“Mijn ouders zaten allebei in de theaterwereld, aan de zakelijke kant, maar ze hebben me nooit geholpen. Mijn vader is directeur van Podium Mozaïek, in Bos en Lommer. Maar hij hing niet aan de telefoon om baantjes voor me te regelen. De tv-wereld is een andere dan de theaterwereld. Bij het theater werd ik niet serieus genomen omdat ik de dochter van was – en toen kwam GTST er ook nog bij, dat was helemaal een zweep om mee te slaan. Op een jubileum van Podium Mozaïek hield mijn vader een toespraak, over hoe hij vijftien jaar geleden met zijn kinderen aan de keukentafel begon en nu was zijn dochter een gevierd theatermaker. Toen dacht ik: hou je bek, nu bevestig je dat vooroordeel, zo is het helemaal niet gegaan.”

Hoe bevalt het in de Kolenkitbuurt?

“In tien jaar heb ik het zien veranderen: de huurders eruit gezet en vervangen door kopers, Nederlandse gezinnen. Hier vlakbij is een viaduct, bij het Plein ’40-’45. Als je daar onderdoor loopt, lijkt het wel of je een grens passeert. Aan de andere kant, bij Plein ’40-’45 voel ik me thuis. Dat is het Amsterdam zoals ik het ken: gemengd, rauw en met een rafelig randje.”

“Op Plein ’40-’45 kan ik nog lopen zonder dat ik denk: hoor ik hier wel tussen? Amsterdam was altijd smoezelig, niet zo tuttig. In De Pijp vraag ik me nu af: zijn die nieuwe tentjes wel voor mij bedoeld? Voor corona stonden al die mensen daar op straat met hun zachte g heel luidruchtig hun hippe Amsterdamse levens te vieren. Die groepen worden zo groot, net zoals de expats.”

“Al die nieuwe tentjes voelen zo nep, zo gemaakt. Ik kan wel kotsen als ik daar langsloop. Mijn vader zegt dat ik mijn mond moet houden. Met mijn koffietje to go en mijn sapje en mijn sportschool. Hij zegt: jij doet ook aan yoga, jij bent net zoals de mensen die daar komen.”

Dilan Yurdakul (Amsterdam, 1991) is actrice, schrijver en theatermaker. In België speelt ze in het door Tom Lanoye geschreven toneelstuk Wie is bang? Vanaf februari staat ze in het theater met Niet gezien, niet gehoord, gebaseerd op de moord op de 16-jarige Hümeyra in Rotterdam. Het stuk werd geschreven door Yurdakul en ze speelt de hoofdrol.

De stad van... Dilan Yurdakul

Drukte versus stilte

“Drukte alleen heel bewust, zoals in clubs als de Chicago Social Club, in de prehistorie. Rust is altijd nabij, in buitenbeentjes als het Rembrandtpark of bij de Sloterplas.”

Amsterdams


“Als ik me niet bewust ben van de veranderingen in de stad. Op weinig plekken dus.”

Accent


“Ik schijn een kleine Amsterdamse tongval te hebben. Zelf vind ik dat het wel meevalt.”

Randstad versus provincie


“Daar begrijp ik niets van. Gaat dat over mensen uit de provincie die hier komen wonen? Of over Amsterdammers die naar het platteland verhuizen? In het theater heb ik wel gemerkt dat Amsterdam niet representatief is voor de mening van heel Nederland.”

Huur versus koop


“Ik wilde als een soort zwerver leven, het was eng om een huis te kopen. En ik dacht altijd: voor bijna niks in zo’n sociale huurwoning in het centrum wonen, dat wil ik ook wel. Maar nu ben ik blij dat ik heb gekocht.”

Robert Vuijsje. Beeld Erik Smits
Robert Vuijsje.Beeld Erik Smits

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden