PlusDe klapstoel

Acteur Erik Koningsberger redt migranten op zee: ‘Je leert je te focussen op de overlevenden’

Erik Koningsberger: 'De toneelschool heb ik niet afgemaakt. Ik verkrampte totaal, was elke dag bezig mezelf te bewijzen – killing.' Beeld Harmen de Jong
Erik Koningsberger: 'De toneelschool heb ik niet afgemaakt. Ik verkrampte totaal, was elke dag bezig mezelf te bewijzen – killing.'Beeld Harmen de Jong

Op de Klapstoel: Erik Koningsberger (1958). Hij is acteur, maar op dit moment werkt hij op de Ocean Viking, een schip dat vluchtelingen in de Middellandse Zee van de verdrinkingsdood probeert te redden. Een interview aan de hand van steekwoorden, over commercials, de toneelschool en Ter Apel.

Frenk der Nederlanden

Utrecht

“Ik heb er maar vier maanden gewoond, want toen verhuisden we naar Eindhoven. Mijn vader werkte bij Philips, en op mijn vierde vertrokken we naar Pakistan. We hadden een prachtig huis met een gigantische muur eromheen, en een tuin met hele zure sinaasappeltjes, banaantjes en lychees, die ik nog steeds verschrikkelijk lekker vind. En allemaal bediendes: een kok, tuinman, chauffeur. Heel kolonialistisch, maar ik vond het geweldig.”

“Ik zat op een Nederlands schooltje met een tropenrooster, en dan ging ik ’s middags met m’n twee broers mee naar het zwembad of het strand. Daar waren olifanten, aapjes, schildpadden, slangenbezweerders; de hele rataplan. Dat maakte enorme indruk op het jongetje dat ik was.”

“Ik heb later nog wel in Utrecht gestudeerd, de heao. Ik werd lid van het Utrechtsch Studenten Corps en het langharigengenootschap. En ik ging werken als barman en dj in discotheek Woolloomooloo, dé studentendiscotheek van Utrecht. Van de studie kwam niets meer, en ik ging studententoneel doen. Een regisseur zei tegen mij: ‘Waarom ga je niet naar de toneelschool?’ Huh? Bestaat dat? Wow, dat leek me wel wat. Toen ben ik naar Maastricht gegaan.”

Friesland

“Daar ben ik opgegroeid, van m’n zesde tot m’n zeventiende. Geweldige jeugd. Mijn vader ging bij Philips in Drachten werken, maar hij wilde ons eerst Nederland laten zien en zo hebben we een paar maanden met een motorboot door het land gereisd.”

“Ik heb in Friesland leren varen. Mijn vader had voor ons een klein polyester jolletje gekocht, met één zeiltje. We zaten altijd op het water te klooien, alles wat dreef heb ik leren besturen. En we speelden de hele dag buiten: voetballen, hutten bouwen, en ’s winters skotsje springen en schaatsen. Eindeloos.”

Toneelschool

“Heb ik niet afgemaakt. Ik verkrampte totaal, was elke dag bezig mezelf te bewijzen – killing. Trots en eigenwijs als ik was ben ik veel te lang doorgegaan, maar na 2,5 jaar zat ik helemaal vast. De hel. Nadat ik de school had verlaten, castte Hans Kemna mij voor een vrije productie van Joop van den Ende, Harold & Maude, met Mary Dresselhuys, onder regie van Guus Hermus. Binnen de kortste keren raakte ik ook daar totaal verkrampt. Na twee weken, één dag voor m’n contract inging, werd ik eruit geflikkerd. Terwijl ik in De Telegraaf nog was gepresenteerd als de nieuwe Ko van Dijk. Die had tenslotte ook geen toneelschool.”

New York

“Gelukkig kwam ik bij een klein jeugdtheatergezelschap terecht, Bonje in Utrecht, en dat was heel tof. We maakten onze eigen stukken en speelden die op scholen voor een dankbaar publiek. Dat gaf me zoveel vertrouwen dat ik als freelancer ben gaan werken. Een televisiefilm, commercials, het Amstel Toneel. Dankzij het geld dat ik daarmee verdiende en een studiebeurs kon ik naar New York, de Stella Adler Conservatory of Acting. Een fantastische opleiding, met docenten die supervriendelijk en open waren, en Stella Adler was de indrukwekkendste persoonlijkheid die ik ooit heb ontmoet.”

Kinderporno

“Ach ja, Schatjes, de film. Ik deed auditie bij Ruud van Hemert, de regisseur, een notoir moeilijke man. Hij wilde m’n benen zien, want ik moest een tennisleraar spelen. Afijn, ik kreeg die rol, en moest met Akkemay onder de douche. Die was 14, maar dat wist ik helemaal niet. Later is die scène door Gerard Spong kinderporno genoemd. Tja. Ik pakte haar borsten vast, dat was het.”

“De preutsheid van tegenwoordig vind ik shocking. Dat jongens op school niet meer naakt durven te douchen is toch verschrikkelijk? Wat is er mis met het menselijk lichaam? Spong zal juridisch wel gelijk hebben gehad, maar kinderporno? Van de pot gerukt.”

Goede Tijden, Slechte Tijden

“Ik heb in zoveel series gespeeld: De Brug, Baantjer, Flikken, Zeg ’ns Aaa, Medisch Centrum West, Huis Anubis, Spijkerhoek. Altijd gastrollen. Wat? Voetbalvrouwen ook? Een rechercheur? Kan ik me echt niets van herinneren. Maar GTST springt er wel uit, want daar heb ik drie keer een maand of zes in gespeeld. Als boerenknecht, zeven jaar later als psycholoog, en weer zeven jaar later als rechercheur moordzaken. Ik wilde nooit een vast contract, want het ging natuurlijk nergens over en bij gastrolletjes word je ingehuurd om even je ding te doen. Daar ben ik geen acteur voor geworden.”

“Toneel vind ik veel spannender en interessanter. In het theater voel ik me als een vis in het water en heb ik de schoonheid van taal ontdekt. Ik had in 1983 ook al snel mijn eigen theatergroep: Zeenzucht. Daar heb ik als regisseur tien producties mee gemaakt.”

Commercials

“Ik was in de jaren tachtig een van de eerste acteurs die z’n neus niet ophaalde voor reclame. Deed ik een commercial voor Iglohamburgers en voor Postbus 51 een spotje over geslachtsziekten, werden die per ongeluk direct achter elkaar uitgezonden. Vond Iglo niet leuk. Borrelnootjes van Calvé was een hit. Ik werd regelmatig herkend en nageroepen. Leuk om mee te maken, maar dat iedereen me in de supermarkt aanstaarde of aansprak, puur en alleen omdat ik op tv was, vond ik strontvervelend.”

Greenpeace

“In 2008 zag ik een onlinefilmpje over een vrouw die voor Greenpeace walvissen probeerde te redden. Dat bracht me in één klap terug naar de tijd dat ik als jongetje van tien de deuren langsging voor handtekeningen tegen het doodknuppelen van zeehondjes. Ik heb me aangemeld en kon al snel meedoen aan een actie in Rotterdam: boompjes planten bij de kolencentrale. Ik was net op tijd terug voor het journaal en ging er eens goed voor zitten, maar niets, geen seconde. Ik was volkomen gedesillusioneerd. We hadden 2008 boompjes geplant!”

“Gelukkig ben ik meteen bij het botenteam gekomen. Veel briljante acties gedaan, bijvoorbeeld bij een kerncentrale in België, de Volkswagenfabriek in Emden en in de haven van IJmuiden, tegen de visfabrieken die met subsidie heel Afrika leegvissen. Ik trek het al heel lang heel slecht hoe wij niet met de natuur omgaan. En nu krijgen we genadeloos de boemerang in onze nek. Terwijl de Club van Rome al begin jaren zeventig alles heeft voorspeld. Voor de goede orde: we hebben nooit geweld gebruikt. We spugen niet, we schoppen niet, we blokkeren hooguit. Bang ben ik nooit geweest. Het was altijd spannend, maar alles is zo goed voorbereid dat ik nooit het gevoel heb gehad dat het onverantwoord was.”

Ocean Viking

“Greenpeace heeft zes maanden samengewerkt met Artsen zonder Grenzen op de Egeïsche Zee tussen Turkije en Lesbos. Dat werd stilgehouden, want Greenpeace is een milieuorganisatie, maar ze leverden de boten en de bemanning. In januari 2016 ben ik met dat werk begonnen, search and rescue. Een maand lang zeven dagen per week. Ik had de leiding op een rib, zo’n opblaasboot met harde romp. Gemiddeld probeerden 1500 mensen per dag over te steken; wij waren er om in te grijpen als het misging.”

“Toen Greenpeace zich terugtrok, heb ik gesolliciteerd bij Artsen zonder Grenzen, en in 2019 bij SOS Mediterranée, waarvoor ik sindsdien op de Ocean Viking werk. Het gaat natuurlijk om het resultaat, maar we maken ongelofelijke avonturen mee. Je gaat soms in het holst van de nacht met elkaar op pad en weet van tevoren nooit wat er gaat gebeuren. Dat schept een enorme band.”

Moria

“Het klinkt misschien gek, maar ik heb goede herinneringen aan het vluchtelingenkamp op Lesbos. Mijn vriendin werkte daar als cultural mediator en toen ik bij haar op bezoek was, kwam ik een Duitse jongen tegen die een speelplaats voor de kinderen wilde bouwen. Dat vond ik een geweldig idee. We hebben vier maanden elke dag in de brandende zon knoerthard gewerkt, een speeltuin aangelegd met allemaal klimtoestellen en een klein amfitheatertje voor concerten en workshops.”

“De omstandigheden waren schrijnend, maar het contact met de vluchtelingen was hartverwarmend. Later brandde alles af en veranderde dat hele kamp in een zwartgeblakerd maanlandschap. Heel surrealistisch. Natuurlijk was het vreselijk, maar ik heb op de Ocean Viking geleerd dat het beter is om te kijken naar wat je hebt gedaan dan naar wat er verloren is gegaan. Dat moet ook wel, want op het schip word je geconfronteerd met veel ellende en soms dode mensen, en dan leer je je te focussen op degenen die het hebben overleefd.”

Ter Apel

“Dat vind ik zo pijnijk allemaal, zo gênant – ik rol van de ene schaamtevolle verbijstering in de andere. Nederland is in Europa het braafste jongetje van de klas. De pushbacks worden met ons belastinggeld betaald. Terwijl iedereen weet dat die vluchtelingen afschuwelijk worden mishandeld, dat de vrouwen stelselmatig worden verkracht, dat er slavernij is. En wij financieren de Libische kustwacht en sturen die mensen terug naar de hel waaruit ze komen. Ter Apel is van hetzelfde laken een pak. We kunnen elk festival tot in de puntjes organiseren, maar een beetje fatsoenlijke opvang krijgen we niet voor elkaar. Mensonterend.”

De Pijp

“Ik woon er al sinds 1981, met veel plezier. Maar De Pijp is wel heel erg veranderd; van een afbraakbuurt met junks en ingeslagen autoramen tot een keurige, dure yuppenwijk. En er zijn veel leuke winkeltjes verdwenen. De drogist waar ik al dertig jaar kwam, is nu verkeersregelaar. Alleen maar omdat zijn huisbaas veel meer geld wilde zien. Maar ik vind het nog steeds fijn om te wonen, al moet ik erbij zeggen dat ik in een heel rustig stukje zit, tussen de Van Wou en de Amstel. En als ik de drukte zat ben, pak ik de racefiets en ben ik in tien minuten de stad uit.”

Eiland

“Ik ben in 1997 voor het eerst op Amorgos terechtgekomen, een Cycladeneiland naast Santorini, en ik had meteen een klik met de mentaliteit, de stijl van leven. Als je gaat eten, wordt de hele tafel volgezet en neemt iedereen wat ie wil. Ik voel me daar veel meer thuis dan in Nederland. Ik heb met een Griekse vriend een stuk land op een berg gekocht, en nu zijn we – na vier jaar wachten op de vergunning – een huis met een klein gastenverblijf aan het bouwen. De aannemer is nog met tien andere projecten bezig, dus het zal nog wel even duren voordat het af is, maar ik heb geleerd me daar niet meer gek door te laten maken.”

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden