PlusExclusief

Activist Jerry Afriyie over Amsterdam als voorloper: ‘Is het progressief om maar een béétje racistisch te zijn?’

Jerry Afriyie. Beeld Erik Smits
Jerry Afriyie.Beeld Erik Smits

Jerry Afriyie (41) en zijn actiegroep Kick Out Zwarte Piet kregen ook dit jaar te maken met geweld toen ze wilden demonstreren. Dat was in Staphorst, maar Amsterdam is ook niet ideaal: ‘Wij zijn goed in cherry picking. Hier in Zuidoost gaan kinderen zonder ontbijt naar school.’

Robert Vuijsje

We begroeten elkaar terwijl er een wedstrijd bezig is op het WK voetbal. In Qatar. Maar Jerry Afriyie is recht in de leer, hij doet niet aan smalltalk over voetbal. “Nee, ik kijk niet naar dat toernooi. Terwijl ik tot mijn 16de niets anders deed dan voetballen.”

Meteen al, dertig seconden na onze begroeting: “Ik leer mijn kinderen dat je drie dingen kunt doen als je onrecht ziet. Of je zorgt dat het stopt – als dat in jouw macht ligt. Of je zegt er wat van. Of je loopt weg. Maar je doet nooit mee.”

“Ghana speelt op het WK? Met Kudus, van Ajax? Ik heb het niet gevolgd, ik was te druk met blackface season.” Over blackface season, oftewel Afriyies protestacties tegen Zwarte Piet, zo meer. Eerst wat hij zelf omschrijft als het begin van zijn strijd tegen onrecht.

In Ghana groeide Afriyie de eerste jaren op met zijn oma en tantes, in Kumasi. Zijn vader was naar Nederland verhuisd, in de hoop hier te kunnen studeren. En zijn moeder wilde ook de ruimte hebben om te kunnen studeren, elders in Ghana. “Bij mijn oma en tantes was ik een observant, ik bestudeerde alles wat ik daar zag gebeuren. Ik zag ze strijden, hun blijdschap, hun frustraties – alles.”

“Over het leven hoorde ik prachtige verhalen, over hoe wij met elkaar horen om te gaan, maar ik zag ook onrecht tegen vrouwen. Ik dacht: hé, wat is hier aan de hand, het leven is helemaal niet mooi. En ik hoorde verhalen over hoe God wilde dat ik iedere avond zou bidden. Alleen werd het me verteld door iemand die dat zelf niet deed. Ik begon vragen te stellen, geloofde niet alles wat me werd verteld. Daar lag de bron voor wat ik zag toen ik in Nederland aankwam: sinterklaas hoort een kinderfeest te zijn, alleen is het niet voor alle kinderen, dit klopt niet.”

Op zijn 11de verhuisde hij naar Utrecht. “Mijn ouders scheidden en mijn broertje en ik gingen naar onze vader. Na een scheiding kunnen kinderen naar een andere stad of wijk verhuizen, ik ging naar een ander land. Het was spannend.”

Hoe was het in Utrecht?

“Ik kreeg daar een goede kans om Nederland te leren kennen, beter dan wanneer ik meteen naar de Bijlmer was gekomen, tussen bijna alleen maar zwarte mensen. In Hoograven woonden we tussen Nederlanders met een Turkse, Caribische, Marokkaanse, autochtone of Ghanese afkomst. Vlak bij ons huis stond een woonwagenkamp.”

“Het waren de jaren 90, de Bijlmer werd gezien als gevaarlijk, mijn vader wilde hier geen kinderen grootbrengen. We kwamen wel al op bezoek bij familie en vrienden en ik dacht meteen: in de Bijlmer ben ik thuis, op straat hoorde ik mensen Twi spreken, onze taal, waarom wonen we niet hier?”

Waarom verhuisden jullie toch?

“Mijn vader had een Ghanese winkel. In Utrecht woonden ook Ghanezen, maar niet zoveel als hier. Op mijn 15de kwam ik hier wonen, tot die tijd was ik elke paar jaar verhuisd, ook binnen Ghana. De Bijlmer zie ik als thuis, hier heb ik het langste gewoond. Ik was altijd al bezig met zwarte emancipatie en in Utrecht zag ik ook dat zwarte Nederlanders het moeilijk hebben. Maar hier kwam ik te wonen tussen mijn mensen, tienduizenden bij elkaar die zich dagelijks moesten invechten. Dat maakte de urgentie groter, ik wilde iets verbeteren aan de zwarte conditie in Nederland.”

Verschilt Amsterdam van de rest van Nederland?

“Het is een land binnen een land. Alleen denk ik niet dat we progressiever zijn, zoals we zelf altijd denken. We weten onze tekortkomingen beter te verbergen, dat is iets anders. Je moet niet over jezelf zeggen dat je zo progressief bent, dan kom je nooit verder. Dan ga je achterover liggen.”

“Is het progressief om maar een béétje racistisch te zijn? Wij denken dat mensen in dorpen als Staphorst geen medemenselijkheid kennen, maar hier in Amsterdam-Zuidoost gaan kinderen ’s ochtends zonder ontbijt naar school. Wij zijn goed in cherry picking, in het uitzoeken van de elementen die ons hoger plaatsen dan de rest van het land.”

Verschilt de Bijlmer van de rest van Amsterdam?

“Toen ik kinderen kreeg, wilde ik met ze naar een speeltuin. Bij de flat was één wip, als we naar een schommel wilden, moesten we weer een stuk lopen. In andere delen van de stad is er gewoon een speeltuin met alles erop en eraan. Hier sloten ze het buurthuis en arresteerden ons daarna voor samenscholing. Het verschil zit in de huidskleur van de bewoners en in hoe er geïnvesteerd wordt.”

We zitten in het kantoor van de Stichting Nederland Wordt Beter, de organisatie die mede door Afriyie werd opgezet en waar Kick Out Zwarte Piet (KOZP) onder valt. Niet ver van metrostation Bullewijk. Uit het raam kun je de spoorlijn zien. “In elke wereldstad zie je hetzelfde: een achtergestelde wijk die door een treinspoor in tweeën wordt gedeeld. De ene kant is een no-goarea, aan de andere kant wordt geïnvesteerd.”

“Wij zitten aan de verkeerde kant. Alle mooie nieuwe dingen worden gebouwd aan de andere kant. De Arena Boulevard, Ziggo Dome, de hotels en kantoren daaromheen. Je ziet nu al de posters hangen van de nieuwbouwprojecten met foto’s van de mensen voor wie die worden gebouwd. Die mensen lijken niet op mij.”

“We zijn de Bijlmer al kwijt, ook aan deze kant komt de vernieuwing. Het is niet de wijk die wordt vernieuwd, maar de mensen die er wonen. Ik woon in een huurhuis van Eigen Haard, net zoals de buren. Mijn buurvrouw verhuisde en haar woning wordt nu in de vrije sector verhuurd. Als ik wegga, zal mijn huis dus ook vrije sector worden. De verandering van Bijlmer naar Zuidoost: het is een spel met woordjes. Zodat witte mensen die hier komen wonen, kunnen denken: we zitten in Zuidoost, niet in de Bijlmer.”

Wanneer zag je voor het eerst een Zwarte Piet?

“In Utrecht zag ik een verkleedpartij op straat. Pas toen ik werd uitgescholden voor Zwarte Piet, op het voetbalveld en op school, dacht ik: dit klopt niet. Het was niet bedoeld als compliment, want we hadden ruzie. Ik vroeg aan Caribische Nederlanders wat dit was, zij woonden hier al langer. Hun houding was: laat het, ze zijn racistisch en luisteren toch niet naar ons.”

Denk je dat het een verschil maakt dat jij hier pas kwam wonen toen je 11 was?

“Natuurlijk, ik was op een leeftijd dat ik me niet liet indoctrineren met het westerse superioriteitsgevoel. In Ghana werd ik al gezien als een volwassene. Puberen – wat is dat? In Ghana bestaat dat niet. Ik zag meteen: dat verhaal over die schoorsteen klopt niet en die Piet speelt een ondergeschikte rol, dat gaan we niet doen.”

Op 19 november ging Afriyie met KOZP, vergezeld van Amnesty International als waarnemers, voor een vreedzame demonstratie naar Staphorst. De lokale zwart geschminkte bevolking reageerde zo agressief dat het tot in de Tweede Kamer werd besproken. “Het enige wat wij zwarte Nederlanders hebben, is ons protestrecht. We hebben geen premier, geen instituten en nauwelijks burgemeesters. Het is elke keer hetzelfde verhaal als we van dat recht gebruik willen maken: burgemeesters behandelen de intocht als een grondrecht en onze demonstratie niet, terwijl het volgens de wet precies omgekeerd is. De agressie tegen ons wordt niet of minimaal bestraft. Protesterende boeren mogen alles doen wat ze willen, als wij ergens vreedzaam staan met een T-shirt aan moeten we kapot.”

Waarom wil je naar een plaats als Staphorst gaan?

“Als Nederlander vind ik dat ik me overal in Nederland veilig moet kunnen voelen. Het kan niet zo zijn dat er een lijst is met steden en dorpen waar ik in november en december niet heen mag. Ik zeg ook niet tegen andere Nederlanders: dit deel van het land is niet voor jou. Dit land heeft nog altijd moeite om de oude hiërarchie los te laten, waar wit bovenaan stond en zwart onderaan.”

“Jij zegt nu weer dat ik zelf een Ashanti ben. Maar je kunt de geschiedenis van Nederland niet vergelijken met die van Ghana. Op de wereld bestaat geen conflict waar geen collaboratie plaatsvindt. Moet ik na de Tweede Wereldoorlog álle niet-Joodse Nederlanders verdacht maken? Ashanti werden zelf ook tot slaaf gemaakt, hoe weet je dat mijn voorouders daar niet bij hoorden? En sinds wanneer zijn Ashanti leidend voor wat wij vinden? Als het gaat om wetenschap, kijken wij dan naar Ghana? Maar bij de invloed van slavernij op de wereld ineens wel? Je kunt niet je eigen fouten weggummen door te wijzen naar een ander. Ghana werd gekoloniseerd, het is pas 65 jaar een onafhankelijk land, hoe kun je daarvan hetzelfde verwachten als van Nederland?”

Zie je progressie in Nederland in de laatste tien jaar?

“Ik zie alleen maar een stijgende lijn vanaf de dag dat ik in 2010 werd benaderd om te protesteren tegen Zwarte Piet, door Raul Balai - de zoon van Leo Balai, de Surinaamse schrijver. Ik ben niet negatief over Nederland, het is de toekomst voor al onze kinderen.”

CV
Jerry Afriyie (Bechem, Ghana, 1981) is medeoprichter van Kick Out Zwarte Piet (KOZP). Hij speelde een grote rol bij de nationale verandering van Zwarte Piet.

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Lees hier alle afleveringen terug.

De stad van... Jerry Afriyie

Echt Amsterdams
“Elkaar niet mogen, maar toch voor elkaar klaar staan wanneer het ertoe doet.”

Accent
“Het is een mix van waar ik ben geweest in mijn leven. Ik praat met het accent van mijn voorouders.”

Partner
“Ze komt ook uit de Bijlmer.”

Huur of koop
Huur. Dat is wat Amsterdam mij gunt.”

Import
“Amsterdam ís import. Het is ooit begonnen met hutjes bouwen op een moeras. Niemand heeft het van God gegeven recht om Amsterdam te claimen, de hele wereld komt hier bij elkaar. Verwelkom ze zoals jij ook ooit bent verwelkomd.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden